Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU6441

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
06/950241-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 42-jarige man uit Brummen voor seks met minderjarige jongens en het in bezit hebben van kinderporno tot vier jaar gevangenisstraf. Daarvan is één jaar voorwaardelijk. Omdat er een verhoogd recidiverisico is legt de rechtbank een langere proeftijd van vijf jaar op. Ook moet de man behandeld worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950241-11

Uitspraak d.d.: 30 november 2011

Tegenspraak / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1969],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Zwolle.

Raadsman: mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

16 november 2011.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 augustus 2009, te Brummen, met [slachtoffer A], geboortedatum

[1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis en/of één of meer van zijn,

verdachtes, vingers, in de anus van die [slachtoffer A] en/of

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer A] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen en/of aftrekken van die [slachtoffer A] en/of

- het zich door die [slachtoffer A] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had

bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot 9 november 2009 te Brummen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer B], geboortedatum [1993],

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer B], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van die [slachtoffer B] en/of

- het zich door die [slachtoffer B] laten pijpen en/of aftrekken en/of

- het tongzoenen van die [slachtoffer B],

terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

3.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 9 november 2009 tot 10 november 2010 te Brummen en/of elders in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer B], geboortedatum [1993], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer B], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van die [slachtoffer B] en/of

- het zich door die [slachtoffer B] laten aftrekken en/of

- het pijpen en/of aftrekken en/of tongzoenen van die [slachtoffer B],

waarbij die feitelijkheden en/of de bedreiging met die feitelijkheden er in hebben bestaan

- dat verdachte die [slachtoffer B] op stelselmatige wijze anonieme smsjes heeft gestuurd

waarin verdachte die [slachtoffer B] bedreigde met het openbaren van die voor die [slachtoffer B]

compromitterende opnamen en/of afbeeldingen en/of informatie, waarbij

verdachte die [slachtoffer B] vervolgens heeft aangeboden die [slachtoffer B] te helpen met die

anonieme verzender van genoemde smsjes (waarbij verdachte tegenover die [slachtoffer B]

aangaf met die verzender in contact te staan en/of te onderhandelen over een

'deal') mits [slachtoffer B] zijn seksuele contact met verdachte zou voortzetten,

ondanks het feit dat die [slachtoffer B] tegenover verdachte had aangegeven dat hij hun

seksuele omgang wilde beëindigen en/of

- dat verdachte voorbij is gegaan aan de (verbale en non-verbale) uitingen van

onwil/protest van die [slachtoffer B] met betrekking tot de seksuele handelingen,

terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die minderjarige [slachtoffer B], waardoor verdachte een (psychisch) overwicht op die [slachtoffer B] had en voor [slachtoffer B] een situatie heeft doen ontstaan waarin [slachtoffer B] niet, althans onvoldoende, in staat is geweest om weerstand aan verdachte te bieden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

4.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 1 maart 2011, te Hoevelaken en/of Brummen, in ieder geval in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer C], geboortedatum [1994], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer C], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer C] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer C],

en bestaande die feitelijkheden en/of die bedreiging met feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [slachtoffer C] na een eerste afspraak heeft geïntimideerd en/of onder druk

heeft gezet door hem zeer intensief telefonisch te benaderen en/of

- (daarbij) tegenover die [slachtoffer C] heeft aangegeven dat hij, verdachte, [slachtoffer C]s

ouders zou inlichten over het contact dat die [slachtoffer C] met verdachte had

indien die [slachtoffer C] zou weigeren met hem, verdachte, seksueel contact te

(blijven) hebben, althans af te (blijven) spreken en/of

- de vader van die [slachtoffer C] heeft gebeld (met het kennelijke doel om voornoemd

dreigement kracht bij te zetten) en/of

- heeft aangegeven dat hij, verdachte, een seksfilmpje van [slachtoffer C] op internet

zou zetten, indien die [slachtoffer C] zou weigeren met hem, verdachte, seksueel

contact te (blijven) hebben, althans af te (blijven) spreken en/of

- tijdens de seksuele handelingen voorbij is gegaan aan de (verbale en

non-verbale) tekenen van onwil/protest van die [slachtoffer C],

terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die minderjarige [slachtoffer C], waardoor verdachte een (psychisch en/of lichamelijk) overwicht op die [slachtoffer C] had en/of verdachte voor die [slachtoffer C] een situatie heeft doen ontstaan waarin die [slachtoffer C] niet, althans onvoldoende in staat is geweest om weerstand aan verdachte te bieden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 1 maart 2011, te Hoevelaken en/of Brummen, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer C], geboortedatum [1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer C], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer C] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer C],

terwijl die [slachtoffer C] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

5.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 6 januari 2009 tot 6 januari 2010, te Brummen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer D], geboortedatum [1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer D], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [slachtoffer D] en/of

- het tongzoenen en/of pijpen van die [slachtoffer D],

terwijl die [slachtoffer D] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

6.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 9 juni 2009 tot 9 juni 2010 te Brummen en/of te Zutphen, in ieder geval in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer E], geboortedatum [1992],

heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer E], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [slachtoffer E] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer E],

en bestaande die feitelijkheden en/of die bedreiging met feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [slachtoffer E], na een eerste afspraak tussen verdachte en [slachtoffer E], heeft

geïntimideerd en/of onder druk heeft gezet, door die [slachtoffer E] in korte tijd

intensief telefonisch te benaderen en/of

- tegenover die [slachtoffer E] heeft aangegeven dat hij de persoonsgegevens van die

[slachtoffer E] zou achterhalen en/of de ouders van die [slachtoffer E] zou inlichten over de

homoseksuele contacten die [slachtoffer E] had met verdachte en/of [slachtoffer E]s

persoonlijke gegevens op internet (homo-chatsite [naam website]) zou zetten,

indien [slachtoffer E] zou weigeren seksueel contact met verdachte te (blijven) hebben,

terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die toen minderjarige [slachtoffer E] waardoor verdachte een (psychich en/of lichamelijk) overwicht op die [slachtoffer E] had en verdachte voor die [slachtoffer E] een situatie heeft doen ontstaan waarin die [slachtoffer E] onvoldoende in staat is geweest om weerstand aan verdachte te bieden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

7.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 31 maart 2010 te Nijmegen en/of Brummen, in ieder geval in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer F], geboortedatum [1994], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer F], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer F] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer F],

en bestaande die feitelijkheden en/of die bedreiging met feitelijkheden hierin dat verdachte

- tegenover die [slachtoffer F] heeft aangegeven dat hij [slachtoffer F]' ouders zou (kunnen)

inlichten over het contact dat [slachtoffer F] met verdachte had en/of heeft aangegeven

dat hij, verdachte, een (webcam)seksfilmpje van [slachtoffer F] op internet zou

(kunnen) zetten, indien [slachtoffer F] zou weigeren met hem, verdachte, seksueel

contact te hebben, althans af te spreken en/of

- die [slachtoffer F] na hun eerste afspraak heeft geïntimideerd door die [slachtoffer F] intensief

telefonisch te benaderen en/of

- de moeder van [slachtoffer F] heeft gebeld (met het kennelijke doel om voornoemd

dreigement kracht bij te zetten) en/of

- tijdens de seksuele handelingen voorbij is gegaan aan de (verbale en/of

non-verbale) uitingen van onwil/protest van die [slachtoffer F],

terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die destijds 15-jarige [slachtoffer F], waardoor verdachte een (psychisch) overwicht op die [slachtoffer F] had en/of voor die [slachtoffer F] een situatie heeft doen ontstaan waarin hij onvoldoende in staat is geweest om weerstand aan verdachte te bieden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 31 maart 2010 te Nijmegen en/of Brummen, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer F], geboortedatum [1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer F], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer F] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer F],

terwijl die [slachtoffer F] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot 18 april 2005 te Brummen, in ieder geval in Nederland, ontucht heeft gepleegd met minderjarige [slachtoffer G], geboortedatum [1987], bestaande die ontucht hierin dat verdachte die [slachtoffer G] heeft afgetrokken, althans [slachtoffer G]' penis ontuchtig heeft betast, terwijl verdachte op dat moment als trainer en/of verzorger (bij voetbalvereniging SC Brummen) werkzaam was en die [slachtoffer G] als voetbalpupil aan verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

9.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot 4 april 2011 te Brummen en/of elders in Nederland,

- door giften (van onder meer geldbedragen en/of kleding en/of sigaretten) en/of beloftes van

geld en/of goed, en/of

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (waaronder het

leeftijdsverschil tussen verdachte en na te noemen minderjarigen) en/of

- door misleiding (waaronder het tijdens contacten via internet aannemen van

een valse identiteit),

meerdere, deels onbekende, personen, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs

moest vermoeden dat die personen de leeftijd van achttien jaren nog niet

hadden bereikt,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden, zoals het brengen van verdachtes penis in de mond en/of anus van van die jongens en/of het zich door die jongens laten pijpen, waaronder,

- [slachtoffer A], geboortedatum [1994] en/of

- [slachtoffer B], geboortedatum [1993] en/of

- [slachtoffer C], geboortedatum [1994] en/of

- [slachtoffer D], geboortedatum [1994] en/of

- [slachtoffer E], geboortedatum [1992] en/of

- [slachtoffer F], geboortedatum [1994] en/of

- [slachtoffer H], geboortedatum [1990];

art 248a Wetboek van Strafrecht

10.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 4 april 2011 te Brummen, en/of elders in Nederland, (in totaal) circa 559, althans een (groot) aantal, afbeeldingen/ multimediafiles (te weten foto's en/of filmfragmenten), danwel gegevensdragers bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, (te weten (de harde schijven of geheugenkaartjes van) twee merkloze PC's en/of een Sony Ericsson mobiele telefoon en/of een USB-stick (merk of type TwinMos) en/of een Nokia 6230 mobiele telefoon en/of een Delvoy-camera en/of een aantal

dvd's/cd's en/of een aantal Hi8 videobanden en/of een aantal VHS videobanden)

van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken, of schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, in zijn bezit heeft gehad en/of die afbeelding(en)/multimediafile(s) heeft

vervaardigd en/of verworven en/of aangeboden, welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) bestaat/bestaan uit (een) geheel en/of (een) gedeeltelijk ontkle(e)d(e)

minderjarige(n) die

- op een dusdanige wijze poseert/poseren dat zijn/hun geslachtsde(e)l(en)

nadrukkelijk in beeld wordt/worden gebracht, met het kennelijke doel om

seksuele prikkeling op te wekken en/of

- masturbeert/masturberen en/of

- door een penis en/of (een) vinger(s) wordt/worden gepenetreerd althans

ontuchtig wordt/worden betast en/of

- een ander of anderen penetreren en/of ontuchtig betasten,

van welke afgebeelde gedraging(en) een selectie bestaat, onder meer bevattende -zakelijk weergegeven- :

- een filmbestand (dossier pagina 1051, bestandsnaam '[bestandsnaam]') waarop te

zien is dat verdachte door een minderjarige jongen wordt gepijpt;

- een filmbestand (dossier pagina 1051, bestandsnaam '[bestandsnaam]' ) waarop

minderjarige naakte jongens onder de douche te zien zijn,

- een filmbestand (dossier-pagina 1052/1053, bestandsnaam '[bestandsnaam]'

inhoudende een opname van een beeldscherm waarop een minderjarige jongen te

zien is die zijn onderbroek uit trekt; zichzelf begint af te trekken; zich

omdraait en een vinger in zijn anus duwt, terwijl ondertussen te horen is dat

iemand op een toetsenbord tikt en verdachte (middels stemherkenning

geïdentificeerd)aan de jongen vraagt of hij met de trein naar Nijmegen kan

komen waarbij verdachte de jongen aanbiedt zijn treinkaartje te vergoeden;

- een filmbestand (dossier pagina 1055, bestandsnaam '[bestandsnaam]')

waarop een jongen van 16 à 17 jaar oud te zien is die naakt op verdachte zit

terwijl hij verdachte aftrekt (verdachte is via stemherkenning geïdentificeerd)

- een filmbestand (dossier-pagina 1056) afkomstig van een Hi8 videoband waarop

een minderjarige jongen te zien is die voetbaltraining krijgt. Daarna is

diezelfde jongen onder de douche te zien waarbij verdachte (via stemherkenning

geïdentificeerd) hem aanwijzingen voor rek- en strekoefeningen geeft en

regelmatig de penis van de jongen in beeld wordt genomen;

- een afbeelding afkomstig van de Sony Ericsson (dossier-pagina 1062) van een

jongen jonger dan 17 jaar oud die naakt op een bed ligt en een voorwerp in

zijn anus houdt;

- een print (dossier pagina 1064) waarop een jongen staat afgebeeld van 16 à

17 jaar oud die door een oudere, geklede man wordt omhelst;

terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

Verweer met betrekking tot de nietigheid van de dagvaarding

Ten aanzien van feit 9 heeft de raadsman aangevoerd dat de dagvaarding nietig is. Er is een pleegperiode van meer dan drie jaar ten laste gelegd, met als pleegplaats Nederland en als slachtoffers meerdere, deels onbekende, personen. Hierop kan volgens de raadsman geen verdediging worden gebouwd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding voldoende duidelijk is. Verdachte heeft zelf erkend dat hij, naast de in de dagvaarding genoemde personen, ook op soortgelijke wijze met andere personen seksueel contact heeft gekregen.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde voldoende concreet is voor zover deze de pleegplaats en de pleegperiode betreft. De tenlastelegging is evenwel onvoldoende concreet, en tevens onbegrijpelijk, voor zover het betreft het onderdeel 'deels onbekende' personen. In de tenlastelegging wordt niet nader gespecificeerd welke personen worden bedoeld en overigens blijkt uit het dossier niet onmiskenbaar wie deze personen zouden zijn.

De rechtbank zal de dagvaarding in zoverre nietig verklaren.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

De politie van regio Noord- en Oost Gelderland heeft op 23 februari 2011 van de zedenpolitie Amsterdam/Amstelland informatie gekregen, inhoudende dat men bezig was met een onderzoek. Daaruit kwam naar voren dat verdachte zich mogelijk schuldig zou maken aan seksueel misbruik van een minderjarige jongen en het tonen/vervaardigen/in voorraad hebben van kinderporno. Er heeft een doorzoeking van de woning van verdachte plaatsgevonden en verdachte is aangehouden. Op basis van uit de zoeking verkregen gegevens en de verklaringen die de verdachte daarover heeft afgelegd is vervolgens verder onderzoek gedaan.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 primair, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd, waarbij de officier van justitie met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde feit een beroep heeft gedaan op schakelbewijs en met betrekking tot het onder 9 ten laste gelegde feit heeft betoogd dat sprake is van eendaadse samenloop.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De eerste vier keren was er geen dwang en de vraag is of [slachtoffer B] op enig moment is gedwongen tot seksuele gedragingen. Dat verdachte sms-berichten stuurde aan [slachtoffer B], had niet tot doel om seks af te dwingen. Er ontbreekt ook overigens overtuigend bewijs dat er sprake was van door verdachte op [slachtoffer B] uitgeoefende dwang.

Ten aanzien van het onder 4 primair ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Er is geen aangifte gedaan door [slachtoffer C]. In het dossier bevinden zich enkel processen-verbaal van de gesprekken die [slachtoffer C] met de politie heeft gevoerd. Het is de vraag of de verklaring van [slachtoffer C], dat verdachte zou hebben gedreigd met het inlichten van diens ouders of dat er een filmpje op internet gezet zou worden, voldoende overtuigend is, nu hij deze verklaring niet in een met waarborgen omgeven verhoorsituatie heeft afgelegd. Daarbij heeft de raadsman aangevoerd dat de ten laste gelegde pleegperiode niet (volledig) kan worden bewezen verklaard.

Ten aanzien van een bewezenverklaring van het onder 4 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 5 ten laste gelegde feit, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, bewezen verklaard kan worden.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De verdachte heeft weliswaar vaak geprobeerd [slachtoffer E] telefonisch te benaderen, maar er is niet gebleken dat daardoor sprake is geweest van dwang. Dat klemt des te meer daar [slachtoffer E] steeds terugkwam bij verdachte. Bovendien was [slachtoffer E] veelal onbereikbaar. Er is onvoldoende overtuigend bewijs voor het tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit nu niet ondenkbaar is dat de pleegperiode valt buiten de periode die ten laste is gelegd. Subsidiair komt uit de schriftelijke uitwerking van de geluidsopname onvoldoende naar voren dat er sprake is geweest van dwang, zodat vrijspraak voor de primair ten laste gelegde verkrachting dient te volgen.

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit. [slachtoffer G] heeft de gestelde ontuchtige handelingen niet bevestigd en zijn cliënt ontkent deze te hebben gepleegd. De interpretatie van het filmpje door de politie is kennelijk anders, maar biedt ruimte voor twijfel. Voort kan het bestanddeel "ontucht" niet bewezen worden, nu de handelingen voor [slachtoffer G] niet ongewenst waren. Bovendien was hij niet aan de zorg van verdachte toevertrouwd.

Ten aanzien van feit 9 heeft de raadsman subsidiair aan de nietigheid van de dagvaarding vrijspraak bepleit. Het staat niet vast dat de genoemde jongens door misbruik vanuit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding zijn bewogen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. Zij zochten zelf seksueel contact met een voor hen onbekende persoon. In voorkomende gevallen wisten die jongens vóór het plegen van de seksuele gedragingen al dat zij misleid waren. Overigens wijst de raadsman erop dat iedereen op de chatsites een valse identiteit aanneemt. Uitsluitend ten aanzien van [slachtoffer A] en [slachtoffer B] zou bewezen verklaard kunnen worden dat zij giften hebben ontvangen. In de overige gevallen blijkt hiervan onvoldoende.

Ten aanzien van feit 10 heeft de raadsman aangevoerd dat dit feit bewezen kan worden verklaard, maar dat het aantal bestanden lager moet zijn dan de genoemde 559 stuks. Daarbij heeft hij ten aanzien van enkele in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen/bestanden betoogd dat het in die gevallen geen seksuele gedragingen betreft.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7

Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 november 2011 verklaard dat hij vanaf 2008 actief gebruik maakte van chatsites en dat hij dat deed onder verschillende profielnamen. Bij de gebruikers die hij aanmaakte, plaatste hij verschillende profielen. Bovendien plaatste hij daarbij foto's van anderen dan zichzelf. Hij kopieerde foto's van het internet en plaatste deze in de door hem aangemaakte gebruiker. Met die foto's en de inhoud van de profielen heeft hij zich jonger voorgedaan dan hij in werkelijkheid was. Naar aanleiding van de chats die hij vervolgens via de verschillende gebruikersnamen heeft gevoerd, heeft hij ongeveer honderd dates gehad waarbij er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Dit betrof veelal betaalde seks. Met een aantal personen heeft hij meerdere seksuele dates gehad.

De verdachte heeft bij de politie2 en ter terechtzitting van 16 november 2011 bekend dat hij op 14 augustus 2009 te Brummen met [slachtoffer A] ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Die handelingen hebben bestaan uit het over en weer tongen, pijpen en aftrekken en het in de anus neuken van [slachtoffer A].

De verdachte heeft bij de politie3 en ter terechtzitting van 16 november 2011 verklaard dat hij in de periode van 1 juli 2009 tot november 2010 te Brummen met [slachtoffer B] ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Dit heeft bestaan uit het tongzoenen, over en weer pijpen en aftrekken en het in de anus neuken van [slachtoffer B].

De verdachte heeft bij de politie4 en ter terechtzitting van 16 november 2011 verklaard dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer C]. Dit heeft bestaan uit het over en weer pijpen en tongzoenen en het in de anus neuken van die [slachtoffer C]. Dit heeft plaatsgevonden in Brummen en in Hoevelaken.

De verdachte heeft bij de politie5 en ter terechtzitting van 16 november 2011 verklaard dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer D] in de periode van 6 januari 2009 tot januari 2011. Dit heeft bestaan uit het over en weer tongzoenen en pijpen en het in de anus neuken van [slachtoffer D].

De verdachte heeft bij de politie6 en ter terechtzitting van 16 november 2011 verklaard dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer F] in de periode van 1 december 2009 tot en met 31 maart 2010. Dit betrof het over en weer tongzoenen en pijpen en het in de anus neuken van [slachtoffer F]. Dit heeft plaatsgevonden in Nijmegen en in Brummen.

Verdachte heeft aldus de ontuchtige handelingen, die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met [slachtoffer A], [slachtoffer B], [slachtoffer C], [slachtoffer D] en [slachtoffer F] bekend. Ook over ontuchtige handelingen met [slachtoffer E] heeft hij een bekennende verklaring afgelegd.

De verdachte heeft verklaard in de veronderstelling te hebben verkeerd dat de jongens allemaal zestien jaar of ouder waren doordat zij zich als zodanig presenteerden op de chatsites, en ook op grond van hun gedrag en uiterlijk. De leeftijd van het slachtoffer is echter geobjectiveerd, opzet of schuld daaromtrent is niet vereist. Dat betekent dat niet relevant is of verdachte ervan uit ging en ervan uit mocht gaan dat de jongens ouder waren dan zestien jaar. Op deze leeftijd moeten jongens nog worden beschermd tegen zichzelf, maar zeker ook tegen personen die - op seksueel gebied - misbruik van hen dreigen te maken. De verdachte heeft zich echter, zonder hier ook maar enig moment bij stil te staan, laten leiden door zijn lustgevoelens. Hij heeft de bevrediging van zijn eigen gevoelens vooropgesteld ten koste van deze minderjarige jongens. De ervaring leert dat seksueel misbruik van kinderen kan leiden tot grote psychische schade, waaronder verstoring van de seksuele ontwikkeling van de slachtoffers. De wetgever heeft daarom het plegen van seksuele handelingen met kinderen tussen twaalf en zestien jaren strafbaar gesteld, ook wanneer dit met wederzijdse goedkeuring gebeurt.

Overigens kunnen twijfels worden geplaatst bij de stelling van verdachte dat hij ervan uitging en ervan uit mocht gaan dat de jongens minimaal zestien jaar waren toen het contact werd gelegd. In het geval van [slachtoffer D] en [slachtoffer B] heeft verdachte immers verklaard dat hij op enig moment wist dat deze jongens de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, terwijl hij daarna nog wel (bewust) seksueel contact met hen had. Andere jongens hebben bovendien onafhankelijk van elkaar verklaard aan verdachte ofwel te hebben gezegd dat zij jonger waren dan zestien jaar ([slachtoffer A], [slachtoffer C], [slachtoffer F]) ofwel hun ID-kaart te hebben getoond ([slachtoffer A], [slachtoffer B]).

De belangrijkste vraag die ter beantwoording aan de rechtbank voorligt, is of sprake is van verkrachting van één of meer jongens door verdachte.

Door de verdediging is aangevoerd dat het op dit punt het woord van de desbetreffende jongen tegen het woord van de verdachte is. Daarbij wordt echter uit het oog verloren dat meerdere jongens onafhankelijk van elkaar hebben verklaard dat verdachte heeft gedreigd de van hen gemaakte filmopname openbaar te maken ([slachtoffer A], [slachtoffer C]). Meerdere jongens hebben bovendien verklaard dat verdachte door een overvloed aan sms'jes en/of telefoontjes heeft getracht hen over te halen een volgende afspraak te maken met verdachte ([slachtoffer A], [slachtoffer B], [slachtoffer C], [slachtoffer E], [slachtoffer H]). Ook hebben jongens verklaard dat zij bang waren dat verdachte hun ouders zou inlichten ([slachtoffer C], [slachtoffer E]). Uit de verklaringen van [slachtoffer A], [slachtoffer B] en [slachtoffer F] valt bovendien af te leiden dat verdachte vrij dwingend kon zijn in zijn uitlatingen en kon "zeuren", zodat zij overgehaald werden om seksuele handelingen te verrichten. Ter zitting heeft verdachte erkend dat zijn gedrag op sommige punten - zeker tegen de achtergrond van het leeftijdsverschil en daarmee het verschil in (seksuele) ontwikkeling tussen verdachte en de jongens - hoewel niet als druk bedoeld, toch wel als zodanig kon zijn overgekomen bij de jongens.

Daar staat tegenover dat de jongens vrijwillig contact legden met verdachte aangezien zij zich zonder uitzondering zelf presenteerden op de chatsite [naam website], onder vermelding van de leeftijd van minimaal zestien jaar hoewel zij veelal die leeftijd nog niet hadden bereikt. Door verdachte is verklaard dat hij via die site en dus voorafgaand aan de eerste date liet weten welke seksuele handelingen hij wilde verrichten. Daarbij ging het vaak om pijpen, tongen, neuken. De politie heeft niet bij de jongens geverifieerd op welke wijze zij zich aanboden op die site en of inderdaad voorafgaand aan de eerste ontmoeting is besproken om welke seksuele handelingen het zou gaan, maar uit het feit dat werd betaald voor de seks ([slachtoffer A], [slachtoffer D], [slachtoffer B]) en in ieder geval [slachtoffer B] een zogenaamd cashteken bij zijn profiel had geplaatst, wordt afgeleid dat over het bedrag en de soort seks werd onderhandeld voordat tot een date werd overgegaan. In alle gevallen was het bovendien zo dat verdachte die jongens ophaalde van het station, zodat zij nog - eenmaal geconfronteerd met het feit dat verdachte niet leek op de foto van zijn profiel en dat hij niet de leeftijd had als voorgespiegeld - rechtsomkeert hadden kunnen maken. Dat dat ook wel gebeurde, blijkt uit de verklaring van [slachtoffer E] die de trein pakte toen hij verdachte bij het station zag staan.

Tegen die achtergrond kan de psychische druk die verdachte uitoefende - waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat die druk bestond - niet als zodanig worden beschouwd dat de slachtoffers ook echt door verdachte gedwongen werden en dus geen weerstand konden bieden.

Daarover zou wellicht nog anders kunnen worden gedacht waar het de tweede en volgende date(s) met verdachte betreft, nu vaststaat dat verdachte filmopnamen heeft gemaakt van de seksuele handelingen van of met de jongens en sommige jongens hebben verklaard dat verdachte dreigde met het openbaar maken daarvan als niet tot een tweede afspraak zou worden overgegaan ([slachtoffer A], [slachtoffer C]). Verdachte heeft ontkend dergelijke dreigementen te hebben geuit. Hij heeft hier ter terechtzitting van 16 november 2011 aan toegevoegd dat hij geen enkel belang had bij het openbaar maken van die filmpjes maar ook dat de jongens vaak al naaktfoto's van zichzelf op de site hadden geplaatst zodat er van enige druk van zijn kant geen sprake was. Het causaal verband tussen het vermeende openbaar maken van de filmpjes en de dwang om opnieuw een seksdate af te spreken, blijkt onvoldoende uit het dossier. De verklaringen van de jongens over de psychische druk door verdachte zijn niet heel concreet - het blijft veelal bij losse opmerkingen - en uit die verklaringen komt onvoldoende naar voren in hoeverre die druk hen ertoe heeft bewogen over te gaan tot seksuele handelingen met verdachte. Meerdere jongens verklaren een tweede keer ook vrijwillig naar verdachte te zijn gegaan ([slachtoffer B], [slachtoffer D] en later ook [slachtoffer E]), terwijl het ook voorkwam dat het ondanks de druk van verdachte bij een eerste date bleef ([slachtoffer A], [slachtoffer H]). Ook met betrekking tot de tweede en volgende seksdate(s) wordt derhalve geoordeeld dat de psychische druk die verdachte uitoefende niet als zodanig kan worden beschouwd dat de slachtoffers er ook echt door gedwongen werden en dus geen weerstand konden bieden. Van dreiging met geweld of feitelijkheden is derhalve geen sprake. Dat betekent dat de ten laste gelegde verkrachting van [slachtoffer C] (feit 4 primair), [slachtoffer E] (feit 6) en [slachtoffer F] (feit 7 primair) niet overtuigend bewezen worden geacht, zodat op die punten vrijspraak dient te volgen.

Dit oordeel luidt niet anders ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde feit. Weliswaar heeft verdachte bekend [slachtoffer B] in de periode mei tot december 2010 via verschillende voor [slachtoffer B] onbekende telefoonnummers vele anonieme sms-berichten te hebben gestuurd, waaronder sms-berichten met de tekst "zal ik een foto van jou door de brievenbus gooien" en "zal ik iets op je school afgeven", maar tegen de achtergrond van de eerdere vrijwillige contacten wordt niet overtuigend bewezen geacht dat sprake is van dwang door geweld of bedreiging met feitelijkheden.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 4 primair een verweer gevoerd met betrekking tot de pleegperiode. Nu verdachte voor feit 4 primair zal worden vrijgesproken en de raadsman zich ten aanzien van bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, waarin dezelfde pleegperiode is opgenomen, heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behoeft dat verweer op zich geen bespreking. De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte tijdens het verhoor op 12 april 20117 heeft verklaard dat hij [slachtoffer C] twee jaar daarvoor voor het eerst heeft ontmoet. Hoewel dit binnen de ten laste gelegde periode valt, zal de rechtbank in de bewezenverklaring de aanvang van de pleegperiode op 1 januari 2009 stellen.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 7 nog vrijspraak bepleit, nu niet ondenkbaar is dat de pleegperiode valt buiten de periode die ten laste is gelegd. Uit het verhoor van [slachtoffer F]8 volgt echter dat verdachte met [slachtoffer F] in maart 2010 ontuchtige handelingen heeft gepleegd, welke datum binnen de ten laste gelegde periode valt.

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1, 2, 4 subsidiair, 5 en 7 subsidiair ten laste gelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden. Zij acht dit bewezen op grond van voornoemde bewijsmiddelen. Voorts is de bewezenverklaring gebaseerd op:

- feit 1: de aangifte9 door [aangever A] en de verklaringen10 van [slachtoffer A], geboren op [1994];

- feit 2: de aangifte11 door [slachtoffer B], geboren op [1993];

- feit 4 subsidiair: de processen-verbaal van bevindingen12;

- feit 5: het proces-verbaal van bevindingen13;

- feit 7: de aangifte door [aangever F] (vader)14; het verhoor als getuige van [slachtoffer F]15, geboren op [1994]. In dit proces-verbaal is abusievelijk de naam van de vader van de getuige genoemd, hetgeen blijkt uit het daarover opgemaakte proces-verbaal van bevindingen16.

Feit 8

De verdachte ontkent het onder 8 ten laste gelegde feit te hebben gepleegd. Ook [slachtoffer G] heeft ontkend dat verdachte hem zou hebben afgetrokken of zijn penis zou hebben betast. In het dossier is een beschrijving opgenomen17 van hetgeen op een videoband is te zien. De rechtbank heeft op basis van de genoemde dossierstukken niet de overtuiging bekomen dat sprake was van het aftrekken danwel ontuchtig betasten van de penis van [slachtoffer G] door verdachte. De rechtbank is van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, zodat verdachte van dit feit vrijgesproken dient te worden.

Feit 9

Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot de ten laste gelegde verkrachtingen is overwogen, kan niet bewezen worden verklaard dat er sprake is geweest van door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voorvloeiend overwicht en van misleiding opzettelijk bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Dit geldt evenzeer voor het plegen door verdachte van ontuchtige handelingen met [slachtoffer H]. [slachtoffer H] heeft verklaard18 dat hij verdachte heeft leren kennen via [naam website] en dat hij daarna één keer bij verdachte thuis is geweest en seks heeft gehad. Dat hij op enige manier door verdachte is bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen blijkt niet uit zijn verklaring noch uit enig ander bewijsmiddel.

Evenmin is, naar het oordeel van de rechtbank, sprake geweest van het door giften opzettelijk bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Weliswaar heeft verdachte bekend [slachtoffer A] wat geld voor eten te hebben betaald en [slachtoffer B] een aantal maal geld te hebben gegeven, maar onvoldoende is komen vast te staan dat deze jongens door deze giften bewogen werden de ontuchtige handelingen te plegen. In dit kader is van belang dat [slachtoffer A] en [slachtoffer B] volgens hun eigen verklaringen op hun chatsiteprofiel aangaven dat hij geld wilden ontvangen voor de seksuele handelingen en dat daarover tussen verdachte en deze jongens voorafgaand aan de eerste date afspraken zijn gemaakt. Gelet hierop kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat [slachtoffer A] en [slachtoffer B] door giften tot het plegen van ontuchtige handelingen werden gebracht of dat hun psychische weerstand hierdoor werd gebroken.

Er dient voor de met naam onder feit 9 in de tenlastelegging genoemde personen vrijspraak te volgen.

Feit 10

De verdachte heeft ter terechtzitting van 16 november 2011 bekend dat hij foto's en filmfragmenten in zijn bezit had met daarop seksuele gedragingen van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt. Daarvan betrof een deel bestanden van personen in de leeftijd van 3 tot 11 jaar. Een deel van de filmbestanden heeft verdachte zelf vervaardigd en een deel heeft hij ontvangen terwijl hij aan het chatten of sms-en was. Hij heeft beeldmateriaal getoond aan een aantal personen met wie hij een seksdate had.

Op 4 april 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op het adres van verdachte, te weten [adres] te Brummen. Daarbij zijn onder meer een filmcamera, computers, een telefoon alsmede CD's / DVD's en videobanden in beslag genomen.

Er is onderzoek gedaan naar deze gegevensdragers19. Er zijn in totaal circa 559 pornobestanden aangetroffen.

Wat betreft het criterium voor het aantreffen en beoordelen van de multimediafiles als zijnde kinderpornografie is gehandeld conform de richtlijn van het college van procureurs-generaal de "aanwijzing kinderpornografie (artikel 240B Wetboek van Strafrecht)" van 1 september 2007/nr. 2007A020. De leeftijd van de afgebeelde jeugdigen werd geschat aan de hand van de ontwikkelingsstadia van de uitwendige geslachtskenmerken zoals weergegeven in de tabellen van dokter Tanner, tenzij de leeftijd van de jeugdige bekend was of tijdens het onderzoek bekend is geworden.

Van de bestanden zijn er 7 in de tenlastelegging opgenomen. De niet omschreven kinderpornografische multimediafiles zijn soortgelijk aan de omschreven kinderpornografische multimediafiles.

De rechtbank is, evenals de raadsman en de officier van justitie, van oordeel dat er voor het eerste gedachtestreepje vrijspraak dient te volgen, nu niet is gebleken dat het daar beschreven filmbestand met de naam [bestandsnaam] een minderjarige betreft. De leeftijd van de persoon kon niet vastgesteld worden.

De rechtbank ziet het nummer [bestandsnaam] als een kennelijke verschrijving, aangezien het bestand met het nummer [bestandsnaam], dat in de daarvoor vermelde alinea op de zelfde pagina van het dossier wordt beschreven, voldoet aan de in de tenlastelegging gegeven beschrijving.

De tweede afbeelding die beschreven wordt is een filmbestand met bestandsnaam '[bestandsnaam]' (duur 52 seconden), waarop beelden van naakte jongens onder de douche te zien zijn. Jongens zijn kennelijk jonger dan 18 jaar. Stemherkenning verdachte.

De derde afbeelding betreft het bestand genaamd [bestandsnaam]. Het bevat beelden van het beeldscherm van een computer die vermoedelijk door de verdachte zijn gemaakt met zijn mobiele telefoon. In het begin is het gezicht van en het beeldscherm van de computer in beeld. Hierna trekt de jongen zijn onderbroek uit en pakt hij zijn stijve penis vast. Hij trekt zichzelf af. Hierna draait de jongen zich om en zijn de billen duidelijk in beeld. De jongen steekt een vinger in zijn anus. Er is te horen dat er op een toetsenbord wordt getikt. Dan is er stemherkenning van de verdachte. De verdachte vraagt: kun jij met de trein naar Nijmegen kunt komen. Den Bosch Nijmegen is maar 1 halte. Dan betaal ik je treinkaartje nog. Dat is niet veel (of ver) hoor.

De vierde afbeelding genaamd [bestandsnaam] bevat beelden, opnames die vermoedelijk gemaakt zijn, in de slaapkamer van de verdachte. Dit gezien de slaapkamer. Een gedeelte van de opnames vindt plaats via de spiegel in de kast. Te zien is een 16 a 17 jarige jongen. Hij zit naakt op een volwassen man. Hij trekt de man af. Stemherkenning van de verdachte.

De vijfde afbeelding genaamd betreft een Hi8 videoband. Eerst een opname van een jongen die voetbaltraining krijgt. Daarna staat dezelfde jongen onder de douche en wordt dan eveneens gefilmd. Hij moet dan op verzoek van de filmer verschillende rek- en strekoefeningen doen. De filmer heeft regelmatig de piemel van de jongen in beeld in plaats van zijn gezicht. Jongen is ongeveer 16 a 17 jaar oud. De jongen loopt stage bij een bedrijf waar zijn vader ook werkt. Zijn stagebegeleider is [naam A]. Onderwijl vraagt filmer of de jongen nog uitslag heeft. Blijkt dat de jongen aan de binnenkant van zijn benen uitslag heeft "maar dat valt wel mee". Filmer filmt ook dit even. Stemherkenning verdachte.

De zesde afbeelding betreft een mobiele telefoon. Op dit item is 1 kinderpornografisch plaatje aangetroffen. Het betreft een naakte jongen kennelijk jonger dan 17 jaar. De jongen ligt op zijn rug en zijn benen zijn gespreid zodat er duidelijk zich op zijn geslachtsdelen en anus is. De jongen stopt met zijn handen een voorwerp in zijn anus. De jongen is ook op 1 van de kinderpornografische films te zien die met deze telefoon zijn opgenomen.

De zevende afbeelding betreft een print. Betreft een jongeman in de leeftijd van 16 a 17 jaar. Er is een print te zien van de jongen waarbij hij geheel naakt staat afgebeeld in een kamer. Bij hem staat een oudere geklede man die de jongen omhelst. Het geslachtsdeel van de jongen is te zien. Onderaan de print staat de naam van de site: [naam website]. Tevens staat onderaan geprint de datum 15-12-2003.

De rechtbank is van oordeel dat de bij het tweede en vijfde gedachtestreepje beschreven filmbestanden kinderporno betreffen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet het daarbij gaan om hetzij gedragingen van expliciet seksuele aard hetzij jeugdigen in een zodanige houding of omgeving dat de afbeelding daardoor een onmiskenbaar seksuele strekking heeft. Gelet op de gegeven omschrijving gaat het om jeugdigen in een zodanige houding dat de afbeeldingen daardoor een onmiskenbaar seksuele strekking hebben, terwijl de personen op die afbeeldingen jonger zijn dan 18 jaar.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 10 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 14 augustus 2009, te Brummen, met [slachtoffer A], geboortedatum

[1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis en één of meer van zijn, verdachtes, vingers, in de

anus van die [slachtoffer A] en

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer A] en

- het pijpen en tongzoenen en aftrekken van die [slachtoffer A] en

- het zich door die [slachtoffer A] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot 9 november 2009 te Brummen, met [slachtoffer B], geboortedatum [1993], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer B], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of de mond van die [slachtoffer B] en/of

- het zich door die [slachtoffer B] laten pijpen en/of aftrekken en/of

- het tongzoenen van die [slachtoffer B],

terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

4.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 1 maart 2011, te Hoevelaken en/of Brummen, met [slachtoffer C], geboortedatum [1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer C], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer C] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer C],

terwijl die [slachtoffer C] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

5.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 6 januari 2009 tot 6 januari 2010, te Brummen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer D], geboortedatum [1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer D], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [slachtoffer D] en/of

- het tongzoenen en/of pijpen van die [slachtoffer D],

terwijl die [slachtoffer D] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

7.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 december 2009 tot en met 31 maart 2010 te Nijmegen en/of Brummen, met [slachtoffer F], geboortedatum [1994], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer F], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer F] en/of

- het pijpen en/of tongzoenen van die [slachtoffer F],

terwijl die [slachtoffer F] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

10.

hij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 4 april 2011 te Brummen, in totaal circa 559, afbeeldingen/ multimediafiles, te weten foto's en filmfragmenten, danwel gegevensdragers bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, te weten de harde schijven of geheugenkaartjes van) twee merkloze PC's en een Sony Ericsson mobiele telefoon en een USB-stick (merk of type TwinMos) en een Nokia 6230 mobiele telefoon en een Delvoy-camera en een aantal

dvd's/cd's en een aantal Hi8 videobanden en een aantal VHS videobanden van telkens (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken, of schijnbaar is/zijn betrokken, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, in zijn bezit heeft gehad en/of die afbeelding(en)/multimediafile(s) heeft vervaardigd en/of verworven en/of aangeboden, welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) bestaat/bestaan uit (een) geheel en/of (een) gedeeltelijk ontkle(e)d(e)

minderjarige(n) die

- op een dusdanige wijze poseert/poseren dat zijn/hun geslachtsde(e)l(en)

nadrukkelijk in beeld wordt/worden gebracht, met het kennelijke doel om

seksuele prikkeling op te wekken en/of

- masturbeert/masturberen en/of

- door een penis en/of (een) vinger(s) wordt/worden gepenetreerd althans

ontuchtig wordt/worden betast en/of

- een ander of anderen penetreren en/of ontuchtig betasten,

van welke afgebeelde gedraging(en) een selectie bestaat, onder meer bevattende -zakelijk weergegeven- :

- een filmbestand (bestandsnaam '[bestandsnaam]' ) waarop minderjarige naakte jongens onder de douche te zien zijn,

- een filmbestand (bestandsnaam '[bestandsnaam]', inhoudende een opname van een beeldscherm waarop een minderjarige jongen te zien is die zijn onderbroek uit trekt; zichzelf begint af te trekken; zich omdraait en een vinger in zijn anus duwt, terwijl ondertussen te horen is dat iemand op een toetsenbord tikt en verdachte (middels stemherkenning

geïdentificeerd) aan de jongen vraagt of hij met de trein naar Nijmegen kan

komen waarbij verdachte de jongen aanbiedt zijn treinkaartje te vergoeden;

- een filmbestand (bestandsnaam '[bestandsnaam]') waarop een jongen van 16 à 17 jaar oud te zien is die naakt op verdachte zit terwijl hij verdachte aftrekt (verdachte is via stemherkenning geïdentificeerd)

- een filmbestand afkomstig van een Hi8 videoband waarop een minderjarige jongen te zien is die voetbaltraining krijgt. Daarna is diezelfde jongen onder de douche te zien waarbij verdachte (via stemherkenning geïdentificeerd) hem aanwijzingen voor rek- en strekoefeningen geeft en regelmatig de penis van de jongen in beeld wordt genomen;

- een afbeelding afkomstig van de Sony Ericsson van een jongen jonger dan 17 jaar oud die naakt op een bed ligt en een voorwerp in zijn anus houdt;

- een print waarop een jongen staat afgebeeld van 16 à 17 jaar oud die door een oudere, geklede man wordt omhelst;

terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

2, 4 subsidiair, 5, 7 subsidiair, telkens:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

10. een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verwerven en aanbieden, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport opgemaakt d.d. 10 augustus 2011 door drs. A.K. Wieringa, GZ psycholoog. De conclusie van het rapport is dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en afhankelijke kenmerken. Tevens is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van pedofilie, niet exclusieve type. De stoornis bestond ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Op grond hiervan moet verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter toelichting heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte al gedurende enkele jaren via chatgesprekken contact met minderjarige jongens onderhield, in de leeftijd van 13 tot en met 16 jaar. Hij maakte gebruik van valse namen en onjuiste leeftijden. Direct bij het eerste contact ofwel na verloop van enige tijd heeft hij zich bediend van chantage om vaker seks met hen te hebben. Hij heeft op een berekende, gemene en respectloze manier misbruik van hen gemaakt. Enkel ten behoeve van zijn eigen welhaast ontembare lustgevoelens heeft hij inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de jonge slachtoffers. De relaties die hij met de jongens aanging waren ongelijkwaardig. Voorts heeft hij zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en bezitten van kinderporno, waardoor hij heeft bijgedragen aan het neerzetten en exploiteren van jonge kinderen als lustobject.

De officier van justitie heeft bij zijn eis rekening gehouden met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid. Gelet op de ernst van de feiten ziet de officier van justitie geen ruimte voor een voorwaardelijke veroordeling. De noodzakelijke behandeling kan worden uitgevoerd in het kader van het TerugdringenRecidive-traject en als bijzondere voorwaarde in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

De raadsman heeft naast de bepleite vrijspraak verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft noodgedwongen zijn huis moeten verkopen, hij kan niet terug naar zijn woonplaats, hij is zijn baan kwijt en kan niet terug in de voetbalomgeving waarin hij werkzaam was. De publiciteit rondom de zaak is een straf op zich. Voorts moet rekening worden gehouden met het relatief lage recidiverisico, de persoon en de leeftijd van verdachte. Uitspraken die in de afgelopen jaren zijn gedaan geven relatief weinig handvaten, aangezien de strafmaten in die zaken erg uiteen lopen. Verdachte zou het liefst zo snel mogelijk behandeld willen worden, zoals wordt geadviseerd in het rapport. In de visie van de raadsman mag daar een forse voorwaardelijke gevangenisstraf tegenover staan.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn (toen) nog jonge slachtoffers, dat mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Hij heeft door het door leeftijdsverschil ontstaan overwicht, het vertrouwen van de minderjarigen misbruikt ten behoeve van zijn eigen verregaande seksuele behoeftes. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van seksueel misbruik ernstig en langdurig kunnen zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte daarvan rekening gehouden met straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Tevens heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat verdachte

- door openheid van zaken te geven - inzicht toont in hetgeen hij met zijn handelen heeft aangericht.

Ten voordele van de verdachte houdt de rechtbank er voorts rekening mee dat, hoewel de verdachte wel op zoek is gegaan naar personen om seksuele contacten te hebben, de slachtoffers zichzelf via internetsites hebben aangeboden voor seksuele contacten en dat er werd onderhandeld over het bedrag en het soort seks voordat er tot een date werd overgegaan. Ook hadden de slachtoffers rechtsomkeert kunnen maken toen zij met de verdachte werden geconfronteerd en hun bleek dat hij niet voldeed aan het voorgespiegelde profiel.

De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte voor een aantal feiten wordt vrijgesproken. Hoewel de bewezen verklaarde feiten ernstig zijn, is het totaal van de bewezen verklaarde feiten aanzienlijk minder ernstig dan het totaal van feiten waarop de officier van justitie zijn eis heeft gebaseerd. Daarom zal een lagere gevangenisstraf opgelegd worden dan door de officier van justitie is gevorderd en zal de rechtbank een straf opleggen die aansluit bij straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd, waarbij ook rekening is gehouden met de LOVS-richtlijnen voor het bezit en het vervaardigen van kinderporno.

De rechtbank houdt voorts rekening met de inschatting van de deskundige dat het recidiverisico matig tot hoog is. Die inschatting is gebaseerd op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte waarin vooral de sterke ontkenning van psychologische problemen opvalt en ook sprake is van impulsiviteit en bindingsangst, zulks in combinatie met zijn, in relationeel opzicht, relatief geïsoleerde leven en zijn actieve opstelling in het zoeken van seksuele contacten via internet. De deskundige adviseert om bij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf een ruime proeftijd met reclasseringstoezicht op te leggen alsmede een ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling.

De reclassering Zutphen heeft in een rapport van 9 juni 2011 geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelverplichting bij Kairos of een soortgelijke instelling.

De rechtbank ziet aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daar bijzondere voorwaarden van behandeling aan te verbinden. Voorts ziet zij aanleiding om de proeftijd te verbinden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf vast te stellen op vijf jaren nu er, mede op grond van het door de deskundige ingeschatte recidiverisico en de grote hoeveelheid seksuele contacten die verdachte gedurende een relatief korte periode met jongens onderhield, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd om de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer.

De raadsman heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 2 computers, merkloos;

- 1 telefoontoestel, Sony Ericsson G700

- 1 usb-stick;

- 1 telefoontoestel, Nokia 6230;

- 1 fototoestel, merk Delvoy;

- 26 cd's/dvd's;

- 13 videobanden Hi8;

- 9 videobanden VHS;

- 1 stuk administratie: van internet gehaalde seksadvertentie;

dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.512,45, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de schadedatum, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Voor de overige schade worden alle rechten voorbehouden.

Tevens is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, te complex is dan wel een onevenredige belasting met zich brengt voor het strafproces. Hij heeft verzocht de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Het is bovendien een ervaringsgegeven dat jeugdigen, die op de wijze als bewezen is verklaard worden geconfronteerd met seksuele handelingen, daar in hun latere leven schade van ondervinden. De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 500,--, nu ervan uit mag worden gegaan dat deze schade in ieder geval is geleden. Met betrekking tot de overigens gevorderde immateriële schade zal zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, gelet op het feit dat [slachtoffer A] blijkens zijn aangifte in de ten laste gelegde periode meer seksuele contacten met derden heeft gehad.

Ten aanzien van de gevorderde reis- en parkeerkosten ad € 415,45 is de rechtbank van oordeel dat dit geen rechtstreeks door de benadeelde partij geleden schade betreft, nu deze kosten door diens ouders zijn gemaakt. Zij zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering eveneens niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van de pleegdatum van het feit, namelijk 14 augustus 2009.

De benadeelde partij [slachtoffer F] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de schadedatum, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde. Voor de overige schade worden alle rechten voorbehouden.

Tevens is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht de vordering van de benadeelde partij in diens vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de feiten die aan de vordering ten grondslag liggen niet kloppen. Indien de rechtbank zou komen tot toewijzing van de vordering, zou deze op een bedrag lager gesteld moeten worden.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Het is bovendien een ervaringsgegeven dat jeugdigen, die op de wijze als bewezen is verklaard worden geconfronteerd met seksuele handelingen, daar in hun latere leven schade van ondervinden. De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 500,--, nu ervan uit mag worden gegaan dat deze schade in ieder geval is geleden. Met betrekking tot de overigens gevorderde immateriële schade zal zij de benadeelde partij in diens vordering niet-ontvankelijk verklaren, gelet op het feit dat verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting van [slachtoffer F].

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 31 maart 2010, de einddatum van de pleegperiode.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van voornoemde benadeelde partijen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 57, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart de dagvaarding nietig met betrekking tot feit 9, betreffende het onderdeel 'deels onbekende';

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3, 4 primair, 6, 7 primair, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 subsidiair, 5, 7 subsidiair en 10 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

2, 4 subsidiair, 5, 7 subsidiair, telkens: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

10. een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verwerven en aanbieden, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang als de reclassering zulks nodig oordeelt. Veroordeelde dient zich daartoe binnen vijf dagen volgend op zijn invrijheidstelling te melden bij Reclassering Nederland te Zutphen op telefoonnummer 0575 - 582744. Hierna moet veroordeelde zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden blijven melden, zo frequent als de reclassering dit nodig acht;

- zich ambulant zal laten behandelen bij Forensische Psychiatrische Polikliniek Kairos, of een soortgelijke instelling, voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van Kairos of een soortgelijke instelling zullen worden gegeven;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 2 computers, merkloos;

- 1 telefoontoestel, Sony Ericsson G700

- 1 usb-stick;

- 1 telefoontoestel, Nokia 6230;

- 1 fototoestel, merk Delvoy;

- 26 cd's/dvd's;

- 13 videobanden Hi8;

- 9 videobanden VHS;

- 1 stuk administratie: van internet gehaalde seksadvertentie;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], [adres], rekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2009, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij voor de overigens gevorderde schade niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2009, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer F], [adres], rekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2010, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij voor de overigens gevorderde schade niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer F], een bedrag te betalen van € 500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2010, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Heenk, voorzitter, Troost en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

30 november 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630 2011028993, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 11 augustus 2011

2 Processen-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 461-540

3 Processen-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 661-779

4 Processen-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 1391-1441

5 Processen-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 1449-1514

6 Processen-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 1544-1581

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 1393

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer F], pag. 1526-1542

9 Proces-verbaal van aangifte door [aangever A],pag. 356-358

10 Processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer A], pag. 368-380

11 Processen-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], pag. 547-589

12 Processen-verbaal van bevindingen, pag. 1380-1386

13 Processen-verbaal van bevindingen, pag. 1443-1448

14 Proces-verbaal van aangifte door [aangever F], pag. 1519-1525

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer F], pag. 1526-1542

16 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1543

17 Proces-verbaal stand van zaken (multimedia), pag. 1254-1257

18 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1621-1623

19 Proces-verbaal van onderzoek naar gegevensdragers, pag. 41-45