Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV0324

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-01-2012
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
06-880020-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat aan zijn schuld te wijten verkeersongeval een dodelijk slachtoffer is gevallen. De rechtbank spreekt de verdachte vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880020-11

Uitspraak d.d.: 5 januari 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1976,

adres: [adres].

Raadsman: mr. G. Martin, advocaat te Purmerend.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

22 december 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 juni 2010 te Nieuw-Milligen, in elk geval in de

gemeente(n) Apeldoorn en/of Barneveld, althans in Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A1, ter hoogte van

hectometerpa(a)l(en) [nummer] tot en met [nummer],

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam,

terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid)

(soft)drugs (te weten: hennep en/of hasjiesj, als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II), althans na het nemen van een of meerdere

trek(ken) van een joint, in elk van na gebruik van een (niet onaanzienlijke)

hoeveelheid (soft)drugs, en/of

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, anders dan door het ontbreken van enig daglicht, en/of

met een snelheid gelegen tussn 136 en 153 kilometer per uur, althans van

(ongeveer) 136 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de

aldaar ter plaatse toegestande maximumsnelheid van 120 kilometer per uur, over

de linker rijstrook van die Rijksweg A1 heeft gereden en/of is blijven rijden,

en/of

(daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting

zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende

weggedeelte van (de linker rijbaan van) die weg heeft gelet en/of is blijven

letten, en/of

(daarbij) zijn voertuig (abrupt) naar links heeft gestuurd, en/of

(vervolgens) terecht is gekomen op het links naast die rijstrook gelegen

weggedeelte (een zgn. redresseerstrook met een breedte van ongeveer 0,60

meter), zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op

dat weggedeelte te (gaan) rijden en aldus in strijd met artikel 10 lid 1 van

voornoemd reglement geen gebruik heeft gemaakt van de rijbaan, althans die

rijbaan niet heeft gevolgd, en/of

(vervolgens) terecht is gekomen in de links naast die redresseerstrook gelegen

(midden)berm, en aldus in strijd met artikel 43 lid 3 van voornoemd reglement

gebruik heeft gemaakt van die berm, en/of

(vervolgens) naar rechts heeft gestuurd, en/of

(daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) tijdens dat slippen naar links heeft gestuud, en/of

(vervolgens) in de rechts naast die Rijksweg A1 gelegen berm is gegleden of

gereden, in elk geval terecht gekomen,

ten gevolge waarvan dat door hem bestuurde motorrijtuig meermalen, althans

eenmaal, (zijdelings) over de kop is geslagen,

waardoor (een) ander(en) (te weten: [slachtoffer] en/of het nog ongeboren kind

van die [slachtoffer], zijnde een vrucht (van 34 weken) die naar

redelijkerwijs verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in

leven te blijven) werd(en) gedood;

terwijl het feit is veroorzaakt terwijl verdachte toen dat motorrijtuig heeft

bestuurd na zodanig gebruik van (soft)drugs dat hij verkeerde in een toestand

als bedoeld in artikel 8 lid van de Wegenverkeerswet 1994, en/of

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte,

een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft

overschreden, immers heeft hij, verdachte de ter plaatse voor dat motorrijtuig

toegestane maximum snelheid van 120 kilometer per uur met 33 kilometer per

uur, althans 16 kilometer per uur, in elk geval aanzienlijk overschreden;

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 24 juni 2010 te Nieuw-Milligen, in elk geval in de

gemeente Apeldoorn, althans in Nederland,

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,

Rijksweg A1,

terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid)

(soft)drugs (te weten: hennep en/of hasjiesj, als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II), althans na het nemen van een of meerdere

trek(ken) van een joint, in elk van na gebruik van een (niet onaanzienlijke)

hoeveelheid (soft)drugs, en/of

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, anders dan door het ontbreken van enig daglicht, en/of

met een snelheid gelegen tussn 136 en 153 kilometer per uur, althans van

(ongeveer) 136 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de

aldaar ter plaatse toegestande maximumsnelheid van 120 kilometer per uur, over

de linker rijstrook van die Rijksweg A1 heeft gereden en/of is blijven rijden,

en/of

(daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting

zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende

weggedeelte van (de linker rijbaan van) die weg heeft gelet en/of is blijven

letten, en/of

(daarbij) zijn voertuig (abrupt) naar links heeft gestuurd, en/of

(vervolgens) terecht is gekomen op het links naast die rijstrook gelegen

weggedeelte (een zgn. redresseerstrook met een breedte van ongeveer 0,60

meter), zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op

dat weggedeelte te (gaan) rijden en aldus in strijd met artikel 10 lid 1 van

voornoemd reglement geen gebruik heeft gemaakt van de rijbaan, althans die

rijbaan niet heeft gevolgd, en/of

(vervolgens) terecht is gekomen in de links naast die redresseerstrook gelegen

(midden)berm, en aldus in strijd met artikel 43 lid 3 van voornoemd reglement

gebruik heeft gemaakt van die berm, en/of

(vervolgens) naar rechts heeft gestuurd, en/of

(daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) tijdens dat slippen naar links heeft gestuud, en/of

(vervolgens) in de rechts naast die Rijksweg A1 gelegen berm is gegleden of

gereden, in elk geval terecht gekomen,

ten gevolge waarvan dat door hem bestuurde motorrijtuig meermalen, althans

eenmaal, (zijdelings) over de kop is geslagen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de aan de verdachte tenlastegelegde dood door schuld (artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994), met uitzondering van het strafverzwarende onderdeel dat betrekking heeft op het onder invloed zijn van drugs en/of alcohol. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden kunnen worden vastgesteld.

De verdachte reed op 24 juni 2010 omstreeks 00.15 uur samen met zijn 34 weken zwangere vriendin op de rijksweg A1 in de richting van Apeldoorn. Ter hoogte van hectometerpaal [nummer] is de verdachte - doordat hij naar zijn zeggen in een mistbank terechtkwam, hetgeen overigens door het KNMI niet kan worden uitgesloten - vermoedelijk met de linker wielen van zijn auto in de middenberm terecht gekomen, waarna hij zijn voertuig terug naar rechts heeft getracht te sturen, als gevolg waarvan de auto begon te slippen en uiteindelijk na enkele malen over de kop te zijn geslagen in de rechterberm tot stilstand is gekomen. Verdachtes vriendin [slachtoffer], alsmede hun ongeboren kind zijn bij dit ongeval om het leven gekomen.

De rechtbank is, anders dan het openbaar ministerie, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde dood door schuld althans aan gevaarzetting en wijst in het bijzonder op het navolgende.

De verdachte heeft tijdens zijn eerste verhoor bij de politie op 18 november 20101 verklaard dat hij kort voor het ongeval ongeveer 120 kilometer per uur reed, hetgeen aldaar ter plaatse de maximumsnelheid is. Uit het proces-verbaal ongevallenanalyse blijkt dat een nauwkeurige snelheidsberekening aan de hand van de door de politie aangetroffen sporen niet kan worden gemaakt. Er kan slechts een indicatie worden gegeven van een mogelijk gereden snelheid. De minimale berekening van de snelheid aan het begin van de sporen komt uit op 136 kilometer per uur en de maximale berekening van de snelheid komt uit op 153 kilometer per uur. Aan een dergelijke indicatie, die overigens is gebaseerd op inschattingen van de door de auto ondervonden vertragingen, komt onvoldoende bewijskracht toe, in die zin dat op grond daarvan niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte tussen de 136 en 153 kilometer per uur heeft gereden. De getuige [getuige] heeft op 31 augustus 2011, ruim één jaar na het ongeval, tijdens een telefonisch verhoor door de politie weliswaar verklaard dat de personenauto van de verdachte kort voor het ongeval 150 à 160 kilometer per uur moet hebben gereden, echter zulks vindt geen steun in de overige zich in het dossier bevindende stukken en is ook overigens een te vage schatting dat op basis daarvan met zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte te hard heeft gereden.

De rechtbank merkt overigens nog op dat alle getuigen pas één jaar, en in een enkel geval zelfs 15 maanden, na de dag van het ongeval telefonisch door de politie zijn gehoord, hetgeen de nauwkeurigheid van verklaringen in het algemeen niet ten goede komt.

Evenmin kan met zekerheid worden vastgesteld dat het zicht ter plaatse niet werd belemmerd. Verdachte heeft verklaard dat hij opeens, toen hij aan het inhalen was en juist weer rechts wilde invoegen, in een mistbank belandde waarna er een stuk asfalt ontbrak. Uit de e-mailwisseling tussen de politie Noord-Oost Gelderland en het KNMI2 volgt dat de weersverwachting van het KNMI destijds om 23.35 uur was "Vannacht is er vrijwel geen bewolking, lokaal ontstaan enkele mistbanken", terwijl het KNMI per brief van 5 september 20113 heeft laten weten dat een lokale ondiepe mistbank na enkele seconden kan verdwijnen. Het enkele feit dat de getuigen allen hebben verklaard geen mist te hebben waargenomen, brengt gelet op de gegevens van het KNMI, niet met zich dat verdachte niet in een lokale, snel oplossende, mistbank kan zijn geraakt. Vaststaat dat de verdachte met zijn linkerbanden over de linkerrijstrook is gereden, maar gelet op het feit dat niet kan worden uitgesloten dat er sprake was van een plotselinge mistbank, kan niet worden gesteld dat verdachte aldus een verkeersfout heeft gemaakt.

Tot slot geldt dat uit de voorhanden zijnde stukken en onderzoeken ook niet met zekerheid kan worden afgeleid dat verdachte onnodig links heeft gereden. En indien dat al het geval is geweest, is die overtreding naar het oordeel van de rechtbank niet een oorzaak van het ongeval.

Nu op grond van voornoemde feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang bezien - niet met voldoende mate van zekerheid is komen vast te staan dat de verdachte één (of meer) verkeersovertreding(en) heeft begaan dan wel concreet gevaarscheppend gedrag heeft vertoond, kan er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake zijn van overtreding van artikel 6 dan wel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, zodat de verdachte van het hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. K.H.A. Heenk, voorzitter, mr. R.M.A.G. van Valderen en

mr. W.L.F. Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 januari 2012.

Mrs. K.H.A. Heenk en W.L.F. Prisse zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoot:

1 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 18 november 2010, pagina 7 van het dossier

2 Een bij een brief van het KNMI, d.d. 9 september 2011, gevoegde e-mail correspondentie, ongenummerde pagina in het dossier

3 Een brief van het KNMI, d.d. 9 september 2011, ongenummerde pagina in het dossier