Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BU4451

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
15-11-2011
Zaaknummer
06/801022-09 (36e Sr)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel alsmede de betalingsverplichting vast op € 26.796,36. Aan het verweer van de raadsman dat op dit bedrag de huisvestingskosten in mindering moeten worden gebracht, wordt voorbeijgegaan nu de veroordeelde noch de raadsman heeft aangegeven hoe hoog deze kosten zijn geweest en deze kosten ook niet uit het dossier naar voren komen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 359a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2012, 45
NBSTRAF 2012/45

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/801022-09 (36e Sr)

Uitspraak d.d.: 15 november 2011

Tegenspraak / oip/aangezegd/oip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1971],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. J.J.L. Maalsté, advocaat te Utrecht

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van de in het openbaar gehouden terechtzitting van 1 november 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman.

Procesgang

Bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank van heden is veroordeelde ter zake van de in zijn strafzaak bewezenverklaarde feiten voor zover hier van belang, gekwalificeerd als:

feit 1: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en;

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

tot straf veroordeeld.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De schriftelijke vordering van het Openbaar Ministerie houdt in dat aan veroordeelde als wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden ontnomen een bedrag van € 26.796,36.

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen gelet op de door hem in de strafzaak bepleite vrijspraak. Subsidiair meent de raadsman dat op de vordering de door verdachte betaalde huur in mindering dient te worden gebracht.

Overweging met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel1

De rechtbank overweegt dat op 27 januari 2009 in de woning aan [adres te plaats] een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen2. Ook zijn aanwijzingen aangetroffen dat er eerdere oogsten waren geweest. Zo werden in de woning vele vuilniszakken aangetroffen met hennepplanten/hennepafval. Ook vertoonden de matten op de koolstoffilters duidelijke verkleuringen, die duidden op langdurig gebruik en werden in de kwekerij afvoerputjes/goten en lekkages in de watervoorziening aangetroffen, die onder de kalk en andersoortige groene aanslag zaten.

Veroordeelde heeft verklaard3 dat er in totaal drie oogsten zijn geweest en dat de hennepkwekerij vóór de vierde oogst is opgerold. De eerste twee oogsten waren volgens verdachte mislukt. Hij zou bij een goede oogst € 1.500,- krijgen. Voor de eerste twee oogsten heeft hij niets gekregen, voor de derde oogst kreeg hij € 1.500,-, aldus veroordeelde.

In de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel4 is uitgegaan van één gerealiseerde oogst. Verder is uitgegaan van 15 planten per m2, in totaal 434 planten.

Volgens berekening aan de hand van het rapport BOOM betreffende standaardberekeningen en normen van april 2005 is de standaardopbrengst 28,2 gram hennep per plant en is de verkoopprijs gesteld op € 2.370,- per kilogram. Dat resulteert in de volgende berekening:

434 planten x 1 oogst x 28,2 gram (= 12.238,80 gram) x € 2,37 = € 29.005,96.

Op dit bedrag is een bedrag van € 300,- in mindering te worden gebracht, zijnde afschrijvingskosten, en een bedrag van € 1.909,60, zijnde variabele kosten ten bedrage van

€ 4,40 per plant. Volgens berekening bedraagt het netto bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel € 26.796,36.

De rechtbank overweegt dat de raadsman heeft betoogd dat ook de huisvestingskosten op dit bedrag in mindering moeten worden gebracht. De rechtbank zal daaraan voorbijgaan nu de veroordeelde noch raadsman heeft aangegeven hoe hoog deze kosten zijn geweest en deze kosten ook niet anderszins uit het dossier naar voren komen.

Omvang van de betalingsverplichting

Er is geen draagkrachtverweer gevoerd.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de veroordeelde de verplichting opleggen het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat aan de Staat te betalen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

- Stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 26.796,36 (zesentwintigduizend zevenhonderdzesennegentig euro en zesendertig eurocent);

- Legt aan de veroordeelde, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal

€ 26.796,36 (zesentwintigduizend zevenhonderdzesennegentig euro en zesendertig eurocent).

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van der Hooft en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 november 2011.

Mrs. Kleinrensink en Draisma zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0622/09-203526, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 10 juni 2009.

2 Rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, p.35

3 Proces-verbaal van verhoor van veroordeelde [verdachte], p.86

4 Rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, p.36