Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV8697

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
13-03-2012
Zaaknummer
06/880036-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte, 39-jarige man moest zich voor de rechtbank verantwoorden voor het veroorzaken van een verkeersongeval op de A28 bij Harderwijk in februari 2011. Het ging mis toen de man na het invoegen een vrachtwagen, die nog op de invoegstrook reed, over de rechter rijstrook probeerde in te halen. Op een gegeven moment schrok de man, omdat hij zag dat de vrachtwagen ook wilde invoegen. De man week vervolgens zonder te kijken uit naar de linker rijstrook. Daar reed op dat moment nog een andere auto, waarmee verdachte in botsing kwam. De bestuurster van die auto heeft aan het ongeval een zware whiplash overgehouden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte een inschattingsfout heeft gemaakt bij het inhalen van de vrachtwagen, omdat hij kon verwachten dat de vrachtwagen ook nog zou invoegen. Door plotseling uit te wijken te kijken naar de linker baan, zonder te kijken of die baan wel vrij was, heeft de man een verkeersfout gemaakt. De rechtbank vindt die fout echter niet zo ernstig dat is bewezen dat de man roekeloos, zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of onachtzaam heeft gereden. De man wordt daarom vrijgesproken van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer.

De rechtbank vindt wel dat de man door zijn verkeersgedrag een gevaarlijke situatie heeft veroorzaakt. Dat is een verkeersovertreding. De man krijgt daarvoor een geldboete van € 500,- opgelegd, die hij in termijnen mag betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880036-11

Uitspraak d.d.: 13 maart 2012

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1971],

wonende te [plaats, adres]2,

raadsman: mr. M. Winius, advocaat te Waddinxveen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 februari 2011 te Harderwijk in elk geval in Nederland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A28,

roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl hij een voor hem, verdachte, over die invoegstrook rijdend ander motorrijtuig (trekker met oplegger) had waargenomen, en/of

terwijl hij voornemens was, en/of bezig was een of meerdere bijzondere manoeuvre(s) uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

komend vanaf een tankstation gelegen aan die Rijksweg A28 de invoegstrook ter hoogte van hectometerpaal 48.5 is opgereden, en/of

(daarbij) achter die door hem, verdachte, waargenomen trekker met oplegger is gaan rijden en/of is blijven rijden, en/of

(vervolgens) rijdend over die invoegstrook een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) is gaan rijden op de rechterrijstrook van die Rijksweg A28, en/of

(vervolgens) (kort) daarna opnieuw een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) zijn, verdachtes, voertuig (plotseling) naar links heeft gestuurd en/of over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 is gaan rijden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast en/of

achter hem gelegen gedeelte van (de linkerrijstrook van) die Rijksweg A28 en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 54 van genoemd Reglement de bestuurder van een over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 rijdende motorrijtuig niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 rijdend ander motorrijtuig, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 11 februari 2011 te Harderwijk in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A28, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl hij een voor hem, verdachte, over die invoegstrook rijdend ander motorrijtuig (trekker met oplegger) had waargenomen, en/of

terwijl hij voornemens was, en/of bezig was een of meerdere bijzondere manoeuvre(s) uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

komend vanaf een tankstation gelegen aan die Rijksweg A28 de invoegstrook ter hoogte van hectometerpaal 48.5 is opgereden, en/of

(daarbij) achter die door hem, verdachte, waargenomen trekker met oplegger is gaan rijden en/of is blijven rijden, en/of

(vervolgens) rijdend over die invoegstrook een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) is gaan rijden op de rechterrijstrook van die Rijksweg A28, en/of

(vervolgens) (kort) daarna opnieuw een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) zijn, verdachtes, voertuig (plotseling) naar links heeft gestuurd en/of over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 is gaan rijden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast en/of achter hem gelegen gedeelte van (de linkerrijstrook van) die Rijksweg A28 en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) in strijd met artikel 54 van genoemd Reglement de bestuurder van een over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 rijdende motorrijtuig niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 rijdend ander motorrijtuig, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Aanleiding tot het onderzoek was de melding van een verkeersongeval op 11 februari 2011 op de A28 ter hoogte van hectometerpaal 48.6, binnen de gemeente Harderwijk.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan de verdachte primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend is bewezen. Wat de mate van schuld betreft is zij van mening dat geen sprake is geweest van roekeloos of zeer onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam verkeersgedrag, maar van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. De officier van justitie heeft de bewijsmiddelen ter terechtzitting opgesomd en besproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat verdachte in een reflex heeft gereageerd op een plotselinge invoegmanoeuvre van de vrachtwagen die naast hem reed. Dit impliceert juist dat verdachte goed oplette en dat zijn handelen gericht was op het voorkomen van een ongeval. Er was sprake van een (voor de hand liggende) schrikreactie, die niet als 'ongeoorloofd verkeersgedrag' kan worden bestempeld.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat op grond van de stukken in het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

De raadsman heeft deze standpunten ter terechtzitting toegelicht.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte reed als bestuurder van zijn personenauto op 11 februari 2011 omstreeks 12.30 uur over de A28 te Harderwijk in de richting van Amersfoort, ter hoogte van hectometerpaal 48.6. De A28 is een autosnelweg, waar de maximum toegestane snelheid 120 kilometer per uur bedraagt. De weersgesteldheid was droog, het wegdek was nat/vochtig en het zicht was goed.3

Verdachte had net getankt bij een benzinepomp, waarna hij weer wilde invoegen op de snelweg. Voor hem op de invoegstrook reed een vrachtwagen,4 een volgeladen trekker met oplegger. Deze had een snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur.5 Verdachte reed 100 à 120 kilometer per uur en vond dat de vrachtwagen lang op de invoegstrook bleef rijden. Daarom is hij links naast de vrachtwagen gaan rijden op de rechter rijstrook van de snelweg, met de bedoeling om de vrachtwagen in te halen.6

Op de linker rijstrook, ongeveer een autolengte achter de auto van verdachte, reed een bestelwagen (Volkswagen Caddy) met [slachtoffer] als bestuurder. Zij reed ongeveer 130 kilometer per uur. De personenauto van verdachte viel haar op, omdat hij voor haar gevoel erg langzaam reed. Zij zag dat de vrachtwagen nog genoeg ruimte had om de invoegstrook af te rijden en dat de personenauto er dus nog gemakkelijk voorbij kon over de rechter rijstrook.7

Terwijl verdachte de vrachtwagen voorbij probeerde te rijden, zag hij dat de vrachtwagen (voor zijn gevoel plotseling) wilde invoegen. In reactie hierop schoof verdachte direct een baan op, naar de linker rijstrook. Hoewel hij vóór het ongeval wel in zijn binnenspiegel naar het verkeer achter hem gekeken had, heeft hij op dat moment niet meer in zijn zijspiegel of over zijn schouder gekeken naar het verkeer op de linkerrijstrook naast en achter hem. Verdachte heeft de auto van mevrouw [slachtoffer] dan ook niet gezien.8 Mevrouw [slachtoffer] zag de personenauto van verdachte plotseling in haar richting uitwijken. Zij week eveneens naar links uit in een poging een aanrijding te voorkomen. Daarbij kwam haar linkerachterwiel in de berm terecht. Haar auto raakte de personenauto van verdachte en belandde uiteindelijk ondersteboven in de middenberm.9 Het letsel van mevrouw [slachtoffer] leek aanvankelijk mee te vallen (een kneuzing van het borstbeen en enkele ribben), maar later bleek zij een zware whiplash te hebben, van de atlaswervel tot onderaan de schouderbladen. Hierdoor heeft zij haar normale bezigheden, te weten vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk, ten minste enkele weken niet kunnen verrichten.10

Bewijsoverweging

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat er een botsing tussen de auto's van verdachte en het slachtoffer [slachtoffer] heeft plaatsgevonden. Zowel verdachte als het slachtoffer [slachtoffer] hebben over de botsing verklaard. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of deze botsing is veroorzaakt door roekeloos, dan wel zeer althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of onachtzaam verkeersgedrag van verdachte. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het handelen van verdachte zoals hierna omschreven niet zo onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam is dat dit als zeer onoplettend (grove verkeersfout) dan wel als een aanmerkelijke verkeersfout moet worden aangemerkt. Verdachte zal dan ook van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken. Wel is naar het oordeel van de rechtbank sprake van gevaarzetting. Daartoe is het volgende van belang.

Verdachte reed aanvankelijk, evenals de vrachtwagen, op de invoegstrook. Nadat verdachte van baan was gewisseld, wilde ook de vrachtwagen invoegen. Verdachte heeft zich door de invoegende vrachtwagen laten verrassen waardoor hij is uitgeweken naar de linkerrijstrook en in botsing is gekomen met het slachtoffer [slachtoffer]. De rechtbank is van oordeel dat verdachte een inschattingsfout heeft gemaakt bij het inhalen van de vrachtwagen die logischerwijs nog moest invoegen en het door verdachte plotseling uitwijken daarvoor. Verdachte heeft immers niet in de spiegel en/of over zijn schouder gekeken om zich ervan te vergewissen dat zich op de linkerbaan naast en achter hem geen verkeer bevond. Daarmee heeft verdachte in strijd met de verkeersregels gehandeld, waardoor een gevaarlijke verkeerssituatie is ontstaan. Daarmee is vast komen te staan dat door het rijgedrag van verdachte het overige verkeer in gevaar is gekomen en acht de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 11 februari 2011 te Harderwijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A28, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd gehinderd, en terwijl hij een voor hem, verdachte, over die invoegstrook rijdend ander motorrijtuig (trekker met oplegger) had waargenomen, en

terwijl hij bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

komend vanaf een tankstation gelegen aan die Rijksweg A28 de invoegstrook ter hoogte van hectometerpaal 48.5 is opgereden, en daarbij achter die door hem, verdachte, waargenomen trekker met oplegger is gaan rijden en vervolgens rijdend over die invoegstrook een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, en daarbij is gaan rijden op de rechterrijstrook van die Rijksweg A28, en kort daarna opnieuw een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook is gaan wisselen, en daarbij zijn, verdachtes, voertuig plotseling naar links heeft gestuurd en over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 is gaan rijden, en

daarbij niet op het naast en achter hem gelegen gedeelte van de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 en het overige verkeer heeft gelet en is blijven letten, daarbij in strijd met artikel 54 van genoemd Reglement de bestuurder van een over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 rijdende motorrijtuig niet voor heeft laten gaan, en

vervolgens in aanrijding is gekomen met een over de linkerrijstrook van die Rijksweg A28 rijdend ander motorrijtuig, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

subsidiair: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte (ter zake van het primair ten laste gelegde) zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1000,- en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

De raadsman heeft betoogd dat bij een eventuele strafoplegging rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en in het bijzonder met de omstandigheid dat hij zijn auto regelmatig nodig heeft voor het werk voor zijn stichting. Een eventueel op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid zou daarom geheel voorwaardelijk moeten worden opgelegd. Aangezien verdachte erg geschrokken is van het voorval en hij nog voorzichtiger is gaan rijden, valt bovendien niet te verwachten dat een dergelijke situatie zich nog eens zal voordoen. Voorts dient volgens de raadsman mee te wegen dat verdachte na het ongeval contact heeft gezocht met het slachtoffer om te informeren hoe het met haar ging en alle zaken goed af te handelen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft gevaarzettend gehandeld door niet goed te kijken voordat hij naar links uitweek vanaf de rechter rijstrook van een snelweg, waardoor hij het slachtoffer [slachtoffer] die op de linker rijstrook reed niet heeft gezien en met haar voertuig in botsing is gekomen. . De rechtbank rekent verdachte dan ook aan dat hij door zijn verkeersgedrag de veiligheid in gevaar heeft gebracht, welk gevaar zich ook heeft verwezenlijkt. Dit alles weegt de rechtbank ten nadele van verdachte mee bij de bepaling van de aan hem op te leggen straf.

Hoewel een aan verdachte op te leggen strafrechtelijke sanctie het letsel van het slachtoffer [slachtoffer] niet kan wegnemen, is de rechtbank van oordeel dat een strafrechtelijke sanctie moet volgen ter bevestiging van de door verdachte overtreden norm en de daarmee gediende algemene en speciale preventie.

Nu geen veroordeling volgt voor de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, is echter een lagere straf op zijn plaats dan de officier van justitie heeft geëist. Ten voordele van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven in te zien dat hij een verkeersfout heeft gemaakt. Hij is erg geschrokken van het ongeval en is nadien voorzichtiger gaan rijden. Gelet op die omstandigheid, bezien in samenhang met de aard en ernst van het bewezenverklaarde, ligt een (voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid, zoals door de officier van justitie geëist, naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank in het onderhavige geval een geldboete van € 500,- een passende straf. Vanwege de beperkte financiële draagkracht van verdachte zal de rechtbank bepalen dat deze geldboete in termijnen mag worden betaald.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op

- de artikelen 23, 24, 24a, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht, en

- de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het aan hem primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

subsidiair: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 500,- (VIJFHONDERD EURO) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis;

* bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) maandelijkse termijnen van telkens € 100,- (honderd euro).

Aldus gewezen door mrs. Kropman, voorzitter, Kleinrensink en Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Brugman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 maart 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij proces-verbaal aanrijding, nummer PL0612 2011019548-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 22 februari 2011.

2 Proces-verbaal aanrijding d.d. 22 februari 2011, p. 2.

3 Proces-verbaal aanrijding d.d. 22 februari 2011, p. 3.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 februari 2011, p. 10.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 11 februari 2011, p. 8.

6 Proces-verbaal van terechtzitting d.d. 28 februari 2012.

7 Proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer] d.d. 14 februari 2011, p. 12.

8 Proces-verbaal van terechtzitting d.d. 28 februari 2012.

9 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer] d.d. 14 februari 2011, p. 12.

10 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer] d.d. 2 april 2011, p. 15.