Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT6572

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
04-10-2011
Zaaknummer
06/850306-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" tot een werkstraf van 120 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Verdachte heeft in 2009 in het zwembad zijn buurmeisje onzedelijk betast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/850306-09

Uitspraak d.d. 04 oktober 2011

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (België) op [1991],

wonende te [plaats, adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 september 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Wezep, gemeente Oldebroek,, in ieder geval

in Nederland,

meermalen, door één of meerdere feitelijkheden,

[slachtoffer] (geboortedatum [1997]) heeft gedwongen tot het dulden van een

of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit het betasten van

haar vagina, in ieder geval haar schaamstreek,

bestaande die feitelijkheid/feitelijkheden (telkens) hierin dat verdachte die

[slachtoffer] in een bubbelbad heeft vastgepakt en/of zijn hand naar haar vagina,

althans schaamstreek heeft gebracht,

terwijl verdachte door het leeftijdsverschil een fysiek overwicht op die

[slachtoffer] had en zij zich niet aan de handelingen van verdachte heeft kunen

onttrekken;

art 246 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Wezep, gemeente Oldebroek,, in ieder geval

in Nederland,

meermalen, buiten echt, met [slachtoffer] (geboortedatum [1997]) één of

meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (telkens)

betasten van haar vagina, in ieder geval haar schaamstreek,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 16 jaren niet had bereikt;

art 247 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek van de politie was de melding op 20 juli 2009 dat de 11-jarige [slachtoffer] in het [zwembad te plaats] onzedelijk was betast door [verdachte].

Op 23 juli 2009 heeft de vader van [slachtoffer] namens zijn dochter aangifte gedaan en op 27 juli 2009 is [slachtoffer] als getuige gehoord door verbalisant [verbalisant] (gecertificeerd zedenrechercheur).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard op grond van de zeer gedetailleerde en consistente aangifte van [slachtoffer] en de verklaring van verdachte dat hetgeen [slachtoffer] verklaard heeft waar is.

Standpunt van de verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard2 dat hij op 20 juli 2009 in het bubbelbad van het [zwembad te plaats] zat te "chillen" nadat hij had geblowd. Zijn buurmeisje kwam ook in het bubbelbad en tijdens de daarop volgende stoeipartij heeft hij haar opgetild en onder water laten vallen en vervolgens vastgepakt en omhoog getrokken waarbij hij haar 1 à 2 keer bij de schaamstreek heeft aangeraakt. Dit is volgens hem niet bewust gebeurd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank baseert zich hierbij onder meer op de aangifte van de vader van [slachtoffer]3, de getuigenverklaring van [slachtoffer] zelf4 en de verklaringen van verdachte bij de politie5 en ter terechtzitting6.

De vader van [slachtoffer] verklaart in zijn aangifte7 dat [slachtoffer] op 20 juli 2009 met haar broertje in het [zwembad te plaats] is geweest. Ze zou om ongeveer 18.00 uur weer thuis zijn, maar was om 16.30 uur al thuis.

Ze vertelde hem na enig aandringen dat ze in het zwembad een buurjongen was tegengekomen, genaamd [verdachte]. [verdachte] zat al in het bubbelbad bij een paar meisjes en [slachtoffer] is daar bij gaan zitten. [verdachte] vroeg of zij even wilde stoeien en dat wilde zij wel want daarom zit ze volgens de vader ook op judo. Op een gegeven moment voelde [slachtoffer] de hand van [verdachte] tussen haar benen. Eerst dacht ze dat zoiets kan gebeuren tijdens het stoeien (of aanhalingstekens), maar hierna gebeurde het nog vier tot zeven keer dat [verdachte] haar in het kruis voelde over haar badpak heen. [slachtoffer] zei tegen [verdachte] dat zij niet meer wilde stoeien en tegen haar broertje zei ze dat ze naar huis wilde.

Thuisgekomen voelde de vader aan dat [slachtoffer] het niet naar haar zin had gehad. Toen hij doorvroeg, begon zij te huilen en vertelde ze het verhaal.

[slachtoffer] heeft als getuige verklaard8 dat [verdachte] bij haar in de straat woont, maar dat zij geen contact met hem heeft.

Op 20 juli 2009 was zij samen met haar broertje van negen jaar naar het zwembad gegaan. Zij zag [verdachte] in het zwembad toen beiden in het ondiepe bad zaten. [verdachte] is 18 jaar oud. [verdachte] en zij waren elkaar aan het nat spetteren maar omdat zij het er te wild aan toe vond gaan, is zij het bad uitgelopen. Tegen 16.30 uur ging zij het bubbelbad in en zag [verdachte] daar zitten met een paar meisjes die zij niet kende. In het bubbelbad begon [verdachte] een beetje pesterig te prikken in haar zij en vroeg of hij haar mocht pesten. Toen zij dat goed vond, tilde hij haar, terwijl hij achter haar stond, op en liet haar los waardoor zij onder water terecht kwam. Zij voelde toen zijn hand bij haar plasser. Eerst dacht zij dat dit per ongeluk gebeurde, maar daarna voelde zij dat hij vaker met zijn hand bij haar plasser zat, eerst wrijvend. Later voelde zij dat hij zijn vingers kromde en dichter bij haar plasser zat. Dit gebeurde zo'n 6-7 keer over haar badpak heen. Zij zei toen dat zij dit pesten niet wilde en stond op om uit het bubbelbad te lopen. [verdachte] wreef toen ook met zijn hand over haar plasser. Zij is daarna naar huis gegaan.

Toen zij thuis kwam, was ze een beetje bang om het te vertellen omdat ze bang was dat haar ouders boos zouden worden. Ze heeft het na een uur verteld. Ze voelde zich ziek omdat ze iets had meegemaakt wat ze niet leuk vond. Nadat zij het aan haar vader had verteld voelde zij zich beter.

Verdachte heeft in zijn eerste verhoor bij de politie verklaard9 dat hij in het [zwembad te plaats] zijn buurmeisje van twee huizen verder tegenkwam in het bubbelbad. Hij schatte dat zij 11 à 12 jaar oud was. Volgens verdachte10 heeft hij haar, nadat zij boven op hem was gesprongen in het bad, met zijn vingers in haar zij geprikt en heeft hij haar van achteren opgetild en naar achteren geduwd. Hij heeft haar niet met opzet bij haar plasser aangeraakt. Het kan per ongeluk gebeurd zijn dat hij haar plasser/kut heeft aangeraakt.

In zijn tweede verhoor bij de politie heeft verdachte uiteindelijk verklaard 11 dat wat [slachtoffer] heeft verklaard waar is. Hij heeft gevraagd of hij haar mocht pesten en dat is verkeerd gelopen. Hij heeft haar een paar maal over het badpak over haar kut gevoeld. Hij heeft haar van achteren vastgehouden met zijn handen dicht voor haar kut en toen is het gebeurd. Hij raakte haar daar toen aan omdat ze heen en weer gingen. Toen werd hij gek omdat hij dat deed. Daarna heeft hij het weggedrukt.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zijn buurmeisje in het zwembad

tijdens een stoeipartij in het bubbelbad één à twee keer bij de schaamstreek heeft aangeraakt, maar dat dit niet bewust gebeurd is. Hij heeft haar opgetild en onder water laten vallen en vervolgens vastgepakt en omhoog getrokken, omdat zij onder water viel en kopje onder ging.

Gelet op eerder genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, zij het dat niet bewezen kan worden dat verdachte de vagina van [slachtoffer] heeft betast. Van dat onderdeel wordt verdachte dan ook vrijgesproken.

[slachtoffer] heeft direct bij thuiskomst haar verhaal verteld aan haar vader. Bij de politie is haar verklaring van de gebeurtenissen gedetailleerd en consistent, terwijl deze verklaring overeenkomt met de aangifte van haar vader. Ook het feit dat [slachtoffer] reeds een uur na het voorval en al huilend met haar vader hierover heeft gesproken, draagt bij aan de betrouwbaarheid van haar verklaring. Daarbij komt dat verdachte (ook ter terechtzitting) heeft erkend dat hij [slachtoffer] in ieder geval één à twee keer bij haar schaamstreek heeft aangeraakt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen gaat de rechtbank uit van de juistheid van hetgeen [slachtoffer] over de gebeurtenissen heeft verklaard, te meer nu verdachte dat bij de politie ook heeft erkend. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] bewust een aantal keren in haar schaamstreek heeft betast.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 20 juli 2009 te Wezep, gemeente Oldebroek, meermalen, door meerdere feitelijkheden, [slachtoffer] (geboortedatum [1997]) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, telkens bestaande uit het betasten van haar schaamstreek, bestaande die feitelijkheden telkens hierin dat verdachte die [slachtoffer] in een bubbelbad heeft vastgepakt en zijn hand naar haar schaamstreek heeft gebracht, terwijl verdachte door het leeftijdsverschil een fysiek overwicht op die [slachtoffer] had en zij zich niet aan de handelingen van verdachte heeft kunnen onttrekken.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over de persoon van verdachte is een rapport gedateerd 15 augustus 2011 opgemaakt door drs. M. van Heteren-van Namen, GZ-psycholoog. In dit rapport wordt, zakelijk weergegeven, het volgende geconstateerd.

Verdachte is op de lagere school langdurig gepest en werd dan erg boos. In de puberteit bleven deze boosheidproblemen en is verdachte op het speciaal onderwijs geplaatst. In groep 7 werd hij met ADHD gediagnosticeerd. Hij heeft tot zijn 17de jaar Ritalin gebruikt. In de sociale contactname lukte het hem niet om adequaat met leeftijdgenoten contact op te bouwen. De psycholoog ziet thans een jongeman die naast de problemen in het contact ook veel magische denkbeelden en derealisatie laat zien. Verdachte voldoet aan de diagnose PDD-nos, type McDD, een aan autisme gerelateerde stoornis met zowel kenmerken van autisme als van schizofrenie. Hij is sterk impulsief, hetgeen samenhangt met de ADHD, en er is sprake van gedragsontregeling, samenhangend met de McDD. Gewelddadige en seksuele impulsen worden nauwelijks gevoeld maar wel direct omgezet in gedrag.

Zijn verslavingsgevoeligheid op het gebied van cannabis, alcohol en gokken baart zorgen. Die verslavingsgevoeligheid hangt samen met de impulsiviteitproblematiek. Problemen in de thuissituatie hebben ertoe geleid dat verdachte versneld op kamers ging wonen. Verdachte staat er feitelijk alleen voor; zijn moeder lijkt, nu haar zoon meerderjarig is, niet (meer) zoveel te willen investeren in hem, terwijl hij eigenlijk veel ondersteuning en psychiatrische volging behoeft.

Op grond van de op elkaar ingrijpende stoornissen wordt geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden geacht, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze over.

Verdachte is ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar, nu ook overigens niet is gebleken van gronden die zijn strafbaarheid zouden uitsluiten.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primaire feit wordt veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij Accare of een gelijksoortige instelling.

Hierbij dient het onvoorwaardelijke deel als vergelding en het voorwaardelijke deel als waarschuwing voor de toekomst.

Bij haar eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het plegen van het feit en de ouderdom van het feit, welke niet aan verdachte te wijten is.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanrandingen van de eerbaarheid.

Als 18-jarige jongen heeft hij in het zwembad een buurmeisje van elf jaar oud een aantal malen betast bij haar schaamstreek. Hij heeft hierbij geen rekening gehouden met het leeftijdsverschil. Het is een feit van algemene bekendheid dat wanneer een meisje een dergelijk feit overkomt in haar jeugd, zij hier op latere leeftijd last van kan krijgen. Daarnaast heeft het slachtoffer zelf aangegeven dat zij het niet leuk vond wat verdachte bij haar gedaan heeft en dat zij nu ook bang voor hem is. Zij vindt dat hij geholpen moet worden.

Het gaat om een zorgelijk feit. Verdachte heeft op geen enkele manier rekening gehouden met de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en met het feit dat het hier om een zaak uit 2009 gaat.

De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van de reclassering d.d. 12 januari 2011, waarin wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met hieraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van een meldingsgebod en een behandelverplichting waarvoor verdachte inmiddels is aangemeld bij de Ambulante Forensische psychiatrie Noord Nederland (AFPN).

Daarnaast wordt rekening gehouden met het eerdergenoemde rapport van de psycholoog, waarin wordt aangegeven dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Gezien de diverse ontwikkelingsproblematiek van verdachte en zijn uitermate onrijp sociaal emotioneel functioneren geeft de psycholoog de rechtbank in overweging om het jeugdstrafrecht toe te passen. Doordat verdachte geen probleembesef, laat staan probleeminzicht heeft, moet volgens de deskundige het recidive risico als verhoogd ingeschat worden. Verdachte was aanvankelijk aangemeld en geplaatst bij de AFPN in een groep gericht op seksuele terugvalpreventie, maar dit bleek gelet op de samenstelling van de groep (mannen van 40 jaar) niet de goede behandeling voor verdachte.

De deskundige heeft in overleg met Accare (kinder- en jeugdpsychiatrie), die beschikken over een VRIS (vriendschap, relaties, intimiteit en seksualiteit) training, hen bereid gevonden tot consultatie naar de collega's van AFPN. Geadviseerd wordt tot een voorwaardelijk strafdeel met verplicht reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij een forensische polikliniek.

Gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de voorliggende rapporten is de rechtbank van oordeel dat behandeling van verdachte in deze belangrijker is dan genoegdoening.

De rechtbank acht het van belang dat verdachte zijn ICT-studie kan vervolgen en zijn computerbedrijfje, waarmee hij zijn studie bekostigt en in zijn levensonderhoud voorziet, kan voortzetten. Verdachte heeft te kennen gegeven verder begeleid te willen worden door de reclassering met name op het gebied van leefstijl en agressie.

Om voornoemde redenen zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een werkstraf van na te melden duur. Het voorwaardelijke deel dient als stok achter de deur voor de toekomst en de bijzondere voorwaarde dient ertoe verdachte de begeleiding en behandeling te geven die hij nodig heeft.

Gezien het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft, zal de rechtbank de officier van justitie niet volgen in het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis;

* bepaalt dat een gedeelte van deze werkstraf, groot 80 (tachtig) uren, subsidiair 40 (veertig) dagen hechtenis niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet naleeft;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde;

- veroordeelde zich op uitnodiging moet melden bij de reclassering en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode blijft melden zo frequent als de reclassering dat nodig acht;

- veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen bij een forensische instelling zoals de AFPN te Zwolle, Accare of een vergelijkbare instelling, ter beoordeling aan de reclassering, voor zolang als de reclassering dat nodig acht;

- veroordeelde op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

Aldus gewezen door mr. Gilhuis, voorzitter, mr. De Jong en mr. Heenk, rechters, in tegenwoordigheid van De Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 04 oktober 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2009026322-10, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 03 oktober 2009.

2 Proces-verbaal ter terechtzitting van 20 september 2011

3 Proces-verbaal van aangifte, p 16-17

4 Proces-verbaal verhoor getuige, p.20-21

5 Proces-verbaal, pag. 57

6 Proces-verbaal ter terechtzitting van 20 september 2011

7 Proces-verbaal van aangifte, p.16-17

8 Proces-verbaal verhoor getuige, p.20-21

9 Proces-verbaal van verhoor, p. 49-51

10 Proces-verbaal van verhoor, p. 55

11 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 57