Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV1744

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-01-2012
Datum publicatie
24-01-2012
Zaaknummer
06-850521-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank spreekt verdachte vrij van het plegen van ontuchtige handelingen op 4 mei 2011 te Putten. De rechtbank heeft uit het onderzoek op zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850521-11

Uitspraak d.d. 24 januari 2012

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats op 1975],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 januari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 04 mei 2011 te Putten,

door een feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het tongzoenen

van die [slachtoffer], in ieder geval het zoenen van die [slachtoffer] en/of het

betasten van haar lichaam,

en bestaande die feitelijkheid er in dat verdachte 's avonds (laat) naar de

woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of haar toen in haar woning (waar zij

alleen woonde) onverhoeds en/of onaangekondigd en/of ongevraagd is beginnen te

zoenen en/of betasten, waarbij hij die [slachtoffer] stevig heeft vastgehouden.

art 246 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde met dien verstande dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel "het betasten van haar lichaam".

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde nu verdachte het tenlastegelegde ten stelligste ontkent. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte consistente verklaringen heeft afgelegd bij de politie en ter terechtzitting. Voorts bevindt er zich in het dossier geen bewijs dat de aangifte ondersteunt, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op 12 mei 2011 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van seksueel misbruik, gepleegd door verdachte. [slachtoffer ] heeft verklaard dat verdachte op 4 mei 2011 rond 23.00 uur bij haar woning heeft aangebeld en dat zij hem heeft binnengelaten. In haar woning pakte verdachte haar vast en begon haar te tongzoenen. Hij betastte haar daarna met zijn handen over haar kleding over haar borsten. Daarna merkte zij dat hij onder haar T-shirt ging. Hij ging met één hand richting haar borsten. Vervolgens ging hij met zijn andere hand richting haar onderbroek. Hij zat met zijn vingers aan de voorkant van haar vagina.

De volgende dag had [slachtoffer ] onder de ruitenwisser van haar auto een envelop met daarin een briefje van verdachte aangetroffen met de tekst: "hoi lekke ding. xx Ik was gisteravond bij je Ik had wat aan je gevraagd Ik hoop dat je het doet xxxx Groeten [verdachte]".2

Verdachte heeft zowel bij de politie3 als ter terechtzitting ontkennende verklaringen afgelegd. Bij de politie heeft verdachte onder meer verklaard dat hij op 4 mei 2011 om 22.47 uur op de camping was waar aangeefster woonde. Hij was naar haar woning gegaan om te vragen of zij zijn nek en nekspieren wilde masseren. Bij de kennismaking had hij haar drie zoentjes op de wang gegeven. Daarna is hij naar zijn werk gegaan. De volgende ochtend heeft hij op haar auto een brief neergelegd.4 Verdachte heeft uitdrukkelijk en herhaaldelijk ontkend dat hij haar heeft getongzoend en aangeraakt. Verdachte heeft ter terechtzitting zijn verklaringen bij de politie bevestigd.

De rechtbank overweegt het volgende.

Vast staat dat verdachte op 4 mei 2011 in de woning van aangeefster is geweest. De rechtbank constateert evenwel dat voor de verklaring van aangeefster dat verdachte haar tegen haar wil heeft getongzoend en/of betast, geen steunbewijs voorhanden is. De omstandigheden dat verdachte rond 23.00 uur naar de woning van een voor hem onbekende, alleenwonende vrouw gaat en bij haar aanbelt met de vraag of zij hem wil masseren en waarbij hij vervolgens de volgende dag een briefje onder haar ruitenwisser legt, waarin hij haar een 'lekker ding' noemt, wijzen er niet op dat verdachte met geheel zuivere bedoelingen naar de woning van aangeefster is gegaan. Dit alles heeft er meer de schijn van, dat hij haar een onzedelijk voorstel heeft gedaan. Hoewel deze omstandigheden derhalve niet in het voordeel van verdachte spreken en niet is uit te sluiten dat het is gegaan zoals aangeefster heeft verklaard, kan naar het oordeel van de rechtbank niet tot de ondubbelzinnige conclusie worden gekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd.

Het dossier bevat wel enkele "van horen zeggen" verklaringen van personen aan wie aangeefster had gezegd, wat haar was overkomen, maar die verklaringen die hun steun geheel vinden in het relaas van aangeefster, hetwelk nu juist uitdrukkelijk door verdachte wordt ontkend, kunnen niet het steunbewijs bieden dat nodig is om te komen tot een wettige en overtuigende bewijsredenering.

De rechtbank heeft derhalve uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 700,-- (immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de benadeelde partij in haar vordering

niet-ontvankelijk te worden verklaard aangezien niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering, met veroordeling van deze benadeelde partij in de proceskosten door verdachte gemaakt, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Aufderhaar, voorzitter, Gilhuis en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 januari 2012.

Mr. Aufderhaar is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0610 2011060855-13, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 18 juni 2011 door M.J. Gosliga.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 16-22.

3 Proces-verbalen van verhoor van verdachte, p. 36-42 en 43-47.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 37 en 44.