Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU9354

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-12-2011
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
06-940204-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en diefstal met geweld, maar ook aan gijzeling en diefstal. Rechtbank veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar (uitspraak medeverdachten BU9351 en BU9363).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06-940204-11

Uitspraak d.d.: 27 december 2011

Tegenspraak

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats] (Bulgarije) op [1976],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Arnhem – HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Raadsman: mr. P. Scholte, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

22 juni 2011, 14 september 2011 en 13 december 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst,

in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer A] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk:

- die [slachtoffer A] vastgepakt en/of aan het lichaam getrokken en/of op/tegen de

grond gedrukt en/of

- (vervolgens) de handen en/of enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- tape over de mond en/of ogen en/of oren van die [slachtoffer A] geplakt en/of

- die [slachtoffer A] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder gestoken en/of een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp

voorgehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto gezet

en/of laten plaats nemen en/of met die [slachtoffer A] in een auto (rond)gereden

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto vastgehouden en/of (daarbij) een mes,

althans een scherp en/of puntig voorwerp op de keel van die [slachtoffer A] gezet,

althans belet dat die [slachtoffer A] zich uit de macht/heerschappij van

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) kon/zou onttrekken en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] gezegd:"we houden je in de gaten" en/of "we

hebben benzine waarmee we de auto in de fik steken als je probeert te

vluchten" en/of

(aldus) voor deze [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die

[slachtoffer A] zich niet kon onttrekken;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of Laag Keppel, gemeente Bronckhorst, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

portemonnee met daarin (ongeveer) 20.000 euro, althans een hoeveelheid geld,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht/hoofd

heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer A] heeft/hebben vastgepakt en/of aan het lichaam heeft/hebben

getrokken en/of op/tegen de grond heeft/hebben gedrukt en/of

- (vervolgens) de handen en/of enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

heeft/hebben vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- tape over de mond en/of ogen en/of oren van die [slachtoffer A] heeft/hebben

geplakt en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] heeft/hebben gezegd:" We willen geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer A] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder heeft/hebben gestoken en/of die [slachtoffer A] een mes, althans een

scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben voorgehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto

heeft/hebben gezet en/of laten plaats nemen en/of met die [slachtoffer A] in een

auto heeft/hebben (rond)gereden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto heeft/hebben vastgehouden en/of

(daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op de keel van

die [slachtoffer A] heeft/hebben gezet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst,

in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de

vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een)

ander(en), te weten [slachtoffer B], te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers heeft/hebben/is/zijn hij, verdachte, en/of een of meer van zijn

mededader(s):

- die [slachtoffer A] vastgepakt en/of aan het lichaam getrokken en/of op/tegen de

grond gedrukt en/of

- (vervolgens) de handen en/of enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- tape over de mond en/of ogen en/of oren van die [slachtoffer A] geplakt en/of

- die [slachtoffer A] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder gestoken en/of een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp

voorgehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto gezet

en/of laten plaats nemen en/of met die [slachtoffer A] in een auto (rond)gereden

en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto vastgehouden en/of (daarbij) een mes,

althans een scherp en/of puntig voorwerp op de keel van die [slachtoffer A] gezet,

althans belet dat die [slachtoffer A] zich uit de macht/heerschappij van

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) kon/zou onttrekken en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] gezegd:"Bel je vriendin en laat 40.000,- euro

brengen naar de parkeerplaats", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking en/of

- (vervolgens) een mes op de keel van die [slachtoffer A] gezet en/of die [slachtoffer A]

met die [slachtoffer B] laten bellen en/of die [slachtoffer A] tegen die [slachtoffer B] laten

zeggen:"Ze hebben mij te pakken, je moet geld pakken en naar de weg lopen",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) naar die [slachtoffer B] toegegaan en/of tegen die [slachtoffer B] gezegd:"ik

moet het geld hebben", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer B] gezegd:"No politie", althans woorden van

gelijke aard en/of strekking en/of daarbij een snijdende beweging langs de

keel gemaakt;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst,

in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer B] heeft gedwongen tot de

afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 40.000 Euro), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht/hoofd

heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer A] heeft/hebben vastgepakt en/of aan het lichaam heeft/hebben

getrokken en/of op/tegen de grond heeft/hebben gedrukt en/of

- (vervolgens) de handen en/of enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

heeft/hebben vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- tape over de mond en/of ogen en/of oren van die [slachtoffer A] heeft/hebben

geplakt en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] heeft/hebben gezegd:" We willen geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer A] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder heeft/hebben gestoken en/of een mes, althans een scherp en/of

puntig voorwerp heeft/hebben voorgehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto

heeft/hebben gezet en/of laten plaats nemen en/of met die [slachtoffer A] in een

auto heeft/hebben (rond)gereden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto heeft/hebben vastgehouden en/of

(daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op de keel van

die [slachtoffer A] heeft/hebben gezet,

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] heeft/hebben gezegd:"Bel je vriendin en laat

40.000,- euro brengen naar de parkeerplaats", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) een mes op de keel van die [slachtoffer A] heeft/hebben gezet en/of

die [slachtoffer A] met die [slachtoffer B] laten bellen en/of die [slachtoffer A] tegen die

[slachtoffer B] laten zeggen:"Ze hebben mij te pakken, je moet geld pakken en naar de

weg lopen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) naar die [slachtoffer B] is/zijn toegegaan en/of tegen die [slachtoffer B]

heeft/hebben gezegd:"ik moet het geld hebben", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer B] heeft/hebben gezegd:"No politie", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of daarbij een snijdende

beweging langs de keel heeft/hebben gemaakt;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft ter terechtzitting van 13 december 2011 bepleit dat de dagvaarding op onderdelen dan wel geheel nietig dient te worden verklaard, één en ander zoals verwoord in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnota.

De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten voldoende begrijpelijk omschreven, zodat (ten aanzien van alle onderdelen) aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) is voldaan. De verdediging heeft overigens ook op geen enkel moment in de behandeling, anders dan eerst bij pleidooi, aangegeven, dat zij niet zou begrijpen welke verwijten de verdachte worden gemaakt. Beide feiten kennen een zogenaamd cumulatief/alternatief gedeelte. De feitelijke omschrijvingen komen telkens goeddeels met elkaar overeen. Dat maakt een dagvaarding evenwel niet nietig. Een en ander leidt bij een bewezenverklaring tot toepassing van de bepalingen betreffende samenloop.

Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd ten aanzien van de onder 2 cumulatief/alternatief tenlastegelegde afpersing, leidt evenmin tot het oordeel dat de dagvaarding onbegrijpelijk is en in zoverre niet zou voldoen aan de vereisten die artikel 261 van het WvSv daaraan stelt. Overigens merkt de rechtbank nog op dat voor een bewezenverklaring van een in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht vervatte afpersing, het geweld of de bedreiging met geweld niet gericht hoeft te zijn tegen de persoon die tot afgifte wordt gedwongen. De stelling van de raadsman dat de dagvaarding op dit onderdeel nietig is danwel dat tot een vrijspraak van de op deze manier tenlastegelegde afpersing dient te worden gekomen, nu de beschreven handelingen niet gericht zijn geweest tegen [slachtoffer B], vindt dan ook geen steun in het recht.

De verweren van de verdediging worden dan ook verworpen en de rechtbank beslist dat de dagvaarding geldig is.

Rechtmatigheid van de staande houding van verdachte

De raadsman van de verdachte heeft primair bepleit dat - kort gezegd - de staandehouding en de fouillering van de man op de A12 die zich heeft geïdentificeerd als [naam], alsmede de doorzoeking van diens auto, onrechtmatig is geweest, één en ander zoals verwoord in zijn overgelegde pleitnota. Nu de staandehouding onrechtmatig is geweest, dienen alle processen-verbaal die daarop zijn gestoeld van het bewijs te worden uitgesloten en de verdachte dient dan ook, wegens gebrek aan bewijs, te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van politie Noord- en Oost Gelderland, (p. 000488 e.v.), leidt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden af.

Op dinsdag 17 augustus 2010, omstreeks 00.16 uur, werd er melding gemaakt van een overval onder bedreiging van een vuurwapen gepleegd te Wehl. De daders van de overval zouden zijn weggereden in een groene personenauto met een Pools kenteken. Er zouden drie personen in het voertuig moeten zitten.

Vervolgens is er door verbalisanten op de rijksweg A12 ter hoogte van de oprit Zevenaar een groene personenauto met een witte kentekenplaat waargenomen. Alvorens de betreffende auto te controleren, stelden de verbalisanten blijkens het proces-verbaal van bevindingen (p. 000154 en 000155) vast dat het voertuig een Belgisch kenteken had en dat er één persoon in zat. Verbalisanten hebben het voertuig een stopteken gegeven en de bestuurder legitimeerde zich door een rijbewijs te tonen, bevattende de gegevens: [naam], geboren op [1973] te Israël. Vervolgens hebben de verbalisanten de bestuurder gefouilleerd en in het voertuig gekeken.

Gelet op de door de verbalisanten in het proces-verbaal gerelateerde verdenking dat de inzittende van het voertuig zich schuldig had gemaakt aan de door de meldkamer genoemde overval, was er sprake van een staandehouding in de zin van artikel 52 van het WvSv. Uitoefening van de in dat artikel omschreven (opsporings)bevoegdheid vereist een redelijk vermoeden van schuld dat voorvloeit uit feiten en omstandigheden, een en ander zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, van het WvSv. De omstandigheid dat er op 17 augustus 2010, even na middernacht, een personenauto, die voor wat betreft de kleur en het buitenlandse kenteken, voldeed aan de melding van de meldkamer, in de directe nabijheid van de plaats waar de verdachten zich volgens de melding zouden bevinden, werd gesignaleerd, rechtvaardigt dit vermoeden naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate.

Dat in het later opgemaakte proces-verbaal van bevindingen melding wordt gemaakt van een auto met een Belgisch kenteken en slechts één inzittende, hetgeen afwijkt van de melding van de meldkamer, doet daar naar het oordeel van de rechtbank onder de genoemde omstandigheden niet aan af.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de fouillering van de bestuurder en het rondkijken in diens auto, onrechtmatig zijn geweest. Er is derhalve in zoverre sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal volstaan met de vaststelling van het verzuim en daaraan geen gevolgen verbinden. De fouillering en het rondkijken in de auto heeft overigens ook geen bewijs opgeleverd.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de staandehouding van de man die zich heeft gelegitimeerd als [naam] rechtmatig is geweest. Voor uitsluiting van (enig) bewijs ziet de rechtbank dan ook geen grond.

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte en zijn raadsman bepleite vrijspraak wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit vonnis zullen worden opgenomen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen. De rechtbank overweegt daartoe nog het volgende.

Vaststelling identiteit derde verdachte

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting van 13 december 2011 subsidiair bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 16 en 17 augustus 2010 als medepleger betrokken is geweest bij de overval op het slachtoffer. In dit verband heeft de raadsman opgemerkt dat - kort gezegd - niet kan worden vastgesteld dat de onbekende man op de beelden bij McDonald’s in Duiven de verdachte is, het aangetroffen DNA-materiaal van de verdachte in de handschoenen nauwelijks bewijswaarde heeft en de verklaringen van de medeverdachten onbetrouwbaar zijn.

De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende.

Medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte C] hebben verklaard dat zij op 16 augustus 2010 samen met een zekere ‘[verdachte B]’ in een auto naar Nederland zijn gekomen en dat zij gezamenlijk bij McDonald’s in Duiven zijn geweest. [medeverdachte A] heeft zichzelf, [medeverdachte C] en [verdachte B] herkend op de hem getoonde beelden van de bewakingscamera’s van McDonald’s in Duiven (p. 000970).

[medeverdachte C] heeft verklaard dat [medeverdachte A] en [verdachte B] hem vervolgens later in de avond een periode van langer dan een uur alleen hebben gelaten in Wehl en dat [medeverdachte A] en [verdachte B] in een groene Seat vertokken. [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij op enig moment van [verdachte B] een tas met geld ontving (p. 000964), welk geld later onder hem in beslag is genomen en door aangever en zijn partner is herkend als het geld dat aangevers partner uit aangevers kluis heeft gehaald

(p. 000071 en 000101). Volgens de verklaringen van [medeverdachte A] en [medeverdachte C] is [verdachte B], nadat hij [medeverdachte A] had teruggebracht naar Wehl, in een groene Seat weggereden.

[verdachte B] heeft ter terechtzittingen van 22 juni 2011 en 13 december 2011 en op 15 november 2011 ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij de autosleutels van de Nissan Primera, waarin [medeverdachte A] en [medeverdachte C] later werden aangehouden, aan een persoon in België heeft gegeven, en dat hij in de nacht van 16 op 17 augustus 2010 in een Seat met een Belgisch kenteken vanuit België naar de omgeving van Doetinchem en weer terug is gereden. [medeverdachte C] heeft verklaard dat [medeverdachte A] kort voor hun aanhouding, terwijl zij richting Arnhem reden, zei dat de politie de Seat van [verdachte B] had aangehouden (p. 000821).

Op 17 augustus 2011 is op de rijksweg A12 in de gemeente Arnhem een groene Seat met een Belgisch kenteken gecontroleerd. De inzittende legitimeerde zich met een rijbewijs op naam van [naam], geboren op [1973] te Israël (p. 000154). Blijkens informatie van de Belgische politie was verdachte, [verdachte B], geboren [1976], bij een controle op 29 juli 2010 in het bezit van een Israëlisch paspoort op naam van [naam], geboren op [1973] en een Israëlisch rijbewijs op naam van [naam] (p. 000200).

In de OVC-gesprekken noemen [medeverdachte A] en [medeverdachte C] de bij de overval betrokken persoon ‘de Jood’. Geconfronteerd met deze gesprekken, heeft [medeverdachte C] verklaard dat met ‘de Jood’ [verdachte B] wordt bedoeld (p. 000893).

Op basis voormelde feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam worden vastgesteld dat verdachte de man is die op 17 augustus 2011 op de A12 is staande gehouden en zich legitimeerde als [naam], én dat hij de man is die de medeverdachten omschrijven als [verdachte B].

Dat [verdachte B], zoals de medeverdachten hebben verklaard, actief was betrokken bij de ten laste gelegde feiten, wordt bevestigd door de aanwezigheid van DNA-materiaal van verdachte op de binnenzijde van handschoenen die zijn aangetroffen in een tas bij de paardenstallen waar aangever werd overmeesterd. In en bij die tas bevonden zich ook overige aan de ten laste gelegde feiten gerelateerde zaken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft de rechtbank de overtuiging verkregen en acht de rechtbank wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

opzettelijk [slachtoffer A] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk:

- die [slachtoffer A] vastgepakt en aan het lichaam getrokken en/of op/tegen de

grond gedrukt en

- (vervolgens) de handen en enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

vastgebonden en

- tape over de mond en ogen en oren van die [slachtoffer A] geplakt en/of

- die [slachtoffer A] met een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder gestoken en/of een scherp en/of puntig voorwerp

voorgehouden en

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto gezet

en met die [slachtoffer A] in een auto (rond)gereden

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto vastgehouden en/of (daarbij) een mes,

op de keel van die [slachtoffer A] gezet, tegen die [slachtoffer A] gezegd:"we houden je in de gaten" en "we hebben benzine waarmee we de auto in de fik steken als je probeert te

vluchten" en voor deze [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die

[slachtoffer A] zich niet kon onttrekken;

en

hij in de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

portemonnee met daarin (ongeveer) 20.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer A],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer A] tegen het gezicht/hoofd hebben geslagen en

- die [slachtoffer A] hebben vastgepakt en aan het lichaam hebben

getrokken en tegen de grond hebben gedrukt en

- (vervolgens) de handen en enkels van die [slachtoffer A] hebben vastgebonden en vastgebonden gehouden en

- tape over de mond en ogen en oren van die [slachtoffer A] hebben

geplakt en

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] hebben gezegd: "We willen geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die [slachtoffer A] met een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder hebben gestoken en

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto

hebben gezet en met die [slachtoffer A] in een

auto hebben (rond)gereden en

-(vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto hebben vastgehouden en

(daarbij) een mes, op de keel van die [slachtoffer A] hebben gezet;

2.

hij in de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de

vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met het oogmerk

ander, te weten [slachtoffer B], te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn

mededader(s):

- die [slachtoffer A] vastgepakt en aan het lichaam getrokken en/of op/tegen de

grond gedrukt en

- (vervolgens) de handen en enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en

- tape over de mond en ogen en oren van die [slachtoffer A] geplakt en/of

- die [slachtoffer A] met een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder en

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto gezet

en met die [slachtoffer A] in een auto (rond)gereden

en

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto vastgehouden en (daarbij) een mes,

op de keel van die [slachtoffer A] gezet, en

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] gezegd: "Bel je vriendin en laat 40.000,- euro

brengen naar de parkeerplaats", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking en

- (vervolgens) een mes op de keel van die [slachtoffer A] gezet en/of die [slachtoffer A]

met die [slachtoffer B] laten bellen en die [slachtoffer A] tegen die [slachtoffer B] laten

zeggen: "Ze hebben mij te pakken, je moet geld pakken en naar de weg lopen",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- (vervolgens) naar die [slachtoffer B] toegegaan en tegen die [slachtoffer B] gezegd: "ik

moet het geld hebben", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer B] gezegd: "No politie", althans woorden van

gelijke aard en/of strekking en/of daarbij een snijdende beweging langs de

keel gemaakt;

en

hij in de periode van 16 augustus 2010 tot en met 17 augustus

2010, te Wehl, gemeente Doetinchem en/of te Laag Keppel, gemeente Bronckhorst,

in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

met het oogmerk om zich en wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer B] heeft gedwongen tot de

afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 40.000 Euro), toebehorende aan [slachtoffer A], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal in/op/tegen het gezicht/hoofd

heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer A] hebben vastgepakt en/of aan het lichaam hebben

getrokken en/of op/tegen de grond heeft/hebben gedrukt en

- (vervolgens) de handen en/of enkels van die [slachtoffer A] (met tape)

hebben vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en

- tape over de mond en/of ogen en/of oren van die [slachtoffer A] hebben

geplakt en

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] heeft/hebben gezegd:" We willen geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die [slachtoffer A] met een scherp en/of puntig voorwerp in de

schouder hebben gestoken en

- (vervolgens) die [slachtoffer A] (met vastgebonden handen) in een auto hebben gezet en met die

[slachtoffer A] in een auto hebben (rond)gereden en

- (vervolgens) die [slachtoffer A] in een auto hebben vastgehouden en/of

(daarbij) een mes op de keel van die [slachtoffer A] hebben gezet,

- (daarbij) tegen die [slachtoffer A] hebben gezegd:"Bel je vriendin en laat

40.000,- euro brengen naar de parkeerplaats", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking en

- (vervolgens) een mes op de keel van die [slachtoffer A] hebben gezet en

die [slachtoffer A] met die [slachtoffer B] laten bellen en die [slachtoffer A] tegen die

[slachtoffer B] laten zeggen:"Ze hebben mij te pakken, je moet geld pakken en naar de

weg lopen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) naar die [slachtoffer B] zijn toegegaan en tegen die [slachtoffer B]

hebben gezegd:"ik moet het geld hebben", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking en

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer B] hebben gezegd:"No politie", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of daarbij een snijdende

beweging langs de keel hebben gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is er ten aanzien van de feiten 1 en 2 sprake van een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde:

De voortgezette handeling van:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

en

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van gijzeling

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank de feiten bewezen zal achten, bepleit om, gelet op de LOVS-oriëntatiepunten en de in zijn schriftelijke pleitnota aangehaalde feitenrechtspraak, aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van ten hoogste 16 maanden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander of anderen schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer door hem bij zijn paardenstallen, op eigen terrein, vast te pakken en tegen de grond te werken, met tape vast te binden alvorens hem mee te nemen in een auto. Vervolgens is niet alleen de (handels)portemonnee van het slachtoffer met daarin ongeveer € 20.000,- van hem afgenomen, maar is het slachtoffer - met een mes op de keel - gedwongen om zijn vriendin te bellen en haar opdracht te geven een geldbedrag van € 40.000,- te overhandigen aan een van de verdachten. Aldus handelende hebben de verdachte en zijn medeverdachte(n) zich niet alleen schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld, maar ook aan gijzeling en afpersing. Op ingrijpende wijze is inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, alsmede op zijn gevoel van veiligheid en het gevoel van veiligheid van zijn partner.

Dat een en ander, zoals door de verdediging is gesteld, mogelijk zou hebben plaatsgehad in het criminele milieu, maakt dit niet anders.

Bovendien brengen de onderhavige feiten bij burgers in het algemeen angstgevoelens en

gevoelens van onveiligheid teweeg. Kennelijk hebben de verdachte en zijn medeverdachte(n) zich bij het plegen hiervan enkel laten leiden door hun eigen financiële gewin.

Blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie, d.d. 4 mei 2011, is de verdachte in Nederland niet eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank in verregaande mate rekening gehouden met de in (enigszins) vergelijkbare gevallen opgelegde vrijheidsstraffen. Echter, de straf zoals door de raadsman bepleit, acht de rechtbank in het onderhavige geval niet passend.

De rechtbank is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. De eis van de officier van justitie komt de rechtbank bovenmatig voor.

In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn de op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen genoemde goederen in beslag genomen, welke nog niet aan hem zijn teruggegeven.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwerpen genummerd 1, 2 en 3 zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met behulp van welke de opsporing van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde is belemmerd, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 79.500,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Dit bedrag bestaat uit € 69.500,- aan materiële schade (gestolen geld:

€ 50.000,00 uit de kluis en € 19.500,00 uit de handelsportemonnee) en € 10.000,- aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, wegens het ontbreken van een onderbouwing. De vordering tot vergoeding van materiële schade dient te worden afgewezen tot een bedrag van € 50.400,00, nu dit bedrag de onder de medeverdachte [medeverdachte A] in beslag genomen geldbedragen betreft en de benadeelde partij die bedragen langs andere weg terugkrijgt. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard, wegens het ontbreken van een onderbouwing, aldus de officier van justitie.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde partij op zichzelf genoegzaam aangetoond dat hij materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 59.500,- en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij ligt derhalve voor toewijzing gereed, ware het niet dat hij het overgrote deel van dit bedrag langs andere weg zal terugkrijgen, namelijk vanuit het hiervoor genoemde beslag. Zijn vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van

€ 50.400,00, zal om die reden worden afgewezen. Het gevorderde bedrag aan materiële schade dat de € 50.400,00 te boven gaat, zal tot een bedrag van € 9.100,00 worden toegewezen. Hierbij zal de hoofdelijkheidsclausule worden opgelegd.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering betreffende materiële schade, nu dit bedrag (voor zover dit de € 59.500,00 te boven gaat) onvoldoende is onderbouwd en de verdere behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Ditzelfde geldt voor de gevorderde vergoeding van immateriële schade.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank vooralsnog begroot op nihil en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 27a, 36b, 36c, 36f, 47, 56, 57, 282, 282a, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde:

De voortgezette handeling van:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

en

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van gijzeling

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

• verklaart de verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

• beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis en (58 dagen) in detentie in België ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering, doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

• beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, genummerd: 1, 2 en 3;

• veroordeelt de verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij ([slachtoffer A], [adres te plaats]) van een bedrag van € 9.100,- en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

• legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 9.100,-, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 80 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

• wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 50.400,00;

• verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

• verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Aldus gewezen door mr. E. Troost, voorzitter, mr. M.J. Ouweneel en mr. G. Edelenbos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 december 2011.

Mr. G. Edelenbos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.