Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:4325

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
18-02-2014
Zaaknummer
122370 / HA ZA 11-521
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding bij seksueel misbruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 122370 / HA ZA 11-521

Vonnis van 14 maart 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. L.H. Poortman-de Boer te Drachten,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. H. Grootjans te Doetinchem.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 23 november 2011

  • -

    de akte uitlating deskundige van eiser

  • -

    de akte uitlating deskundige van gedaagde

  • -

    de akte uitlating productie van eiser.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De nadere instructie van de zaak

2.1.

In voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank ten aanzien van de post verlies aan verdienvermogen overwogen dat zij een onderzoek door een deskundige noodzakelijk acht om inzicht te krijgen in de geestelijke en mentale beperkingen die eiser ondervindt van het seksueel misbruik door gedaagde. Partijen zijn bij dat vonnis in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de hoedanigheid van de deskundige, de naam van de voor benoeming tot deskundige in aanmerking komende persoon alsmede de aan deze te stellen vragen.

2.2.

Met partijen wordt geoordeeld dat de te benoemen deskundige de hoedanigheid van psychiater dient te hebben.

2.3.

Ten aanzien van de persoon van de te benoemen deskundigen zijn partijen niet tot een eensluidende voordracht gekomen.
De rechtbank is -met eiser- van oordeel dat drs. B.T. Takkenkamp in deze meer de aangewezen persoon is om tot deskundige te worden benoemd dan de door gedaagde voorgedragen prof. dr. G.F. Koerselman, wiens deskundigheid overigens niet ter discussie staat. Takkenkamp kan bogen op jarenlange ervaring in de kinderpsychiatrie en het seksueel misbruik van eiser is begonnen op jeugdige leeftijd. Dit maakt dat Takkenkamp in dit geval de voorkeur geniet. Daaraan doet niet af dat volgens gedaagde Takkenkamp voornamelijk in strafrechtelijke procedures als deskundige optreedt. Het feit dat Takkenkamp in dat kader over slachtoffers van seksueel geweld heeft gerapporteerd is eerder een bijkomend voordeel dan een nadeel.
Takkenkamp heeft desgevraagd aan de rechtbank te kennen gegeven dat hij vrij staat ten opzichte van partijen en dat hij over de nodige expertise beschikt. Takkenkamp zal dan ook tot deskundige worden benoemd.

2.4.

Partijen hebben geen suggesties gedaan voor de aan de deskundige te stellen vragen. Aan de deskundige zal de IWMD-vraagstelling (versie januari 2010) ter beantwoording worden voorgelegd, waarbij in voorkomende gevallen waar dat van belang is “ongeval” zal worden vervangen door “seksueel misbruik” De rechtbank heeft de vraag “Zal [eiser] met name geestelijke en mentale beperkingen kunnen ondervinden bij het betreden van en het zich handhaven op de arbeidsmarkt? toegevoegd onder “Beperkingen” en de vraag “Is daarvoor nog behandeling op uw vakgebied nodig?” toegevoegd onder “Medische eindtoestand”.

De vraagstelling met toelichting luidt als volgt.

Algemene toelichting

Deze vraagstelling is bedoeld om inzicht te geven in de medische uitgangspunten die van belang zijn bij het bepalen van de omvang van de schade die de onderzochte heeft geleden (en in de toekomst mogelijk zal lijden) als gevolg van seksueel misbruik. Deze schade wordt in het civiele aansprakelijkheidsrecht vastgesteld aan de hand van een vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de onderzochte zoals die na het seksueel misbruik is ontstaan en zich waarschijnlijk in de toekomst zal voortzetten (de situatie met seksueel misbruik) en de hypothetische situatie waarin de onderzochte zich zou hebben bevonden als het seksueel misbruik nooit had plaatsgevonden (de situatie zonder seksueel misbruik ).

Deze systematiek vormt de grondslag van deze vraagstelling. Onderdeel 1 heeft betrekking op de gezondheidstoestand en het functioneren van de onderzochte in de situatie met seksueel misbruik. In onderdeel 2 wordt aan de deskundige gevraagd zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven hoe de gezondheidstoestand en het functioneren van de onderzochte in de hypothetische situatie zonder seksueel misbruik zouden zijn geweest. De gezondheidssituatie van de onderzochte voorafgaand aan het seksueel misbruik is relevant voor de beoordeling van beide situaties.

Bij het opstellen van deze vraagstelling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage (RMSR). In deze richtlijn is geformuleerd aan welke eisen een deskundige en diens rapportage moeten voldoen. De richtlijn is bedoeld als hulpmiddel voor deskundigen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. De deskundige wordt verzocht de aanbevelingen en bepalingen in de richtlijn – zo veel als mogelijk – in acht te nemen.

1 DE SITUATIE MET SEKSUEEL MISBRUIK

Anamnese

a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Aanbeveling 2.2.4. RMSR:

De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet, en beperkt zich tot de relevante gegevens. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal van de onderzochte in diens bewoordingen. Er worden daarbij geen termen gebezigd of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Als hieraan wordt voldaan, dan verwoordt de anamnese per definitie het subjectieve verhaal van de onderzochte. Termen als “betrokkene zou (…)” worden vermeden. Ook voegt de expert bij de beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe. Auto-anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden en als zodanig genoemd weergegeven.

Medische gegevens

b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:
-  de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
-  de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Aanbeveling 2.2.6 RMSR:

Uit het rapport blijkt van welke van de meegestuurde gegevens kennis werd genomen en op welke wijze de daaraan ontleende feiten zijn meegewogen in het eindoordeel. Bij voorkeur wordt in het rapport een samenvatting opgenomen van de aan de meegestuurde gegevens ontleende feiten.

Medisch onderzoek

c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?

Aanbeveling 2.2.5 RMSR:

Er wordt een adequaat lichamelijk en/of psychiatrisch onderzoek verricht, maar slechts voorzover dat relevant is voor de beantwoording van de vraagstelling. Niet relevant onderzoek blijft uitdrukkelijk achterwege. Indien mogelijk worden de resultaten in kwantitatieve vorm weergegeven. Bij de beschrijving van de onderzoeksresultaten kan medisch jargon uiteraard niet worden vermeden.

Aanbeveling 2.2.7 RMSR:

Indien de expert aanvullend hulponderzoek (radiologisch, neuropsychologisch of anderszins) laat verrichten en de uitkomsten daarvan in zijn conclusies betrekt, dan dienen de verslagleggingen van deze onderzoeken bij het expertiserapport gevoegd te worden.

Consistentie

d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Aanbeveling 2.2.8 RMSR:

Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze discrepantie werd geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan worden geconcludeerd.

Diagnose

f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

Aanbeveling 2.2.15 RMSR:

Waar nodig wordt een differentiaaldiagnostische overweging gegeven.

Beperkingen

g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het seksueel misbruik? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?Zal [eiser] met name geestelijke en mentale beperkingen kunnen ondervinden bij het betreden van en het zich handhaven op de arbeidsmarkt?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

Medische eindsituatie

h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het seksueel misbruik mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel? Is daarvoor nog behandeling op uw vakgebied nodig?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

Aanbeveling 2.2.14 RMSR:

Als de expert om een inschatting wordt gevraagd en hij zich competent acht deze inschatting te maken, dan zorgt hij ervoor dat duidelijk wordt op welke wijze deze inschatting tot stand is gekomen. Hij geeft aan wat daarbij is meegewogen en wat van doorslaggevende betekenis is geweest.

2 DE SITUATIE ZONDER SEKSUEEL MISBRUIK

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Aanbeveling 2.2.14 RMSR:

Als de expert om een inschatting wordt gevraagd en hij zich competent acht deze inschatting te maken, dan zorgt hij ervoor dat duidelijk wordt op welke wijze deze inschatting tot stand is gekomen. Hij geeft aan wat daarbij heeft meegewogen en wat van doorslaggevende betekenis is geweest.

Aanbeveling 2.2.16 RMSR:

Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten en verschijnselen. Deze vraagstelling geschiedt in overeenstemming met de gangbare inzichten dan wel richtlijnen van de desbetreffende wetenschappelijke vereniging. De expert zal nimmer klachten aan een ongeval “toerekenen” of de causaliteit ervan louter baseren op het feit dat ze pas na het ongeval debuteerden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor het seksueel misbruik

a. Bestonden voor het seksueel misbruik bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?
b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het seksueel misbruik uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder seksueel misbruik

c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het seksueel misbruik de onderzochte niet was overkomen?
d. Zo ja (dus zonder seksueel misbruik ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde klachten en afwijkingen die niet zijn gerelateerd aan het seksueel misbruik?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

3 OVERIG

Aanbeveling 2.2.11 RMSR:
Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij terzake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

2.5.

Takkenkamp heeft het voorschot op zijn honorarium en kosten begroot op
€ 4.350,--. De rechtbank rondt deze begroting af op € 4.500,--.
Zoals reeds in voormeld tussenvonnis is overwogen zal het voorschot op het honorarium van de deskundige integraal door gedaagde dienen te worden voldaan.

2.6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een onderzoek door een psychiater en legt de deskundige de onder rechtsoverweging 2.4. opgenomen vragen voor;

benoemt tot deskundige :


dr. B.T. Takkenkamp, psychiater
[adres]

[plaats]

e-mail: [e-mail]

bepaalt de hoogte van het voorschot, inclusief BTW, op het honorarium van de deskundige op € 4.500,-- inclusief BTW;

bepaalt dat de deskundige niet zal aanvangen met de werkzaamheden dan nadat gedaagde het bedrag van € 4.500,-- ten behoeve van het voorschot op het honorarium van de deskundige heeft voldaan ter griffie van deze rechtbank op bankrekening nummer [rekeningnummer] t.n.v. Ministerie van Justitie (547), onder vermelding van: code 183, [eiser] /[gedaagde], rolnummer 122370 HA ZA 11-521, te betalen binnen twee weken na heden;

bepaalt dat de deskundige zo spoedig mogelijk nadat van de griffier het bericht is ontvangen dat gedaagde het voorschot op het honorarium van de deskundige op de hiervoor aangegeven wijze heeft voldaan, tot het onderzoek zal overgaan;

bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden aanstonds dient te staken, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden eerst dient voort te zetten, nadat van de griffier het bericht is ontvangen dat partijen een aanvullend voorschot hebben betaald;

bepaalt dat de procesdossiers door partijen ter beschikking van de deskundige zullen worden gesteld;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat de deskundige in het schriftelijke bericht laat blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken;

bepaalt dat de deskundige, voorafgaand aan toezending van zijn schriftelijke bericht aan de rechtbank, het concept van dit schriftelijke bericht eerst alleen aan eiser zal toezenden opdat deze in de gelegenheid is te beslissen of van de inhoud van dit schriftelijke bericht aan de wederpartij en de rechtbank mededeling kan worden gedaan. Indien eiser aan de deskundige heeft bericht geen beroep te willen doen op het hem toekomende recht om toestemming aan doorzending te onthouden, zal de deskundige het concept van het schriftelijke bericht aan partijen toezenden;

bepaalt dat de deskundige, voorafgaand aan toezending van zijn schriftelijke bericht aan de rechtbank, het concept van dit schriftelijke bericht aan partijen zal toezenden opdat partijen in de gelegenheid zijn om daarover opmerkingen te maken en dat de deskundige in het schriftelijke bericht doet blijken of partijen opmerkingen hebben gemaakt en wat zijn reactie daarop is geweest;

bepaalt dat de deskundige een met redenen omkleed schriftelijk rapport zal indienen ter griffie van deze rechtbank vóór 1 augustus 2012, onder bijvoeging van een gespecificeerde rekening;

verzoekt de deskundige, indien eiser van het recht om toestemming aan doorzending te onthouden gebruik maakt, dit schriftelijk aan de rechtbank mee te delen, onder bijvoeging van een gespecificeerde rekening;

bepaalt dat de zaak voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van eiser, hetzij voor doorhaling zal worden uitgeroepen ter rolle van 12 september 2012;

bepaalt dat van doorhaling eerst sprake zal zijn nadat de definitieve nota van de deskundige door partijen zal zijn voldaan onder verrekening van het betaalde voorschot;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.1

1 Th/St