Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU8783

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
06-940384-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06-940384-11

Uitspraak d.d.: 20 december 2011

tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1968,

verblijvende te [adres]

raadsman: mr. P.T. Pel advocaat te Hattem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2011.

De tenlastelegging

Nadat ter terechtzitting de tenlastelegging is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 september 2011 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijfspand gelegen aan [straat] ([bedrijf]) heeft weggenomen een laptop (Samsung) en/of een [naam] en/of

een tas met inhoud en/of twee, althans een of meer acculaders en/of een

electrische kachel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans dat

hij op of omstreeks 17 september 2011 te Apeldoorn tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand gelegen aan de

[straat] ([bedrijf]) weg te nemen een

televisie en/of een afstandsbediening en/of een televisiesnoer en/of geld

en/of (andere) goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en

zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat

weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming, hij, verdachte, de toegangsdeur van

de woning boven het bedrijfspand heeft geforceerd (die tevens toegang

geeft tot het kantoorgedeelte van het bedrijf via een dichtgetimmerde

deur) en/of een raam van het kantoorgedeelte (aan de achterzijde van het

gebouw) heeft getracht te forceren en/of getracht heeft met geweld met

de sleutel van het stroomhok de deur naar het kantoorgedeelte te

openen en/of in de deur naar het kantoorgedeelte een gat heeft gemaakt

en/of een televisie en/of een afstandsbediening en of televisiesnoer heeft

klaargezet om mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 en 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op zaterdag 17 september 2011 is aangifte gedaan door [aangever] van een inbraak bedrijf/kantoor, gepleegd op 17 september 2011.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair tenlastegelegde.

Zij heeft daartoe aangevoerd dat de goederen als genoemd in de tenlastelegging niet zijn gevonden. Het jegens verdachte gemaakte verwijt kan niet hard worden gemaakt.

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Daarbij heeft zij zich gebaseerd op de verklaring van een getuige dat hij stemmen heeft gehoord. Verdachte was, zo blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen, in het pand. Een televisie, een televisiesnoer en een afstandsbediening lagen klaar om mee te nemen. Het betoog van verdachte dat hij is geduwd en daarna in het pand is opgesloten, is niet geloofwaardig. De verklaringen van verdachte zijn bovendien niet consistent. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat het ging om één persoon en ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het ging om twee personen. Verdachte heeft geen steekhoudende verklaring waarom hij, nadat hij in het pand is opgesloten, niet de politie heeft gebeld. Dit laatste geldt temeer omdat verdachte heeft verklaard dat hij in het bezit was van een telefoon. Met de sleutel van het stoomhok is, zonder succes, geprobeerd om de deur naar de kantoorruimte te openen. Vervolgens is in de deur naar de kantoorruimte een gat gemaakt dat groot genoeg is om doorheen te kruipen. Eén van de houten beplatingen zat niet goed vast waardoor inklimming in het pand mogelijk was.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit zowel van het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. Hij heeft betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen. Verdachte heeft zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit ontkend. De raadsman heeft betoogd dat verdachte langs het pand kwam en iemand binnen zag. Verdachte vertrouwde het niet en is via de achterdeur binnen gaan kijken. De achterdeur was open. Verdachte kreeg een duw en werd ingesloten. Verdachte is als dader aangezien.

Er is sporenonderzoek verricht. Daarvan zijn geen resultaten beschikbaar, zodat dit niet belastend is voor verdachte. Er is geen sprake van braak, inklimming of verbreking omdat verdachte op reguliere wijze via de achterdeur is binnengekomen. Wettig bewijs dat verdachte via de houten beplating is binnengekomen, ontbreekt. De verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] leveren geen bewijs op ten aanzien van verdachte. [naam], die als medeverdachte is gehoord, heeft bekendheid met het feit ontkend. Verdachte is, bij zijn aanhouding in het pand, niet aangetroffen met de in het proces-verbaal van aangifte opgenomen vermiste goederen. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit is geen aangifte gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak terzake van het primair tenlastegelegde

Verdachte zal van het primair tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.

Alhoewel verdachte in het pand is aangetroffen zijn de in de tenlastelegging genoemde goederen, die volgens de aangifte bij de inbraak weggenomen zijn, niet gevonden en ook anderszins niet met verdachte in verband te brengen.

Overwegingen terzake het subsidiair tenlastegelegde

Op 17 september 2011 is omstreeks 03:56 uur bij de politie een melding binnengekomen2 in verband met een mogelijke inbraak in een bedrijf aan de [straat] te Apeldoorn. De politie kon zien dat in het kantoor de binnendeur was vernield. De melder was in bezit van een sleutel, waarmee de politie de deur heeft geopend. De politie zag na betreding van het pand verdachte aan de rechterzijde van een personenauto in de showroom liggen.

De politie heeft in de showroom een televisie aangetroffen die daar niet hoorde te staan3. Volgens de medewerkers van de garage was de televisie afkomstig uit de kantoorruimte4. Door de politie is in de showroom, bij de televisie, een zwarte rugzak aangetroffen. In de rugzak zaten een afstandsbediening, een televisiesnoer, een sloopbeiteltje en een grote schroevendraaier5.

[getuige 2], die boven het onderhavige bedrijf woont, heeft verklaard6 dat hij op 17 september 2011 om 02:20 uur geluiden hoorde van schuiven over de vloer met spullen. [getuige 2] is de houten trap afgerend en heeft gevoeld aan de achterdeur van het autobedrijf die volgens hem op slot zat.

[aangever], aangever, heeft verklaard7 dat hij op vrijdag 16 september 2011 omstreeks 18:00-18:30 uur als laatste het pand heeft verlaten. Volgens [aangever] heeft hij alle deuren en ramen afgesloten. In het pand zag aangever dat de deur naar het kantoorgedeelte, die hij ook had afgesloten, grof vernield was. Er was een gat in de deur getrapt zo groot dat een volwassen mens daar doorheen kon klimmen. Weggenomen uit het kantoor zijn een [naam]-apparaat, een laptop, een tas, 2 acculaders en een elektrische kachel.

In het proces-verbaal sporenonderzoek8 is verder opgenomen dat men zich waarschijnlijk de toegang tot het pand heeft verschaft aan de voorzijde. Een deel van de houten beplating van een raamopening was niet meer schroefdicht afgesloten. Daardoor was het mogelijk om een van de platen naar buiten te trekken waardoor ruimte ontstond. Door de aldus ontstane ruimte kon men de showroom binnenkomen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen, zoals hierboven weergegeven, het proces-verbaal verhoor van [getuige 2]9, het proces-verbaal van verhoor van verdachte10, het proces-verbaal sporenonderzoek11 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever]12 tot bewezenverklaring kan worden gekomen van het subsidiair ten laste gelegde feit. Hierbij is het verder het volgende van belang.

Verdachte heeft een verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in het pand. Die verklaring houdt het volgende in.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij rondreed op zijn fiets en dat hij iemand in het pand zag. De achterdeur was open en verdachte is naar binnen gelopen. Iemand rende toen op hem af, verdachte kreeg een duw, waarna diegene die hem de duw heeft gegeven de deur op slot heeft gedraaid. Verdachte zat toen opgesloten in het pand13. Verdachte heeft verklaard dat hij zich heeft verstopt achter een auto toen hij de politie aan zag komen14. De zwarte rugzak en de televisie, die door de politie op de grond van de showroom zijn aangetroffen, zijn niet van hem. Verdachte heeft verklaard dat hij aan en in de rugzak heeft gezeten om te zien wat er in de rugzak zat. Verdachte heeft verklaard dat de televisie van de eigenaar is. Verdachte heeft verklaard dat hij de eigenaar van het pand kent omdat verdachte in het verleden voor hem auto's heeft gepoetst en van hem een auto heeft gekocht.

De rechtbank acht de verklaring die verdachte voor zijn aanwezigheid in het pand heeft gegeven, niet aannemelijk geworden.

Zo is de verklaring van verdachte dat de achterdeur van het pand open was, niet aannemelijk. Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 16 september 2011 omstreeks 18:00 uur de deuren en de ramen van het pand heeft gesloten. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat omstreeks 02:20 de achterdeur van het pand op slot was. Niet aannemelijk is daarom dat verdachte de achterdeur van het pand in open toestand heeft aangetroffen en daardoor het pand is binnengekomen. De reden die verdachte heeft gegeven voor zijn aanwezigheid in het pand, zoals hierboven weergegeven, is evenmin geloofwaardig. Zo ligt meer voor de hand de politie te bellen of omwonenden te alarmeren indien men 's nachts iemand ziet in een pand en het niet vertrouwt, in plaats van zelf achterom te lopen en het pand te betreden.

Het verweer van de verdediging dat ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit geen aangifte is gedaan, treft geen doel. [aangever] heeft aangifte gedaan van inbraak en de daarbij weggenomen goederen in de bewuste nacht. Daarnaast is geconstateerd dat de televisie met toebehoren uit de kantoorruimte naar de showroom was verplaatst. Niet valt in te zien dat onder deze omstandigheden een afzonderlijke aangifte ter zake van de subsidiair ten laste gelegde poging een vereiste voor bewezenverklaring zou zijn.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, in zoverre dat:

hij op of omstreeks 17 september 2011 te Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand gelegen aan de [straat] ([bedrijf]) weg te nemen een televisie en een afstandsbediening en een televisiesnoer, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van inklimming, hij, verdachte, een televisie en een afstandsbediening en een televisiesnoer heeft klaargezet om mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders - de ISD-maatregel - voor de duur van twee jaren. De officier van justitie heeft in dit verband betoogd dat de recidivekans in het geval van verdachte groot wordt geacht en dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van de onderhavige delicten meer dan driemaal is veroordeeld wegens een misdrijf. Het beleid ten aanzien van meerderjarige stelselmatige daders is erop gericht het criminele gedrag feitelijk onmogelijk te maken door middel van langdurige vrijheidsbeneming. De ISD-maatregel is de enige mogelijkheid om de maatschappij te beschermen tegen het gedrag van verdachte. Daarbij is meegewogen dat behandelingen in het verleden niet succesvol zijn gebleken.

De raadsman heeft aangevoerd dat het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel een te verstrekkende maatregel is voor verdachte. Verdachte wordt behandeld in een forensische verslavingskliniek in Almere en is gemotiveerd om de behandeling af te maken. Een ISD heeft op dit moment geen meerwaarde. Met de stempel ISD op zijn documentatie is het voor verdachte lastig later een baan te vinden.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte, desnoods, een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen met de algemene voorwaarde, zodat verdachte een stok achter de deur heeft en verder kan gaan met de inmiddels gestarte behandeling in de forensische verslavingskliniek.

Tactus Verslavingszorg heeft een reclasseringsadvies opgesteld op 16 november 2011. In het rapport is opgenomen dat gelet op de jarenlange forse verslaving van verdachte, de hardnekkige recidive en de verschillende mislukte hulpverleningspogingen in het verleden een ISD-maatregel noodzakelijk en wenselijk wordt geacht. Het voordeel van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel is dat, in geval van terugval, verdachte direct teruggeplaatst kan worden in een penitentiaire inrichting. Verdachte staat bekend als een zeer actieve veelpleger. Als er geen behandeling volgt voor de verslaving van verdachte, zal het risico op recidive hoog zijn. Om het recidiverisico te doen afnemen, acht Tactus het noodzakelijk dat verdachte de behandeling in de forensische verslavingskliniek in Almere afrondt. Een zo zwaar mogelijke stok achter de deur zal de kans op slagen vergroten, aldus Tactus.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich wederom schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Het bewezenverklaarde feit is een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit de justitiële documentatie met betrekking tot verdachte blijkt dat hij gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van onderhavig feit meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld. Het onderhavige feit is gepleegd na de tenuitvoerlegging van die straffen.

De rechtbank is van oordeel dat de ISD-maatregel in dit geval niet alleen is aangewezen, maar ook passend en geboden. Immers gelet op de hardnekkige recidive van verdachte en de door de reclassering als hoog ingeschatte recidivekans moet er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een (vermogens)misdrijf zal begaan, terwijl voorts de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist.

Eerdere veroordelingen weerhouden verdachte er kennelijk niet van om opnieuw strafbare feiten te plegen. Ook eerdere begeleidingen/behandelingen hebben blijkbaar niet geholpen. De rechtbank zal het advies van de reclassering om een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen volgen. Gelet op de ernstige verslavingsproblematiek en de justitiële documentatie van verdachte is het opleggen van een voorwaardelijke straf of maatregel met bijzondere voorwaarden te vrijblijvend.

Teneinde de maatschappij zo lang mogelijk te beschermen tegen verdachtes recidiverende, overlast veroorzakende strafbare gedrag zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaren.

Gelet op de omstandigheid dat verdachte inmiddels verblijft in een forensische verslavingskliniek acht de rechtbank termen aanwezig te bepalen dat een tussentijdse beoordeling als bedoeld in artikel 38s lid 1 van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt na een jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

In beslag genomen voorwerpen

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte niet aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan:

- een rugzak inclusief breekvoorwerpen.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan [bedrijf]:

- afstandsbediening;

- televisiesnoer;

- een televisiekast (Samsung).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 33a, 38m, 38n, 38s, 45, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

* verklaart verdachte strafbaar;

* legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren;

* bepaalt dat na een jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden omtrent de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel en bepaalt dat de officier van justitie uiterlijk veertien dagen voor dat tijdstip de rechtbank zal berichten als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht;

* verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een zwarte rugzak inclusief breekvoorwerpen;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, aan [bedrijf], te weten: een televisiekast (Samsung) afstandsbediening en een televisiesnoer.

Aldus gewezen door mrs. Kropman, voorzitter, Van der Mei en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december 2011.

Voetnoot:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0621 2011130776, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 19 september 2011.

2 Proces-verbaal aanhouding, p. 1.

3 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 19 september 2011, p. 11

4 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 19 september 2011, p. 11

5 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 19 september 2011, p. 11

6 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 17 september 2011, p. 8

7 Proces-verbaal aangifte d.d. 17 september 2011, p. 9

8 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 19 september 2011, p. 11

9 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 17 september 2011, p. 8

10 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 17 september 2011, p. 6

11 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 19 september 2011, p. 11

12 Proces-verbaal aangifte d.d. 17 september 2011, p. 9

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 september 2011, p. 6

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 september 2011, p. 6