Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5802

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
124661 - HA ZA 11-789
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

E-court Services beoogt met de gevraagde verklaring voor recht duidelijkheid te verkrijgen over de ministerieplicht van "de" gerechtsdeurwaarder, die geen partij is in de onderhavige procedure. Gedaagde partij is E-court. De gevorderde verklaring voor recht heeft geen betrekking op de rechtsverhouding tussen eiseres en gedaagde en voldoet niet aan artikel 3:302 BW. E-court Services wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 124661 / HA ZA 11-789

Vonnis van 9 november 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

E-COURT SERVICES B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

eiseres,

advocaat mr. R.R.G.M. van Beurden te ‘s-Gravenhage,

tegen

de stichting

STICHTING E-COURT,

gevestigd te Ermelo,

gedaagde,

advocaat mr. F.F.P.M. Vermeer te Harderwijk.

Partijen zullen hierna E-Court Services en E-Court genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord.

1.2. Op verzoek van partijen heeft de rolrechter geen comparitie gelast en vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. E-Court is in 2009 opgericht met als doel een eenvoudige, laagdrempelige juridische procedure te bieden voor conflicten van feitelijke aard en/of laag financieel belang. De bij E-Court aangebrachte zaken worden thans door middel van arbitrage beslecht. De procedure is gericht op het verkrijgen van een executoriale titel.

2.2. E-Court Services voert uit hoofde van een Service Level Agreement het operationele bedrijf uit ten behoeve van E-Court.

3. De vordering

3.1. E-Court Services vordert dat de rechtbank:

primair

1. tussen partijen voor recht zal verklaren dat een oproepingsexploot door de gerechtsdeurwaarder om te verschijnen voor arbitrage instituut Stichting E-Court kwalificeert als een ambtshandeling, te weten als “betekeningen, behorende tot de rechtsingang of de instructie van gedingen” in de zin van artikel 2 lid 1 sub a van de Gerechtsdeurwaarderswet;

subsidiair

2. tussen partijen voor recht zal verklaren dat een oproepingsexploot door de gerechtsdeurwaarder om te verschijnen voor arbitrage instituut Stichting E-Court kwalificeert als een ambtshandeling, te weten als “bekendmaking” in de zin van artikel 2 lid 1 sub b van de Gerechtsdeurwaarderswet;

meer subsidiair

3. tussen partijen voor recht zal verklaren dat een oproepingsexploot door de gerechtsdeurwaarder om te verschijnen voor arbitrage instituut Stichting E-Court kwalificeert als een ambtshandeling, te weten als “samenhangende werkzaamheid” in de zin van artikel 2 lid 3 van de Gerechtsdeurwaarderswet;

4. de kosten zal compenseren, zodanig dat partijen ieder de eigen kosten draagt.

3.2. E-Court Services legt aan haar vorderingen, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag.

E-Court stelt dat zij de hoogste eisen stelt aan de waarborgen rond de procesgang.

Onderdeel hiervan is een oproeping per deurwaardersexploot in de zin van artikel 2 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw.), met voorafgaande raadpleging van GBA, als basis voor hoor en wederhoor. Langs deze weg verkrijgt E-Court, zo heeft E-Court gesteld, zekerheid omtrent de deugdelijke oproeping van de schuldenaar van een (vermeende) vordering. Dat is -zo stelt E-Court- van belang omdat de procedure bij E-Court is gericht op het verkrijgen van een executoriale titel.

Sinds de lancering is er veel verzet geweest tegen E-Court vanuit de beroepsgroep van de gerechtsdeurwaarders. Gerechtsdeurwaarders zijn ambtenaar, maar tevens commercieel actief. Een en ander heeft ertoe geleid dat al anderhalf jaar gediscussieerd wordt over het begrip “ambtshandeling” in het kader van de oorspronkelijk werkwijze van E-Court, waarbij het notariaat medewerking verleende met betrekking tot de executoriale kracht van de beslissingen van E-Court. Teneinde te voorkomen dat deze discussie zich nogmaals voordoet, heeft E-Court er voor gekozen om haar geschilbeslechting niet alleen materieel maar ook formeel in arbitrale vorm te verrichten en rechtszekerheid te verkrijgen. Een arbitraal geding, als bedoeld in artikel 1020 e.v. Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv), zoals bij E-Court, is een rechtsingang of geding als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub a Gdw. Een oproeping bij deurwaardersexploot om te verschijnen voor arbitrage instituut E-Court is dan ook een ambtshandeling in de zin van artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet (primair artikel 2 lid 1 sub a, subsidiair artikel 2 lid 1 sub b en meer subsidiair artikel 2 lid 3). Artikel 45 Rv draagt het doen van exploten op aan de gerechtsdeurwaarder. Dit is een exclusieve taak van de gerechtsdeurwaarder als ambtenaar.

Gegeven het feit dat de gerechtsdeurwaarder een door de Kroon benoemde functionaris (ambtenaar) is met een onafhankelijke positie, valt niet in te zien op welke grond de medewerking van de gerechtsdeurwaarder als ambtenaar achterwege zou mogen blijven bij het uitbrengen van een oproepingsexploot ter inleiding van het arbitrale geding bij E-Court.

E-Court Services heeft er voor de uitvoering van haar werkzaamheden in het algemeen en ten behoeve van haar contacten met derden in het bijzonder recht en belang bij dat in haar verhouding tot E-Court voor recht wordt verklaard dat een oproepingsexploot door de deurwaarder om te verschijnen voor scheidsgerecht E-Court kwalificeert als een ambtshandeling in de zin van (een van de hiervoor vermelde onderdelen van) artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4. Het verweer

4.1. E-Court refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

5. De beoordeling

5.1. Op grond van artikel 3:302 Burgerlijk Wetboek (BW) spreekt de rechter op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon omtrent die rechtsverhouding een verklaring voor recht uit.

Met een dergelijk declaratoir vonnis komt de rechtsverhouding tussen eiser en gedaagde onbetwistbaar vast te staan.

5.2. De door E-Court Services gevorderde verklaringen voor recht hebben geen van alle betrekking op de rechtsverhouding tussen E-Court Services en E-Court.

E-Court Services wenst met de gevorderde verklaringen voor recht immers geen zekerheid te verkrijgen omtrent de rechtsverhouding tussen haar en E-Court. E-Court Services wenst door middel van de onderhavige procedure een antwoord te krijgen op de vraag of de door E-Court Services ten behoeve van het entameren van arbitrageprocedures bij E-Court in te schakelen gerechtsdeurwaarders al dan niet hun medewerking mogen weigeren aan het uitbrengen van oproepingsexploten om voor E-Court te verschijnen.

Daarbij komt dat in het kader van de onderhavige procedure geen oordeel kan worden gegeven over de ministerieplicht van “de gerechtsdeurwaarder”. Dat kan alleen in een procedure waarbij een individuele gerechtsdeurwaarder die geweigerd heeft om een oproepingsexploot uit te brengen om voor E-Court te verschijnen, is betrokken, hetgeen hier niet het geval is. Het onderwerp van het geding gaat daarmee de grenzen van de rechtsstrijd tussen E-Court Services en E-Court te buiten. Ten overvloede wordt nog overwogen dat

E-Court Services niet eens heeft gesteld dat gerechtsdeurwaarders geen medewerking wensen te verlenen aan het uitbrengen van oproepingsexploten om voor E-Court te verschijnen, zodat op dit moment niet goed valt in te zien welk rechtens te respecteren belang E-Court Services heeft bij de gevorderde verklaringen voor recht.

5.3. Dit betekent dat E-Court Services in haar vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

5.4. De proceskosten zullen, als gevorderd, tussen partijen worden gecompenseerd als na te melden.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. verklaart E-Court Services niet-ontvankelijk in haar vorderingen,

6.2. compenseert de kosten van het geding aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2011.