Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU8769

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
06-940287-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is voor drie feiten vrijgesproken + teruggave van een auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940287-11

Uitspraak d.d. 20 december 2011

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [adres].

Raadsman : mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2010

tot en met 13 juli 2011, in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1200 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

zij op of omstreeks 14 juli 2011 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 47,98 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 3 Opiumwet

3.

zij op of omstreeks 14 juli 2011, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 159 gram hennep, althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Feiten 1, 2 en 3

Aanleiding van het onderzoek

Verdachte is in beeld gekomen nadat een strafrechtelijk onderzoek naar haar vriend, [medeverdachte A], was opgestart.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft zij zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van voorwaardelijk opzet. Hoewel verdachte heeft verklaard dat zij niet wist van de handel in harddrugs en het aanwezig hebben van harddrugs door [medeverdachte A], heeft zij ook verklaard dat zij een vermoeden had dat er strafbare feiten werden gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 ten lastegelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard mede op grond van de bekennende verklaring van verdachte.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Hij heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde gemotiveerd aangevoerd dat als er al sprake is van handel in harddrugs, het medeplegen niet kan worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft op 15 juli 2011 bij de politie verklaard dat zij met [medeverdachte A] voor haar aanhouding in Amsterdam is geweest. [medeverdachte A] is toen ergens in de Bijlmer bij een vriend van hem geweest. Zij waren al vaker bij die vriend in Amsterdam geweest. Vanaf februari 2011 was verdachte zijn rijbewijs kwijt. Sindsdien gingen zij vaker naar Amsterdam dan voorheen. Als zij naar Amsterdam gingen, gingen zij de ene keer wel naar die vriend en de andere keer niet. Als [medeverdachte A] bij die vriend was, bleef hij altijd ongeveer tien minuten binnen. [medeverdachte A] belde onderweg altijd wel. Het gesprek was in het Papiaments.2 Verdachte werd voorgehouden dat in haar Alfa Romeo een klein schoentje was aangetroffen met bolletjes bruine stof en een zakje met envelopjes met hierin een witte stof. Zij heeft verklaard dat haar dat niets zei. Zij wist wel dat er wiet in een kast in de woonkamer lag.3 Verdachte heeft verklaard dat zij alleen wist van de wiet en verder wist zij van niets.4

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij niets wist van handel in drugs/cocaïne door [medeverdachte A] tot haar op het politiebureau werd verteld hoe het zat. Zij wist ook niets van de hoeveelheid drugs die in haar Alfa Romeo was aangetroffen. Zij heeft niet gemerkt dat [medeverdachte A] drugs gebruikte. Zij wist van de weegschalen in haar huis, maar zij dacht dat dat voor de wiet was. Zij was wel op de hoogte dat er wiet in haar woning lag. Volgens verdachte was de wiet van [medeverdachte A] die het voor eigen gebruik in haar woning had gelegd.

Verdachte heeft verder verklaard dat zij misschien uit signalen had moeten opmaken dat er iets niet juist was, maar dat zij haar ogen daarvoor sloot.

[medeverdachte A] heeft op 16 juli 2011 bij de politie verklaard dat verdachte er niets mee te maken had, dat zij er niets van wist en dat zij er buiten stond.5

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat geen bewijs voorhanden is dat verdachte op de hoogte was van de handel in cocaïne door [medeverdachte A]. Nu verdachte niet op de hoogte was van de handel in cocaïne, kan niet worden geconcludeerd dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte A] enerzijds en verdachte anderzijds met betrekking tot die handel, zodat in het geval van verdachte niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van dit feit kan worden gekomen.

Evenmin is gebleken dat verdachte op de hoogte was van het feit dat op het in de tenlastelegging bedoelde tijdstip [medeverdachte A] cocaïne in zijn bezit had, zodat ook niet tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit kan worden gekomen.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde neemt de rechtbank in aanmerking de verklaring van verdachte dat zij wist dat er wiet in haar woning lag, dat zij wist dat [medeverdachte A] wiet gebruikte en dat hij wel eens wat weggaf aan vrienden.

De rechtbank overweegt echter daarbij dat geen bewijs voorhanden is dat verdachte wist dat er een hoeveelheid van meer dan 30 gram (van een materiaal bevattende) hennep in haar woning lag. Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het aan verdachte ten laste gelegde medeplegen van feit 3 eveneens niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Bij deze stand van zaken moet vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde volgen.

In beslag genomen voorwerpen

Uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de rechtbank ten aanzien van de in beslag genomen goederen slechts behoeft te beslissen over de auto, Alfa Romeo (nr. 1 op de beslaglijst).

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de auto kan worden teruggegeven aan verdachte.

Nu geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden auto aan verdachte.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven auto aan de rechthebbende, te weten: een rode Alfa Romeo 147, 2001 met het kenteken [kenteken] (nr. 1 van de beslaglijst);

* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Van der Mei en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december 2011.

Voetnoot:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2011073529, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team Apeldoorn Noord Opsporing, gesloten en ondertekend op 15 september 2011.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 861.

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 864.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 865.

5 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte A], p. 846.