Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0364

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
06/580559-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft met een mededader een overval gepleegd, waarbij de slachtoffers zijn vastgebonden, getapet en bedreigd met vuurwapens. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4½ jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580559-09

Uitspraak d.d.: 9 december 2011

Tegenspraak / dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1986,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring Almere Binnen te Almere.

Raadsman: mr. J.M. Stam, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

25 november 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 augustus 2009 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere sieraden en/of

een geldbedrag van in totaal (ongeveer 6.200 EURO) en/of een of meer

bankpassen en/of een personenauto (Opel Astra OPC), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], onder

bedreiging van een of meer vuurwapens, althans een of meer op een vuurwapen

gelijkend(e) voorwerp(en):

- aan de armen en/of de benen met tie-wraps en/of (duck)tape en/of een riem

heeft/hebben vastgebonden en/of

- over het hoofd een kussensloop en/of een kussen, heeft/hebben geplaatst en/of

- de mond met ducktape, althans met een tape, de mond heeft/hebben afgeplakt

en/of

- (dreigend) de woorden "Oh wee als ik meer vind, dan schiet ik je dood",

althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard heeft/hebben

toegevoegd en/of

- een of meermalen, met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, althans met de hand(en), krachtig tegen het hoofd, althans tegen

het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- (dreigend) de woorden "Oh wee als het de foute code is, dan kom ik terug.

Ik weet je te vinden", althans woorden van gelijke dreigende strekking of

aard heeft/hebben toegevoegd ;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 30 augustus 2009 kreeg de politie omstreeks 3.30 uur een melding van een gewapende overval op een woning in Twello, gelegen tegenover [adres] te Twello, gemeente Voorst2. Ter plaatse zag verbalisant [verbalisant A] in de slaapkamer linksboven in die woning een man, te weten de hem bekende [slachtoffer 3], voor het geopende raam staan. Hij zag dat [slachtoffer 3] tape om zijn gezicht had ter hoogte van zijn mond. Uit hetgeen [slachtoffer 3] naar hem riep, maakte verbalisant op dat de vader van [slachtoffer 3] in nood was. Verbalisant sloeg het glas in de voordeur kapot en ging naar binnen. Boven in de slaapkamer zag hij dat [slachtoffer 3] was vastgebonden aan een vrouw, die op bed lag. Beiden hadden breed grijs tape om het hoofd en voor de mond. [slachtoffer 3] riep dat zijn vader geholpen moest worden. Verbalisant trok het laken van het bed en zag een man liggend op zijn buik met zijn hoofd in het matras gedrukt. Op het hoofd van de man lag een kussen. De man lag bewegingsloos en zijn hoofd was rood en bezweet. Om het hoofd en de mond van de man was ook tape geplakt. Verder waren de drie personen aan elkaar gebonden met hun handen op hun rug. Ze waren vastgebonden met grijs tape en zwarte tiewraps, zowel aan de armen als aan de benen. Nadat de tape van hun mond was verwijderd vertelden de personen dat zij waren overvallen door twee mannen met vuurwapens en dat zij hadden moeten vertellen waar geld lag in huis. Onder dwang hadden zij hun bankpasjes en pincodes moeten afgeven. Ook hadden de mannen een Opel Astra meegenomen.

In een politieonderzoek onder de naam "[naam]", waarbij een gijzeling in Eerbeek is onderzocht, werden onder anderen als verdachten [verdachte] (verdachte) en [medeverdachte B] aangehouden. Er ontstonden aanwijzingen dat deze [verdachte] en [medeverdachte B], alsmede [medeverdachte C] betrokken waren bij de ten laste gelegde overval. In 2009 verklaarde [verdachte] in het onderzoek "[naam]" dat hij bij de voorbereidingen op de overval betrokken was geweest.

Op 26 mei 2010 nam [slachtoffer 3] contact op met de politie3. Hij verklaarde dat hij van twee verschillende personen informatie had gekregen over de overval op hem en zijn ouders. In de gevangenis in Zutphen zou ene [verdachte] aan iedereen die het wilde horen vertellen dat hij de overval had gepleegd samen met iemand die is overleden. [medeverdachte B] was inmiddels overleden. Op 17 mei 2011 werd [verdachte] aangehouden als verdachte van de overval.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen en baseert de bewezenverklaring op de bekennende verklaringen van verdachte4 bij de politie en ter terechtzitting, de aangifte van [slachtoffer 3]5, de verklaring van [slachtoffer 1]6 en het proces-verbaal van bevindingen7.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 30 augustus 2009 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en een geldbedrag van in totaal (ongeveer 6.200 EURO) en bankpassen en een personenauto (Opel Astra OPC), toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming en welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader de vlucht mogelijk te maken, het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander, die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3], onder bedreiging van vuurwapens:

- aan de armen en de benen met tie-wraps en/of (duck)tape en/of een riem heeft vastgebonden

en

- over het hoofd een kussen heeft geplaatst en

- de mond met ducktape heeft afgeplakt en

- dreigend de woorden "Oh wee als ik meer vind, dan schiet ik je dood", althans woorden van

gelijke dreigende strekking of aard heeft toegevoegd en

- met een vuurwapen krachtig tegen het hoofd heeft geslagen en

- dreigend de woorden "Oh wee als het de foute code is, dan kom ik terug. Ik weet je te

vinden", althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard heeft toegevoegd.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

In de strafzaak met parketnummer 06/580648-09 is over verdachte een Pro Justitia Rapport uitgebracht, gedateerd 5 februari 2010 en ondertekend door drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog. Gelet op de omstandigheid dat het thans ten laste gelegde feit in dezelfde periode heeft plaatsgevonden als het feit ten behoeve waarvan dat psychologisch rapport is opgemaakt, acht de rechtbank - met de officier van justitie en de raadsman - de inhoud en de conclusies van het rapport eveneens van toepassing op de onderhavige strafzaak. Met de conclusie van dit rapport dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 41/2 jaar met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De raadsman heeft verzocht de op te leggen straf te matigen en een relevant deel voorwaardelijk op te leggen met eventueel de bijzondere voorwaarde dat zijn cliënt zich houdt aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, ook als dat inhoudt dat zijn cliënt voor behandeling zal worden opgenomen in de FPK te Assen of een nader door het IFZ geïndiceerde of te indiceren instelling. De raadsman heeft in dit verband betoogd dat zijn cliënt het beu is om steeds in crimineel gedrag te worden meegetrokken. Hij heeft zelf aangegeven hulp nodig te hebben en wil met therapie, begeleiding en inzet tot een verandering in zichzelf komen. Een nieuwe langdurige gevangenisstraf werkt daarbij volgens de raadsman contraproductief. Voor zover de straf dient als vergelding, wordt hier al in relevante mate aan tegemoet gekomen door het opleggen van een vergoeding voor materiële en immateriële schade met een schadevergoedingsmaatregel, aldus de raadsman. De raadsman wijst er verder op dat zijn cliënt verklaringen heeft afgelegd waarmee hij de politie heeft geholpen in het strafrechtelijk onderzoek tegen vader en zoon [achternaam medeverdachte C]. Hoewel formeel geen sprake is van een Kroongetuigenregeling in de zin van artikel 226g van het Wetboek van Strafvordering, meent de raadsman dat de verregaande coöperatie van zijn cliënt analoog aan artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht een grond zou moeten opleveren om de straf te matigen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van een diefstal waarbij grof geweld en ernstige bedreiging met geweld niet werd geschuwd. Verdachte en zijn mededader hebben aangever en zijn ouders vastgebonden en getapet. Onder bedreiging met vuurwapens hebben zij aangever en zijn ouders gedwongen te vertellen waar geld lag, waar hun bankpassen lagen en wat daarvan de pincodes waren. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij puur uit financieel gewin gehandeld. Ze lijken zich op geen enkel moment te hebben afgevraagd wat voor impact hun handelen had op hun slachtoffers. Dat hun handelen veel impact heeft gehad blijkt onder meer uit de schriftelijke slachtofferverklaringen van aangever en zijn ouders. Zo heeft aangever verklaard dat hij bang was dat hij zou worden vermoord en dat zijn ouders iets zou worden aangedaan. Hij voelde zich machteloos. Na de overval heeft hij drie weken elders geslapen omdat hij in het huis van zijn ouders niet meer durfde te slapen. Aangever was bang dat de daders nog een keer terug zouden komen. Pas toen er een rolluik voor zijn slaapkamerraam was geplaatst, is hij terug naar huis gegaan. Hij heeft ongeveer twee maanden slecht geslapen. Hij doet nu zelfs zijn slaapkamerdeur op slot als hij naar bed gaat. Volgens aangever is hij door het misdrijf veranderd. Hij vertrouwt niemand meer, is waakzaam, alert en angstig. Zijn ouders hebben eveneens verklaard dat ze erg bang waren. Ze zijn in de eerste weken na de overval erg afgevallen door de spanning en angst. Ze waren bang dat de daders terug zouden komen of dat ze door andere indringers zouden worden overvallen. Daarom zijn overal nieuwe sloten aangebracht. Beide ouders sliepen slecht en hebben daarvoor medicatie gekregen. Aangevers vader heeft vaak herbelevingen en is doorverwezen voor EMDR-therapie.

Naar de ervaring leert, zijn delicten als het onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij de directe slachtoffers. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het Pro Justitia Rapport van 5 februari 2010. Volgens drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog, is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in termen van een persoonlijkheidsstoornis NAO met schizoïde, paranoïde en antisociale kenmerken. Vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis kunnen zijn antisociale kenmerken, zijn impulsiviteit, zijn ik-zwakte en identiteitsproblematiek, en zijn achterdocht de kans op recidive vergroten. Gresnigt meent dat de kans op recidive blijft bestaan als verdachte er niet in slaagt om sociaal-maatschappelijk aan te haken in het alledaagse leven, hij geen goede daginvulling heeft, zijn wanhoop, achterdocht, woede en onverschilligheid toeneemt, hij geen afstand neemt van antisociale tendensen en criminele gedachten, hij zich blijft begeven in criminele subculturen en wanneer de huidige voor hem bedreigende situatie "buiten" voortduurt.

Uit het reclasseringsrapport van 5 juli 2011, opgemaakt door M. van Norde, komt naar voren dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. Er is een hoog risico op het onttrekken aan door de reclassering op te leggen voorwaarden. Gevaar voor anderen kan niet worden uitgesloten.

De rechtbank heeft ook de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit komt naar voren dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van vermogens- en geweldsmisdrijven. Deze veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een vermogensdelict te plegen, waarbij hij geweld heeft gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat alleen een gevangenisstraf van aanzienlijke duur recht doet aan de ernst van het gepleegde feit. De rechtbank heeft daarbij aansluiting gezocht bij de Oriëntatiepunten van het LOVS. Deze oriëntatiepunten noemen als richtlijn in geval van een overval op een woning met geweld, anders dan licht geweld/bedreiging, een gevangenisstraf van 5 jaar.

De rechtbank brengt bij het opleggen van de straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in rekening de veroordeling van 6 augustus 2010 door de meervoudige kamer van deze rechtbank. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat het feit inmiddels ruim twee jaar geleden is gepleegd en het onderzoek door de politie lange tijd kennelijk heeft stilgelegen. Verder heeft de rechtbank de proceshouding van verdachte in aanmerking genomen. Verdachte heeft bekend en openheid van zaken gegeven.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bij de op te leggen straf geen rekening dient te worden gehouden met eventueel toe te kennen schadevergoedingen, daargelaten dat de raadsman de omvang van die vorderingen heeft bestreden. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een schadevergoeding niet is bedoeld als vergelding, maar ziet op de ongedaanmaking van gevolgen in financiële zin.

Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om analoog aan het gestelde in artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht de straf van verdachte te matigen.

Alles in aanmerking nemend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 41/2 jaar passend en geboden.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 9.343,21, vermeerderd met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde. Het betreft een schadevergoeding van € 6.693,21 voor geld dat wordt vermist, € 150,- voor het verschuldigde eigen risico met betrekking tot een schade-uitkering en € 2.500,- voor immateriële schade.

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich ieder met een vordering tot schadevergoeding voor immateriële schade ten bedrage van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

De raadsman heeft gesteld dat het in de onderhavige zaak gaat om gedeeld leed, wat een matigende invloed heeft op de omvang van de per benadeelde partij geleden immateriële schade. Onder verwijzing naar een vonnis van de rechtbank Almelo van 22 december 2010 (LJN: BO8227) meent hij dat een vergoeding van € 1.750,- per persoon voor immateriële schade volstaat. Met betrekking tot de gevorderde materiële schade acht de raadsman een bedrag van € 5.150,- voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank is het daar niet mee eens. Zonder nadere uitleg, welke niet is gegeven, heeft de enkele omstandigheid dat meerdere personen gelijktijdig slachtoffer zijn geworden van hetzelfde onrechtmatig handelen, geen invloed op de omvang van de individueel geleden schade. Onder die omstandigheden kan van eventuele matiging van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding evenmin sprake zijn, te meer daar niet is gesteld of gebleken dat toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het vonnis van de rechtbank Almelo, waarnaar de raadsman heeft verwezen, maakt dat niet anders.

Ten aanzien van de materiële schade ziet de rechtbank geen aanleiding uit te gaan van een ander bedrag dan door aangever is verzocht. Aangever heeft dit bedrag voldoende onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot de gevorderde bedragen schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorderingen zijn voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

Anders dan door de officier van justitie is gevorderd zal de rechtbank het aantal dagen vervangende hechtenis matigen, nu niet valt te verwachten dat verdachte kort na zijn vrijlating over inkomsten zal beschikken. Immers, naar verwachting zal hij na het uitzitten van de nu op te leggen straf, het nog uit te zitten deel van de straf, opgelegd bij vonnis van 6 augustus 2010 op basis van dat eerdere vonnis nog een klinische behandeling dienen te ondergaan voor de behandeling van zijn persoonlijkheidsproblematiek.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

verklaart verdachte strafbaar;

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 41/2 (viereneenhalf) jaar;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres] van een bedrag van € 9.343,21, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2009 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres] (rekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2009 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres] (rekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2009 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Verv. Hechtenis

1. [slachtoffer 3] € 9.343,21 met wett.rente 15 dagen;

2. [slachtoffer 1] € 2.500,00 met wett.rente 5 dagen;

3. [slachtoffer 2] € 2.500,00 met wett.rente 5 dagen;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december 2011.

Voetnoot:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2009049408, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team Regionale Recherche, gesloten en ondertekend op 21 oktober 2011.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p.293-294

3 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], p.495

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.72, 74-76, 90-95

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], p.297-301, 303, 308

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1], p.335-336

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.361