Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV8708

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
13-03-2012
Zaaknummer
06/850442-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verleiding

De rechtbank veroordeelt een 38-jarige man voor verleiding van een meisje van 15 jaar tot het dulden van ontucht. Door cadeautjes en beltegoed aan het meisje te geven en te beloven en door haar te misleiden, heeft hij misbruik te gemaakt van de kwetsbaarheid van het slachtoffer. Daardoor maakte hij het haar heel moeilijk om weerstand te bieden tegen de ontuchtige handelingen die hij met haar pleegde.

Verminderd toerekeningsvatbaar

De man is verminderd toerekeningsvatbaar. Zowel door de psycholoog als de reclassering is een behandeling geadviseerd.

Straf

De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De man moet zich tijdens de proeftijd laten begeleiden door de reclassering, trainingen volgen en zich laten behandelen voor zijn psychische stoornis. Daarnaast moet de man aan het slachtoffer een schadevergoeding van € 750,- betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850442-11

Uitspraak d.d.: 13 maart 2012

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1973],

wonende te [plaats, adres],

raadsvrouw: mr. H.J. Scholten, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en met 31 januari 2011 te Winterswijk en/of Noordijk en/of Neede en/of Eibergen en/of Rekken, in ieder geval telkens op één of meerdere plaatsen in Nederland, een persoon, te weten [slachtoffer], geboortedatum [1994], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

- door giften en/of beloften van geld en/of goed, te weten door het verschaffen van beltegoed(en) en/of het aanbieden van merkleding en/of een laptop en/of

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] en/of

- door misleiding, te weten door zich jegens die [slachtoffer] voor te doen als een veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of door het jegens die [slachtoffer] te doen voorkomen alsof hij verliefd op haar was,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of zodanige handelingen van hem te dulden te weten

- het betasten van de borsten en/of

- het betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- het zoenen van die [slachtoffer] op haar mond en/of

- het ontuchtig kussen van die [slachtoffer].

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Aanleiding tot het onderzoek was de melding van [slachtoffer], geboren op [1994], bij de politie over de contacten die zij heeft gehad met verdachte.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

Daartoe heeft zij betoogd dat de MSN-gesprekken die in het dossier zijn opgenomen, geen originele uitdraai van de MSN-geschiedenis zijn. De gesprekken kunnen bewerkt zijn en dienen om die reden van het bewijs te worden uitgesloten. Voor zover de rechtbank dit standpunt niet zou volgen, stelt de raadsvrouw dat verdachte met de daarin opgenomen teksten geen verkeerde bedoeling had, wat aangeefster ook begrepen moet hebben. De in die gesprekken gebezigde taal is gebruikelijk voor jongeren en heeft in die context niet de waarde en betekenis die daaraan gewoonlijk door anderen worden toegekend.

Voorts heeft verdachte wel beltegoed en cadeautjes aan aangeefster gegeven, maar daar heeft hij niets voor teruggevraagd. Verder hebben ze vaak afgesproken. Daarbij heeft verdachte aangeefster een paar keer aangeraakt, maar een groot deel van de door aangeefster beschreven handelingen ontkent verdachte stellig. Voor zover hij deze handelingen wel heeft bekend, is dat onvoldoende om van verleiding te kunnen spreken.

Voor een groot deel van de door aangeefster beschreven verleidingshandelingen en andere voorvallen bevinden zich bovendien geen andere bewijsmiddelen in het dossier dan haar verklaring. Dit is, gelet op het feit dat verdachte deze ontkent, onvoldoende.

Verdachte had ook geen opzet op verleiding. Hij wilde vriendschap met aangeefster en gaf haar daarom cadeautjes, stuurde sms'jes en voerde MSN-gesprekken met haar. Het is onhandig en dom van hem, een volwassen man van 38, om op die manier de vriendschap te zoeken van een meisje van 15, later 16 jaar oud. Strafbaar is dit echter niet, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

Overweging vooraf - gebruik van prints van MSN-gesprekken voor het bewijs

Zoals hierboven weergegeven, heeft de raadsvrouw betoogd dat de MSN-gesprekken op pagina 23 tot en met 28 van het dossier, dienen te worden uitgesloten van het bewijs.

Ter terechtzitting is verdachte met een aantal van de in die gesprekken weergegeven uitlatingen geconfronteerd. Daarbij heeft hij weliswaar van enkele uitlatingen ontkend die te hebben gedaan, maar van andere uitlatingen heeft hij toegegeven dat hij die wel gedaan heeft of zou kunnen hebben gedaan. Nu verdachte een gedeelte van de desbetreffende uitlatingen heeft erkend, is de rechtbank van oordeel dat de weergave van de MSN-gesprekken voor dat deel tot bewijs kunnen worden gebruikt. Voor het overige zal de rechtbank deze buiten beschouwing laten, aangezien niet is te achterhalen op welke wijze de prints in het dossier tot stand zijn gekomen, en evenmin of de weergave daarvan juist is en in welke context en op welke data en tijdstippen de uitlatingen in de MSN-gesprekken zijn gedaan.

Aangifte

Op 8 december 2010 deed [slachtoffer], geboren op [1994], aangifte tegen verdachte. Zij vertelde dat zij verdachte eind mei 2010 had leren kennen via Hyves.3 Verdachte nam het initiatief tot het contact. Hij zag haar foto op de pagina van een bevriend persoon, vond dat zij er leuk uit zag en besloot op de foto te reageren. Verdachte zag op die foto wel dat aangeefster nog jong was.4 De volgende contacten verliepen via MSN en kwamen op initiatief van verdachte tot stand. In die gesprekken drong verdachte aan op een afspraak en schreef hij dingen als 'ik hou van je' en 'ik vind je leuk'. [slachtoffer] vond dat vreemd, maar ook wel leuk omdat verdachte heel lief voor haar was en zij dat fijn vond.5

Leeftijd

Verdachte vroeg via Hyves onder meer aan [slachtoffer] wie zij was en hoe oud zij was. [slachtoffer] antwoordde dat zij 15 was.6 [slachtoffer] schatte verdachte op zijn foto op Hyves 19 jaar oud. Toen zij hem in het echt ontmoette, schatte zij hem achterin de twintig.7 Zij vond het eng dat zij een stuk jonger was dan verdachte. In de MSN-contacten tussen de eerste en tweede afspraak zei verdachte tegen [slachtoffer] dat zij niemand iets mocht vertellen over hen. [slachtoffer] was het daarmee eens, omdat zij het zelf ook niet wilde vertellen. Het grootste probleem was voor haar het leeftijdsverschil tussen hen, ook al wist ze nog niet precies hoe oud hij was.8

Later zei verdachte tegen [slachtoffer] dat hij 25 jaar oud was.9 Verdachte heeft hierover verklaard dat hij wel vaker zegt dat hij 27 is in plaats van 37.10 Over de ontmoetingen in januari 2011 verklaart [slachtoffer] dat het nog niet echt tot haar doordrong dat verdachte 37 was. Zij zag hem nog steeds als iemand van 25 jaar.11

Giften en beloften

De eerste ontmoeting tussen verdachte en [slachtoffer] was op 24 juni 2010 bij het zwembad in Neede.12 Tijdens die ontmoeting spraken ze alleen met elkaar. Kort daarna kreeg [slachtoffer] door middel van een opwaardeercode € 20,- beltegoed van verdachte. Zij voelde zich verplicht om verdachte terug te sms'en omdat hij haar dat beltegoed gegeven had.13 Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] toen inderdaad € 20,- beltegoed heeft aangeboden en dat zij dit ook heeft aangenomen.14 Verdachte heeft [slachtoffer] drie keer beltegoed aangeboden, wat zij ook heeft aangenomen: in totaal € 60,-.15,16

Verdachte bood [slachtoffer] ook een laptop aan, maar ze moesten wel wat langer contact hebben voordat zij die zou krijgen. Ook kreeg zij van hem een MP4-speler, maar die wilde hij wel weer terughebben. [slachtoffer] heeft daarover verklaard: "Verder zei hij dat hij nog iets wilde van mij, maar hij heeft niet gezegd wat." Daarnaast heeft verdachte aan [slachtoffer] twee Dolce & Gabana broeken, een paars G-star shirtje en Adidasvesten aangeboden.17

Verdachte verklaarde hierover dat hij [slachtoffer] behalve beltegoed ook een shirtje heeft gegeven. Daarnaast wist hij dat zij een iPad wilde. Hij heeft tegen haar gezegd dat hij haar zou helpen om daarvoor te sparen.18 Hij was niet van plan om dat ook te gaan doen, maar hij zei het toch maar "om van het gezeur af te zijn".19

Over de latere ontmoetingen, in januari 2011, verklaart [slachtoffer] dat zij zich "hoerig" voelde: "Ik bedoel, ik werd opgehaald, weer afgezet in Neede en betaald." Verdachte betaalde tien euro per keer en zei erbij dat het voor beltegoed was.20

Misleiding

Van de teksten van '[naam verdachte]i' in de op pagina 23 tot en met 28 van het dossier weergegeven MSN-gesprekken21 heeft verdachte de volgende uitlatingen ter zitting erkend22:

- "ik zie jou niet als 15jarige, of mezelf nie als 25 jarige"

- "gedachtes en ze uiten zijn nog wel verschillende dinge"

- "ik wil je nog steeds niet kwijt"

- In antwoord op [slachtoffer] opmerking "Ik ovnd t geowon niej fijn hoe je aan me zat": "met mn handen dus", en

- "ik hou zoveel van je"

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij via sms en MSN wel met [slachtoffer] sprak over 'seksistische dingen', zoals "je bent mijn pooier en dan ben ik jouw hoer".23

Over de reden waarom [slachtoffer] bleef afspreken met verdachte heeft zij onder meer verklaard: "Ik was aan de ene kant bang van hem, maar aan de andere kant miste ik hem ook vanwege de aardige dingen die hij tegen mij zei op MSN en sms."24, "Ik vind het zielig en ik had het gevoel dat ik hem kwetste. Dat ik hem niet leuk vond, dat het zo overkwam."25, "Ik zag hem meer als vriend en ik wilde hem niet kwetsen. Hij zei dat hij ook gevoelens had."26 "Omdat ik mij schuldig voelde tegenover hem en omdat ik hem miste. (...) Hij reed met zijn auto langs onze woning. Hierdoor voelde ik mij schuldig (...)"27

Verdachte zei haar ook dat hij haar miste en dat hij graag bij haar wilde zijn. Zij voelde zich heel onzeker omdat zij vroeger gepest is. Daarom durfde zij geen nee te zeggen of voor haar mening uit te komen. Als iemand iets aardigs tegen haar zei, dan vond ze dat heel erg fijn.28

Gevraagd naar de reden waarom [slachtoffer] in januari 2011 toch weer met verdachte afsprak, terwijl zij al aangifte tegen hem had gedaan, verklaart zij dat zij aan de ene kant wel wist dat het slecht was en dat hij niet van haar af kon blijven, maar zich aan de andere kant ook schuldig voelde. Verdachte had haar namelijk geholpen "als een soort psycholoog" en zij had het gevoel dat zij hem nu in de steek liet. Na de eerste ontmoeting in januari bood verdachte zijn excuses aan. Hij zei dat hij het niet meer zou doen en zij vertrouwde hem daarin. Daarom is ze de tweede keer ook weer meegegaan.29

Ontuchtige handelingen

In de periode tussen 24 juni 2010 en 24 november 2010 vond een aantal ontmoetingen plaats tussen verdachte en [slachtoffer]. Zij spraken meestal af bij het zwembad in Neede en verdachte haalde [slachtoffer] ook wel eens op bij haar school. Van deze eerste serie van vijf ontmoetingen beschrijft [slachtoffer] er twee waarbij er - voor haar ongewenst - fysiek contact was tussen hen beiden. Dit gebeurde voor het eerst tijdens hun tweede ontmoeting. Ze hadden afgesproken bij het zwembad in Neede en reden in het busje van verdachte naar een natuurgebied in Noordijk, waar zij bij een meer gingen zitten. Tijdens het gesprek dat zij daar hadden werd [slachtoffer] emotioneel. Verdachte sloeg een arm om haar heen, waarbij hij met zijn hand haar borst vastpakte. Dit deed hij stevig en hij kneep er ook in.30

Ook de vijfde afspraak was bij het zwembad in Neede, vanwaar ze naar het bos bij Rekken reden. Nadat hij haar gevraagd had of hij haar mocht zoenen en zij daar niet op had geantwoord, gaf verdachte [slachtoffer] een kus op de mond. Vervolgens tilde hij haar op, zette haar op zijn schoot, legde zijn armen om haar nek en knuffelde haar. [slachtoffer] had het koud en zei dat ze naar huis wilde, maar verdachte zei dat het nog lang geen tijd was. Vervolgens reden ze naar Eibergen, waar verdachte zijn bus op een verlaten plek op een zandweg stilzette. Verdachte ging achterin de bus zitten en vroeg [slachtoffer] om bij hem te komen zitten. Dit deed zij. Verdachte legde zijn arm om haar heen, tilde haar op en zette haar op zijn schoot, met haar gezicht naar hem toe en aan elke kant één been. Verdachte deed zijn handen op haar rug, onder haar kleren. [slachtoffer] leunde steeds achterover om niet zo dicht bij hem te zijn, maar verdachte trok haar steeds naar zich toe. Verdachte deed zijn ogen dicht en zoende haar op haar mond. [slachtoffer] hield haar mond stijf dicht, maar verdachte bleef het proberen. Ook ging hij met zijn handen naar haar borsten, pakte die over haar kleding heen vast en hield haar stevig vast. Vervolgens pakte hij beide borsten vast. Daarna ging hij met zijn linkerhand naar beneden en legde die tussen haar benen, in haar lies. Even later deed hij dit ook met zijn rechterhand, waarna hij met beide handen over haar bovenbenen wreef. Verdachte leunde met zijn hoofd tegen haar borst aan en duwde met zijn kin haar hemdje naar beneden, zodat dit onder haar borsten kwam te zitten. Hij legde zijn hoofd tussen haar borsten en begon toen met zijn benen te trillen. Vervolgens is [slachtoffer] van verdachtes schoot af gekropen. Verdachte heeft haar daarna weer bij school afgezet. Toen zij uitstapte gaf hij haar een kus op haar mond.31

In een aanvullende verklaring op 7 februari 2011 heeft [slachtoffer] verklaard dat zij verdachte na haar aangifte in december 2010 nog vier keer ontmoet had. Tweemaal reden zij in de personenauto van verdachte naar Noordijk, waar hij met zijn handen over haar buik ging, aan haar borsten zat onder haar kleding en haar zoende op haar mond en onder haar kleding (onder meer op haar tepel). Bij beide gelegenheden zat verdachte ook met zijn vinger aan haar vagina.32 Daarnaast vonden er twee ontmoetingen plaats bij verdachte thuis. Ook daar zat verdachte met zijn handen aan haar borsten, ging hij met zijn handen over haar benen, zoende hij haar en zat hij met zijn vinger aan haar vagina. De laatste ontmoeting in de woning van verdachte was op 30 januari 2011.33

Verdachte heeft in verband met het bovenstaande verklaard dat [slachtoffer] op het bankje bij Rekken bij hem op schoot heeft gezeten en dat hij een keer zijn hoofd tussen haar borsten heeft gedrukt. Ook heeft hij haar bij hem thuis een keer naar zich toe getrokken aan haar borsten, terwijl zij een film keken.34 Bij het voorval in de bus in Eibergen heeft hij haar een kus gegeven bij haar sleutelbeen/hals.35

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de bovenomschreven feiten en omstandigheden verleiding van een minderjarige opleveren zoals bedoeld in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht. De bedoeling van de wetgever is geweest personen beneden de leeftijd van 18 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die hen kan bewegen tot het plegen of dulden van ontucht. Uitgaande van de bedoeling van de wetgever, ligt een restrictieve uitleg van dit artikel naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand. Voor bewezenverklaring is dan ook niet vereist dat de verdachte ondubbelzinnig om een wederdienst vraagt voor de cadeautjes die hij geeft en de beloften die hij doet. In casu dient dan ook slechts vast te komen staan dat aangeefster door de handelingen van verdachte is verleid om de ontuchtige handelingen te dulden die verdachte met haar wilde verrichten.

Uit de hierboven opgenomen bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte wist dat [slachtoffer] vijftien was en dat verdachte aan [slachtoffer] niet alleen giften heeft gegeven en giften heeft beloofd, maar haar ook heeft misleid door zich veel jonger voor te doen dan hij was en de indruk te wekken dat hij haar erg leuk vond of zelfs verliefd op haar was. Bovendien heeft hij misbruik gemaakt van de feitelijke verhoudingen tussen hen ([slachtoffer] was zich er, ondanks de leugen over zijn leeftijd, wel van bewust dat verdachte veel ouder en sterker was dan zij). Dat [slachtoffer] in de tenlastegelegde periode daardoor is verleid tot het dulden van de ontuchtige handelingen van verdachte en het telkens weer afspreken met hem, is naar het oordeel van de rechtbank eveneens bewezen. Dat het opzet van verdachte daarop ook was gericht blijkt onder meer uit de wijze waarop verdachte [slachtoffer] heeft benaderd, het feit dat hij haar heeft gevraagd om niemand te vertellen over hun ontmoetingen, het afspreken bij het zwembad en het naar verlaten plekken rijden, waar de ontuchtige handelingen plaatsvonden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2010 tot en met 31 januari 2011 te Winterswijk en Noordijk en Neede en Eibergen en Rekken, een persoon, te weten [slachtoffer], geboortedatum [1994], waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

- door giften en beloften van geld en goed, te weten door het verschaffen van beltegoeden en het aanbieden van merkkleding en een laptop en

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] en

- door misleiding, te weten door zich jegens die [slachtoffer] voor te doen als een veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en door het jegens die [slachtoffer] te doen voorkomen alsof hij verliefd op haar was,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen van hem te dulden te weten

- het betasten van de borsten en

- het betasten van de vagina van die [slachtoffer] en

- het zoenen van die [slachtoffer] op haar mond en

- het ontuchtig kussen van die [slachtoffer].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Door giften en beloften van geld en goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapportage Pro Justitia opgemaakt door GZ-psycholoog N. Van der Wegen, gedateerd december 2011. Zij heeft vastgesteld dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de vorm van ADHD en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, te weten een persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en vermijdende trekken, alsmede zwakbegaafdheid. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde en hebben dat ook beïnvloed. De psycholoog concludeert daarom dat het tenlastegelegde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog over en maakt deze tot de hare. Nu de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte zijn strafbaarheid niet uitsluit en ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte wegneemt, is verdachte strafbaar. Bij de strafoplegging zal de rechtbank deze omstandigheid wel meewegen.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsrapport.

De raadsvrouw heeft zich, gezien de door haar bepleite vrijspraak, niet uitgelaten over een eventueel op te leggen straf.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte rapportages van GZ-psycholoog Van der Wegen uit december 2011 (voornoemd) en Reclassering Nederland van 14 september 2011.

In het bijzonder overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van zeven maanden schuldig gemaakt aan de verleiding van een meisje van 15, later 16 jaar oud tot het dulden van ontuchtige handelingen. Door het slachtoffer aan zich te binden met cadeaus en misleiding en daarmee misbruik te maken van haar kwetsbaarheid, maakte verdachte het voor het slachtoffer zeer moeilijk om in het geweer te komen tegen de ontuchtige handelingen die hij bij haar verrichtte, laat staan zich aan zijn invloedssfeer te onttrekken. Het slachtoffer bevond zich gedurende die periode in een kwetsbare fase van haar ontwikkeling: de puberteit. Het is algemeen bekend dat dergelijke feiten grote schade kunnen toebrengen aan de ontwikkeling van kinderen. Dat de feiten een grote impact op het slachtoffer hebben gehad, blijkt ook uit haar slachtofferverklaring. Verdachte heeft zich hiervan kennelijk op geen enkele wijze rekenschap gegeven. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.

Zoals hierboven in het kader van de strafbaarheid van verdachte besproken, kan het feit aan verdachte slechts in verminderde mate worden toegerekend. De rechtbank houdt bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf rekening met die omstandigheid. De psycholoog adviseert in voornoemd advies om aan verdachte, als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf, reclasseringscontact op te leggen, inclusief een ambulante behandeling bij een Forensisch Psychiatrische Kliniek zoals GGnet te Warnsveld, om de kans op het voortijdig beëindigen van die behandeling te minimaliseren. De behandeling die de psycholoog voor ogen heeft, is gericht op het leren omgaan met zijn persoonlijkheidsstoornis en het anders leren omgaan met emoties en impulsiviteit. Daarbij moet rekening worden gehouden met het beperkte intellectuele niveau van verdachte.

De reclassering schat het risico op recidive door verdachte in als gemiddeld. Het risico dat hij zich aan de voorwaarden zal onttrekken, acht de reclassering gemiddeld of klein, waarbij wordt opgemerkt dat verdachte zich tot dusver goed aan afspraken houdt en met een zekere openheid het contact aangaat. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met reclasseringscontact, ook als dat inhoudt deelname aan de gedragsinterventies 'Cognitieve Vaardigheden' en ArbeidsVaardigheden' en een behandelverplichting bij GGnet.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.500,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft gedeeltelijke toewijzing gevorderd van de door benadeelde partij [slachtoffer] ingediende vordering en wel tot een bedrag van € 750,-. Voor het overige dient de benadeelde partij volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

De raadsvrouw heeft zich, gezien de door haar bepleite vrijspraak, niet uitgelaten over de vordering van de benadeelde partij.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van € 750,-, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De wettelijke rente over voormeld bedrag zal worden toegewezen vanaf 31 januari 2011.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 57 en 248a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Door giften en beloften van geld en goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT MAANDEN;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot VIER MAANDEN niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zal deelnemen aan een Cognitieve Vaardigheidstraining en/of een Arbeidsvaardigheden Training, en/of dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door GGnet te Warnsveld of een soortgelijke instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die door of namens de leiding van die instelling zullen worden gegeven;

- zich na zijn invrijheidsstelling op uitnodiging zal melden bij de reclassering en daarna zo frequent als deze instelling dat nodig acht;

- op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] een bedrag te betalen van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2011, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan deze benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Rademaker en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Brugman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 maart 2012.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2010 178 580, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 4 mei 2011, p. 3-6.

2 Stam proces-verbaal d.d. 4 mei 2011, p. 3.

3 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 13.

4 Proces-verbaal van terechtzitting d.d. 28 februari 2012 (verklaring verdachte).

5 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 13.

6 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 13.

7 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 14-15.

8 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 14-15.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2011, p. 7.

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 26 april 2011, p. 84.

11 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 34.

12 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 14.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2011, p. 7.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 april 2011, p. 84.

15 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 19.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 april 2011, p. 92.

17 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 19.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 april 2011, p. 92.

19 Proces-verbaal van terechtzitting d.d. 28 februari 2012 (verklaring verdachte).

20 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 40.

21 Een schriftelijk bescheid, inhoudende de weergave van een vijftal 'MSN'-gesprekken, niet gedateerd, dossierpagina 23-28.

22 Proces-verbaal van terechtzitting d.d. 28 februari 2012 (verklaring verdachte).

23 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 26 april 2011, p. 85.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2011, p. 8.

25 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 18.

26 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 19.

27 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 31.

28 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 46.

29 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 34-35.

30 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 8 december 2010, p. 15-17.

31 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2011, p. 9-11.

32 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 30-38.

33 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 7 februari 2011, p. 39-41.

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 april 2011, p. 86-87.

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 april 2011, p. 90.