Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU6584

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-11-2011
Datum publicatie
01-12-2011
Zaaknummer
10/1717 WOB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Weigering verstrekking wapennummers museum. Identificatie verlofhouder/beheerder. Ten aanzien van de St. Ned. Art. Museum, de St. het Korps Rijdende Art. en de St. Manege korps Rijd. Art. is geen sprake van een beheerder of verlofhouder, zodat het openbaar maken van het wapennummer niet kan leiden tot identificatie van een verlofhouder/beheerder en het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zich niet voordoet. Proceskosten in bezwaar ten onrechte gematigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 10/1717 WOB

Uitspraak in het geding tussen:

[eiseres], te Apeldoorn, eiseres,

(gemachtigde: H. van Drunen)

en

Korpsbeheerder van de Regionale Politie Noord- en Oost Gelderland

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2010 heeft verweerder naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) aan eiseres informatie met betrekking tot verstrekte wapenverloven in 2009 in digitale vorm verstrekt.

Bij besluit van 5 oktober 2010 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard. Verweerder verstrekt meer informatie in digitale vorm betreffende de wapenverloven alsmede de informatie met betrekking tot de verleende jachtakten in 2009.

Eiseres heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Door verweerder is ten aanzien van een aantal stukken een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Awb, inhoudende dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van deze stukken. De rechtbank heeft ten aanzien van een aantal stukken besloten dat beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. Ten aanzien van de stukken waarvan beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd is geacht, is door verweerder ingestemd met het opnemen hiervan in het dossier. Ten aanzien van de overige stukken op één na heeft eiseres toestemming aan de rechtbank verleend om op basis daarvan uitspraak te doen.

Het beroep is behandeld ter zitting van 27 oktober 2011 waar eiseres is vertegenwoordigd door H. van Drunen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M.A.H. te Wierike-Spit.

2. Overwegingen

In beroep is nog slechts in geschil de weigering van verweerder de wapennummers te verstrekken van de wapens die zich in een museum bevinden en de toekenning van de proceskosten in bezwaar.

Verweerder heeft alle wapennummers verstrekt aangezien volgens verweerder uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 2 februari 2011, LJN: BP2799 blijkt dat wapennummers in alle gevallen mogen worden geweigerd. Eiseres stelt dat in het geval van een museum er geen bezwaar is de wapennummers te verstrekken nu in dat geval bekend is waar de wapens zich bevinden, zodat aan het bekend worden van persoonsgegevens van de beheerder/verlofhouder geen risico’s verbonden zijn.

Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb van het betreffende verslag te hebben kennisgenomen, overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt vast dat bij de St. Ned. Art. Museum, de St. het Korps Rijdende Art. en de St. Manege korps Rijd. Art., alle gevestigd te ’t Harde geen gegevens van een beheerder dan wel verlofhouder zijn vermeld. Bij de andere vermelde musea is sprake van een beheerder.

Onder verwijzing naar bovengenoemde uitspraak van de ABRvS overweegt de rechtbank dat aan het openbaar maken van gegevens aan de hand waarvan de mogelijkheid bestaat dat verlofhouders van vuurwapens geïdentificeerd kunnen worden, een zeker veiligheidsrisico is verbonden. Dit geldt volgens de rechtbank evenzeer voor de situatie waarin geen sprake is van een verlofhouder maar van een beheerder. Gelet hierop heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ten aanzien van de wapennummers het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid.

Deze situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank echter niet voor ten aanzien van de St. Ned. Art. Museum, de St. het Korps Rijdende Art. en de St. Manege korps Rijd. Art., nu daar geen sprake is van een beheerder of verlofhouder. In dat geval kan het openbaar maken van het wapennummer niet leiden tot identificatie van een verlofhouder/beheerder en doet het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zich niet voor. Het besluit is in zoverre onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is derhalve op dit onderdeel gegrond.

Gelet op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, de inhoud van het bezwaarschrift en de onderdelen waarop het bezwaar gegrond wordt verklaard, heeft verweerder ten aanzien van de proceskosten in bezwaar de wegingsfactor ‘licht’ toegekend.

De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 maart 2006, LJN: AW1316, en de uitspraak van de ABRvS van 24 november 2010, LJN: BO4857, is de rechtbank van oordeel dat voor een matiging niet beslissend is of eiseres gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, maar of zij op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk is gesteld, dan wel sprake dat is van bijzondere omstandigheden. Nu het in deze zaak om een Wob-verzoek gaat en verweerder bij het bestreden besluit heeft besloten aan eiseres meer informatie te verstrekken dan bij het primaire besluit, kan volgens de rechtbank niet gezegd worden dat eiseres op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk is gesteld dan wel dat er sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan gematigd moet worden. Verweerder heeft derhalve ten onrechte de proceskostenvergoeding gematigd. Het beroep is ook op dit onderdeel gegrond.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb en artikel 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder zal een nieuw besluit op bezwaar dienen te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De rechtbank acht termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb en verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op

€ 874 aan kosten van verleende rechtsbijstand in beroep. Van andere kosten in dit verband is de rechtbank niet gebleken.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder binnen vier weken na het uitspreken van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten ten bedrage van € 874;

bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 150 aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 november 2011.