Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BW1769

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-07-2011
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
10-847
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit van 22 juni 2009 heeft verweerder aan verweerders gemeente ontheffing en bouwvergunning verleend voor de inrichting als voetbalveldje. Eiseres heeft beroep ingesteld. De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 10/847

Uitspraak in het geding tussen:

[eiseres]

te [plaats],

eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2009 heeft verweerder aan verweerders gemeente ontheffing en bouwvergunning verleend voor de inrichting als voetbalveldje van het perceel, kadastraal bekend [gemeente, kadastraal nummer] en plaatselijk bekend [perceel], ten zuidoosten van [huisnummer], en voor de oprichting van ballenvangers, hekwerken en voetbaldoelen op dat perceel.

Bij besluit van 16 maart 2010 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 28 juni 2011, waar eiseres is verschenen, bijgestaan door haar dochter [dochter eiseres]. De advocaat van eiseres, mr. P.M.L.F. Roosendaal, is met voorafgaande schriftelijke kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. IJsseldijk.

2. Overwegingen

2.1 Het perceel valt binnen de begrenzingen van het bestemmingsplan “Vorden West en Zuid 1992” (hierna: het bestemmingsplan). Op het perceel rust de bestemming “Groene dorpsruimten”, met de nadere aanduiding "Agrarisch gebied".

2.2 De rechtbank stelt vast en tussen partijen is niet in geschil dat de inrichting van het perceel als voetbalveldje in strijd is met het bestemmingsplan. Dat geldt evenzeer voor de ballenvangers, vanwege hun hoogte van 4 m. Om het bouwplan mogelijk te maken heeft verweerder (binnenplanse) vrijstelling verleend.

2.3 De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of verweerder zich terecht bevoegd heeft geacht om binnenplanse vrijstelling te verlenen voor de ballenvangers.

Ingevolge artikel 12, vijfde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan verlenen burgemeester en wethouders vrijstelling van de gestelde maximale hoogte in het vierde lid van dit artikel tot een maximale hoogte van 4 m, mits deze hogere andere bouwwerken noodzakelijk zijn voor het meest doelmatige gebruik van de aan de grond gegeven bestemming.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet gezegd worden dat de hogere ballenvangers noodzakelijk zijn voor het meest doelmatige gebruik van de aan de grond gegeven bestemming, "Groene dorpsruimten" met de nadere aanduiding "Agrarisch gebied". Verweerder heeft noch in het bestreden besluit noch ter zitting gronden geboden voor een ander oordeel. De conclusie moet zijn dat verweerder zich ten onrechte bevoegd heeft geacht om met toepassing van artikel 12, vijfde lid, binnenplanse vrijstelling te verlenen voor de hogere ballenvangers.

2.4 Voorts ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verweerder zich terecht bevoegd heeft geacht om binnenplanse vrijstelling te verlenen voor de inrichting van het perceel als voetbalveldje.

Ingevolge artikel 12, tweede lid, mogen de voor "Groene dorpsruimten" bestemde gronden niet anders worden ingericht dan is aangegeven op de kaart, blad 2A en B.

Ingevolge artikel 12, zesde lid, van de planvoorschriften zijn burgemeester en wethouders bevoegd – met inachtneming van de procedure genoemd in artikel 6, lid 1.1. t/m 1.3., en gehoord de Commissie voor Algemeen bestuur c.a. van de gemeente Vorden – vrijstelling te verlenen van het gestelde in het tweede lid van dit artikel, mits:

a. door middel van deze vrijstelling geen blijvend onevenredig afbreuk gedaan zal worden aan de beschrijving in hoofdlijnen in lid 1.2 van dit artikel;

b. de ruimtelijke gevolgen van deze vrijstelling worden vastgelegd op een bij deze vrijstelling gevoegde kaart.

Ingevolge artikel 12, lid 1.2, van de planvoorschriften is de wijze waarop de in lid 1.1 genoemde doeleinden worden nagestreefd weergegeven in de volgende beschrijving in hoofdlijnen:

a. Nagestreefd karakter:

In het dorp en aan de rand ervan gelegen in hoofdzaak onbebouwde gebieden die door hun openheid en groene karakter zeer bepalend zijn voor het dorpsbeeld, mede veroorzaakt door de aanwezige niet-agrarische functies die een belangrijke betekenis hebben als dorpsvoorziening. (….).

b. Ontwikkelingsmogelijkheden:

Met uitzondering van de Vordense Beek, die als zodanig gehandhaafd moet blijven is een gewijzigde inrichting van de gronden slechts aanvaardbaar als dit of een overgang betekent naar agrarisch gebruik of wanneer dit groene, grotendeels onverharde recreatieve dorpsvoorzieningen betreft. Daarbij mag de openheid niet door dichte beplanting worden aangetast.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich evenzeer ten onrechte bevoegd geacht om vrijstelling te verlenen op grond van voormeld artikel 12, zesde lid. Hoewel verweerder kan worden gevolgd in zijn standpunt dat met de inrichting van het perceel als voetbalveldje geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beschrijving in hoofdlijnen, opgenomen in artikel 12, lid 1.2, valt uit de stukken niet op te maken of de procedure genoemd in artikel 6, lid 1.1. t/m 1.3., is gevolgd en of de Commissie voor Algemeen bestuur c.a. van verweerders gemeente is gehoord. Voorts zijn de ruimtelijke gevolgen van de vrijstelling niet vastgelegd op een bij de vrijstelling gevoegde kaart, zoals is vereist op grond van artikel 12, zesde lid, aanhef en onder b, van de planvoorschriften.

2.5 Eiseres heeft er nog op gewezen dat zij moet vrezen voor visuele hinder en (geluids)overlast van de gebruikers van het voetbalveldje. Eiseres kan worden gevolgd in haar betoog dat het bestreden besluit een afweging ontbeert van haar belang om gevrijwaard te blijven van deze hinder tegenover verweerders belang bij het voetbalveldje.

2.6 Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd. Het standpunt van verweerder dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand en de daartegen door eiseres – overigens eerst ter zitting – geuite grieven behoeven hoe dan ook geen bespreking.

2.7 De rechtbank ziet onvoldoende mogelijkheden om thans te komen tot definitieve beslechting van het geschil. De rechtbank ziet, mede gelet op hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 2.3, met name nog niet in dat het mogelijk is op grond van artikel 12, vijfde lid, binnenplanse vrijstelling te verlenen voor de ballenvangers. Het ligt op de weg van verweerder om nader te onderzoeken of voor het bouwplan (al dan niet na wijziging daarvan) opnieuw binnenplanse vrijstelling kan worden verleend dan wel, indien dat niet het geval is, of na het volgen van een andere ruimtelijke procedure het bouwplan kan worden vergund. De uitkomst van dat onderzoek en daarmee de vraag welke procedure gevolgd zal moeten worden, is echter geheel onzeker.

De rechtbank zal verweerder dan ook opdragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

2.8 Er is aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van eiseres. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt ter zake van rechtsbijstand 1 punt toegekend voor het beroepschrift, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 150,00 aan eiseres vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,00, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2011.