Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU8782

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
940269-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het plegen van een ramkraak en overtreding Wet wapens en munitie (busje Pepperspray) tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 940269-11

Uitspraak d.d. 20 december 2011

Tegenspraak / dip - oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1970]

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Arnhem - De Berg, Arnhem,

Wilhelminastraat 16.

Raadsman: mr. P.W. Hermens, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2011.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 juni 2011 te Nunspeet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëgening in/uit aan tankstation aan de [adres 1] aldaar heeft weggenomen een hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verbreken van een of meer toegangsdeur(en) van dat tankstation);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 18 t/m 19 juni 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning aan de [adres 2] aldaar heeft weggenomen een sleutelbos (waaronder sleutels van een personenauto (Renault Laguna) en/of een herenhorloge (merk Rodania), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verwijderen van een of meer glaslat(ten) en/of een raam en/of ruit);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 18 t/m 24 juni 2011 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) autosleutel(s) van een Renault Laguna heeft verworden, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sleutel(s) wist(en), althans redelijker had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 18 t/m 19 juni 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening bij een woning aan de [adres 2] heeft weggenomen een personenauto (Renault Laguna), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (de sleutels van voornoemde Renault Laguna, welke kort tevoren uit de woning [adres 2] aldaar waren ontvreemd, tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd en/of gemachtigd was/waren);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 18 t/m 24 juni 2011 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Renault Laguna) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans rederlijker had(den) moeten vermoeden dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 19 juni 2011 te [plaats], gemeente Lemsterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening van een geparkeerde auto heeft weggenomen een of meer kentekenpla(a)t(en) [kenteken 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een tijdstiop in of omstreeks de periode van 19 t/m 24 juni 2011 te [plaats], gemeente Lemsterland,, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een of meer kentekenpla(a)t(en) [kenteken 1] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenpla(a)t(en) [kenteken 1] wist(en), althans rederlijker had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 24 juni 2011 te Nunspeet een spuitbus met pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op vrijdag 24 juni 2011 omstreeks 01.57 uur kregen de verbalisanten de melding van de meldkamer Oost Nederland dat er een alarmmelding was binnengekomen van het [tankstation] aan de [adres 1] te [plaats]. Toen de verbalisanten in de buurt van het tankstation waren zagen zij vanuit de richting van het tankstation een grijze personenauto naderen. De personenauto reed zonder verlichting aan de voorzijde. Eén van de verbalisanten zag dat de bestuurder van de personenauto met het kenteken [kenteken 1] een bivakmuts droeg. Hierop werd de achtervolging ingezet. Tijdens de achtervolging zijn de verbalisanten de personenauto uit het oog verloren.

Dezelfde dag omstreeks 03.46 uur volgde een melding van een bewoner in [plaats] dat hij twee personen met een bivakmuts op in de straat had gezien. De opgegeven locatie betrof de locatie waar de verbalisanten de voormelde personenauto uit het oog waren verloren. Enkele minuten na de melding werden de twee personen aangetroffen op de locatie. Verdachte werd aangehouden en de andere persoon wist te ontvluchten.

Kort na de aanhouding van verdachte werd in [plaats] een grijze Renault Laguna Station personenauto, met kenteken [kenteken 1], aangetroffen.

Uit onderzoek bleek dat het kenteken [kenteken 1] was afgegeven voor een grijze Ford Fiesta op naam van een persoon uit [plaats]. Op 20 juni 2011 was aangifte gedaan van diefstal van de kentekenplaten van deze auto. Verder bleek uit onderzoek dat de Renault in de nacht van 18 op 19 juni 2011 in [plaats] was gestolen.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 2 primair en subsidiair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde. Zij heeft voorts geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 tenlastegelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 1 en 5 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair tenlastegelegde: vrijspraak

De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit van de onder 2 primair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde (gekwalificeerde) diefstal van respectievelijk een sleutelbos, een herenhorloge, een Renault Laguna en kentekenplaten met het kenteken [kenteken 1]. Hetzelfde geldt voor de onder 2 subsidiair tenlastegelegde heling van autosleutels. De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de onder 3 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heling van respectievelijk een Renault Laguna en van kentekenplaten met het kenteken [kenteken 1] bewezen kan worden verklaard.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair en 5 tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er in het dossier geen directe bewijsmiddelen voorhanden zijn voor de diefstal in/uit de woning en van de Renault Laguna door verdachte. De enkele omstandigheid dat verdachte in de nabijheid van de gestolen auto is aangetroffen en daarvoor geen verklaring heeft gegeven, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van heling van de betreffende goederen te komen.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Op 19 juni 2011 heeft [slachtoffer A] aangifte gedaan van diefstal in de nacht van 18 op 19 juni 2011 van een grijze Renault Laguna met kenteken [kenteken 2] en (auto)sleutels. De auto was gestolen voor zijn woning in [plaats].3 Daarnaast werd een herenhorloge dat naast de autosleutels lag, vermist.4

Op 20 juni 2011 heeft [slachtoffer B], aangifte gedaan van diefstal van twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken 1] tussen 19 juni 2011 te 18.00 uur en 19 juni 2011 te 07.30 uur te [plaats].5

Op 24 juni 2011 was een personenauto van het merk Renault, type Laguna, betrokken bij een inbraak bij het [tankstation] in [plaats].6 De auto had oorspronkelijk het kenteken [kenteken 2]. In de auto werden twee kentekenplaten aangetroffen met het kenteken [kenteken 1].7

Op ongeveer tweehonderd meter van de aanhoudingslocatie van verdachte werd door de politie een grijze Renault Laguna met het kenteken [kenteken 1] aangetroffen.8

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier is af te leiden dat de Renault Laguna, die betrokken was bij de inbraak, is gestolen en dat de op die auto bevestigde kentekenplaten zijn gestolen. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank evenwel van oordeel dat er zich in het dossier geen bewijsmiddelen bevinden, waaruit geconcludeerd kan worden dat verdachte de diefstal van die auto, de daarbij behorende autosleutels, de kentekenplaten en een herenhorloge heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte daarom van de onder 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde diefstal vrijspreken.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde, wordt als volgt overwogen. Voor een bewezenverklaring van het delict opzetheling dan wel schuldheling, is vereist dat verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden hebben/krijgen van het goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het van een misdrijf afkomstig goed betrof. Het 'verwerven', 'voorhanden hebben' of 'overdragen' van een goed omvat alle handelingen, die tot gevolg hebben dat iemand de feitelijke zeggenschap over een goed verkrijgt, heeft of overdraagt. In het geval van verdachte is de rechtbank niet gebleken dat hij op enig moment met vorenvermelde wetenschap dan wel vermoeden de feitelijke zeggenschap had over de van misdrijf afkomstige auto(sleutels) en kentekenplaten. Het enkele feit dat verdachte in de nabijheid van de Renault Laguna, met behulp waarvan kort daarvoor een inbraak in een tankstation is gepleegd, is gesignaleerd en daarvoor geen verklaring heeft gegeven, is voor een bewezenverklaring van opzetheling dan wel schuldheling niet voldoende. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de onder 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde heling.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de aangifte, proces-verbaal van bevindingen, het aantreffen van ruim 250 sloffen sigaretten, het aantreffen van dekbedden van de Ikea bij verdachte en de overeenkomst van de kleding van verdachte met die van de persoon op de camerabeelden van het tankstation.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde feit uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op vrijdag 24 juni 2011 omstreeks 01.57 uur kregen de verbalisanten de melding van de meldkamer Oost Nederland dat er een alarmmelding was binnengekomen van het [tankstation] aan de [adres 1] te [plaats]. Toen de verbalisanten in de buurt van het tankstation waren, zagen zij vanuit de richting van het tankstation een grijze personenauto naderen. De personenauto reed zonder verlichting aan de voorzijde. Eén van de verbalisanten zag dat de bestuurder van de personenauto met het kenteken [kenteken 1] een bivakmuts droeg.

De beelden van de beveiligingscamera van het tankstation werden door verbalisanten bekeken. Op de beelden zagen zij dat er sprake was van meerdere personen met bivakmutsen, van wie één persoon een mijnwerkerslamp op zijn hoofd had. De personen maakten gebruik van een Renault Laguna of een Renault Megane. Tijdens het bekijken van de beelden kwam er om 03.46 uur een melding binnen van een buurtbewoner die twee personen op straat had gezien met bivakmutsen. De verbalisanten gingen ter plaatse. Enkele minuten na de melding van 03.46 uur zag één van de verbalisanten een persoon die zich opvallend bewoog. Verbalisant naderde deze persoon tot ongeveer twintig meter en toen zag hij een tweede persoon. Deze personen hadden contact met elkaar. Eén van de mannen keek in de richting van de verbalisant en zij renden weg. Verbalisant riep met luide stem: "Stop, politie, staan blijven!" De mannen renden in verschillende richtingen weg. Verbalisant achtervolgde een van hen, naar later bleek verdachte. Tijdens de achtervolging riep de verbalisant meerdere keren: "Stop politie, staan blijven". Verdachte voldeed hier niet aan. Ter hoogte van een bossage zag de verbalisant verdachte niet meer. Verbalisant scheen met zijn zaklamp in de bossage. Daarop rende verdachte weer weg. Verbalisant riep wederom: "Stop politie" en "Staan blijven of ik schiet". Uiteindelijk kon de verbalisant verdachte vastpakken.

Bij de insluitingsfouillering trof een collega verbalisant bij verdachte een bivakmuts en een mijnwerkerslampje aan.

Van een collega hoorde de verbalisant dat de grijze Renault Laguna met het kenteken [kenteken 1] was aangetroffen op de parkeerplaats aan de Jan van Vuurenstraat. Op die plek had verbalisant verdachte te voet gevolgd.9

Op 24 juni 2011 te 02.30 uur heeft [naam A] namens [naam tankstation] tankstation te [plaats] aangifte gedaan van diefstal. Om 02.00 uur werd [naam A] wakker gebeld door de meldkamer van de beveiliging met de mededeling dat het inbraakalarm van de [tankstation] afging. [naam A] ging direct ter plaatse en hij zag dat de toegangsdeuren volledig waren vernield. Er waren sigaretten ontvreemd.10

Op 24 juni 2011, omstreeks, 02.15 uur, was verbalisant bij het [tankstation] in [plaats]. Verbalisant zag dat de glazen toegangsdeuren, type elektrische schuifdeur, aan de onderzijde volledig uit de rails lagen en aan de bovenzijde slechts nog aan de bekabeling vastzaten waardoor deze aan de sponning cq geleiderails hingen. Bij de rechter schuifdeur lag een grijze container. Deze container lag met de achterzijde half in de shop van het tankstation.

Verbalisant bekeek met een collega de camerabeelden van het bewakingssysteem. Ten tijde van de inbraak, rond 01.57 uur, was op de beelden te zien dat een Renault, type station, met de voorzijde richting de toegangsdeuren reed. Op de camerabeelden van de camera die binnen stond was te zien dat een voorwerp naar binnen werd gedrukt.11

Gelet op deze waarneming en de kort na de melding aangetroffen container, die half in de shop lag, gaat de rechtbank er vanuit dat met de auto kracht is uitgeoefend op de vuilniscontainer om zo de deuren te ontwrichten.

Uit het proces-verbaal sporenonderzoek blijkt dat de schuifdeuren die toegang gaven tot de kiosk compleet waren ontzet en naar binnen waren gedrukt. Voor de schuifdeuren lag een huisvuilcontainer. Deze vertoonde diepe indruksporen. De bewakingscamera registreerde dat men direct naar de kasten achter de verkoopbalie ging, waarin de sigaretten aanwezig waren. De sigaretten werden weggenomen.12

Op 24 juni 2011, omstreeks 03.46 uur, kreeg de verbalisant de opdracht om naar de grijze personenauto uit te kijken. Op ongeveer tweehonderd meter van de aanhoudingslocatie van verdachte trof verbalisant een grijze Renault Laguna aan met het kenteken [kenteken 1]. Hij zag dat achter in het voertuig twee zwarte grote zakken liggen met onbekende inhoud.13

In het proces-verbaal van bevindingen van 29 juni 2011 is vermeld dat de sigaretten die in de auto waren aangetroffen in vier zwarte zakken zaten.14 Het betreft ruim 250 sloffen sigaretten.15 De zakken waren voorzien van een label van Ikea met de soortnaam DVALA. Dit betrof zwarte dekbedhoezen. Een van de zakken was voorzien van een metalen ring.16

Op 26 juni 2011 werden bij forensisch sporenonderzoek nog de volgende goederen veiliggesteld uit de auto:

- een schroevendraaier van het merk Praxis;

- een breekijzer;

- een rol ducktape van het merk Hema;

- twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken 1];

- twee sloffen sigaretten, een van het merk Marlboro en een van het merk Kent.17

Medewerker [naam B] van het [tankstation] heeft tegenover de politie verklaard dat hij de aan hem getoonde sigaretten herkende als een deel van de handelsvoorraad van het [tankstation]. Dit deel was weggenomen door middel van de inbraak op 24 juni 2011. 18

Bij een doorzoeking van het verblijfsadres van verdachte in de woning aan de [adres 3 te plaats] ([gemeente]) werden op 5 juli 2011 kussenslopen en dekbedovertrekken in beslag genomen.19 Het waren zwarte kussenslopen en zwarte dekbedovertrekken, beiden van Ikea, type Dvala.20

Op 25 juni 2011 werden de beelden van 4 camera's bekeken door verbalisant. Er werd onder meer geconstateerd dat een persoon met een bedekt gezicht en met een hoofdlamp op de shop van het tankstation binnen komt met een zak in zijn handen die door middel van een ring opengehouden wordt. Deze persoon loopt direct achter de toonbank en vult de zak met goederen uit de kastjes onder de sigarettencounter.21

Bij fouillering van verdachte werd in zijn kleding onder meer een zogenaamde mijnwerkerslamp aangetroffen22.

Op 24 juni 2011 werd de kleding en schoenen van verdachte veiliggesteld voor onderzoek.23

Op 19 juli 2011 werd onderzoek gedaan naar de in beslag genomen kleding van verdachte. De kleding werd vergeleken met de beelden van de bewakingscamera's. Naar het oordeel van de rechtbank komt de kleding die door een van de inbrekers werd gedragen en die op basis van de camerabeelden is beschreven, overeen met de kleding die verdachte bij zijn aanhouding kort na de inbraak droeg. Dit blijkt uit het volgende.

Op de beelden van CAM4 stond een persoon afgebeeld die schoenen droeg van het merk ADIDAS. De schoenen hadden op de beelden een witte zoolrand en op de bewegende beelden was te zien dat de schoenen een geheel donkerkleurige zoolvlak hadden.

De in beslag genomen schoenen van de verdachte waren van het merk ADIDAS, hadden een witte zoolrand van circa 2 cm met een donkerkleurig zoolvlak.

De persoon op de beelden droeg een jas met een capuchon. Deze capuchon had een glanzende binnenzijde. De capuchon was aan de schouderzijde niet vastgenaaid. De capuchon had een koord sluiting met koordeinden.

De in beslag genomen jas van de verdachte had een capuchon die alleen aan de achterzijde vast zat met een strook klittenband, op de schouders los hing. De jas had een opstaande kraag. De jas had een lengte van circa 75 cm. De koordeinden waren van kunststof, om het koord strakker te zetten c.q. in te korten. De stof aan de binnenzijde van de capuchon had een glanzende afwerking.

De broek van de persoon op de bewakingscamera beelden had een label op de rechterheup, boven de rechter achterzak. De riem, die werd gedragen, werd op zijn plaats gehouden door een lus die diagonaal over de broekriem zichtbaar was.

De in beslag genomen broek was van het merk KENZO en had een label aan de rechterachterzijde boven de rechter achterbroekzak. De broek had midden achter een riemlus welke diagonaal was vastgezet.

De persoon op de bewakingscamera beelden droeg een donkere bivakmuts (Balaclava) waarbij de ogen van elkaar gescheiden zijn. De bivakmuts had geen neus en/of mondgat.

De bivakmuts die bij de aanhouding van de verdachte in de fouillering werd aangetroffen was een model waarbij de ogen van elkaar gescheiden waren. Deze bivakmuts had geen neus en/of mondgat.24

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de onder 1 tenlastegelegde diefstal tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Uit de weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat verdachte niet lang na de inbraak in de nabijheid van de Renault Laguna is aangetroffen en dat hij en zijn metgezel hebben geprobeerd aan de politie te ontkomen. De Renault is ook de auto die kort daarvoor gebruikt is bij deze inbraak gelet op onder meer de beschrijving van de camerabeelden, de bevindingen van de na de melding aanrijdende verbalisanten en de in die auto aangetroffen goederen afkomstig van en gebruikt bij die inbraak. Verdachte is bovendien een van de daders van deze inbraak, gelet op de bij hem aangetroffen zaken zoals de bivakmuts en de mijnwerkerslamp en gelet op de kleding die hij droeg. Die spullen en kleding stemmen overeen met de waarnemingen van de aanrijdende verbalisanten en de beschrijvingen op basis van de camerabeelden, zoals hiervoor beschreven.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte met een ander de diefstal heeft gepleegd. De rechtbank zal deze inbraak ook als een zogenaamde ramkraak typeren gelet op de hiervoor beschreven gewelddadige wijze waarop de daders zich de toegang tot het pand hebben verschaft.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 5 tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Onder verdachte werd tijdens insluitingsfouillering een spuitbus, pepperspray, aangetroffen en inbeslaggenomen.25 Uit het proces-verbaal van bevindingen bleek dat het een gasbusje was met Duits opschrift gevuld met "Pfefferkonzentrat". Het gasbusje is een voorwerp, bestemd voor het treffen van personen met pepperspray, zijnde een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende of soortgelijke stof.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 24 juni 2011 te Nunspeet tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit aan tankstation aan de [adres 1] aldaar heeft weggenomen een hoeveelheid sigaretten, toebehorende aan [naam tankstation], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak (forceren/verbreken van toegangsdeuren van dat tankstation);

5.

hij op 24 juni 2011 te Nunspeet een spuitbus met pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 5: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 1, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 tenlastegelegde gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Bij de strafeis heeft de officier van justitie in het nadeel van verdachte rekening gehouden met de ernst van de feiten, waaronder een ramkraak met een professionele aanpak, waarbij fors geweld is gebruikt, een forse buit is gemaakt en gebruik is gemaakt van een gestolen auto en gestolen kentekenplaten. De officier van justitie heeft voorts in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het feit dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven.

De raadsman heeft bepleit een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Hij heeft aangevoerd dat het onder 1 tenlastegelegde een inbraak oplevert en geen zogenoemde ramkraak.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich in de nachtelijke uren, samen met een ander, schuldig gemaakt aan een ramkraak in een [tankstation in plaats]. Er is met een personenauto tegen een voorwerp, vermoedelijk een huisvuilcontainer, aangereden die zich voor de glazen toegangsdeuren van het tankstation bevond. Door de aanrijding zijn die glazen toegangsdeuren, type elektrische schuifdeur, aan de onderzijde volledig uit de rails gekomen en zaten de toegangsdeuren aan de bovenzijde slechts nog aan de bekabeling vast waardoor deze aan de sponning c.q. geleiderails hingen. Door een dergelijk fors middel in te zetten bij de inbraak is sprake van een ramkraak. De ramkraak is ook overigens professioneel opgezet. Zo is er een half uur voor de ramkraak de camera die de toegangsdeur opneemt, weggedraaid. Bij deze ramkraak is niet alleen een grote hoeveelheid (ruim 250 sloffen) sigaretten ontvreemd, maar daarbij is ook schade veroorzaakt aan de pui van het tankstation. Door deze ramkraak heeft de gedupeerde schade geleden en is overlast veroorzaakt. Het mag als bekend worden verondersteld dat een dergelijk feit enorme gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving en bij de direct betrokkenen in het bijzonder.

Daarnaast heeft verdachte een busje pepperspray voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens kan in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengen en een gevoel van onveiligheid in de samenleving veroorzaken. Verdachte heeft hieraan bijgedragen. Dit temeer nu hij het wapen op straat bij zich gedragen heeft.

De rechtbank heeft voorts ten nadele van verdachte meegewogen dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de (niet onherroepelijke) veroordeling van de politierechter te [plaats] van 29 juli 2011 (met het parketnummer 14-810071-11).

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opleggen met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Hoewel de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van twee feiten, terwijl de officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van vier feiten, acht de rechtbank niettemin de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden gelet op de ernst van het onder 1 bewezenverklaarde feit en de recidive van verdachte.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen het volgende gevorderd:

- teruggave aan de verdachte van een jas, een blouse, een trui en een broek (nrs. 9 tot en met

12 van de beslaglijst);

- onttrekking aan het verkeer van pepperspray (nr. 2 van de beslaglijst);

- verbeurdverklaring van de overige in beslag genomen voorwerpen (nrs. 1, 3 tot en met 8 en

14 tot en met 22 van de beslaglijst).

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 1 bewezenverklaarde is begaan of voorbereid.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met betrekking waartoe het bewezenverklaarde feit is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit van een en ander in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op:

- de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 63, 91 en 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

- de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 5: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een spuitbus pepperspray (nr. 2);

* verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- muts (nr. 1);

- handschoen (nr. 3);

- twee maal handgereedschap, platkop schroevendraaier en kruiskop (nr. 4);

- looplamp, mijnwerkerslampje (nr. 5);

- sleutelbos aan stropdasje sleutelhanger (nr. 6);

- gereedschap, Ivanaring en moersleutel, maat 8 (nr. 7);

- 3 sleutels, plastic lopen om paaltjes mee te verwijderen (nr. 8);

- gereedschap, stratenmakersgereedschap (nr. 13);

- zwart dekbedovertrek, Ikea (nr. 14);

- drie zwarte dekbedovertrekken, zwart Ikea Dvala (nr. 15);

- drie sluitringen met handvat om zak open te houden (nr. 16);

- twee zwarte kussenslopen, Ikea Dvala (nr. 17);

- twee zwarte kussenslopen, Ikea Dvala (nr. 18);

- twee zwarte kussenslopen, Ikea Dvala (nr. 19) ;

- zwart dekbedovertrek, Ikea Dvala (nr. 20);

- zwarte kussensloop, Ikea Dvala (nr. 21);

- schroevendraaier, Praxis (nr. 22).

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven kleding aan veroordeelde, te weten:

- groene jas, life line (nr. 9);

- blauwe blouse, stretch met lange mouwen (nr. 10);

- blauwe trui, sweater (nr. 11);

- spijkerbroek, Kenzo, met geborduurde achterzakken (nr. 12).

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Van der Hooft en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer Pl0600 2011086563, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district NW Veluwe, gesloten en ondertekend op 29 augustus 2011.

2 Stamproces-verbaal, p. 5 en 6.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p. 286 en 287.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 291.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], p. 293 en 294.

6 Processen-verbaal van bevindingen, p. 63 en 91.

7 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 112.

8 Proces-verbaal van bevindingen p. 91 en 92.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 41-44.

10 Proces-verbaal van aangifte door [naam A], p. 52-58.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 62-63.

12 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 64 en 65.

13 Proces-verbaal van bevindingen p. 91 en 92.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 116 en 117.

15 Verklaring va[naam B], p. 131 en 132.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 116 en 117.

17 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 112.

18 Verklaring va[naam B], p. 131 en 132.

19 Proces-verbaal van bevindingen: Doorzoeking [adres 3 te plaats], [gemeente], p. 216-218.

20 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 223 en het proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming, ongenummerde dossierpagina.

21 Proces-verbaal van bevindingen p. 70 en 71.

22 Proces-verbaal van bevindingen p. 100.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 48.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 263-264.

25 Stamproces-verbaal p. 23 en de kennisgeving van inbeslagneming van 15 augustus 2011, ongenummerde dossierpagina.