Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV8590

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
13-03-2012
Zaaknummer
127899 - KG ZA 12-24
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Striping op voertuigen gedaagde in strijd met het auteursrecht van de Staat op huisstijl van (o.a.) de politie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 127899 / KG ZA 12-24

Vonnis in kort geding van 13 maart 2012

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te Den Haag,

eiser,

advocaat mr. J.M.L. van Duin te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOBE HOLDING B.V.,

gevestigd te Zelhem, gemeente Bronckhorst,

gedaagde,

vertegenwoordigd door haar statutair directeur de heer J.B. Roozegaarde.

Partijen zullen hierna de Staat en Globe Holding genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de Staat

- de pleitnota van Globe Holding.

2. De feiten

2.1. De Staat heeft in 1992 een extern bureau opdracht gegeven om een huisstijl te ontwikkelen voor de politie, betrekking hebbende op onder meer drukwerk, kleding en voertuigen. Informatie met betrekking tot de ontwikkelde huisstijl is te raadplegen op de website www.politiestriping.nl . Het bureau dat de huisstijl heeft ontworpen, heeft de auteursrechten op de diverse ontwerpen overgedragen aan de Staat, die deze auteursrechten heeft voorbehouden in de zin van artikel 15b Auteurswet.

2.2. Eén van de ontwerpen betreffende de huisstijl van de politie is een op de zijkanten en voor- en achterzijde van de politievoertuigen onder een hoek van 40° diagonaal aangebrachte tweekleurige striping, bestaande uit fluorescerend rood/oranje strepen en blauwe strepen die in het donker reflecteren. Een ander ontwerp betreft een op de zijkanten en voor- en achterzijde van de ondersteunende auto's onder een hoek van 40° diagonaal aangebrachte striping, bestaande uit blauwe strepen. Deze huisstijl zal hierna de politie-striping worden genoemd.

2.3. Globe Holding exploiteert een beveiligingsbedrijf. Zij maakt in haar bedrijfsvoering gebruik van vervoermiddelen waarop een striping is aangebracht, in de kleuren blauw en geel.

2.4. Bij brief van 13 juli 2009 heeft de Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding, die met de handhaving van het auteursrecht van onder meer de politiestriping is belast, Globe Holding namens de Staat verzocht de striping van haar voertuigen te verwijderen of zo aan te passen dat geen sprake meer is van strijd met het auteursrecht van de Staat.

2.5. Bij brief van 28 juli 2009 heeft Globe Holding gereageerd met de mededeling dat haar voertuigen niet lijken op politievoertuigen omdat de gebruikte kleuren afwijken en op de zijkanten en achterkant van haar voertuigen bovendien haar bedrijfslogo staat vermeld. Globe Holding heeft verzocht de striping toe te staan totdat de voertuigen aan vervanging toe zijn omdat het opnieuw beplakken een enorme kostenpost voor haar betekent.

2.6. Bij brief van 6 augustus 2009 heeft de Staat aan Globe Holding medegedeeld dat het standpunt dat zij met de striping inbreuk maakt op het auteursrecht van de Staat gehandhaafd wordt en Globe Holding gesommeerd het gebruik van de striping binnen een maand te staken.

2.7. Ondanks herhaaldelijke verzoeken van de Staat aan Globe Holding in de tweede helft van 2009 en begin januari 2011 om de striping te verwijderen, is Globe Holding gebruik blijven maken van de striping.

2.8. Bij brief van 29 september 2011 heeft mr. S.M. Kingma, een kantoorgenoot van mr. Van Duin, Globe Holding nogmaals medegedeeld dat zij inbreuk maakt op het auteursrecht van de Staat en verzocht de striping aan te passen. Daarbij is Globe Holding gewezen op de informatie die op de website www.politiestriping.nl is te vinden en is uiteengezet dat het verschil in kleurstelling niet tot de conclusie leidt dat geen inbreuk wordt gemaakt. Globe Holding is bovendien aangeboden een nieuw ontwerp voor te leggen zodat kan worden getoetst of dat ontwerp voldoet. Ten slotte is Globe Holding nogmaals een termijn van vier weken gegeven om de striping vrijwillig te verwijderen of aan te passen.

2.9. Bij brief van 27 december 2011 heeft mr. Kingma aan Globe Holding medegedeeld dat, indien niet binnen twee weken van haar is vernomen dat zij alsnog aan het verzoek van de Staat zal voldoen, zij zal worden gedagvaard in kort geding.

2.10. Globe Holding heeft aan de verzoeken en sommaties geen gehoor gegeven.

3. Het geschil

3.1. De Staat vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Globe Holding te bevelen de op de voertuigen met de kentekens [kenteken 1], [kenteken 2], [kenteken 3], [kenteken 4], [kenteken 5], [kenteken 6] aangebrachte litigieuze striping te verwijderen en de betreffende voertuigen niet te gebruiken indien en voor zover de litigieuze striping daarop nog geheel of ten dele aanwezig is;

II. Globe Holding te bevelen om de litigieuze striping of soortgelijke op de zogenoemde politiestriping gelijkende striping niet op andere (motor)voertuigen te gebruiken;

III. Globe Holding te bevelen aan de Staat opgave te doen van het aantal voertuigen, met kenteken en overige onderscheidende gegevens, waarop de litigieuze striping is aangebracht;

IV. Globe Holding te bevelen aan de Staat (met foto’s) aan te tonen dat de litigieuze striping van de onder I en III bedoelde voertuigen is verwijderd;

V. Globe Holding te bevelen binnen dertig dagen na de datum van dit vonnis dan wel binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn aan de bevelen onder I, II, III en IV te voldoen op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 2.500, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van een dag dat Globe Holding daarmee in gebreke blijft;

in geval van toewijzing op de auteursrechtelijke grondslag:

- de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv vast te stellen op zes maanden na de datum van dit vonnis;

- Globe Holding op de voet van artikel 1019h Rv te veroordelen in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de Staat bestaande uit een nader te specificeren bedrag aan advocaatkosten (inclusief BTW), vermeerderd met griffierecht en explootkosten, zulks met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis.

- Globe Holding te veroordelen in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op € 131,00 dan wel, in geval van betekening, € 199,00;

in geval van toewijzing op de grondslag van onrechtmatige daad:

- Globe Holding te veroordelen in de kosten van deze procedure, zulks met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis;

- Globe Holding te veroordelen in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op € 131,00 dan wel, in geval van betekening, € 199,00.

3.2. De Staat legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij de intellectuele eigendsomrechten van de politiestriping heeft en dat Globe Holding inbreuk op dit auteursrecht maakt door gebruik te maken van de op haar voertuigen aangebrachte striping die (vrijwel) gelijk is aan de politiestriping. Daarnaast stelt de Staat dat het voeren van de litigieuze striping onrechtmatig is jegens de Staat omdat het in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid is een striping te voeren die zoveel lijkt op de politiestriping dat daardoor verwarring kan ontstaan en afbreuk kan doen aan de optimale herkenbaarheid van de politie. Op grond van de stelselmatige inbreuk stelt de Staat een spoedeisend belang te hebben bij zijn vordering.

3.3. Globe Holding voert samengevat ten verwere aan dat de in de dagvaarding genoemde voertuigen niet op haar naam staan en de Staat haar dus onterecht heeft gedagvaard. Daarnaast stelt Globe Holding dat er in Nederland heel veel auto’s voorzien zijn van stripings die lijken op de politiestriping. Door alleen haar te dagvaarden maakt de Staat zich schuldig aan willekeur, aldus Globe Holding. Globe Holding betwist dat de litigieuze striping tot verwarring kan leiden. Zij stelt belang te hebben bij het voeren van de striping omdat daar een betrouwbare, dienstverlenende en controlerende uitstraling vanuit gaat die haar in de beveiligingsbranche goed van pas komt. Globe Holding betwist – mede gelet op het langdurige voortraject – dat de Staat een spoedeisend belang heeft bij het gevorderde en stelt dat verwijdering van de striping voor haar een enorme kostenpost zou betekenen.

4. De beoordeling

4.1. Het door Globe Holding gevoerde verweer dat de in de dagvaarding genoemde voertuigen niet op haar naam staan, kan haar niet baten. Ter zitting is aan de zijde van Globe Holding verklaard dat de voertuigen op naam van een aan haar gelieerde vennootschap staan, dat zij de voertuigen van die vennootschap least en dat zij, Globe Holding, zeggenschap over de striping heeft. Nu het aanbrengen en verwijderen kennelijk in de macht van Globe Holding ligt, heeft de Staat terecht Globe Holding gedagvaard in verband met de vordering de striping te verwijderen.

4.2. Ter zitting heeft gedaagde opgave gedaan van de vervoermiddelen die momenteel van de litigieuze striping zijn voorzien. Het blijkt te gaan om de zes in de dagvaarding genoemde auto’s.

4.3. Niet in geschil is dat de striping zoals gebruikt door de Staat auteursrechtelijke bescherming geniet. Beoordeeld dient allereerst te worden of de op de zes auto’s aangebrachte striping een nabootsing vormt van de politie-striping. Globe Holding voert aan dat de door haar gevoerde striping zich duidelijk onderscheidt van de politie-striping door het verschil in kleur, terwijl bovendien op de zijkanten en de achterkant van de voertuigen steeds bedrijfslogo en -naam zijn vermeld.

4.4. Hoewel er tussen de beide stripings inderdaad verschillen bestaan, stemmen de totaalindrukken zodanig overeen dat de onder 4.3 gestelde vraag voorshands bevestigend dient te worden beantwoord. Bij alle voertuigen is sprake van tweekleurige, (even) schuin geplaatste strepen van een vergelijkbare dikte met een horizon op een witte achtergrond. De strepen op de voorzijde van de voertuigen vormen tezamen een V. Van belang is met name dat de strepen in het ontwerp voor de politie volgens een dusdanig ingewikkeld patroon zijn aangebracht dat niet kan worden verwacht dat het publiek de betrekkelijk kleine verschillen tussen beide stripings zal opmerken, zodat er gevaar voor verwarring te duchten valt.

Het feit dat de kleuren zoals gebruikt door gedaagde – geel met blauw – afwijken van de kleuren zoals gebruikt door de Staat – rood/oranje met blauw – en daarnaast het logo van Globe Holding op de voertuigen is afgebeeld, doet niet af aan nabootsing van de politie-striping en het bestaan van verwarringsgevaar. Van het publiek kan immers niet worden verwacht dat het zo vertrouwd is met de kleuren die politievoertuigen voeren dat het deze afwijkingen terstond zal opmerken. Bovendien is gebleken dat bij andere overheidsdiensten soortgelijke huisstijlen – met inbegrip van stripings – worden gevoerd in andere kleuren dan die, welke de politie gebruikt.

4.5. Globe Holding wordt in haar stelling, dat sprake is van willekeur omdat er heel veel auto’s met soortgelijke stripings rondrijden waar de Staat niets aan doet, niet gevolgd.

De Staat heeft deze stelling onderbouwd betwist. Van de zijde van de Staat is ter zitting gereageerd op een groot aantal van de door Globe Holding overlegde foto’s van voertuigen met stripings. Van een aantal daarvan heeft de Staat onbetwist gesteld dat de stripings naar aanleiding van sommaties reeds zijn verwijderd of aangepast. Van andere voorbeelden heeft de Staat onbetwist gesteld dat deze – met thans circa 140 andere zaken – nog in behandeling zijn. De Staat heeft daarbij verklaard dat niet in alle gevallen wordt geprocedeerd omdat in veel gevallen de stripings al worden verwijderd of aangepast na sommatie. Van andere voorbeelden heeft de Staat uitgelegd waarom deze door duidelijke verschillen niet in strijd zijn met het auteursrecht (door vorm – bijvoorbeeld spekvormige stripings – of een sterk afwijkende achtergrondkleur). De Staat heeft onweersproken gesteld in die gevallen geen actie te ondernemen, maar in alle andere – hem bekende – gevallen hard op te treden en daar net zo lang mee door te gaan als nodig is om de inbreuk te stoppen. Dat de Staat bij het optreden tegen litigieuze stripings willekeurig te werk gaat, word daarom niet gevolgd.

4.6. Dat Globe Holding als beveiligingsbedrijf graag wil profiteren van de onder meer veilige en betrouwbare uitstraling van de politie-striping is begrijpelijk maar maakt de inbreuk op het auterusrecht van de Staat niet minder ernstig. Juist door de politie-striping exclusief te behouden voor de politie door op te treden tegen inbreuk op het auteursrecht kan de Staat bewerkstelligen dat die betrouwbare uitstraling en optimale herkenbaarheid van die striping voor de politie gehandhaafd blijft, hetgeen van groot belang is voor het functioneren van de politie.

Voorts heeft te gelden dat het voor risico van Globe Holding komt dat er aanzienlijke kosten gemoeid zijn met de verwijdering of aanpassing van de striping en dat dit aan de beoordeling van de zaak niet afdoet.

4.7. Globe Holding heeft het spoedeisend belang van de Staat betwist. Volgens vaste jurisprudentie ligt het spoedeisend belang voor de hand indien in kort geding een voorziening wordt gevraagd die ertoe strekt een einde te maken aan door de eisende partij als stelselmatige inbreuk op een haar toekomend subjectief recht aangemerkte handelingen waarvan zij doorlopende schade ondervindt. Nu Globe Holding zich schuldig maakt aan stelselmatige inbreuk op de auteursrechten van de Staat, is het spoedeisend belang van de Staat bij gebreke van verdere tegenspraak gegeven.

4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen onder I, II en IV als na te melden zullen worden toegewezen. De Staat heeft geen belang meer bij zijn vordering tot opgave van het aantal voertuigen waarop een striping is aangebracht, nu gedaagde reeds ter zitting een dergelijke opgave heeft gedaan, die door de Staat niet is betwist. De vordering onder III zal daarom worden afgewezen.

4.9. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt en aan de te verbeuren dwangsommen zal een maximum worden verbonden. Dit laat uiteraard onverlet, dat bij voortgaande overtreding van dit vonnis oplegging van hogere dwangsommen kan worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen. Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staat in een redelijke verhouding tot de zwaarte van de geschonden belangen en de beoogde prikkelende werking van de dwangsomoplegging.

4.10. Globe Holding zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Ingevolge het bepaalde in artikel 1019 Rv wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijkgestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Voor het salaris advocaat wordt daarbij aansluiting gezocht bij de naar aanleiding van de Handhavingsrichtlijn intellectuele eigendomsrechten (Richtlijn 2004/48EG) opgestelde Indicatietarieven in IE-zaken waarin voor een eenvoudig kort geding uitgegaan wordt van een maximum van € 6.000,00, te vermeerderen met 19% BTW, ad € 1.140,00.

De kosten aan de zijde van de Staat worden aldus begroot op:

- dagvaarding € 98,97

- griffierecht 575,00

- salaris advocaat € 7.140,00

Totaal € 7.813,97.

4.11. In aansluiting op het voorgaande wordt tevens aanleiding gezien Globe Holding te veroordelen in de nakosten.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. beveelt gedaagde om binnen 30 (dertig) dagen na betekening van dit vonnis de

op de voertuigen met de kentekens [kenteken 1], [kenteken 2], [kenteken 3], [kenteken 4],

[kenteken 5] en [kenteken 6] aangebrachte litigieuze striping te verwijderen en de betreffende voertuigen niet te gebruiken indien en voor zover de litigieuze striping daarop nog geheel of ten dele aanwezig is;

5.2. beveelt Globe Holding om de litigieuze striping of soortgelijke op de politie-striping gelijkende striping niet op andere (motor)voertuigen te gebruiken;

5.3. beveelt Globe Holding om binnen 35 (vijfendertig) dagen na betekening van dit vonnis aan de Staat (met foto’s) aan te tonen dat de litigieuze striping van de onder 5.1 genoemde voertuigen is verwijderd;

5.4. stelt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv vast op 6 (zes) maanden na de datum van dit vonnis;

5.5. veroordeelt Globe Holding om aan de Staat een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 of 5.2 uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;

5.6. veroordeelt Globe Holding in de proceskosten, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 7.813,97, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.7. veroordeelt Globe Holding in de nakosten aan de zijde van de Staat, begroot op een bedrag van € 131,00 dan wel, indien betekening van dit vonnis plaatsvindt, een bedrag van € 199,00;

5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2012.