Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV6629

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
06/940418-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt 21-jarige man voor diefstal van diesel, door te tanken met een valse tankpas bij een tankstation in Eibergen tot een gevangenisstraf van drie maanden waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, een ambulante behandeling en betalen van een schadevergoeding. Zie uitspraak LJN BV6634 voor verdachte B.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940418-11

Uitspraak d.d.: 22 februari 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren op [1990 te plaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Doetinchem, te Doetinchem.

Raadsman: mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

10 januari 2012 en 8 februari 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 8 februari 2012 is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland,

tezamen en in vereniging met (een) ander (en) en/of alleen (telkens) opzettelijk

gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste zogenaamde lokale tankpas,

zijnde/althans een valse of vervalste betaalpas, waardekaart of enige andere

voor het publiek beschikbare kaart, bestemd voor het verrichten of verkrijgen

van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, als ware deze

pas of kaart echt en onvervalst,

bestaande het gebruikmaken (telkens) hierin dat hij en/of zijn mededader(s)

toen en daar met behulp van die valse of vervalste

tankpas/betaalpas/(waarde)kaart (een) grote hoeveelhe(i)d(en) diesel/brandstof

heeft/hebben getankt in/uit (een) pompinstallatie(s) van een tankstation

(gelegen aan de [adres])

en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat

valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van de originele

tankpas/betaalpas/(waarde)kaart waren gekopieerd/geladen naar/op een pas,

welke was voorzien van een magneetstrip ,ten gevolge waarvan met die

laatstgenoemde (valse/vervalste) pas electronische betalingen ten laste van

[slachtoffer A] en/of [bedrijf slachtoffer A], althans ten laste van de

rechtmatige eigena(a)r(en) van die originele tankpas/betaalpas/(waarde)kaart

mogelijk waren/was geworden;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkel land, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens) met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) pompinstallatie{s) van een

tankstation ( gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) diesel, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en)

brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation] B.V. en/of

aan [slachtoffer B - eigenaar tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s) ,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed (eren) telkens onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

(een) valse sleutel(s), te weten door het verschuldigde geldbedrag bij de

betaalautomaat van die [tankstation] B.V. en/of van die [slachtoffer B - eigenaar tankstation] te pinnen

met een valse of vervalste (tank)pas);

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september

2011 tot en met 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland,

tezamen en in vereniging met (een) ander (en) en/of alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander (en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [tankstation] B.V. en/of [slachtoffer B - eigenaar tankstation] heeft

bewogen tot de afgifte van (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) diesel, in elk

geval (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof,

hebbende verdachte en/of diens mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

met een valse of vervalste (tank)pas bij de betaalautomaat van die [tankstation]

B.V. en/of [slachtoffer B - eigenaar tankstation] gepind ter verkrijging van die diesel/brandstof,

en/of zich (aldus) voorgedaan als een werknemer/chauffeur van Stoverink

Interieurbouw, althans als de rechtmatige houder van een zogenaamde lokale

tankpas ( die bij werknemers van [bedrijf slachtoffer A] in gebruik was en

alleen bij het tankstation van [tankstation] B.V. te gebruiken was ),

waardoor [tankstation] B.V. en/of [slachtoffer B - eigenaar tankstation] (telkens) werd (en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 1 oktober 2011 werd er door [tankstation], eigenaar van [tankstation], gevestigd te Eibergen, melding gedaan dat er bij zijn tankstation diesel was getankt door middel van een gestolen pas, dan wel een geskimde tankpas,op naam van [bedrijf slachtoffer A] uit Eibergen.

Op 2 oktober 2011 werd omstreeks 22.15 uur door een inspecteur van politie gezien dat er bij [tankstation] getankt werd door een truck met een Turks kenteken. Door hem werd de persoon aangesproken die stond te tanken. Die persoon kon niet de pas tonen waarmee hij kon tanken. De persoon die stond te tanken en zijn passagier zijn vervolgens aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde, voor zover het betreft het tijdstip 2 oktober 2011. Voor wat betreft de overige tenlastegelegde periode dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring aangesloten bij het door de officier van justitie ingenomen standpunt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het tenlastegelegde op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- een proces-verbaal van bevindingen 2

- een proces-verbaal aangifte [slachtoffer A], met bijlagen 3

- een proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer A], met bijlagen 4

- een proces-verbaal aangifte [slachtoffer B - eigenaar tankstation], met bijlagen 5

- een proces-verbaal van bevindingen onderzoek passen 6

- een proces-verbaal van bevindingen vergelijking originele passen met Esso passen 7

- een proces-verbaal verhoor van medeverdachte [verdachte B] 8

- de ter terechtzitting van 8 februari 2012 afgelegde bekennende verklaring van de verdachte met betrekking tot 2 oktober 2011.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland, opzettelijk

gebruik heeft gemaakt van een valse zogenaamde lokale tankpas,

zijnde een valse betaalpas, bestemd voor het verrichten of verkrijgen

van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, als ware deze

pas of kaart echt en onvervalst, bestaande het gebruikmaken hierin dat toen en daar met behulp van die valse tankpas een grote hoeveelheid diesel

heeft getankt uit een pompinstallatie van een tankstation

(gelegen aan de [adres]) en bestaande die valsheid hierin dat

valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van de originele

tankpas waren gekopieerd naar een pas, welke was voorzien van een magneetstrip ,ten gevolge waarvan met die laatstgenoemde (valse) pas elektronische betalingen ten laste van

[slachtoffer A] en/of [bedrijf slachtoffer A], van die originele tankpas mogelijk waren geworden;

2.

hij op 2 oktober 2011 te Eibergen, gemeente Berkelland, met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening uit een pompinstallatie van een

tankstation (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

een hoeveelheid diesel, toebehorende aan [tankstation] B.V. waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door het verschuldigde geldbedrag bij de betaalautomaat van die [tankstation] B.V. te pinnen met een valse (tank)pas.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Opzettelijk een valse pas als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de pas bestemd is voor het gebruik als ware deze echt en onvervalst.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de voorwaarden gesteld door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ook als dat een ambulante behandeling inhoudt. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de verdachte deelname aan een CoVa+ training alsmede een meldings- en locatiegebod middels elektronische detentie als bijzondere voorwaarden op te leggen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde straf niet in verhouding staat tot hetgeen bewezen kan worden verklaard en verzoekt derhalve om aan de verdachte enkel een voorwaardelijke werkstraf in combinatie met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht op te leggen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, op de bewezenverklaarde wijze, schuldig gemaakt aan diefstal van diesel, door met een valse tankpas te tanken. Diefstal geeft blijk van een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen, veroorzaakt financiële schade en bezorgt als regel de benadeelden veel ergernis en overlast. Daarnaast wordt door het tanken met een valse pas het vertrouwen dat door de gebruiker van die tankpas in het betaalnetwerk moet kunnen worden gesteld, ondermijnd.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 12 december 2011, is de verdachte niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank voorts acht geslagen op de inhoud van het Reclasseringsadvies, d.d. 28 december 2011 en het Pro Justitia rapport van

2 februari 2012. Met de thans gewijzigde proceshouding van de verdachte is bij het opmaken van genoemde rapporten geen rekening gehouden.

De rechtbank is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. De eis van de officier van justitie komt de rechtbank bovenmatig voor.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 19.982,39 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van in totaal € 1.532,04 (€ 782,04 wegens tanken op

2 oktober 2011en € 750,- aan overige kosten), met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Voor wat betreft het overige deel dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer B - eigenaar tankstation] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 26.000,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, waarvan € 20.491,81 wegens gederfde brandstofinkomsten.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in haar vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 782,04 (tanken op 2 oktober 2011), waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde voor wat betreft de gederfde brandstofinkomsten, te weten € 19.709,77, moet de vordering, als in zoverre ongegrond worden afgewezen.

De benadeelde partij zal voor het overige, te weten de overige gevorderde kosten, niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de verdere behandeling van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 782,04 ten behoeve van laatstgenoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57, 232 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde als:

Opzettelijk een valse pas als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de pas bestemd is voor het gebruik als ware deze echt en onvervalst.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde als:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot één (1) maand niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door De Maliebaan. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die door of namens de leiding van die instelling en/of de reclassering zullen worden gegeven;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B - eigenaar tankstation], van een bedrag van € 782,04, met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* wijst af de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van de gederfde brandstofkosten ten bedrage van € 19.709,77, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer B - eigenaar tankstation];

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B - eigenaar tankstation], een bedrag te betalen van € 782,04, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer B - eigenaar tankstation] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

Aldus gewezen door mr. Van Valderen, voorzitter, mr. Prisse en mr. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 februari 2012.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0645- 2011138797, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 6 december 2011.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 30-31

3 Proces-verbaal aangifte met bijlagen, p. 33 e.v.

4 Proces-verbaal verhoor aangever, met bijlagen, p. 51 e.v.

5 Proces-verbaal aangifte met bijlagen, p. 52 e.v.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 193-194

7 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 196 e.v.

8 Proces-verbaal verhoor medeverdachte [verdachte B], p. 326-331