Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT6835

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-10-2011
Datum publicatie
07-10-2011
Zaaknummer
125226 - HA RK 11-76
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet tegen griffierecht. E-Court verzoekt verlof tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis, waarin twee deelvonnissen zijn opgenomen. Voor de toepassing van de Wet griffierechten burgerlijke zaken geldt dit verzoek als twee afzonderlijke verzoeken om verlof tot tenuitvoerlegging en is dus twee maal griffierecht verschuldigd. Verzet wordt ongegrond verklaard.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1062
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1063
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/282 met annotatie van P.J.M. Ros
JBPR 2012/15 met annotatie van mw. mr. P.E. Ernste
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rekestnummer: 125226 / HA RK 11-76

Beschikking van 3 oktober 2011

in de zaak van

de stichting

E-Court,

gevestigd te [plaats], gemeente Ermelo,

verzoekster,

advocaat mr. R.R.G.M. van Beurden te ‘s-Gravenhage

tegen

DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK ZUTPHEN.

Partijen zullen hierna mede E-Court en de griffier genoemd worden.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van E-Court van 21 september 2011, ingekomen ter griffie op

26 september 2011

- het verweerschrift van de griffier van 27 september 2011

- de reactie van E-Court (per e-mail van 27 september 2011) op het verweerschrift.

2. De feiten

2.1. E-Court, een scheidsgerecht als bedoeld in boek 4, titel 1, afdeling 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, heeft namens T-Mobile Netherlands B.V. bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend strekkende tot verkrijging van verlof tot tenuitvoerlegging van een door E-Court gegeven arbitraal vonnis alsmede een akte van depot van bedoeld vonnis. In het arbitraal vonnis is uitspraak gedaan in twee afzonderlijke zaken: één tussen T-Mobile Netherlands B.V. en [persoon 1] en één tussen T-Mobile Netherlands B.V. en

[persoon 2].

2.2. De griffier heeft ter zake van het depotverzoek en het exequaturverzoek aan E-Court (aanvankelijk) een griffierecht van vier maal € 111,-- (€ 444,--) in rekening gebracht.

3. Het verzoek

3.1. E-Court verzoekt dat de rechtbank:

primair

het sub 2.2. vermelde besluit van de griffier zal herzien, althans zal vernietigen en zelf de griffierechten in de onderhavige zaak zal bepalen op € 111,--, althans in goede justitie de verschuldigde griffierechten zal vaststellen

subsidiair

zal aangeven op welke wijze E-Court in het kader van door haar verschuldigde griffierechten in het vervolg haar exequaturverzoeken dient aan te leveren.

3.2. E-Court voert daartoe het volgende aan.

De griffier heeft één maal griffierecht voor het depotverzoek en één maal griffierecht voor het exequaturverzoek tezamen per verweerder in rekening gebracht.

E-Court heeft echter één maal verlof gevraagd tot tenuitvoerlegging van één door haar gewezen arbitraal vonnis inzake één arbitraal geding gevraagd. Van verweer is bij een dergelijk verzoek geen sprake, zodat er geen sprake is van een verweerder aan wie griffierecht in rekening kan worden gebracht. Aan E-Court mag alleen als verzoekende partij griffierecht in rekening worden gebracht.

E-Court heeft op grond van haar procesreglement de twee bedoelde zaken gezamenlijk behandeld in één arbitraal geding, zodat voor het verzoekschrift om verlof tot tenuitvoerlegging slechts één maal een griffierecht van € 111,-- is verschuldigd.

Het is niet te billijken dat voor het depotverzoek afzonderlijk griffierecht wordt geheven, nu dat verzoek en het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging samenvallen.

4. Het verweer

Op het verweer van de griffier zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. Op grond van artikel 29 lid 1 van de Wet griffierechten burgerlijke (Wgbz) zaken kan degene die de griffierechten en verschotten heeft betaald, gedurende één maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht of de verschotten bij verzoekschrift in verzet komen bij het gerecht waaraan het griffierecht of de voorschotten werden betaald.

Het verzoek is tijdig gedaan. E-Court is ontvankelijk in haar verzet.

5.2. De eerste vraag die ten gronde beantwoord dient te worden is of het verzoekschrift om verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis voor de toepassing van de Wgbz dient te worden aangemerkt als één verzoekschrift dan wel als twee verzoekschriften.

5.3. Standaard is een verzoekschrift gericht tegen één verweerder. Tekst noch strekking van de Wgbz sluit uit dat in dat geval bij een en het zelfde verzoekschrift meerdere -tegen dezelfde verweerder- gerichte verzoeken worden gedaan, voor welk verzoekschrift dan slechts één maal griffierecht verschuldigd is.

5.4. In het onderhavige geval is van een verweerder geen sprake. Het is immers E-Court, die namens de eisende partij in arbitrage, T-Mobile Netherlands B.V., verzoekt om verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis. Dit is evenwel in het kader van de beantwoording van de vraag hoeveel griffierecht E-Court verschuldigd is niet doorslaggevend.

5.5. Immers, het mag zo zijn dat het arbitrale vonnis, waarin zowel in de zaak tussen

T-Mobile Netherlands B.V. en [persoon 1] en in de zaak tussen T-Mobile Netherlands B.V. en [persoon 2] een beslissing wordt gegeven, is ingericht als één vonnis, dit neemt niet weg dat de facto van verschillende “deelvonnissen” sprake is. De “gedaagde” partijen zijn immers niet dezelfde. Dit betekent dat de rechtbank ten aanzien van ieder “deelvonnis” afzonderlijk dient te beoordelen of verlof tot tenuitvoerlegging kan worden verleend. Er is in feite sprake van twee afzonderlijke verzoeken om verlof tot tenuitvoerlegging.

5.6. Dit brengt met zich dat de griffier zich met recht op het standpunt heeft gesteld dat hij het verzoekschrift van E-Court voor de toepassing van de Wgbz beschouwt als twee afzonderlijke verzoeken. Voor elk van die verzoeken is E-Court dan ook op grond van de met ingang van 1 juli 2011 geldende tarieven een griffierecht van € 111,-- verschuldigd. In zoverre is het verzet van E-Court dan ook ongegrond.

5.7. Bij de klacht van E-Court dat de griffier zowel voor het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging als het verzoek om een akte van depot afzonderlijk griffierecht in rekening heeft gebracht, heeft E-Court geen belang. Uit het verweerschrift van de griffier blijkt immers dat uiteindelijk voor beide verzoeken tezamen maar één maal een griffierecht van € 111,-- in rekening is gebracht.

5.8. Op grond van het vorenstaande is het verzet van E-Court ongegrond.

5.9. Het gaat het bestek van de onderhavige procedure te buiten om aan te geven op welke wijze E-Court in het kader van door haar verschuldigde griffierechten in het vervolg haar exequaturverzoeken dient aan te leveren, zodat de rechtbank het subsidiair verzoek zal afwijzen.

Opgemerkt wordt dat uit het vorenstaande volgt dat de wijze waarop E-Court in het onderhavige geval haar verzoekschrift heeft ingericht, niet kan leiden tot het door E-Court beoogde resultaat, dat ongeacht het aantal “deelvonnissen” ten aanzien waarvan om verlof tot tenuitvoerlegging wordt verzocht maar één maal griffierecht verschuldigd zou zijn.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. verklaart het verzet ongegrond,

6.2. wijst het subsidiaire verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2011.