Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV6634

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
06/940419-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank spreekt 44-jarige verdachte vrij van (in vereniging) diefstal van diesel, door te tanken met een valse tankpas bij een tankstation in Eibergen. Zie uitspraak LJN BV6629 voor verdachte A.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940419-11

Uitspraak d.d.: 22 februari 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren op [1967 te plaats] (Turkije),

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Raadsvrouw: mr. A. van den Berg, advocaat te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

8 februari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens) met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) pompinstallatie(s) van een

tankstation ( gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) diesel, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en)

brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation] B.V. en/of

aan [slachtoffer B - eigenaar tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) telkens onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

(een) valse sleutel(s), te weten door het verschuldigde geldbedrag bij de

betaalautomaat van die [tankstation] B.V. en/of van die [slachtoffer B - eigenaar tankstation] te pinnen

met een valse of vervalste (tank)pas);

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [tankstation] B.V. en/of [slachtoffer B - eigenaar tankstation] heeft

bewogen tot de afgifte van (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) diesel, in elk

geval (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof,

hebbende verdachte en/of diens mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

met een valse of vervalste (tank)pas bij de betaalautomaat van die [tankstation]

B.V. en/of [slachtoffer B - eigenaar tankstation] gepind ter verkrijging van die diesel/brandstof,

en/of zich (aldus) voorgedaan als een werknemer/chauffeur van [bedrijf slachtoffer A], althans als de rechtmatige houder van een zogenaamde lokale

tankpas ( die bij werknemers van [bedrijf slachtoffer A] in gebruik was en

alleen bij het tankstation van [tankstation] B.V. te gebruiken was ),

waardoor [tankstation] B.V. en/of [slachtoffer B - eigenaar tankstation] (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland, in elk geval

in Nederland, (telkens) een grote hoeveelheid diesel/brandstof heeft

verworven, althans voorhanden heeft gehad,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

hoeveelheid diesel/brandstof (telkens) wist , althans (telkens) redelijkerwijs

had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland,

tezamen en in vereniging met(een) ander(en) en/of alleen (telkens) opzettelijk

gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste zogenaamde lokale tankpas,

zijnde/althans een valse of vervalste betaalpas, waardekaart of enige andere

voor het publiek beschikbare kaart, bestemd voor het verrichten of verkrijgen

van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, als ware deze

pas of kaart echt en onvervalst,

bestaande het gebruikmaken (telkens) hierin dat hij en/of zijn mededader(s)

toen en daar met behulp van die valse of vervalste

tankpas/betaalpas/(waarde)kaart (een) grote hoeveelhe(i)d(en) diesel/brandstof

heeft/hebben getankt in/uit (een) pompinstallatie(s) van een tankstation

(gelegen aan de [adres])

en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat

valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van de originele

tankpas/betaalpas/(waarde)kaart waren gekopieerd/geladen naar/op een pas,

welke was voorzien van een magneetstrip ,ten gevolge waarvan met die

laatstgenoemde (valse/vervalste) pas electronische betalingen ten laste van

[slachtoffer A] en/of [bedrijf slachtoffer A], althans ten laste van de

rechtmatige eigena(a)r(en) van die originele tankpas/betaalpas/(waarde)kaart

mogelijk waren/was geworden;

Vrijspraak

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de aan de verdachte onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Feit 1

Voor bewezenverklaring van de aan de verdachte onder 1 primair (medeplegen van gekwalificeerde diefstal) en 1 subsidiair (medeplegen van oplichting) tenlastegelegde feiten, is noodzakelijk dat kan worden vastgesteld dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met een ander of anderen en dat verdachte het oogmerk heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de benzine dan wel op de bedriegende gedraging.

De rechtbank is, met de verdediging, van oordeel dat op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting, niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat bedoeld oogmerk, al dan niet in nauwe samenwerking met een ander of anderen, aan de zijde van de verdachte aanwezig was. Immers, van de lezing van verdachte over de feiten kan niet worden gezegd dat die zonder meer onaannemelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de verdachte dan ook te worden vrijgesproken van de hem onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde feiten.

Voor wat betreft de onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde heling is de rechtbank evenzeer van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, nu er met de hierboven gegeven motivering onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Feit 2

Om tot een bewezenverklaring van het tweede lid van artikel 232 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen komen, moet er - voor zover hier van belang - sprake zijn van het opzettelijk gebruik, al dan niet in vereniging van een valse pas als ware deze echt en onvervalst, terwijl de verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de pas bestemd is voor zodanig gebruik.

Het niet bewezen verklaren van de oplichting, als onder 1 ten laste gelegd, brengt met zich mee dat het onder 2 ten laste gelegde evenmin bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte van het hem onder 2 tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 19.982,39 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van in totaal € 1.532,04 (€ 782,04 wegens tanken op

2 oktober 2011en € 750,- aan overige kosten), met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Voor wat betreft het overige deel dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer B - eigenaar tankstation] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 26.000,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, waarvan € 20.491,81 vanwege gederfde brandstofinkomsten.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in zijn vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn valse tankpassen in beslag genomen, welke nog niet aan hem zijn teruggegeven.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de tankpassen worden ontrokken aan het verkeer.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven tankpassen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 36d van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer B - eigenaar tankstation] en [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in hun vordering;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven tankpassen.

Aldus gewezen door mr. Van Valderen, voorzitter, mr. Prisse en mr. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 februari 2012.