Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV8891

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
06/940223-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennepteelt in 2010 en 2011 gepleegd in Doetinchem leidt tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 104.055,00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/940223-11

Uitspraak d.d. 14 maart 2012

Tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1971],

wonende te [adres],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Raadsman: mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 februari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 24 mei 2011 in de

gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt, in elk geval opzettelijk (in een pand met unitnr. 22, gelegen aan de

[adres A]) aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal)

ongeveer 303, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in

elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

(dossier, incident 1)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 mei 2011 in de

gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand met

unitnr. 20, gelegen aan de [adres A]) ongeveer 166, althans een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(dossier, incident 2)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

3.

hij op of omstreeks 24 mei 2011 in de gemeente Doetinchem, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld

en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig

heeft gehad (in een pand gelegen aan de [adres B]) een hoeveelheid

van (in totaal) ongeveer 17,214 kilogram hennep, in elk geval een hoeveelheid

van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(dossier, incident 3)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010

tot en met 24 mei 2011 in de gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom (te

weten 52.552 kWh en/of 37.817 kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs (telkens) heeft/hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (een of meer

zegel(s) van (de) meterkast(en) werd(en) verbroken);

(dossier, incident 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 13 januari 2011 in

de gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan

de [adres B]) ongeveer 199, althans een groot aantal hennepplanten

en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

(gevoegd proces-verbaal, dossiernummer 2011077877)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Aanleiding tot het onderzoek m.b.t. de feiten 1 t/m 4

Op 14 april 20112 werd er bij de politie een melding gedaan door een medewerker van een bedrijf in onroerend goed. Dat bedrijf verhuurde verschillende bedrijfsunits aan de [adres A] te Doetinchem en het vermoeden bestond dat in één van deze units een hennepkwekerij actief was. De politie is daarop met de bedoelde medewerker ter plaatse gegaan. Ter plaatse werd gezien dat er bij enkele units veel condensvorming aanwezig was op ramen van de roldeuren. Op de units 20 en 22 was een extra ventilatierooster aangebracht en de ramen waren met een spiegelende folie geblindeerd, de roldeuren van de units waren iets omhoog geschoven als mogelijke extra ventilatie en uit de beide units kwam het geluid van een in werking zijnde ventilator. De medewerker van het onroerende goed bedrijf gaf aan dat unit 22 was gekocht door [bedrijf verdachte].

Door de fraudeafdeling van Liander werd vervolgens een netmeting gedaan op het gehele bedrijvenverzamelpand op het adres [adres A], aan de hand waarvan door Liander werd geconstateerd dat er in het pand een of meer hennepkwekerijen aanwezig zouden zijn.

Op 24 mei 2011 werd door de politie een nader onderzoek ingesteld op het adres [adres A] te Doetinchem met betrekking tot de units 20 en 22. In beide units werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In unit 22 werden in totaal 303 hennepplanten aangetroffen en in unit 20 werden in totaal 116 hennepplanten aangetroffen.

Bij sporenonderzoek in unit 22 werd op een lamp hangende boven een aantal planten een fragment van een vingerafdruk aangetroffen, welke vingerafdruk via de databank vingerafdrukken HAVANK werd geïdentificeerd als afkomstig van verdachte.

In unit 20 werden verder 296 bloempotten aangetroffen met daarin steeltjes van hennepplanten.

Op 24 mei 2011 is verdachte in verband met deze zaak aangehouden op het adres [adres B] te Doetinchem, waar zijn bedrijf is gevestigd. In het pand werd een ruimte aangetroffen met daarin droognetten en droogrekken met henneptoppen. In de laadruimte van een bij dat pand aangetroffen bedrijfswagen van het merk Mercedes werden twee kunststof tonnen aangetroffen met daarin hennepresten en in de laadruimte van de bus lag verder hennepblad, zwarte aarde en een elektrische kachel. Bij het pand werd verder aangetroffen een bestelauto van het merk Fiat. In deze auto werden attributen aangetroffen ten behoeve van een hennepkwekerij.

Bij onderzoek door een medewerker van Liander van de units 20 en 22 bleek dat er op illegale wijze buiten de meter om stroom werd afgetapt.

A. Aanleiding tot het onderzoek m.b.t. feit 5

Naar aanleiding van twee meldingen bij misdaad Anoniem dat er een hennepplantage gevestigd zou zijn op het adres [adres B] te Doetinchem werd er door de afdeling Energiefraude van Liander op verzoek van de politie een piekmeting uitgevoerd op genoemde locatie. Uit die meting bleek dat er in de stroomafname pieken te zijn waren die overeenkwamen met het stroomverbruik in hennepkwekerijen. Naar aanleiding daarvan vond er op 13 januari 2011 in het bedrijfspand aan de [adres B] te Doetinchem een onderzoek plaats door de politie, waarbij twee ruimtes boven het systeemplafond van de showroom werden aangetroffen. In de ene ruimte werden in totaal 199 hennepplanten aangetroffen in het eindstadium van de bloei. In de andere ruimte werden 157 bloempotten met resten van hennepplanten aangetroffen. De in beslag genomen planten werden bij een THC-test positief bevonden. Verdachte werd die dag op heterdaad aangehouden.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, ziende op een hennepkwekerij in de units 20 en 22 van het bedrijvenverzamelpand op het adres [adres A] te Doetinchem. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde is door de raadsman eveneens vrijspraak bepleit, bij gebrek aan het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Met betrekking tot de overige feiten heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat hier tot een bewezenverklaring kan worden gekomen.

Ter terechtzitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging ten aanzien van de feiten toegelicht.

D. Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak feit 2

Ten aanzien van het onder 2 aan verdachte tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat er weliswaar aanwijzingen zijn inzake een mogelijke betrokkenheid van verdachte bij een hennepkwekerij in unit nummer 20 aan de [adres A] te Doetinchem, maar dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om dit feit wettig en overtuigend bewezen te kunnen achten. De verdachte behoort van dit feit dan ook te worden vrijgesproken.

Overwegingen overige feiten

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de overige ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In het dossier bevinden zich verschillende stukken, waaronder verklaringen van diverse personen, zoals hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven:

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard3 dat unit nr. 22 in het bedrijvenverzamelcentrum aan de Havenweg 22 zijn eigendom is en dat hij deze unit kort na de aankoop heeft verhuurd aan [naam A].

Verder heeft verdachte verklaard dat hij met betrekking tot de voor hem aangelegde stroomvoorziening van de hennepkwekerij aan de [adres B] wel vermoedde dat er op illegale wijze stroom werd afgetapt.

Met betrekking tot de feiten 1, 3 en 4

Op 24 mei 20114 werd in [adres A] unit 22 te Doetinchem een ruimte aangetroffen die kennelijk was ingericht voor het telen van hennep. Achter een stenen muur in deze unit waren een aantal ruimtes ingericht voor het kweken van hennep. In de door verbalisant [verbalisant] als A. B en D aangeduide ruimtes werd een hoeveelheid hennepplanten aangetroffen: 144 (ruimte A), 75 (ruimte B), 84 (ruimte D).

Door verbalisant is gerelateerd dat er in ruimte A een ventilatiesysteem was aangebracht met een afzuiging naar buiten via een automatische tijdschakelaar, dat er een automatisch irrigatiesysteem aanwezig was om de planten te voorzien van water en voedingsstoffen en dat de planten werden belicht met in hoogte verstelbare assimilatielampen. In ruimte B werd een ventilatiesysteem aangetroffen met een afzuiging naar buiten, was een automatisch irrigatiesysteem aanwezig was om de planten te voorzien van water en voedingsstoffen en werden de planten belicht met in hoogte verstelbare assimilatielampen. In ruimte D werd eveneens een dergelijke situatie aangetroffen.

Door de verbalisant is op grond van zijn waarnemingen ter plaatse een prognose gemaakt van het aantal oogsten, door hem becijferd op twee oogsten.

In alle ruimtes werd verdroogd oud hennepblad aangetroffen, in de watertonnen, op de dompelpompen, op de vijverfolie in de kweekruimtes en aan de onderkant van de bloempotten zat veel kalkafzetting, het filterdoek van de koolstoffilters was vuil, er zat stof op de lampenkappen en flexibuizen en op een schaar zaten hennepresten, hetgeen er op duidt dat er hennepplanten zijn geknipt.

Een ter plekke op 24 mei 2011 gehouden THC test5 op een drietal representatieve planten uit unit 22 via de MMC Narcotic Identification Test gaf een positieve uitslag te zien.

Bij sporenonderzoek door een medewerker van TFO6 in unit 22 werd onder meer een fragment van een vingerafdruk aangetroffen op een lamp die boven enkele planten hing.

Het aangetroffen vingerfragment werd geïdentificeerd als afkomstig van verdachte [verdachte]7.

De vertegenwoordiger van [bedrijf] BV heeft verklaard8 dat unit 22 van het bedrijfsverzamelpunt aan de [adres A] te Doetinchem op 24 september 2010 is verkocht aan [verdachte] van '[verdachte]f verdachte]' in Doetinchem.

Verdachte heeft verklaard9 dat hij in de box aan de Havenstraat een muur heeft gemetseld met daarin een deur en een raam.

Hij is de hoofdgebruiker van de Fiat Fiorino en de Mercedes. De Mercedes staat op naam van [bedrijf verdachte] en de Fiat op naam van het bedrijf van zijn moeder, [bedrijf moeder verdachte] BV.

Makelaar [naam makelaar] heeft verklaard10 dat hij voor verdachte - naar aanleiding van een telefoongesprek met verdachte enkele maanden geleden, volgens getuige in januari 2011 - een huurcontract heeft opgesteld voor een bedrijfsruimte in een bedrijfsverzamelgebouw op het adres [adres A], waar verdachte met een compagnon een zaak zou gaan runnen; hij zou de vloeren verkopen en de compagnon zou de vloeren gaan leggen. Verdachte noemde het de huurder, maar omdat ze samen het bedrijf gingen runnen zag de makelaar het als een compagnon. De 'compagnon' is bij hem op kantoor geweest om het huurcontract te tekenen.

[naam A] heeft aanvankelijk met betrekking tot unit 22 aan de [adres A] verklaard11 dat hij de hal had gehuurd van [verdachte] begin 2011 via makelaar [naam makelaar] voor 1000 euro per maand met de bedoeling om daar een hennepkwekerij te beginnen. Hij had zelf de kwekerij gerund.

Uiteindelijk heeft [naam A] verklaard dat hij als katvanger functioneerde voor [verdachte]. Hij kreeg 1000 euro per maand aangeboden om de kwekerij op zijn naam te zetten. De kwekerij is van [verdachte].

[naam A] heeft verder onder meer verklaard dat hij eind januari of eind februari (2011) voor het eerst bij box 22 is geweest. Hij zag daar een gemetselde muur en wat stellingen. Pas later toen hij water moest gaan geven aan hennepplanten kwam hij er achter dat daar een hennepkwekerij zat. Hij heeft daar wel eens wat water gegeven, wanneer [verdachte] met vakantie was.

Hij kreeg maandelijks 1000 euro van [verdachte] en dat bedrag zette hij dan op de bank en vervolgens werd dat bedrag via de rekening van zijn vriendin [vriendin naam A] overgemaakt aan [verdachte] voor de huur. Voor het feit dat de huur op zijn naam stond heeft hij drie keer 1000 euro gehad, te weten in februari, maart en april.

Op 24 mei 2011 is verdachte in verband met deze zaak aangehouden op het adres [adres B] te Doetinchem, waar zijn bedrijf is gevestigd. In het pand werd op de eerste verdieping een ruimte aangetroffen met daarin droogrekken met henneptoppen12.

Ter plaatse werd door de taakaccenthouder13 drugs onderzoek gedaan. Op de eerste verdieping werd door hem een ruimte aangetroffen die was ingericht voor het drogen van henneptoppen. Het betrof een van de twee ruimten waar hij bij een eerdere gelegenheid een illegale hennepkwekerij had aangetroffen. In deze ruimte hingen twee droognetten aan het plafond en er stond een toren met 10 droogrekken en een toren met 12 droogrekken. In de netten en rekken lagen henneptoppen.

In de laadruimte van een bij dat pand aangetroffen bedrijfswagen van het merk Mercedes kenteken [kenteken] werden twee kunststof tonnen aangetroffen met daarin hennepresten en in de laadruimte van de bus lag verder verdroogd oud hennepblad, zwarte aarde, een elektrische kachel en diverse eindvertakkingen van een irrigatiesysteem. Bij het pand werd verder aangetroffen een witte bestelauto van het merk Fiat met het kenteken [kenteken]. In deze auto14 werd onder meer aangetroffen een metalen ring voor een aansluitring voor een flexibuis, vier zekeringen voor een meterkast, een verdroogd oud hennepblad en een visitekaartje van [verdachte]. Bij controle bij het RDW bleek de Mercedes op naam te staan van [verdachte] en de Fiat op naam van [bedrijf moeder verdachte] B.V..

Door hoofdagent [verbalisant] werd in het pand van [verdachte] Natuurstenenvloeren aan de [adres B] te Doetinchem op 24 mei 2011 aangetroffen15:

- ruim 17 kilo hennepplanten die lagen te drogen;

- 40 transformatoren;

- 38 assimilatielampen van het merk Philips, type PIA+ en 600 Watt.

De THC test door verbalisant [verbalisant]16 inzake de in het pand [adres B] aangetroffen henneptoppen gaf een positieve uitslag te zien. Het totaal gewicht van de bijna droge toppen was 17,214 kilogram.

De THC test17 van op een in de Fiat aangetroffen paar handschoenen met hennepresten gaf eveneens een positieve uitslag te zien.

Getuige [getuige A] heeft verklaard18 dat bij unit 22 regelmatig een man kwam, gemiddeld drie keer per week. Deze man kwam met een combo-achtige witte Fiat bij het pand.

Hij heeft de man een keer aangesproken toen hij aan het verbouwen was. De man was toen bezig met kalkzandsteen, stenen om een binnenmuur te maken Dat was toen hij net de unit had gehuurd/gekocht. Dat zal in het najaar van 2010 zijn geweest, augustus/september.

Uit de verklaring van verdachte dat hij daar in de unit een muur heeft gemetseld in samenhang met de verklaring die de getuige [getuige A] heeft afgelegd, kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat het hier verdachte betreft.

Namens Liander N.V. is onder meer aangifte19 gedaan van illegaal afgenomen elektriciteit uit het pand [adres A] in Doetinchem. Door de fraudespecialist van Liander werd bij onderzoek vastgesteld dat het zegel van de hoofdaansluitkast was verbroken. Door manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Door de fraudespecialist van Liander en de politieambtenaar [verba[verbalisant] werd aan de hand van indicatoren ("Indicatoren gebruik hennepplantage"en "Opnameformulier Energiefraude") vastgesteld dat er sprake is geweest van meerdere oogsten. Uit het door Liander ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepplantage was ingericht in het perceel [adres A] in elk geval in de periode van oktober 2010 tot 24 mei 2011. Dit betekent dat er in genoemde periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste twee eerdere oogsten. De aangetroffen teelt in per[adres A] was tenminste negen weken oud.

Berekend is dat wat betreft [adres A] minimaal 37.817 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen).

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de hiervoor aangeduide bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de onder 1, 3 en 4 - voorzover ziende op

unit 22 - aan verdachte ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 en 4 overweegt de rechtbank dat uit de verklaring van de makelaar in samenhang met de verklaring van [naam A] kan worden afgeleid dat er bewust voor een constructie is gekozen om iemand in te zetten (als katvanger) om de illegale praktijken in unit 22 af te dekken. Uit de verklaring van de makelaar blijkt dat verdachte bij de makelaar een andere indruk heeft gewekt dan verdachte zelf bij de politie heeft aangegeven. Daar heeft hij verklaard dat hij het pand in september/oktober 2010 had gekocht om voor opslag te gebruiken en dat hij het pand sinds januari 2011 had verhuurd aan iemand die opslagruimte nodig had voor een aanhangwagen e.d..

Ten aanzien van feit 4 is de rechtbank van oordeel dat verdachte als strafrechtelijk aansprakelijke voor de hennepteelt op de [adres A] unit 22, ook is aan te merken als de dief van de elektriciteit op die locatie (37.817 kWh), gelet op de aangifte en de verklaring van verdachte over de hennepplanten die op 13 januari 2011 zijn aangetroffen op de locatie [adres B], inhoudende dat via de jongens van de growshop er iemand kwam die wat regelde met de meterkast en dat die man hem (verdachte) vertelde de meter terug te zullen draaien als hij een paar keer gedraaid had20. Het illegaal afnemen van stroom past ook binnen de werkwijze die algemeen voor de exploitatie van een hennepkwekerij wordt gevolgd. Van de diefstal van de overige elektriciteit zal verdachte worden vrijgesproken nu dit betrekking heeft op de locatie [adres A] unit 20.

Met betrekking tot feit 5

Aangezien verdachte ten aanzien dit feit bij de politie en ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig een bekennende verklaring heeft afgelegd, zal in dit vonnis worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Voor het bewijs van dit feit is daarnaast aanwezig het relaas en de bevindingen van hoofdagent [verbalisant]21 en de THC-test22. Door verbalisant [verbalisant] werden op 13 januari 2011 in het bedrijfspand aan de [adres B] te Doetinchem twee ruimtes aangetroffen die kennelijk waren ingericht voor het telen van hennep.

Door verbalisant is gerelateerd dat er in beide ruimtes een ventilatiesysteem was aangebracht met een afzuiging naar buiten via een automatische thermostaat, dat de verwarming verliep via elektrische kachel door middel van een tijdschakelaar en dat een automatisch irrigatiesysteem aanwezig was om de planten te voorzien van water en voedingsstoffen. De planten werden belicht met assimilatielampen middels een in hoogte verstelbare stellage.

Door de verbalisant is op grond van zijn waarnemingen ter plaatse een prognose gemaakt van het aantal oogsten en is een beschrijving gegeven van de daarvoor aanwezige aanwijzingen:

op de vijverfolie zat veel kalkafzetting. Deze kalkafzetting zat precies op de plek van de bloempotten en de vorm had dezelfde vorm als de bloempotten. Er zat veel kalkafzetting en alg in de watertonnen en veel kalkafzetting op het irrigatiesysteem. Het filterdoek om de koolstoffilters was zeer vuil, behalve onder de ketting waarmee het koolstoffilter was opgehangen Onderin vijf (doorgaans voor transport bestemde) tonnen zaten natte hennepresten en aan de binnenkant bovenaan zat een harde droge aanslag die positief testte op de aanwezigheid van THC.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot de volgende bewezenverklaring van dit aan verdachte ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 24 mei 2011 in de gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld en verwerkt in een pand met unitnr. 22, gelegen aan de [adres A], 303 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij op 24 mei 2011 in de gemeente Doetinchem opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand gelegen aan de [adres B] een hoeveelheid van in totaal 17,214 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 24 mei 2011 in de gemeente Doetinchem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom (te weten 37.817 kWh), toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (zegel van de meterkast werd verbroken);

5.

hij in de periode van 01 juni 2010 tot en met 13 januari 2011 in de gemeente Doetinchem, opzettelijk heeft geteeld en verwerkt in een pand aan de [adres B], 199 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

3. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

4. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

5. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft in haar eis onder meer betrokken dat verdachte na te zijn opgepakt voor een hennepkwekerij aan de [adres B] gewoon is doorgegaan met de hennepteelt, dat hij daarbij geraffineerd te werk is gegaan en gebruik heeft gemaakt van een ander enkel en alleen vanwege het financieel gewin. Voorts heeft zij daarin betrokken het aspect van de volksgezondheid en het risico op brand dat aan dergelijke kwekerijen is verbonden. Ten positieve heeft de officier meegewogen dat verdachte geen strafblad heeft en dat hij de elektriciteitsrekening van Liander heeft voldaan.

Door de raadsman is aangevoerd dat in het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen de door de officier gevorderde straf veel te fors is en aanzienlijk dient te worden gematigd. Het gaat immers om een first-offender en een werkstraf moet - ook al is verdachte feitelijk woonachtig in Duitsland maar werkzaam in Nederland - mogelijk zijn.

De rechtbank heeft het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de periode van juni 2010 tot en met 24 mei 2011 schuldig gemaakt aan professionele hennepteelt op verschillende locaties. Verdachte heeft dusdoende bijgedragen aan het in stand houden van het illegale hennepcircuit en de daaraan gerelateerde criminaliteit. Het gaat hierbij om ernstige feiten, aangezien de uit hennepplanten verkregen stof THC schadelijk is voor de volksgezondheid en om deze reden door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II is geplaatst. Algemeen bekend is dat de activiteiten waarmee verdachte zich heeft ingelaten ook plegen te leiden tot nadelige gevolgen als sociale overlast. Verdachte heeft zich welbewust hiermee ingelaten, kennelijk gedreven door financiële motieven. Verdachte is doorgegaan met deze praktijken, ondanks dat hij op 13 januari 2011 in verzekering is gesteld in verband met de toen ontdekte hennepkwekerij in zijn bedrijfspand aan de [adres B] te Doetinchem. De rechtbank rekent hem zwaar aan dat hij ondanks deze overduidelijke waarschuwing zelf niet de teelt op de loc[adres A] te Doetinchem heeft opgebiecht, althans de kweek op deze locatie zelf niet onmiddellijk ontmanteld heeft. Deze recidiverende factor is van invloed op de strafmaat. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit, kennelijk om zijn inkomsten uit de teelt te maximaliseren.

Een gevangenisstraf is dan ook zonder meer geïndiceerd. Een werkstraf zou geen recht doen aan de ernst en de omvang van de bewezen verklaarde feiten.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte (gezien zijn justitiële documentatie) niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank gaat ten behoeve van de strafmaat op grond van de bevindingen van de verbalisant [verba[verbalisant] in samenhang met de bewezenverklaarde periode uit van twee eerdere oogsten met betrekking tot de locatie [adres B] en van twee eerdere oogsten op de locatie [adres A] unit 22. Verdachte heeft weliswaar gesteld dat hij in geen van de hokken op de locatie [adres B] daadwerkelijk heeft geoogst aangezien hij 2 à 3 mislukte oogsten heeft gehad, maar dat is niet aannemelijk,gelet op de hiervoor weergegeven bevindingen van de politie over (de oogsten op) die locatie en het gegeven dat hij naast de in werking zijnde kwekerij op de locatie de [adres B] maanden later begonnen is met de kwekerij op de loc[adres A].

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank acht, nu zij verdachte zal vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde, een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd passend. Zij heeft hierbij ook gelet op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting bij hennepteelt. Zij zal een deel van die straf voorwaardelijk opleggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst weer van dit soort feiten te plegen.

In beslag genomen voorwerpen

Onder verdachte is volgens de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen in beslag genomen:

een hoeveelheid hennep ter waarde van € 5000,00;

een bedrijfsauto Mercedes (bus) kenteken [kenteken];

een bedrijfsauto Fiat (Fiorino) kenteken [kenteken];

een sleutelbos (meerdere sleutels aan koord met tekst "Brasil").

Door de officier van justitie is de verbeurdverklaring van de beide auto's gevorderd en de bijbehorende sleutels, nu deze auto's aantoonbaar zijn gebruikt bij de door verdachte begane strafbare feiten. De overige sleutels kunnen wat de officier van justitie betreft worden teruggegeven aan de verdachte.

Door de raadsman is aangevoerd dat de auto's dienen te worden teruggegeven aan de verdachte, nu deze auto's enkel zijn gebruikt voor de afvoer van spullen van de in januari 2011 ontmantelde kwekerij aan de [adres B].

De rechtbank zal de in beslag genomen hoeveelheid hennep onttrekken aan het verkeer, aangezien het middelen zijn als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet. Deze dienen op grond van artikel 13a van de Opiumwet te worden onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de in beslag genomen auto's zal de rechtbank de teruggave aan verdachte respectievelijk de B.V. van zijn moeder gelasten, aangezien deze auto's ook ten behoeve van de bedrijfsuitoefening van verdachtes natuursteenbedrijf werden gebruikt. Verdachte en (indirect) zijn moeder zouden naar het oordeel van de rechtbank in geval van de door de officier van justitie gevorderde verbeurdverklaring onevenredig in inkomen en vermogen worden getroffen.

Nu er geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is dat zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de sleutelbos aan verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 91, 310 en 311

van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11, 13 en 13a van de Opiumwet

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

3. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

4. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

5. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot drie maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde danwel de rechthebbende, te weten:

een bedrijfsauto Mercedes (bus) kenteken [kenteken];

een bedrijfsauto Fiat (Fiorino) kenteken [kenteken];

een sleutelbos (meerdere sleutels aan koord met tekst "Brasil").

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Van der Hooft en O.E. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 maart 2012.

Mr. De Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, voor zover de feiten 1 t/m 4 betreft als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal van de politie Regio Noord- en Oost Gelderland, gedateerd 24 oktober 2011, opgemaakt door de verbalisant brigadier [verbalisant] (voor zover niet anders is vermeld) en voor over het feit 5 betreft als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal van de politie Regio Noord- en Oost Gelderland, District Achterhoek, gedateerd 7 juni 2011, opgemaakt door de verbalisant brigadier [verbalisant] (voor zover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 6, 7, 9, 11 en 12

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 29 februari 2012

4 Relaas en bevindingen hoofdagent [verba[verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 54-60

5 Relaas en bindingen hoofdagent [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 61

6 Relaas en bevindingen hoofdagent [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 63

7 Rapport Dactyloscopisch sporenonderzoek, doorgenummerde dossierpag. 66 en 67

8 Verklaring getuige [getuige B] d.d. 14 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 68 en 69

9 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 144, 146, 147

10 Verklaring [naam makelaar], doorgenummerde dossierpag. 93 en 94

11 Verklaring [naam A], doorgenummerde dossierpag. 150, 151, 164, 169, 170

12 Bevindingen verbalisanten [verbalisanten], doorgenummerde dossierpag. 286/287

13 Bevindingen verbalisant [verba[verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 289/290

14 Bevindingen verbalisant [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 305/306

15 Bevindingen verbalisant [verba[verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 277

16 Bevindingen hoofdagent [ver[verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 303

17 Bevindingen verbalisant [verba[verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 305

19 Aangiften namens Liander N.V. door [aangever], doorgenummerde dossierpag. 325-327 en 343-345

20 Verklaring verdachte doorgenummerde dossierpag. 50

21 Proces-verbaal van bevindingen hoofdagent [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 34, 35, 36 en 37

22 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpag. 44