Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2678

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-02-2012
Datum publicatie
02-02-2012
Zaaknummer
06-850486-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte (destijds 18 jaar) reed 11 juli 2010 in Gaanderen zonder rijbewijs een rondje over een parkeerplaats, in de auto van een vriend. Toen hij de auto weer wilde parkeren, gleed zijn voet van de koppeling op het gas. De auto reed over een vriend van verdachte heen, waarbij deze drie ruggenwervels brak. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 60 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850486-10

Uitspraak d.d.: 1 februari 2012

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (voormalig Joegoslavië) op [1992],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 11 juli 2010 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede op een weg, te weten de Pelgrimstraat en/of een aan de Pelgrimstraat aldaar gelegen parkeerplaats zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of roekeloos, terwijl hij, verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, met een snelheid van 20 a 30 kilometer per uur heeft gereden

en/of gekomen bij een gezien zijn, verdachtes rijrichting, rechts naast die weg gelegen parkeervak, -alwaar een/de persoon/personen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] op de aan het eind van dat parkeervak aanwezige stoeprand zat/en- en/of hij, verdachte dat/die persoon/personen had waargenomen,

naar rechts heeft gestuurd en/of dat parkeervak geheel of gedeeltelijk is ingereden en/of heeft getracht dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand

te brengen, waarbij zijn, verdachtes voet van de koppeling van dat motorrijtuig (personenauto) is geschoten en/of heeft hij, verdachte in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig geregeld, dat hij, verdachte in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand

waarover hij, verdachte die weg/parkeerplaats kon overzien en waarover deze vrij was en/of

heeft hij, verdachte dat motorrijtuig (personenauto) niet in dat parkeervak tot stilstand gebracht en/of is hij, verdachte tegen en/of over (het slachtoffer) [slachtoffer A] gereden en/of tegen het zich achter dat parkeervak bevindende hekwerk gebotst en/of aangereden,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer A]) zwaar lichamelijk letsel en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 11 juli 2010 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede op de weg, te weten de Pelgrimstraat en/of een aan de Pelgrimstraat aldaar gelegen parkeerplaats, met een snelheid van 20 a 30 kilometer per uur heeft gereden

en/of gekomen bij een gezien zijn, verdachtes rijrichting, rechts naast die weg gelegen parkeervak, -alwaar een/de persoon/personen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] op de aan het eind van dat parkeervak aanwezige stoeprand zat/en- en/of hij, verdachte dat/die persoon/personen had waargenomen,

naar rechts heeft gestuurd en/of dat parkeervak geheel of gedeeltelijk is ingereden en/of heeft getracht dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen, waarbij zijn, verdachtes voet van de koppeling van dat motorrijtuig (personenauto) is geschoten en/of

heeft hij, verdachte dat motorrijtuig (personenauto) niet in dat parkeervak tot stilstand gebracht en/of is hij, verdachte tegen en/of over (het slachtoffer) [slachtoffer A] gereden en/of tegen het zich achter dat parkeervak bevindende hekwerk gebotst en/of aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Feit 2

hij op of omstreeks 11 juli 2010 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Pelgrimstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Aanleiding tot het onderzoek was de melding op zondag 11 juli 2010 van een ongeval met letsel.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen daartoe opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte

De verdachte heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat deze feiten bewezen kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Aangezien verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.

Verdachte heeft zowel bij de politie3 als ter terechtzitting4 ten aanzien van het hem verweten feit bekennende verklaringen afgelegd. Daarnaast zijn voor het bewijs voorhanden:

- een proces-verbaal van bevindingen inhoudende de verklaring van [slachtoffer A] over de aanrijding,5

- een proces-verbaal met betrekking tot deze aanrijding,6 en

- een geneeskundige verklaring met betrekking tot [slachtoffer A].7

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Feit 1

hij op 11 juli 2010 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede op een weg, te weten een aan de Pelgrimstraat aldaar gelegen parkeerplaats aanmerkelijk onvoorzichtig, terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, met een snelheid van 20 à 30 kilometer per uur heeft gereden en gekomen bij een gezien zijn, verdachtes, rijrichting, rechts naast die weg gelegen parkeervak, - alwaar de personen [slachtoffer A] en [slachtoffer B] op de aan het eind van dat parkeervak aanwezige stoeprand zaten - en hij, verdachte, die personen had waargenomen, naar rechts heeft gestuurd en dat parkeervak is ingereden en heeft getracht dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen, waarbij zijn, verdachtes, voet van de koppeling van dat motorrijtuig (personenauto) is geschoten en hij, verdachte, dat motorrijtuig (personenauto) niet in dat parkeervak tot stilstand heeft gebracht en hij, verdachte, tegen en over (het slachtoffer) [slachtoffer A] gereden is en tegen het zich achter dat parkeervak bevindende hekwerk aangereden,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, genaamd [slachtoffer A], zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;

Feit 2

hij op 11 juli 2010 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Pelgrimstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Samenloop

De rechtbank constateert dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten betrekking hebben op één en dezelfde handeling van verdachte, namelijk het rijden zonder rijbewijs. Daarbij is niet alleen sprake van gelijktijdigheid van handelen, ook wat betreft de strekking van het te beschermen rechtsbelang - kort gezegd: de verkeersveiligheid - komt hetgeen onder 1 en 2 is ten laste gelegd overeen. De rechtbank acht dan ook artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing en concludeert tot eendaadse samenloop.

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,

in eendaadse samenloop gepleegd met

Feit 2: Overtreding van artikel 107 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

Verdachte heeft te kennen gegeven dat hij deze eis redelijk vindt.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende overwogen.

Verdachte heeft op een parkeerplaats in een personenauto gereden, terwijl hij niet in het bezit was van een geldig rijbewijs. Daarbij heeft verdachte de controle over het voertuig verloren, ten gevolge waarvan hij een van de daar aanwezige personen, slachtoffer [slachtoffer A], heeft aangereden. Verdachte heeft hiermee onvoldoende verantwoordelijkheid getoond ten opzichte van andere zich daar bevindende personen. Het slachtoffer, [slachtoffer A], is door de aanrijding onder de auto terechtgekomen, waarbij hij drie ruggenwervels heeft gebroken. De door de arts geschatte hersteltijd bedraagt acht weken, waarbij is opgemerkt dat het slachtoffer ten gevolge van dit letsel in de toekomst mogelijk eerder last zal krijgen van slijtage.

De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met zijn opstelling ter terechtzitting en de periode die is verstreken tussen de afronding van het proces-verbaal door de politie en de terechtzitting.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank de door officier van justitie geëiste werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op

- de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, en

- de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,

in eendaadse samenloop gepleegd met

Feit 2: Overtreding van artikel 107 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 60 (ZESTIG) UREN, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

* ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (VIER) MAANDEN;

* bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Brugman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 februari 2012.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0642 2010101605-21, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 22 juli 2010.

2 Proces-verbaal van relaas d.d. 22 juli 2010, p. 3.

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 juli 2010, p. 51-54.

4 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 18 januari 2012.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2010, p. 34-36.

6 Proces-verbaal van aanrijding d.d. 19juli 2010, p. 81-84.

7 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een geneeskundige verklaring met betrekking tot [slachtoffer A], d.d. 27 juli 2010.