Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU9558

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
06/940304-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van een poging tot moord of een poging tot zware mishandeling te Doetinchem. Gelet op de aard van de verwonding(en) – een zeer oppervlakkige snijwond van 1 cm (lengte) in de linker bovenarm – en de plaats van deze verwonding, ziet de rechtbank niet dat dit tot de dood van dan wel zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer zou kunnen leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/940304-11

Uitspraak d.d. 28 december 2011

Tegenspraak / dip-oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1966],

laatstelijk wonende te [adres].

Raadsman: mr. Bakker, advocaat te Hoog Keppel.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

8 november 2011 en 14 december 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 juli 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade

[slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en

rustig overleg, met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, die

[slachtoffer] meermalen in het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 28 juli 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die

[slachtoffer] meermalen met een mes in het lichaam heeft gestoken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit, de poging tot zware mishandeling. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen toegelicht en opgesomd.

B. Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is een algehele vrijspraak bepleit. Ter zitting heeft de raadsman zijn standpunt toegelicht.

C. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Gelet op de aard van de verwonding(en) – medische verklaring d.d. 29 juli 2011 spreekt van een zeer oppervlakkige snijwond van 1 cm (lengte) in de linker bovenarm – en de plaats van deze verwonding, ziet de rechtbank niet dat dit van tot de dood van dan wel zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] zou kunnen leiden.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair of het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding gevoegd in het strafproces.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair of het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van Valderen, voorzitter, Kleinrensink en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 december 2011.

Mr. Draisma is buiten staat mede te ondertekenen.