Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0340

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
06/940346-11, 06/940280-11 en 06/850305-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht diverse diefstallen bewezen en legt (voor de derde keer) een ISD-maatregel op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/940346-11, 06/940280-11 en 06/850305-11

Uitspraak d.d.: 9 december 2011

Tegenspraak / dip/dip/dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1971,

wonende te [plaats]

thans gedetineerd in Zwolle PPC te Zwolle.

Raadsvrouw: mr. W.E. van Velthuizen, advocaat te Apeldoorn (parketnummers 06/940346-11

en 06/850305-11),

Raadsman: mr. D.P. Poppe, advocaat te Epe (parketnummer 06/940280-11).

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

25 november 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 06/940346-11

1.

hij op of omstreeks 30 augustus 2011 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles port, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel 1], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 augustus 2011 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een discman, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 27 augustus 2011 te Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening weg te nemen een discman, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [winkel 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, een discman uit de winkelvoorraad heeft gepakt en/of onder

zijn, verdachtes, jas heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 06/940280-11

1.

hij op of omstreeks 08 juli 2011 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles whiskey (merk Jameson,

ter waarde van 24,49 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de slijterij van de [winkel 3] (filiaal gelegen aan

[adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 8 juli 2011 te Apeldoorn, wederrechtelijk is

binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan [adres] en in

gebruik bij [winkel 3], althans bij een ander of anderen dan verdachte,

aangezien hij verdachte, toen aldaar aanwezig is geweest, terwijl hij wist

dat hem door de rechthebbende de toegang tot voormelde winkel was ontzegd

voor de periode van 1 jaar (ingaande 7 februari 2011), gedurende de tijd dat

die ontzegging van kracht was;

art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 06/850305-11

hij op of omstreeks 04 maart 2011 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles port (waarde 8,99

euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel 4]

(filiaal aan [adres] te Apeldoorn) en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 06/940346-11

Aanleiding van het onderzoek1

Op 30 augustus 2011 kreeg de politie een melding dat er een winkeldiefstal was gepleegd bij [winkel 1] te Apeldoorn2. De verdachte zou een man van 1.90 meter zijn met een kaal hoofd, gekleed in een blauwe spijkerbroek en een blauwe jas met capuchon. Enkele medewerkers zouden achter de man aanlopen. Verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B] zagen ter hoogte van de kruising Stationsstraat met de Kanaalstraat te Apeldoorn een man lopen die voldeed aan het opgegeven signalement3. Daarachter zagen zij de hun ambtshalve bekende bedrijfsleider van de [winkel 1] aan komen rennen. De bedrijfsleider deelde mee dat de man die verbalisanten staande hadden gehouden de winkeldief betrof. Daarop is verdachte aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezen verklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor feit 2 primair. Volgens haar is het delict niet voltooid en is sprake van een poging tot diefstal zoals onder 2 subsidiair is ten laste gelegd. Feit 1 kan volgens de raadsvrouw wettig en overtuigend worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht dit feit bewezen en baseert de bewezenverklaring op de bekennende verklaring ter terechtzitting en de aangifte van [aangever feit 1], namens [winkel 1]4.

Feit 2

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat aangever [aangever feit 2] heeft verklaard5 dat hij op 27 augustus 2011 werkzaam was bij [winkel 2], gevestigd aan de [adres] te Apeldoorn. Zijn collega [getuige 1] zag dat een man vermoedelijk iets uit de winkel onder zijn jas had verstopt en vertelde dat aan hem, aangever. Aangever posteerde zich bij de uitgang van de winkel. Toen de man even later de winkel uit wilde lopen, vroeg aangever of hij iets bij zich had. Aangever zag dat hij iets onder zijn jas verborg. Hij verhinderde dat de man de winkel kon uitlopen. Uiteindelijk gaf de man hem een Philips Discman die uit de winkel afkomstig was.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard6 dat ze zag dat een man schrok en snel de rits van zijn jas dicht deed. Ze zag dat hij iets onder zijn jas had en waarschuwde haar bedrijfsleider. De bedrijfsleider vroeg de man of hij iets bij zich had dat van de winkel was. De man reageerde niet. Ze zag even later dat de man een witte verpakking met daarin een discman onder zijn jas had. De man gaf deze uiteindelijk aan de bedrijfsleider.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een discman had gepakt en in zijn jaszak had gestopt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank diefstal zoals onder 2 primair is ten laste gelegd, bewezen. Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat het een poging betrof, overweegt de rechtbank dat verdachte het goed in zijn zak had gestopt en daarmee de feitelijke heerschappij over het goed had. Dat verdachte de kassa niet is gepasseerd maakt dit niet anders. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Parketnummer 06/940280-11

Aanleiding van het onderzoek7

Op 8 juli 2011 zag winkelpersoneel van [winkel 3] te Apeldoorn dat een man een fles Jameson Whisky pakte en onder zijn jas stopte8. De man verliet de winkel zonder te betalen. Personeel is achter de man aangegaan en heeft hem staande gehouden, waarna de politie verdachte heeft aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezen verklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu zijn cliënt de feiten heeft bekend.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 en 2

De rechtbank acht deze feiten bewezen en baseert de bewezenverklaring op de bekennende verklaring van verdachte9, zijn verklaring ter terechtzitting en de aangifte van [aangever] namens [winkel 3]10, waarbij elk bewijsmiddel is gebruikt ten aanzien van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Parketnummer 06/850305-11

Aanleiding van het onderzoek11

Op 4 maart 2011 kwam de melding dat er een verdachte was aangehouden ter zake van winkeldiefstal in supermarkt [winkel 4] gevestigd aan [adres] te Apeldoorn12. Medewerkers van [winkel 4] hadden gezien dat de man een fles Port in zijn jaszak had gestopt en vervolgens zonder deze af te rekenen de kassa was gepasseerd. De man werd door de manager van de zaak aangesproken en verzocht mee te lopen naar het kantoor. Daarop rende de man naar buiten. Medewerkers hielden de man aan.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezen verklaring van het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Volgens de raadsvrouw kan het feit wettig en overtuigend worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht dit feit bewezen en baseert de bewezenverklaring op de bekennende verklaring van verdachte13, zijn verklaring ter terechtzitting en de aangifte van [aangever], namens [winkel 4]14.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/940346-11

1.

hij op 30 augustus 2011 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles port toebehorende aan [winkel 1];

2.

hij op 27 augustus 2011 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een discman toebehorende aan [winkel 2];

Parketnummer 06/940280-11

1.

hij op 8 juli 2011 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles whisky (merk Jameson, ter waarde van 24,49 euro), toebehorende aan de slijterij van de [winkel 3] (filiaal gelegen aan [adres]);

2.

hij op 8 juli 2011 te Apeldoorn, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan [adres] en in gebruik bij [winkel 3], aangezien hij verdachte, toen aldaar aanwezig is geweest, terwijl hij wist dat hem door de rechthebbende de toegang tot voormelde winkel was ontzegd voor de periode van 1 jaar (ingaande 7 februari 2011), gedurende de tijd dat die ontzegging van kracht was;

Parketnummer 06/850305-11

hij op 4 maart 2011 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles port (waarde 8,99 euro), toebehorende aan [winkel 4]

(filiaal aan [adres] te Apeldoorn).

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Parketnummer 06/940346-11

Feiten 1 en 2 primair telkens: diefstal;

Parketnummer 06/940280-11

Feit 1: diefstal;

Feit 2: in het besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk

binnendringen;

Parketnummer 06/850305-11

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van 2 jaren.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het NIFP geen onderzoek heeft gedaan naar de psychische situatie van haar cliënt. Mogelijk vormt zijn psychische situatie een contra-indicatie en dient haar cliënt in een psychiatrisch ziekenhuis te worden opgenomen. Hoewel voldaan is aan de voorwaarden voor het opleggen van een ISD-maatregel, komt de proportionaliteit in het geding. Volgens de raadsvrouw dient verder op de terechtzitting duidelijk te zijn wanneer de plaatsing in het kader van de ISD-maatregel kan worden gerealiseerd. Is dat niet het geval dan kan de redelijke termijn in het geding komen, aldus de raadsvrouw. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de tijd die haar cliënt in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering te brengen op de duur van de ISD-maatregel.

De raadsman heeft geen afzonderlijk strafmaatverweer gevoerd.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen en aan lokaalvredebreuk.

Uit het reclasseringsrapport van 26 oktober 2011 komt naar voren dat het gedrag van verdachte volledig is gericht op het verkrijgen van drugs. Het druggebruik is dermate hardnekkig dat verdachte, die een omvangrijk strafblad heeft, na elke detentie weer begint met gebruiken, hetgeen hulpverlening in de weg staat. Zodoende is het niet mogelijk om verdachte in een ambulant en vrijwillig kader iets aan te bieden. Om drugs te verkrijgen zal verdachte over grenzen gaan, delictgedrag vertonen, dominant kunnen zijn, zijn zelfbeheersing kunnen verliezen en niet verder kijken dan het volgende moment van gebruik. Aan verdachte is twee keer eerder een ISD-maatregel opgelegd. Dit heeft niet geleid tot een vermindering van de kans op recidive. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog. Verdachte scoort hoog op alle praktische leefgebieden en op alle psychische gebieden. De reclassering ziet een ISD-maatregel als wenselijk en noodzakelijk. Toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen zijn niet geïndiceerd.

De ketensamenwerking veelplegersaanpak, waarin de gemeente Apeldoorn, het Openbaar Ministerie, de politie, en de reclassering deelnemen, heeft bij schrijven van 13 september 2011 aangeven een ISD-maatregel te zien als enige optie, omdat er geen andere mogelijkheid is om hulpverlening op gang te krijgen en de maatschappij te beschermen tegen het stelselmatig plegen van strafbare feiten door verdachte. Ook het NIFP meent dat een ISD-maatregel de enige manier lijkt om de negatieve spiraal van drugsgebruik, het plegen van delicten en opportunistisch gevangenisbezoek te doorbreken.

Aan alle voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt, is voldaan. De bewezen verklaarde diefstallen zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit de justitiële documentatie van 28 oktober 2011 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van de onderhavige diefstallen meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld. De onderhavige diefstallen zijn gepleegd na de tenuitvoerlegging van die straffen. De rechtbank acht oplegging van de ISD-maatregel in dit geval aangewezen, gelet op de hardnekkige recidive van verdachte op het terrein van de vermogenscriminaliteit, waardoor er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Eerdere veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank is verder niet gebleken van redenen om de ISD-maatregel niet op te leggen. Niet is aannemelijk geworden dat de psychische situatie van verdachte een contra-indicatie is voor het opleggen van een ISD-maatregel. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het NIFP in zijn consultbrief van 14 oktober 2011 heeft geconcludeerd dat een Pro Justitia rapport gezien het recente drugsgebruik en de vele informatie die al beschikbaar is, momenteel geen meerwaarde heeft.

Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte mogelijk in een psychiatrisch ziekenhuis dient te worden opgenomen overweegt de rechtbank dat plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht alleen mogelijk is in het geval dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Dat is in de situatie van verdachte niet aannemelijk geworden. Nu er evenmin aanleiding is te veronderstellen dat verdachte onredelijk lang zou moeten wachten op plaatsing in het kader van de ISD, worden de betreffende verweren van de raadsvrouw verworpen.

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de eis van de officier van justitie volgen waarbij zij met name in aanmerking neemt de veelheid van misdrijven waarvoor verdachte reeds is veroordeeld. De ISD-maatregel is een methode om de negatieve spiraal te doorbreken en de samenleving gedurende een lange tijd te vrijwaren van verdachtes criminele recidive. Gelet hierop passeert de rechtbank het verweer van de raadsvrouw betreffende de proportionaliteit.

Voorts komt aan de orde de vraag of de door verdachte ondergane dagen in voorarrest in mindering moet worden gebracht op de duur van de op te leggen ISD-maatregel, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 38n lid van het Wetboek van Strafrecht.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan het oplossen van zijn (verslavings)problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. De rechtbank zal daarom de maatregel opleggen voor de duur van twee jaar en de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht niet daarop in mindering brengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 57, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde van parketnummer 06/940346-11, het onder 1 en 2 ten laste gelegde van parketnummer 06/940280-11 en het ten laste gelegde van parketnummer 6/850305-11 heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 06/940346-11

Feiten 1 en 2 primair telkens: diefstal;

Parketnummer 06/940280-11

Feit 1: diefstal;

Feit 2: in het besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk

binnendringen;

Parketnummer 06/850305-11

Diefstal;

* verklaart verdachte strafbaar;

* legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Aldus gewezen door mrs. Van Breda, voorzitter, Van Valderen en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december 2011.

Voetnoot:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0621 2011121441, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 1 september 2011.

2 Proces-verbaal, p.3

3 Proces-verbaal van aanhouding, p.13-14

4 Proces-verbaal van aangifte door [aangever feit 1], p.8-9

5 Proces-verbaal van aangifte door [aangever feit 2], p.27

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p.30-31

7 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0621 2011094233, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 8 juli 2011.

8 Stamproces-verbaal, geen paginanummer

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.4

10 Proces-verbaal van aangifte door [aangever], p.3

11 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0621 2011029385, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 18 maart 2011.

12 Proces-verbaal van aanhouding, geen paginanummer

13 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], geen paginanummer

14 Proces-verbaal van aangifte door [aangever], geen paginanummer