Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV6186

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-02-2012
Datum publicatie
17-02-2012
Zaaknummer
06/950350-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt een 34-jarige man tot een gevangenisstraf van 5 jaar en het betalen van schadevergoedingen wegens meerdere inbraken in Enschede en de Achterhoek. Verdachte was een (zeer vaak) gewaarschuwd man. De afgelopen vijf jaren is hij vier keer door de rechtbank veroordeeld en hij liep ten tijde van het plegen van deze feiten nog in een proeftijd. Dit alles heeft hem er niet van weerhouden opnieuw fors de fout in te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950350-11

Ad info feiten: 23 feiten als vermeld op de tenlastelegging

Vordering tenuitvoerlegging: 06/460210-09

Uitspraak d.d.: 14 februari 2012

Raadsman: mr. Onland, advocaat te Oldenzaal.

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1977],

wonende te [adres]

thans verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

31 januari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(incident 2)

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 december

2010 tot en met 11 december 2010 te Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen diverse sieraden en/of

meerdere, althans een horloge(s) en/of (elektrische) apparatuur (waaronder een

Apple Imac en/of een Ipad en/of een Iphone en/of meerdere, althans een

fotocamera('s) en/of een afstandsbediening (merk Bose) en/of een mobiele

telefoon (merk Samsung en/of een usb-stick) en/of een tas (merk Hama) huisraad

en/of (een) paspoort(en) en/of een rijbewijs en/of geld, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het ingooien

en/of forceren van (een raam naast) de achterdeur van voornoemde woning);

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

(incident 4)

hij op of omstreeks 22 juli 2011 te Winterswijk,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een Ipod en/of geld en/of

diverse munten en/of sieraden en/of (een) kentekenbewij(s)(zen) en/of (een)

(spel)computer(s) (merk X-box) en/of (een) laptop(s) (merk HP en/of Panasonic)

en/of (foto)camera's (merken JVC en/of Kodak en/of Canon) en/of eau de

toilette (merk JP Gaultier) en/of een mobiele telefoon en/of een koffer en/of

een tas (merk Vanguard) en/of een cameratas en/of een usb-stick, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of een valse sleutel (het inslaan en/of forceren van een

(schuur)raam en/of het openen van een kluis in voornoemde woning met een door

hem -verdachte- in voornoemde woning aangetroffen sleutel);

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

(incident 1)

hij op of omstreeks 19 mei 2011 te Winterswijk,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen meerdere, althans een mobiele

telefoon(s) en/of een laptop (merk Fujitsu Siemens) en/of meerdere, althans

een horloge(s) (merken Breitling en/of Tag Heuer en/of Maurice Lacroix en/of

Citizen en/of diverse sieraden en/of geld (in totaal ongeveer EURO 1.700,00),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming en/of een valse sleutel (een door hem -verdachte- in

voornoemde woning aangetroffen sleutel, waarmee hij -verdachte een kluis in

voornoemde woning heeft geopend);

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

(incident 9)

hij in of omstreeks de periode van 17 juli 2011 tot en met 18 juli 2011 te

Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand (van

[naam winkel], gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

een kassalade (met inhoud) en/of een geldbedrag (ongeveer EURO 250,00),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F]

en/of [naam winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming (het forceren

en/of het openbreken van een toegangsdeur/schuifpui en/of (vervolgens) het

openbreken van meerdere, althans een kassalade(s));

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

(incident 7)

hij in of omstreeks de periode van 15 juli 2011 tot en met 17 juli 2011 te

Lievelde, gemeente Oost Gelre,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen muntgeld (waaronder een zilveren

dubbeltje) en/of parfum/eau de toilette (merk Yves Saint Laurent, type Kouros)

en/of batterijen en/of een navigatiesysteem (merk TOMTOM) en/of een

bijouteriedoos (kleur zwart) en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming

(het forceren en/of openbreken van een (keuken)raam en/of meerdere, althans

een (binnen)deur van voornoemde woning;

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat verdachte ten aanzien van feit 3 dient te worden vrijgesproken van het wegnemen van een laptop, een Lacroix horloge en € 1.700,--. Verdachte bekent geld te hebben weggenomen, maar niet het bedrag dat in de tenlastelegging genoemd wordt. Dit geldt eveneens voor de hoogte van het geldbedrag van het onder 4 ten laste gelegde.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

De ad info gevoegde en op de dagvaarding vermelde feiten zijn door verdachte bekend en deze kunnen in de strafmaat worden meegenomen. Verdachte zal hier niet apart voor worden vervolgd.

B. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 3 heeft verdachte bij de politie en hier ter terechtzitting verklaard dat hij niet de laptop, het Lacroix horloge en het totale geldbedrag heeft weggenomen. Ook het geldbedrag bij feit 4 was lager volgens verdachte.

De ad info feiten zijn door verdachte bekend en kunnen worden meegenomen in de strafmaat.

C. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden. In het dossier bevinden zich verschillende stukken, zoals hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven.

Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten - met uitzondering van de in feit 3 genoemde laptop, Lacroix horloge en de hoogte van het geldbedrag en de hoogte van het geldbedrag in feit 4 - duidelijk en ondubbelzinnig een bekennende verklaring heeft afgelegd, zal in dit vonnis worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Medeverdachte [verdachte B] heeft voor de feiten waar medeplegen bewezen is eveneens bekennende verklaringen bij de politie afgelegd1. Daarnaast zijn voor het bewijs voorhanden de aangiften dan wel de verklaringen van [slachtoffer A]2, [slachtoffer C]3, [slachtoffer D]4, [slachtoffer F], namens [naam winkel]5 en [slachtoffer G]6.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 10 december 2010 tot en met 11 december 2010 te Enschede, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen diverse sieraden en een horloge en elektrische apparatuur, waaronder een Apple Imac en een Ipad en een Iphone en fotocamera('s) en een afstandsbediening, merk Bose, en een mobiele telefoon, merk Samsung en een usb-stick en een tas, merk Hama, huisraad en paspoorten en een rijbewijs en geld, toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (het ingooien en/of forceren van een raam naast de achterdeur van voormelde woning);

2.

hij op 22 juli 2011 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen een Ipod en geld en diverse munten en sieraden en kentekenbewijzen en een spelcomputer, merk X-box, en laptops, merken HP en Panasonic, en fotocamera's, merken JVC en Kodak en Canon, en eau de toilette, merk JP Gaultier, en een mobiele telefoon en een koffer en een tas, merk Vanguard, en een cameratas en een usb-stick, toebehorende aan [slachtoffer C], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, en een valse sleutel (het inslaan en/of forceren van een schuurraam en het openen van een kluis in voormelde woning met een door hem -verdachte- in voormelde woning aangetroffen sleutel);

3.

hij op 19 mei 2011 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres], heeft weggenomen mobiele telefoons en horloges, merken Breitling en Tag Heuer en Citizen en diverse sieraden en geld, toebehorende aan [slachtoffer D], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en een valse sleutel (een door hem -verdachte- in voormelde woning aangetroffen sleutel, waarmee hij -verdachte een kluis in

voormelde woning heeft geopend);

4.

hij in de periode van 17 juli 2011 tot en met 18 juli 2011 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand van

[naam winkel], gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

een kassalade, met inhoud en een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer F]

en/of [naam winkel], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft door middel van braak en verbreking (het forceren en het openbreken van een toegangsdeur/schuifpui en vervolgens het openbreken van kassalades);

5.

hij in de periode van 15 juli 2011 tot en met 17 juli 2011 te Lievelde, gemeente Oost Gelre,

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen muntgeld, waaronder een zilveren dubbeltje en parfum/eau de toilette, merk Yves Saint Laurent, type Kouros, en batterijen en een navigatiesysteem, merk TOMTOM en een bijouteriedoos, kleur zwart, en een horloge, toebehorende aan [slachtoffer G], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming (het forceren van een raam en binnendeuren van voormelde woning);

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

Feit 2 en 3, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en een valse sleutel;

Feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft

door middel van braak en verbreking;

Feit 5:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Naar de persoon van verdachte is psychologisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van drs. T. van den Hazel (Klinisch Psycholoog, Psychotherapeut) van 16 januari 2012.

De psycholoog is tot de conclusie gekomen dat ten tijde van het tenlastegelegde bij verdachte sprake was van een narcistische persoonlijkheidsstoornis met sterk antisociale trekken, die te omschrijven is als een gebrekkige ontwikkeling. Er is sprake van ADHD, van een reeds lang bestaande afhankelijkheid van harddrugs en een gokverslaving , in die mate dat deze aan te merken zijn als ziekelijke stoornissen. Verdachte kan voor een belangrijk deel verantwoordelijk gesteld worden voor zijn keuze drugs te gebruiken en te volharden in zijn gebruik, behandeltrajecten af te breken of niet aan te gaan en hulp af te houden. Verdachte kent een disharmonisch intelligentieprofiel voortkomend uit de gevolgen van zowel zijn ziekelijke stoornissen (ADHD, langdurend multiple middelengebruik) als de gevolgen van zijn gebrekkige ontwikkeling (vanuit zijn persoonlijkheidspathologie toont hij weinig volharding, verdraagt falen niet, blijft externaliseren).

De gedragingen en gedragskeuzes van verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten, werden hierdoor beïnvloed. Vanwege de doorwerking van de gebrekkige ontwikkeling en stoornissen op zijn besluitvorming en gedrag acht de deskundige verdachte in lichte mate verminderd toerekeningsvatbaar.

Met de conclusie van de psycholoog dat verdachte in lichte mate verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft zich verzet tegen het door de raadsman gevraagde aanhoudingsverzoek. Zij heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en toewijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling inzake parketnummer 06/460210-09 van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.

Door de raadsman is bepleit verdachte te veroordelen conform het advies van de deskundige en de reclassering. Verdachte heeft schoon schip gemaakt en is gemotiveerd voor hulp en behandeling in een kliniek. Verdachte wil aan zijn verslavingsproblematiek werken. Primair verzoekt de raadsman de rechtbank de zaak aan te houden in afwachting van de intake bij de GGZ-instelling "Dimence". Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd de eis van de officier van justitie erg hoog te vinden gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Met betrekking tot de vordering na voorwaardelijke veroordeling refereert de raadsman zich.

De ad info feiten worden door verdachte bekend en kunnen in de strafmaat worden meegenomen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting en uit de omtrent verdachte opgemaakte rapporten van de reclassering en de deskundige is gebleken.

De rechtbank zal het aanhoudingsverzoek van de raadsman afwijzen. Verdachte was een (zeer vaak) gewaarschuwd man. De afgelopen vijf jaren is hij vier keer door de rechtbank veroordeeld en hij liep ten tijde van het plegen van deze feiten nog in een proeftijd. Dit alles heeft hem er niet van weerhouden opnieuw fors de fout in te gaan.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich in een kort tijdsbestek schuldig heeft gemaakt aan een enorme reeks van inbraken in woningen en bedrijven.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, meestal ter bekostiging van zijn drugs- en gokverslaving, onderhavige feiten heeft gepleegd.

Door zijn handelwijze heeft hij het gevoel van veiligheid van zijn slachtoffers geschaad, dierbare, onvervangbare spullen van hen weggemaakt en hen tevens veel overlast en financieel nadeel berokkend.

In het voordeel van verdachte zal de rechtbank in aanmerking nemen dat verdachte zich bij het politieonderzoek coöperatief heeft opgesteld en ter zitting te kennen heeft gegeven schoon schip te willen maken en zich verder te willen laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte in lichte mate ontoerekeningsvatbaar wordt geacht.

In het nadeel van verdachte is, dat uit de omvangrijke justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij vaker is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder een veroordeling door de politierechter te Zutphen bij vonnis van 18 november 2009 tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar voor onder meer diefstal door middel van braak. Voor dit feit zal de rechtbank de vordering na voorwaardelijke veroordeling toewijzen.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Gelet op de ernstige recidive en het feit dat het verleden uitwijst dat dit niet helpt, acht de rechtbank een voorwaardelijk strafdeel niet meer op zijn plaats. Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar.

De rechtbank acht het zeer te prijzen dat verdachte nu toch echt werk wil maken van zijn behandeling. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit gestalte dient te krijgen via het Traject Terugdringen Recidive.

In beslag genomen voorwerp

De rechtbank heeft te beslissen wat er moet gebeuren met het in beslag genomen breekijzer.

Het breekijzer, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is naar het oordeel van de rechtbank vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter terechtzitting gesteld op nihil (€ 0) gevoegd in het strafproces ten aanzien van feit 2.

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 15.236,88, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van feit 3.

De benadeelde partij [naam A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van materiële schade ten bedrage van € 1.260,--, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ad info nr. 23 op de tenlastelegging, gepleegd op 17/18 oktober 2011, [adres] te Enschede.

De benadeelde partij [naam B] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van materiële schade ten bedrage van € 384,--, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ad info nr. 12 op de tenlastelegging, gepleegd in de periode van 25 mei tot en met 02 juni 2011, [adres] te Winterswijk.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [naam A] in zijn geheel zal worden toegewezen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer D] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 12.087,88 (de vordering minus de posten van laptop à € 949,-- het Lacroix horloge à € 1000,--, het Citizin horloge à € 600,-- en het geld à

€ 1200,--). De vordering is voor dit deel onderbouwd en bovendien redelijk. [slachtoffer D] dient voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voorts heeft zij gevorderd de vordering van de benadeelde partij [naam B] tot een bedrag van € 289,-- (dit heeft betrekking op de kettingzaag en de bijl) toe te wijzen en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

De raadsman stelt dat de vorderingen van de benadeelde partijen [naam A] geheel en [naam B] tot een bedrag van € 289,--, kunnen worden toegewezen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer D] heeft de raadsman de vordering tot een bedrag van € 10.787,88 niet betwist. Naast de door de officier van justitie vermelde posten die eraf moeten, dient ook de post antieke sieraden van het totaal te worden afgetrokken. Het Citizin-horloge is in de fouillering van verdachte aangetroffen en kan worden teruggegeven aan de aangever. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Ten aanzien van de door de benadeelde partijen [naam A] en [naam B] gevorderde schade is de rechtbank van oordeel dat deze zullen worden toegewezen tot een bedrag van respectievelijk € 1.260,-- en € 289,--, met toewijzing van de wettelijke rente.

Wat betreft de door de benadeelde partij [slachtoffer D] gevorderde materiële schade is de rechtbank van oordeel dat deze vordering kan worden toegewezen tot € 10.787,88 , nu dit deel niet is betwist, met toewijzing van de wettelijke rente.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Vordering tenuitvoerlegging 06/460210-09

De officier van justitie heeft gevorderd de bij onherroepelijk vonnis van de politierechter te Zutphen van 18 november 2009 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden, ten uit voer te leggen, nu verdachte zich binnen de proeftijd wederom aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat, nu bewezen is dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, de bij onherroepelijk vonnis van de politierechter te Zutphen voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden, ten uitvoer gelegd dient te worden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 27, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing:

De rechtbank:

* wijst het verzoek tot aanhouding af;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

Feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

Feit 2 en 3, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en een valse sleutel;

Feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak en verbreking;

Feit 5:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar;

* beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze

uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

* gelast ten aanzien van parketnummer 06/460210-09 de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 18 november 2009, te weten van:

- een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

* verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een breekijzer;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer D], van een bedrag van € 10.787,88, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en verklaart [slachtoffer D] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer D], voornoemd, een bedrag te betalen van € 10.787,88, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2011, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 88 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van ad info feit nr. 23 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam A], van een bedrag van € 1.260,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam A] voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.260,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2011, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 22 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van ad info feit nr.12 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam B], van een bedrag van € 289,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 02 juni 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam B], voornoemd, een bedrag te betalen van € 289,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 02 juni 2011, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer C] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Aldus gewezen door mr. Van Apeldoorn, voorzitter, mr. Prisse en mr. Tas, rechters, in tegenwoordigheid van De Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 februari 2012.

Mr. Tas is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Verklaringen verdachte [verdachte B], p. 565, 570-571, 693-698, 863-864, 794-795

2 Proces-verbaal aangifte, met bijlagen door [slachtoffer A], p. 466-483

3 Proces-verbaal aangifte met bijlagen door [slachtoffer C], p. 638-652

4 Proces-verbaal aangifte met bijlagen door [slachtoffer D], p. 417-426

5 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer F], p. 856-859

6 Proces-verbaal aangifte met bijlagen door [slachtoffer G], p. 779-784