Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8503

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
18-10-2011
Zaaknummer
06/950612-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 14 maanden voorwaardelijk. De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde een klinische behandeling voor de duur van maximaal 12 maanden ondergaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950612-10

Uitspraak d.d.: 18 oktober 2011

Tegenspraak / ip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats op 1977],

thans verblijvende in penitentiaire inrichting De Berg te Arnhem.

Raadsman: mr. J.M. Stad, advocaat te Boxmeer.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli 2011 en 4 oktober 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april

2010 tot en met 31 augustus 2010 te Ermelo en/of Arnhem, althans in Nederland,

op verschillende tijdstippen (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of

een ander, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een een valse naam en/of

een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels diverse personen heeft bewogen tot de afgifte

van geldbedragen, hierin bestaande dat verdachte tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op de

internetsite "Marktplaats" diverse artikelen, waaronder I-phones en/of

kaartjes voor het festival Lowlands en/of mobiele telefoons en/of kaartjes

voor Movieworld Botrop te koop heeft aangeboden, immers heeft hij (telkens)

- aan (onder meer) de hierna genoemde personen persoonlijke gegevens en

betaalgegevens doorgegeven, te weten de namen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of een Rabobank rekeningnummer ([nummer]) en/of een ABN AMRO

rekeningnummer ([nummer]) en/of een SNS rekeningnummer [nummer])

en/of

- (vervolgens )heeft aangegeven dat de (onder meer) hierna genoemde personen

hun adresgegevens moeten doorgeven zodat hij, verdachte, wanneer was

betaald, de goederen kon versturen via TNT-post en

door vorengenoemde handelingen (telkens) ten onrechte de indruk heeft gewekt

een betrouwbare, bonafide verkoper van goederen te zijn die, nadat was

betaald, het gekochte product daadwerkelijk zou leveren,

waardoor (onder meer) de hierna genoemde personen (telkens) werden bewogen tot

afgifte van een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 10] tot de afgifte van 175 euro voor een Iphone (zaak 1) en/of

- [slachtoffer 11] tot de afgifte van 175 euro voor een Iphone (zaak 2) en/of

- [slachtoffer 12] tot de afgifte van 100 euro voor twee Lowlandskaartjes (zaak

9) en/of

- [slachtoffer 13] tot de afgifte van 200 euro voor twee Lowlandskaartjes (zaak

10) en/of

- [slachtoffer 14] tot de afgifte van 350 euro voor twee Lowlandskaartjes (zaak

25) en of

- [slachtoffer 15] tot de afgifte van 80 euro voor Movieworld Botrop kaartjes (zaak

26);

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 september 2010 te Eindhoven met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Ford,

type Focus 1.6, kleur blauw, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 16] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

In de periode van juni 2010 tot en met augustus 2010 werden er meerdere aangiftes gedaan ter zake van oplichtingen via de website www.marktplaats.nl.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte de feiten, waarvan telkens aangifte is gedaan, heeft bekend.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend de feiten, zoals ten laste gelegd, te hebben gepleegd.

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat de ten laste gelegde oplichtingen en de diefstal van de auto door verdachte zijn bekend en dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht voor het bewijs van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit:

- proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 10];2

- proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11];3

- proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 12];4

- proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 13];5

- proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 14];6

- proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 15];7

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit:

- proces-verbaal van aangifte [naam] namens [slachtoffer 16] BV.8

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 augustus 2010 te Ermelo en/of Arnhem, althans in Nederland, op verschillende tijdstippen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels diverse personen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op de internetsite "Marktplaats" diverse artikelen, waaronder I-phones, kaartjes voor het festival Lowlands en kaartjes voor Movieworld Bottrop te koop heeft aangeboden, immers heeft hij telkens

- aan de hierna genoemde personen persoonlijke gegevens en betaalgegevens doorgegeven, te weten de namen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en een Rabobank rekeningnummer ([nummer]), een ABN AMRO rekeningnummer ([nummer]) en/of een SNS rekeningnummer [nummer]) en

- vervolgens heeft aangegeven dat de hierna genoemde personen hun adresgegevens moeten doorgeven zodat hij, verdachte, wanneer was betaald, de goederen kon versturen via TNT-post en door vorengenoemde handelingen telkens ten onrechte de indruk heeft gewekt een betrouwbare, bonafide verkoper van goederen te zijn die, nadat was betaald, het gekochte product daadwerkelijk zou leveren, waardoor de hierna genoemde personen telkens werden bewogen tot afgifte van een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 10] tot de afgifte van 125 euro voor een Iphone en

- [slachtoffer 11] tot de afgifte van 175 euro voor een Iphone en

- [slachtoffer 12] tot de afgifte van 100 euro voor twee Lowlandskaartjes en

- [slachtoffer 13] tot de afgifte van 200 euro voor twee Lowlandskaartjes en

- [slachtoffer 14] tot de afgifte van 350 euro voor twee Lowlandskaartjes en

- [slachtoffer 15] tot de afgifte van 80 euro voor Movieworld Bottrop kaartjes;

2.

hij op 17 september 2010 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Ford, type Focus 1.6, kleur blauw, toebehorende aan [slachtoffer 16] BV.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2: diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Hiertoe heeft de raadsman onder meer verwezen naar de omtrent verdachte opgemaakte rapporten. Tevens heeft de raadsman aangevoerd dat er aanwijzingen zijn om te veronderstellen dat diens epilepsie en de medicatie samen met het alcoholgebruik invloed heeft gehad op het gedrag van verdachte.

De rechtbank heeft kennis genomen van het over verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van prof. J.J. Baneke, forensisch psycholoog d.d. 6 mei 2011.

Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat bij verdachte sprake is van alcoholmisbruik en van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, psychopatische, narcistische en achterdochtige trekken. Deze stoornissen waren ook ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig.

Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de epilepsie of de werking van medicijnen specifieke invloed zou hebben op verdachte en diens gedrag in die zin dat het ten laste gelegde daardoor veroorzaakt zou zijn. Aannemelijker is dat de persoonlijkheidsstoornis, die bij herhaling is vastgelegd, een belangrijke rol speelt. Tevens zou een autistische stoornis een rol kunnen spelen. Er bestaat een zekere overlap tussen psychopathie en autisme, met name waar het tekorten in emotionele sensitiviteit, empathie en relationele kwaliteiten betreft. Vooralsnog zijn er teveel typisch psychopathische elementen die een oorzakelijke rol spelen bij de ten laste gelegde feiten, dat onderzoeker het minder aannemelijk acht dat autistische elementen een oorzakelijke invloed hebben.

Daarom adviseert de psycholoog verdachte te beschouwen als licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt deze conclusie over en is van oordeel dat verdachte in elk geval een zekere mate van verminderde toerekeningsvatbaarheid heeft.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan veertien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden het volgen van een klinische behandeling in De Woenselse Poort voor maximaal twaalf maanden en reclasseringstoezicht, ook indien dat inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij een door de reclassering aan te wijzen instelling, voor zolang de reclassering dit nodig acht.

Hiertoe heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat verdachte zich gedurende een korte tijd aan een groot aantal oplichtingen schuldig heeft gemaakt. Bij zijn handelen is verdachte op geraffineerde wijze te werk gegaan. Verdachte heeft het vertrouwen van zijn slachtoffers ernstig geschaad. Verdachte heeft ook reeds eerder soortgelijke feiten gepleegd.

Uit de rapporten blijkt dat sprake is van een zorgwekkend gevaar op herhaling. De kans op herhaling en de problematiek van verdachte zijn dusdanig dat een klinische behandeling noodzakelijk is.

Tevens heeft de officier van justitie rekening bij de strafeis rekening gehouden met de ad informandum gevoegde feiten.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat de oplichtingen hebben plaatsgevonden door middel van internet en niet via direct persoonlijk contact. Hoewel oplichting altijd zorgt voor een verlies aan vertrouwen in de medemens en in het algemene verkeer tussen mensen, heeft de laatstgenoemde variant een grotere impact op het slachtoffer. Bij de strafoplegging dient rekening gehouden te worden met dit verschil.

Daarnaast heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat uit de adviezen van onder meer de reclassering blijkt dat een klinische behandeling geïndiceerd is. Verdachte is ook gemotiveerd voor een dergelijke behandeling. Door de verdediging is dan ook verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelijk aan de duur van het voorarrest, met daarbij nog een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur. Verdachte is gemotiveerd om een klinische behandeling te ondergaan in De Woenselse Poort en is bereid om zich te houden aan de op te leggen bijzondere voorwaarden.

Tevens heeft de raadsman aangevoerd dat de ad informandum gevoegde feiten meegewogen kunnen worden bij de strafoplegging.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in relatief korte tijd schuldig gemaakt aan een groot aantal oplichtingen en een diefstal. Via de website marktplaats.nl heeft verdachte een groot aantal goederen te koop aangeboden. Vervolgens heeft hij zich door de personen die deze artikelen wilden kopen vooruit laten betalen, terwijl hij de aangeboden goederen nimmer heeft geleverd en heeft willen leveren. Door aldus misbruik te maken van het vertrouwen van zijn slachtoffers heeft verdachte in korte tijd een groot aantal personen gedupeerd enkel voor zijn eigen geldelijk gewin. Verdachte heeft door zijn handelwijze het vertrouwen in de handel via het internet ernstige schade toegebracht.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank er ten nadele van verdachte ook rekening mee dat hij eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf ook rekening met de omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapporten en het Pro Justitia rapport.

Uit het over verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van prof. J.J. Baneke, forensisch psycholoog d.d. 6 mei 2011 blijkt onder meer het volgende.

Op basis van eerder gepleegde feiten, de scores op de PCL-R, het niet nakomen van afspraken door betrokkene, onder andere ten aanzien van wel eerder geadviseerde maar niet gerealiseerde vormen van begeleiding en behandeling en de totale problematiek, moet de kans op herhaling groot geacht worden.

Verdachte geeft aan dat hij er nu echt een streep onder wil zetten en gemotiveerd is voor behandeling. In 2006 heeft hij hetzelfde in soortgelijke bewoordingen tegen onderzoeker gezegd. Omdat er bij verdachte sprake is van een ernstige persoonlijkheidsstoornis met een behoorlijk dwangmatig karakter, is verdachte niet volledig in staat zijn gedrag in deze te sturen, en voor zover hij dat wel kan moet toch gevreesd worden dat eveneens sprake is van sterke invloeden vanuit de psychopathische kanten van zijn persoonlijkheidsstoornis.

Baneke adviseert verdachte een klinische behandeling op te leggen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek met voldoende expertise op het gebied van persoonlijkheidsstoornissen en autisme. Een ambulante behandeling bij De Waag loopt een grote kans niet te slagen, gezien de weigering van verdachte gebruik te maken van de eerdere geboden kansen en zijn persoonlijkheidsproblematiek. Een dergelijke behandeling kan plaats vinden als bijzondere voorwaarde bij een verplicht en zo mogelijk langdurig reclasseringscontact, binnen het kader van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf.

Uit het reclasseringsadvies van 7 juli 2011 blijkt onder meer het volgende.

Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Gelet op de aanwezige problematiek, het aanhoudende plegen van delicten en het gegeven dat het nooit tot een daadwerkelijke behandeling is gekomen van zijn problematiek maakt de kans op recidive bij verdachte hoog. Gelet ook op de psychopathische trekken van verdachte kan gesteld worden dat de kans op recidive hoog is en dat de motivatie van verdachte tot verandering tot nu toe nog niet bewezen is na afstraffing. De vraag is of verdachte buiten detentie gemotiveerd is, of dat hij sociaal wenselijke antwoorden geeft. Een intensieve behandeling van verdachte is geïndiceerd en noodzakelijk om verdachte verder te motiveren en te behandelen. Dit kan het best binnen een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met een verplicht reclasseringscontact met bijzondere voorwaarden worden ingezet.

Geadviseerd wordt onder meer een (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke gevangenisstraf en behandelverplichting bij de FPK de Woenselse Poort op te leggen.

De rechtbank sluit zich aan bij de over verdachte opgemaakte rapporten en neemt deze conclusies over. De rechtbank zal aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op die rapporten een klinische behandeling voor de maximale duur van 12 maanden noodzakelijk is. Nu er gelet op de rapporten twijfel bestaat over de motivatie van verdachte voor het volgen van een behandeling, acht de rechtbank tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur noodzakelijk, om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen en opdat verdachte zich zal houden aan de voorwaarden.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder de parketnummers 06/950612-10, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft verzocht de in beslag genomen laptop verbeurd te verklaren, nu de ten laste gelegde feiten met deze laptop zijn gepleegd.

De raadsman heeft verzocht om teruggave van de in beslag genomen laptop.

De rechtbank zal de in beslag genomen en nog niet teruggegeven laptop, merk Compaq 610, verbeurdverklaren, nu de onder 1 bewezen verklaarde feiten met behulp van deze laptop zijn begaan. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vorderingen tot schadevergoeding

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 10], [slachtoffer 11], [slachtoffer 13], [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] kunnen worden toegewezen, nu deze vorderingen zien op het geen onder 1 ten laste is gelegd en verdachte deze feiten heeft bekend. Deze vorderingen kunnen voor het gevorderde bedrag worden toegewezen.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen met betrekking tot de ad informandum gevoegde feiten heeft de officier van justitie gesteld dat die niet kunnen worden toegewezen. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat deze vorderingen betrekking hebben op ad informandum gevoegde feiten gepleegd voor 1 januari 2011 en daardoor is het juridisch niet mogelijk is om deze vorderingen toe te wijzen.

De raadsman van verdachte heeft zich ook op het standpunt gesteld dat alle benadeelde partijen ten aanzien van ad informandum gevoegde zaken in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De strafbare feiten zijn van voor 1 januari 2011, zodat slachtoffers bij deze strafbare feiten en ad informandum gevoegde zaken zich niet kunnen voegen met hun schade.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 14] heeft de raadsman gesteld dat deze niet-ontvankelijk in zijn vordering verklaard moet worden, of dat die vordering moet worden afgewezen, omdat de benadeelde partij geen rekeningoverzicht van de gestelde betaling ter onderbouwing van de vordering heeft meegestuurd.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partijen [slachtoffer 10], [slachtoffer 11], [slachtoffer 13], [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15], zoals deze hebben gesteld, als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden tot het gevorderde bedrag en de vorderingen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, zal de rechtbank deze vorderingen tot de gevorderde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden, toewijzen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] overweegt de rechtbank nog het volgende. Verdachte heeft tegenover de politie erkend dat hij van deze partij een bedrag van € 350,-- heeft ontvangen. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat het klopt dat hij [slachtoffer 14] heeft opgelicht. Daarom acht de rechtbank het voldoende vaststaand dat de benadeelde partij voor dit bedrag schade heeft geleden. Het ontbreken van een rekeningoverzicht ter onderbouwing doet hier niet aan af.

De benadeelde partijen die zich ten aanzien van ad informandum gevoegde feiten hebben gevoegd in het strafproces zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen. De rechtbank overweegt hiertoe dat de ad informandum gevoegde feiten gepleegd zijn voor 1 januari 2011. Ten aanzien van feiten, gepleegd vóór deze datum is het voor slachtoffers niet mogelijk zich als benadeelde partij te voegen in het strafproces.

Deze benadeelde partijen kunnen hun vorderingen aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 57, 310 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feit 1: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2: diefstal;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot veertien (14) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- een klinische behandeling zal ondergaan in FPK De Woenselse Poort of soortgelijke kliniek, voor de duur van maximaal twaalf maanden en zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de kliniek worden gegeven;

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij een door de reclassering te bepalen instelling, voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich binnen twee werkdagen volgend op zijn vrijlating dient te melden bij Tactus Verslavingszorg op telefoonnummer [nummer] bij mw. [naam] of haar vervang(st)er, telkens zolang en frequent als Tactus Verslavingszorg nodig oordeelt;

- op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven laptop, merk Compaq 610;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de hieronder genoemde data en vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;

benadeelde partij bedrag

1. [slachtoffer 14] € 350,--

[adres, plaats, rekeningnummer]

wettelijke rente met ingang van 6 april 2010

2. [slachtoffer 10] € 125,--

[adres, plaats, gironummer]

wettelijke rente met ingang van 4 augustus 2010

3. [slachtoffer 11] € 175,--

[adres, plaats, gironummer]

wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2010

4. [slachtoffer 13] € 200,--

[adres, plaats, gironummer]

wettelijke rente met ingang van 16 juni 2010

5. [slachtoffer 15] € 80,--

[adres, plaats, gironummer]

wettelijke rente met ingang van 13 april 2010

* legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de datum zoals hiervoor vermeld, te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

benadeelde partij bedrag vervangende hechtenis

1. [slachtoffer 14] € 350,-- 7 dagen

2. [slachtoffer 10] € 125,-- 2 dagen

3. [slachtoffer 11] € 175,-- 3 dagen

4. [slachtoffer 13] € 200,-- 4 dagen

5. [slachtoffer 15] € 80,-- 1 dag

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 18], [slachtoffer 19], [slachtoffer 20], [slachtoffer 21], [slachtoffer 22], [slachtoffer 23], [slachtoffer 24], [slachtoffer 25] [slachtoffer 26], [slachtoffer 27], [slachtoffer 28], [slachtoffer 29], [slachtoffer 30], [slachtoffer 31], [slachtoffer 32], [slachtoffer 33], [slachtoffer 34], [slachtoffer 35], [slachtoffer 26], [slachtoffer 37] en [slachtoffer 38] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

* heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf;

Aldus gewezen door mr. Van der Hooft, voorzitter, mrs. Kleinrensink en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0611 2011000580, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team Ermelo-Putten, gesloten en ondertekend op 13 januari 2011.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 10], dossierpagina's 278 t/m 280

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11], dossierpagina's 294 t/m 297

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 12], dossierpagina's 474 t/m 473

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 13], dossierpagina's 490 t/m 493

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 14], dossierpagina's 834 t/m 841

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 15], dossierpagina's 858 t/m 862

8 Proces-verbaal van aangifte [naam] namens [slachtoffer 16] BV, dossierpagina's 151 t/m 154