Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT5861

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-09-2011
Datum publicatie
29-09-2011
Zaaknummer
06/940201-10, 06/850564-10, 06/460180-08, 06/580048-08 en 06/820216-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor drie strafbare feiten. Er is een gevangenisstraf voor de duur van 346 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. Daarnaast zijn twee tullen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/940201-10 en 06/850564-10 (ter terechtzitting gevoegd),

Vord. na voorw. veroord: 06/460180-08, 06/580048-08 en 06/820216-09

Uitspraak d.d. 28 september 2011

Tegenspraak / dip - oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1988,

wonende te [plaats],

thans uit anderen hoofde verblijvende in de FPA Roosenburg te Den Dolder.

Raadsman: mr. P.R. Hogerbrugge, advocaat te Ermelo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 december 2010, 27 april 2011, 6 juni 2011 en 14 september 2011.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 1 december 2010 is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Parketnummer 06/940201-10

1.

hij op of omstreeks 30 april 2010 te Ermelo tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet als volgt heeft gehandeld,

verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben

- meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt (waardoor/waarop die [slachtoffer 1] ten val kwam<en>) en/of

- (terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op de grond lag<en>) meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 30 april 2010 te Ermelo met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Dirk Staalweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit

- het meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] stompen en/of slaan en/of schoppen en/of trappen (waardoor/waarop die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ten val kwam<en>) en/of

- (terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op de grond lag<en>) meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] stompen en/of slaan en/of schoppen en/of trappen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 01 mei 2010 te Ermelo op de openbare weg, te weten op/nabij de Dirk Staalweg en/of de Stationsstraat, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee, althans een, gsm(s) en/of ongeveer Euro 200,=, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 3] tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd (waardoor/waarop die [slachtoffer 3] op de grond is gevallen) en/of

- die Zolten (terwijl hij op de grond lag) op/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geschopt/getrapt en/of

- de/een rits(en) van de broekzak(ken) van die [slachtoffer 3] heeft/hebben opengemaakt en/of (vervolgens) in die/de broekzak(ken) heeft/hebben gevoeld en/of (uit die broekzakken) twee, althans een, gsm(s) heeft/hebben gepakt en/of

- die Zolten zijn jas en/of schoenen heeft/hebben uitgetrokken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 01 mei 2010 te Ermelo met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Stationsstraat en/of de Chevallierlaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3], welk geweld bestond uit

- het tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] slaan en/of stompen en/of duwen en/of schoppen/trappen (waardoor/waarop die [slachtoffer 3] op de grond is gevallen) en/of

- het (terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) op/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] schoppen en/of trappen en/of slaan en/of stompen en/of

- het geven van een of meer kopsto(o)t(en) tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 06/850564-10

1.

hij in of omstreeks de periode 29 april 2010 tot en met 3 mei 2010 te Ermelo tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit vanaf een (bedrijfs)terrein aan/nabij de Stationsstraat heeft weggenomen een kruiwagen en/of een haspel en/of een ladder en/of een boormachine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bouwbedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 21 mei 2010 tot en met 22 mei 2010 te Ermelo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bumper en/of een (deel van een) spoiler van een personenauto (grijze Nissan Almera), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of die/dat weg te nemen bumper en/of (deel van een) spoiler onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ten aanzien van het onder parketnummer 06/940201-10, feit 2 (primair)1

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij diefstal met geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer 3]. De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte bij deze diefstal met geweld betrokken is geweest. Verdachte zal daarom hiervan (partieel) worden vrijgesproken.

Vrijspraak ten aanzien van het onder parketnummer 06/850564-10, feit 12

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder parketnummer 06/850564-10 onder 1 ten laste gelegde diefstal kan worden bewezen verklaard op grond van de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de diefstal in vereniging, nu verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd. Ondersteuning voor deze stelling heeft de raadsman gevonden in de verklaring van [medeverdachte 3] die heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zelf heeft vernomen dat zij de diefstal hebben gepleegd.

De rechtbank acht evenals de raadsman het onder parketnummer 06/850564-10 onder 1 ten laste gelegde diefstal niet overtuigend bewezen en verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Voor het bewijs zijn alleen de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voorhanden. De rechtbank acht dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 primair en 2 (subsidiair) ten laste gelegde en van het onder parketnummer 06/850564-10 onder 2 primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 2 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer onder 1 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Het onder 1 ten laste gelegde openlijke geweldpleging in vereniging kan worden bewezen verklaard.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder parketnummer onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder parketnummer 06/850564-10 onder 2 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat de diefstal van de bumper kan worden bewezen verklaard, nu verdachte dit heeft bekend.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 06/940201-10, feit 13

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling in vereniging wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard. Daarbij heeft zij zich gebaseerd op de aangiften, de verklaringen van getuigen [medeverdachte 4], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1].

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer onder 1 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Verdachte heeft bekend één klap te hebben uitgedeeld. Gezien het feitencomplex, waaronder de aanleiding, alsook de verwondingen kan het primair tenlastegelegde niet worden bewezen verklaard. Het onder 1 ten laste gelegde openlijke geweldpleging in vereniging kan worden bewezen verklaard.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Op 3 mei 2010 heeft aangever [slachtoffer 1] aangifte gedaan van zware mishandeling4. Op donderdag 29 april 2010 omstreeks 22.00 uur was hij samen met [slachtoffer 2] in [plaats] om Koninginnedag te vieren.5 Omstreeks 03.00 uur liepen zij ter hoogte van een snackbar op de hoek Stationsstraat en de Dirk Staalweg. Uit baldadigheid heeft hij een fiets die niet op slot stond, gepakt en wilde daarop wegrijden. [slachtoffer 2] wilde achterop de fiets springen, maar dat lukte niet en de fiets werd weer teruggezet. Daarop zijn zij weggelopen. Ter hoogte van een keet op de Dirk Staalweg met de kruising Suikerbakker werden zij beetgepakt door twee meisjes die het over de fiets hadden. De meisjes begonnen te schreeuwen, te schelden en te slaan. Op een gegeven moment kwam er een jongen uit de richting van de Hamburgerweg lopen. Ineens voelde aangever een harde klap tegen zijn achterhoofd. Door deze klap viel hij op het asfalt en is hij even buiten bewustzijn geweest. Hij werd een paar meter verderop wakker en hij voelde dat hij schoppen in zijn gezicht kreeg. Hij voelde dat hij achter elkaar door werd geschopt in zijn gezicht en tegen zijn hoofd.6 Toen het aangever lukte om op te staan, zag hij dat dezelfde jongen, die eerder op hen was afgelopen, met een aantal andere personen in een grijze Opel Astra stapten en wegreden. Voor behandeling was aangever naar het ziekenhuis gegaan en na onderzoek bleek dat aangever alleen op zijn hoofd was geraakt. Hij had pijn vanaf zijn schouders naar boven en hij had twee sneeën op zijn achterhoofd. Deze werden geplakt. Aangever had ook een hersenschudding, waarvoor hij een nacht in het ziekenhuis moest blijven.

Aangever zag [slachtoffer 2] buiten bewustzijn op de grond liggen. [slachtoffer 2] was door de mishandeling zijn bril kwijtgeraakt.7

Uit de geneeskundige verklaring van het GZHC-Ermelo te Ermelo is onder meer opgenomen dat er klachten zijn na contusio cerebralis, hoofdpijn, bandgevoel om hoofd.8

Op 12 mei 2010 heeft aangever [slachtoffer 2] aangifte gedaan van mishandeling.9

Op donderdagavond 29 april 2010 omstreeks 22.45 uur was hij samen met [slachtoffer 1] aan het stappen. Op vrijdag 30 april 2010 omstreeks 03.15 uur liepen zij op de Stationsstraat.10 Bij de snackbar op de Stationsstraat sprak hij met een bekende met wie heeft gesproken. Ondertussen zag aangever dat [slachtoffer 1] op een zwarte fiets zat. Hij hoorde hem zeggen: "spring achterop". Aangever probeerde dit maar dit lukte niet. Hij zag dat [slachtoffer 1] de fiets weer wegzette op ongeveer 100 meter van [snackbar] aan de rechterkant van de weg op de Dirk Staalweg. Via de Dirk Staalweg zijn aangever en [slachtoffer 1] doorgelopen in de richting van de Hamburgerweg. Hij hoorde op een gegeven moment dat zij werden aangesproken door twee meisjes. Hij zag en voelde dat één van de meisjes hem aan het duwen was. Vanuit zijn ooghoek zag aangever een auto uit het centrum van Ermelo komen. Hij zag dat dit een grijsachtige auto was en dat er in ieder geval twee manspersonen uitstapten. Hij zag dat één van hen in de richting van [slachtoffer 1] liep. Op een gegeven moment zag hij dat er een slaande beweging naar het hoofd van [slachtoffer 1] werd gemaakt. Hij zag dat [slachtoffer 1] aan de achterzijde van zijn hoofd werd geraakt en hierdoor ten val kwam. Hij zag dat [slachtoffer 1] op de grond lag en dat er op hem in werd getrapt en dat er tegen het hoofd van [slachtoffer 1] werd getrapt. Er stonden meer personen om hen heen.

Aangever voelde vervolgens dat hij nog iets van een klap afweerde. Hij voelde dat hij hierna een klap op de rechterzijde van zijn hoofd kreeg. Hij voelde dat deze klap op zijn voorhoofd kwam ter hoogte van zijn haarlijn. Hierna werd het even zwart. Toen hij weer wakker werd, zag en voelde hij dat hij in het gras op de grond lag. Op het moment dat hij op de been geholpen werd, waren de daders net weg en nog onderweg terug naar de auto.11

Als gevolg van de mishandeling is aangever zijn bril kwijtgeraakt. Daarnaast had hij als gevolg van deze mishandeling een paar dagen hoofdpijn en een blauwe plek op zijn hoofd en rechter

onder arm.12

Getuige [medeverdachte 4] heeft op 26 mei 2010 een verklaring afgelegd.13 Zij heeft verklaard dat zij in de nacht van 29 april 2010 op 30 april 2010 in Ermelo aan het stappen was. Zij zat ter hoogte van de snackbar en zij zag dat twee voor haar onbekende mannen haar fiets pakten en ermee wegreden.14 Even later kwamen deze personen terug op met een kapotte fiets. In de Dirk Staalweg zag zij de twee mannen. Ze stonden verstopt achter een bouwkeet. Toen is [medeverdachte 4] van de fiets afgesprongen en naar de mannen gerend. Zij was heel boos. Even later kwam er opeens een jongen uit een donkere auto aan gesprint en die besprong die langere man vanaf de zijkant. Die langere man viel toen met zijn achterhoofd op de tegels. Toen was hij bewusteloos en hij bloedde erg. Met bespringen bedoel zij met zijn volle gewicht er tegen aan lopen. Het was wel een stevige jongen. [medeverdachte 4] dacht dat het [medeverdachte 5]v[medeverdachte 5] was. Hierna was [medeverdachte 5] teruggegaan naar zijn auto en reed hij weer weg. Zij zag dat die langere man op straat lag op zijn rug met een plas bloed onder zijn hoofd en met zijn ogen open. Dat was pas toen de volgende auto er aan kwam rijden. Die auto stopte bij het plantsoen. Volgens [medeverdachte 4] kwamen daar uit verdachte, hij reed ook, [medeverdachte 7], [medeverdachte 8], [medeverdachte 6] en [[medeverdachte 1]. Zij kwamen helpen. [medeverdachte 4] had ze niet gevraagd om te helpen. Op dat moment stond ook de langere man weer op en hij liep naar zijn vriend die iets verderop stond in de richting van de Hamburgerweg.15 De mannen sprongen uit de auto en één persoon liep naar de dikkere. De dikkere man kreeg toen een klap van iemand en hij viel op de grond. Hij bleef liggen. [medeverdachte 6], [medeverdachte 1], [medeverdachte 9] en [medeverdachte 7] liepen naar de langere, dunne man. Die jongens sloegen toen die dunnere man helemaal in elkaar. Hij viel op de grond en stond niet meer op. Ze stonden met hun vieren om hem heen en ze schopten op hem in. [medeverdachte 1] stond op zijn buik te trappen. [medeverdachte 6] zat onder het bloed zat. Ook de arm van verdachte zat onder het bloed. [medeverdachte 4] heeft echt gezien dat [medeverdachte 6], [medeverdachte 1], [medeverdachte 9] en [medeverdachte 7] op de man hebben staan intrappen op de langere, dunne man toen hij op de grond lag.

Later werd [medeverdachte 4] opgehaald door verdachte en zijn naar diens huis gegaan. Daar zaten [medeverdachte 5], [medeverdachte 6], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 1].16 [medeverdachte 1] had een dikke blauwe voet en knie.17

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft op 26 mei 2010 een verklaring afgelegd.18 In de nacht van donderdag 29 april 2010 en vrijdag 30 april 2010 was hij in het centrum van Ermelo. Hij zag dat twee mannen met de fiets van [medeverdachte 4] aan de hand wegliepen. Eén van de twee mannen betrof een lange dunne man van ongeveer 2 meter, misschien 2.10. De andere had een iets gezetter postuur, deze man had een bril op zijn hoofd.

Na de vernieling van de fiets lieten de mannen deze achter. [medeverdachte 5] liep vervolgens terug naar zijn auto. Hij wilde de auto pakken met de bedoeling achter de jongens aan te gaan. Hij ging in eerste instantie achter de jongens aan om hen in elkaar te slaan. Op het moment dat hij zijn auto pakte om achter de mannen aan te rijden, stappen [medeverdachte 7], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 10] in. De reden dat de drie jongens bij me instapten was om de andere twee mannen klappen te geven. Hier was echter geen woord over gezegd, maar de reden was duidelijk. Zij reden in richting van de Hamburgerweg. Voor het huis van [naam]. Daar zag hij de meisjes tegenover de mannen staan.19

Nadat de auto werd geparkeerd stapten alle vier de inzittenden uit. [medeverdachte 5] ging voor de man staan. Hij pakte met beide handen de achterkant van het hoofd van de man beet. Hij bracht het hoofd naar zijn borst, klemde zijn hoofd tussen zijn beide ellebogen en stapte uit naar achteren. Door deze beweging werkte [medeverdachte 5] de man gecontroleerd naar de grond, waarna hij met zijn knie tussen de schouderbladen van de man bleef zitten. De andere man kwam op [medeverdachte 5] aflopen.

Plots hoorde hij dat [medeverdachte 8] riep dat het licht bij het huis van [naam] aan ging. Ongeveer tegelijkertijd zag hij dat een Opel Astra kwam aanrijden, komende uit de richting van het centrum. In de auto zaten verdachte, [medeve[medeverdachte 6], [medeverdachte 1] en [inzittende]. Hij wist wel wat er zou gebeuren en [medeverdachte 5] en de jongens zijn weggelopen. Het zijn ook jongens die de hele avond roepen dat ze gaan vechten.

In de woning van [medeverdachte 9] trof [medeverdachte 5] dezelfde jongens als die in de Opel Astra reden ten tijde van het conflict. Vervolgens hoorde hij hoe de jongens die twee gasten flink te grazen hadden genomen.20

Medeverdachte [medeverdachte 6] heeft op 31 mei 2010 een verklaring afgelegd.21 Op vrijdag 30 april 2010 tussen 01.00 uur en 02.00 uur was hij met verdachte, [medeverdacht[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]chte 2] in de auto. Verdachte werd op zijn mobiele telefoon gebeld. De broer van verdachte, [medeverdachte 7], had gedonder had. Zij moesten snel naar de Dirk staalweg in Ermelo. Verdachte reed. Op het moment dat zij aankwamen op die plek zag [medeverdachte 6] twee mannen. Eén man stond nog op zijn benen en één man lag op de grond. [medeverdachte 4] [getuige 1] [getuige 1] waren ook bij de Dirk Staalweg. [medeverdachte 4] en [getuige 1] vertelden dat [medeverdachte 5] [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] daar ook zojuist geweest waren. Zij zouden al behoorlijk los gegaan zijn op deze jongens. Met verdachte en [medeverdachte 1] liep hij naar die jongens toe. Verdachte bleef aandringen van: "kom op we moeten erheen". Hij was de initiator.

Tussen de twee jongens en [medeverdachte 6] en de anderen ontstond een confrontatie. De jongen die op de grond lag, had wat bloedspetters op zijn gezicht. Die andere jongen had al wel wat krassen op zijn gezicht. Er werden wel wat klappen uitgedeeld. Hij zag dat verdachte begon te slaan.

Verdachte sloeg met zijn vuist. Hij heeft verdachte ook zien schoppen. Hij zag dat verdachte deze jongen in zijn gezicht schopte.22

[medeverdachte 6] heeft op 1 juni 2010 een aanvullende verklaring afgelegd.23 Hij had die lange man wel een paar hengsten gegeven. Hij was niet helemaal los gegaan op die man die al op de grond lag, niet op alle twee. De kleine dikke man die op de grond lag had hij niet geschopt.

Hij schopt niet. Die paar hengsten had hij wel gegeven. Die andere man had hij wel

geslagen, die man had hem nog vast bij zijn enkels of zijn knie. [medeverdachte 1] had die man in diens gezicht geschopt en toen liet hij [medeverdachte 6] los. Die paar hengsten had [medeverdachte 6] met zijn rechtervuist gegeven, het waren er twee of drie.24

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 31 mei 2010 een verklaring afgelegd.25 Op vrijdag 30 april 2010 omstreeks 02:00 á 3:00 uur zaten hij, verdachte, [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] in de Opel Astra van [medeverdachte 2]. Verdachte werd gebeld en hij hoorde hem zeggen: "ja, we komen er

aan". Toen [medeverdachte 9] had opgehangen hoorde hij hem zeggen dat ze ergens ruzie hadden en dat de fiets van [me[medeverdachte 4]r[medeverdachte 4] werd vernield. Verdachte wist meteen waar zij naar toe moesten rijden. Zij zijn toen naar de Dirk Staalweg in Ermelo gereden. Verdachte was de bestuurder van de auto. Toen zij daar aan kwamen rijden zag hij [me[medeverdachte 4]r[medeverdach[getuige 1] [getuige 1] en twee mannen staan. Dit was bij een grasveldje, plantsoen, ze stonden in de buurt van een boom. De auto werd geparkeerd en verdachte en [medeverdachte 6] stapten meteen uit de auto. Hij zag

dat [medeverdachte 6] en verdachte meteen naar [medeverdachte 4], [getuige 1] en de twee mannen renden. Hij zag dat [medeverdachte 6] en verdachte aan het schelden en duwen en trekken waren tegenover die twee mannen. De ene man was lang en de andere was klein en dik. De kleine dikke man had bloed op zijn achterhoofd en ook op zijn T-shirt. Opeens was er een gevecht tussen verdachte, [medeverdachte 6] en de twee mannen. Op een gegeven moment lag de kleine dikke man op de grond.26

Hij had gezien dat verdachte als eerste naar de twee mannen toe rende. Hij zag dat verdachte meteen één van de mannen een klap in het gezicht gaf met zijn vuist.27

In een aanvullende verklaring op 31 mei 2010 heeft [medeverdachte 1] voorts verklaard dat als de anderen zeggen dat hij wel had geschopt of geslagen, dat hij dat wel zal hebben gedaan. Hij begon zich toch te herinneren dat hij die jongen wel had geschopt.28 Toen verdachte sloeg hoorde hij ook echt een knal. Hij zag dat [medeverdachte 6] ook sloeg in zijn gezicht met zijn vuist. Toen viel deze man op de grond. Toen de man op de grond lag was [medeverdachte 1] er naar toe gelopen en had hij deze man ook geschopt. Ik dacht dat hij meer met zijn tenen de man had geschopt, want daarna had hij last van mijn voet. Hij had last van zijn grote teen. Hij had hem ter hoogte van zijn borst geschopt of zijn ribbenkast. Hij die kleine dikkere man één keer geschopt toen hij op de grond lag. Deze man lag wel stil. Hij had wel gezien dat [medeverdachte 6] en verdachte de kleine dikke man ook hadden geschopt toen hij op de grond lag. Zij waren flink aan het trappen. Hij zag dat zij op hem in aan het trappen waren toen hij op de grond lag. Hij zag dat verdachte en [medeverdachte 6] ter hoogte van het hoofd en borst van de man stonden. Het hoofd van de man werd een aantal keren geraakt.29 [medeverdachte 6] en verdachte hebben beiden zeker vijf keer getrapt. Hij hoorde verdachte ook zeggen: "ik sloeg hem in 1 keer naar de grond met een goede hoek".30

Verdachte heeft ter terechtzitting van 27 april 2011 verklaard dat hij in de nacht van 29 april 2010 en 30 april 2010 een paar klappen had gegeven. Hij had niet geschopt. Hij zat eerder in de auto met [medeverdachte 6], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Hij wist dat er problemen waren, want zijn broertje belde hem dat er wat problemen waren aan de Dirk Staalweg. Hij was op dat moment op weg naar huis, maar hij is daar heen gegaan. De auto waarin zij reden was van [medeverdachte 2]. Hij zag de jongens en meiden op het veld aan de Dirk Staalweg. Hij had wel geslagen. De jongen ging toen neer. Hij zou de kleine dikke man hebben geraakt. Ik had hem geslagen. Hij had één klap gegeven, waardoor er iemand neer ging. Dat was de man met een bril op.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 primair ten laste gelegde poging zware mishandeling tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Verdachte heeft verklaard dat hij aangever [slachtoffer 1] één keer heeft geslagen. Medeverdachten [medeverdachte 6], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat zij hebben gezien dat verdachte aangever [slachtoffer 1] een forse klap heeft gegeven en dat hij aangever meerdere malen heeft geschopt. Zij hebben voorts verklaard dat de groep waartoe verdachte behoorde geweld heeft gebruikt tegen aangever [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of het lichaam van aangevers. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen. Door het slachtoffer met een zo forse klap tegen het hoofd te slaan waardoor hij direct neerging heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er bij aangever zwaar lichamelijk letsel zou kunnen optreden. Ook het trappen tegen een lichaam kan tot zwaar lichamelijk letsel leiden.

Ten aanzien van parketnummer 06/940201-10, feit 231

De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 2 (primair) ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld te worden vrijgesproken nu het medeplegen van het geweld hem niet valt aan te rekenen. Het onder 2 (subsidiair) ten laste gelegde openlijk geweld plegen tegen personen kan wel worden bewezen verklaard.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde feit uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 1 mei 2011 heeft aangever [slachtoffer 3] aangifte gedaan.32 Hij was op 1 mei 2010 met vrienden wezen stappen in Ermelo. Hij had die avond ongeveer 5 glazen bier gedronken en was, naar eigen zeggen, dronken. Omstreeks 03.00 uur liep [slachtoffer 3] naar huis33 en kwam hij in de buurt van het Stationsstraat bij het NS-station vijf jongens tegen. Twee van hen slaan hem uit het niets neer. Hij sloeg nog wel terug, maar kwam op de grond te vallen, waarna al die jongens op hem in begonnen te schoppen. Terwijl [slachtoffer 3] op de grond lag, stonden de jongens aan alle kanten om hem heen. Eén van de jongens boog zich over hem heen, maakte de ritsen van zijn broekzak open en begon in zijn zakken te zoeken. Hij vond twee mobiele telefoons en 200 euro aan biljetten en dat werd afgepakt. Ook werden zijn jas (blauwe jeans) en schoenen (witte sportschoenen, merk Nike) uitgetrokken. [slachtoffer 3] stond vervolgens op en rende weg. De jongens kwamen achter hem aan. Wanneer [slachtoffer 3] bij een gebouw aankomt, rent hij naar binnen. De jongens zagen dat niet en renden door. [slachtoffer 3] viel vervolgens in dit gebouw in slaap.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij door de jongens met hun vuisten in het gezicht was geslagen en dat hij, toen hij op de grond lag, over zijn hele lichaam is geschopt. Hij had hierdoor diverse verwondingen opgelopen die erg pijnlijk waren, maar zei dat hij niet naar een dokter zou gaan.34

Verdachte heeft op 8 juni 2010 een verklaring afgelegd.35 Hij zag dat iemand bij de Rabobank tegen een auto schopte en riep: "kom, we gaan hem pakken", [medeverdachte 1] dacht dat hij het over de Hongaar had en hield verdachte tegen. Verdachte bedoelde alleen de man die tegen de auto schopte. Verdachte zag dat [medeverdachte 8] de Hongaar in zijn buik schopte, hij wist niet waarom.36 Verdachte, [getuige 2], [medeverdachte 8], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] liepen met de Hongaar de Stationsstraat in en kwamen daar [medeverdachte 3] en [medeverdachte 11] tegen. [medeverdachte 11] schopte de Hongaar een paar keer in zijn gezicht. De Hongaar deed niets terug, die was gewoon erg dronken. Vervolgens rende de Hongaar wel weg. [medeverdachte 3] rende achter hem aan en trapte hem nog in de rug.37

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft op 7 juni 2010 een verklaring afgelegd. Verdachte sloeg gewoon erop los. Die gaf de man echt een beuk op zijn hoofd. Iemand schopte de man op zijn been, maar [medeverdachte 3] wist niet wie dat deed. Verdachte gaf de man een klap en schopte hem tegen zijn been. [medeverdachte 8] sloeg, duwde, trok en spuugde op de man. [medeverdachte 8] sloeg één keer, op de rug van de man.38

In een aanvullend verhoor op 8 juni 2010 heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij [medeverdachte 8], verdachte en de Pool bij de vrachtwagen zag staan. De rest van de groep stond even verderop. Hij zag dat [medeverdachte 8] op de Pool spuugde en hem met zijn vuist in het gezicht sloeg.[medeverdachte 8] trapte de Pool ook tegen zijn been en dan liep [medeverdachte 3] naar de Pool toe en schopte hem tegen zijn been. Verdachte kwam er dan bij staan en ook hij sloeg de Pool met de vuist in zijn gezicht.39 Toen de Pool vervolgens op de grond viel, gaf [medeverdachte 11] hem een trap. Na de trap trok [medeverdachte 11] de Pool omhoog. De Pool liep weg en liep de groep achter hem.40

Ze kwamen tegenover het oude postkantoor [voorbijganger] tegen. Hij vroeg waarom de Pool bloedde en wie dat had gedaan, maar de Pool wist dat ook niet. De groep zei vervolgens tegen [voorbijganger] dat ze de Pool wel naar huis zouden brengen. [medeverdachte 3] hoort verdachte zeggen: "Dan pakken we hem daar achter bij de Plus".41 Iedereen, dat wil zeggen [getuige 2], [medeverdachte 8] , [medeverdachte 3], [medeverdachte 11], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte liepen met de Pool richting De Plus. Toen ze op de parkeerplaats bij de Chevalierlaan aankwamen, zag [medeverdachte 3] dat verdachte de Pool een duw gaf, waardoor hij viel. Toen de Pool opstond, werd hij nog een keer pootje gehaakt. Uiteindelijk rende de Pool weg. [medeverdachte 3] rende er achteraan en ga hem met zijn vuist nog een klap in zijn gezicht.42

Medeverdachte [medeverdachte 11] heeft op 14 juni 2010 een verklaring afgelegd.43

De bijnaam van [medeverdachte 11] is [medeverdachte 11].44 Toen ze bij het parkeerterrein van de Chevalierlaan kwamen kreeg de man weer een paar trappen van [medeverdachte 3] en verdachte. [voorbijganger 2] wilde de man helpen, ging voor de man staan en zei dat ze moeten kappen. Hij zei tegen de man "run, run" en de man rende weg. [medeverdachte 11] en schreeuwde: moet ik jou anders in elkaar slaan, je weet dat ik het doe". [voorbijganger 2] hield daarom zijn mond, liep vervolgens nog een klein stukje mee in de richting van De Plus en fietste naar huis.45

[medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij niet meer wist wat hij had gedaan omdat hij zo dronken was. [medeverdachte 11] zei dat de Pool al op de grond bij de vrachtwagen lag op het moment dat hij daar aan kwam. Hij zag dat de man werd geschopt door [medeverdachte[medeverdachte 8], verdachte of [medeverdachte 3]. [medeverdachte 11] dacht: "ik doe lekker mee", schopte en raakte de trailer.46 Er kwam een voorbijganger langs die zei dat het wel genoeg was en het geweld stopte even. Daarna gingen ze verder achter de jongen aan en kamen ze [voorbijganger] tegen. [medeverdachte 11] zei tegen hem dat "we" de Hongaar in elkaar hadden geslagen. Ze zeiden dat ze de Pool naar huis brachten, maar onderweg kreeg [medeverdachte 11] in de gaten dat ze de jongen gingen pakken. Hij zei stoer dat hij mee ging doen. Toen begonnen [medeverdachte 3] en verdachte op de man in te trappen. [medeverdachte 11] vond dat ze moesten stoppen en ging voor de man staan. Toen de man viel, ging hij over hem heen liggen om hem te beschermen. Toen rende de man weg.47

Getuige [getuige 2] heeft op 7 juni 2010 een verklaring afgelegd. [getuige 2] hoort een harde knal en dacht dat de Hongaar achter de vrachtwagen in elkaar was geslagen. Ze had er echter niet op gelet omdat ze met [medeverdachte[medeverdachte 8] stond te praten. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 11] kwamen daarna bij hen en zeggen dat ze goede klappen hadden uitgedeeld. [medeverdachte 11] zei dat hij pijn had aan zijn hand. Vervolgens liepen ze verder de Stationsstraat in, de Hongaar is dan al weg.48 Daar kwamen ze vervolgens [voorbijganger] en de Hongaar tegen en verdachte, [medeverdachte 11] of [medeverdachte 3] zei tegen [voorbijganger] dat ze de Hongaar wel even naar huis zouden brengen. Zij liepen met de Hongaar verder en [medeverdachte 8] en zij wachten nog even bij De Plus voordat ook zij naar huis gingen. Later hoorde zij van [medeverdachte 11] dat verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 11] de Hongaar op de parkeerplaats bij de Chevalierlaan nog te pakken hadden gehad.49

Op 8 juni 2010 heeft [getuige 2] de volgende verklaring afgelegd. Op de parkeerplaats is het dan toch iets anders gegaan. Terwijl zij en [medeverdachte 8] bij De Plus staan, hoorden zij de Hongaar roepen: "Hou op, ga weg, niet doen, maar dan in het Engels. Ze liepen in zijn richting en zagen daar [medeverdachte 11], [medeverdachte 3], verdachte en de Hongaar, die op de grond ligt. Ze hielp de Hongaar overeind en zei dat hij weg moest rennen. Toen hij dit deed, renden [medeverdachte 3], [medeverdachte 11] en verdachte achter hem aan. Ze dacht dat [medeverdachte 3] hem een klap gaf, maar wist dat niet zeker omdat ze dan net eraan kwam rennen. Vervolgens kregen [medeverdachte 11] en verdachte ruzie omdat [medeverdachte 11] de Hongaar wilde helpen en verdachte, volgens [getuige 2], de Hongaar nog verder in elkaar wilde slaan. 50

De rechtbank acht op grond van bovenstaande verklaringen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met anderen gezamenlijk, en daarmee in vereniging, geweld jegens [slachtoffer 3] heeft gepleegd, terwijl dit geweld als openlijk geweld kan worden gekwalificeerd. Het geweld heeft immers plaatsgevonden aan de openbare weg, namelijk aan de Stationsstraat en de Chevallierlaan.

Verdachte heeft ontkend dat hij hierbij [slachtoffer 3] heeft geslagen en geschopt. De rechtbank komt echter tot een andere conclusie, gelet op de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 11] die anders verklaren, terwijl zij ook zichzelf belasten. De rechtbank acht deze verklaringen daarom betrouwbaar. Temeer ook omdat ook uit de verklaring van [getuige 2] blijkt dat verdachte aanwezig was en betrokken is geweest bij het uitoefenen van geweld tegen [slachtoffer 3]. Hierbij overweegt dat de onafhankelijke getuige [getuige 2] evenals medeverdachte [medeverdachte 11] verklaard dat verdachte ruzie kreeg met [medeverdachte 11], omdat deze de Hongaar wilde helpen, terwijl verdachte hem nog verder in elkaar wilde slaan.

Ten aanzien van het onder parketnummer 06/850564-10, feit 251

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder parketnummer 06/850564-10 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte52;

- de verklaring van getuige [getuige 2]53;

- de verklaring van getuige [medeverdachte 1]54;

- de bekennende verklaring van verdachte55, welke hij ter terechtzitting van 27 april 2011 heeft bevestigd.

De rechtbank zal verdachte van de diefstal van de spoiler vrijspreken, nu dit niet uit het dossier blijkt en verdachte heeft ontkend de spoiler te hebben gestolen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/940201-10

1. primair

hij op 30 april 2010 te Ermelo tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan personen genaamd [slachtoffer[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet als volgt heeft gehandeld, verdachte en/of zijn mededaders hebben

- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt (waardoor/waarop die [slachtoffer 1] ten [slachtoffer 2] val kwam<en>) en

- (terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op de grond lag<en>) meermalen, het lichaam van die [slachtoffer 1] gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. (subsidiair)

hij op 01 mei 2010 te Ermelo met anderen, op of aan de openbare weg, de Stationsstraat en de Chevallierlaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtof[slachtoffer 3], welk geweld bestond uit

- het tegen het gezicht/hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 3] slaan en stompen en duwen en schoppen/trappen en

- het (terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag) op/tegen het gezicht/hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 3] schoppen en trappen en stompen.

Parketnummer 06/850564-10

2.

hij in de periode van 21 mei 2010 tot en met 22 mei 2010 te Ermelo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bumper van een personenauto (grijze Nissan Almera), toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte die weg te nemen bumper onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Parketnummer 06/940201-10:

Feit 1 primair : Medeplegen van poging tot zware mishandeling;

Feit 2 subsidiair: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

Parketnummer 06/850564-10

Feit 2: Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

Met betrekking tot parketnummer 06/940201-10 is omtrent de persoon van verdachte een psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn opgenomen in een Pro Justitia rapport van G.T. Gerssen, psychiater, van 2 september 2010. In dit rapport wordt - onder meer - het volgende geconstateerd:

Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Hij heeft ernstige gedragsproblematiek beginnen omstreeks zijn vijfde levensjaar. Mogelijks is deze geluxeerd door een combinatie van veelvuldige ziekenhuisopnames, plagerijen en meningitis.

Betrokkene laat zich gemakkelijk door anderen overhalen tot gezamenlijke activiteiten. Bij spanning is hij makkelijk beïnvloedbaar en vanuit zijn kwetsbaarheid onvoldoende in staat zijn agressieve impulsen te beheersen. Betrokkene gaat dan gemakkelijk over tot grensoverschrijdend gedrag. Van jongs af aan gedraagt betrokkene zich agressief, er kan gesproken worden van een gestoorde agressieregulatie, met als gevolg dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is.

Betrokkens gedragsstoornis houdt in een beperkte frustatietolerantie en een beperkte agressieregulatie. Hij is niet in staat om op prikkels in zijn omgeving adequaat te reageren, door onvoldoende remming en het niet kunnen onderdrukken van impulsen, waardoor hij zich agressief gedraagt. Dit kan een recidive tot gevolg hebben.

Met de conclusie van de psychiater dat verdachte ten aanzien van het parketnummer 06/940201-10 ten laste gelegde verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vier ten laste gelegde feiten gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 346 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Bij de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de officier van justitie de volgende bijzondere voorwaarden gevorderd, te weten een klinische opname in de Roosenburg voor de duur van maximaal 6 maanden, een reclasseringstoezicht, dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt het volgen van een ambulante behandeling. Bij de strafeis heeft de officier van justitie in het nadeel van verdachte rekening gehouden met de ernst van de feiten en de justitiële documentatie van verdachte. In het voordeel van verdachte heeft de officier van justitie rekening gehouden met het rapport van de psychiater, waaruit blijkt dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en behandeling noodzakelijk is.

Door en namens verdachte is aangegeven dat hij zich kan vinden in de door de officier van justitie geëiste straf.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich binnen 24 uur schuldig heeft gemaakt aan verschillende strafbare feiten, waaronder medeplegen van poging tot zware mishandeling. Verdachte is met een aantal vrienden op verzoek van zijn broer naar de plaats delict gereden en heeft de aangevers geslagen. Terwijl één van de aangevers weerloos op de grond lag, heeft verdachte meerdere malen op hem ingeschopt. Aangever had onder meer pijn vanaf zijn schouders naar boven, hoofdpijn, twee sneeën op zijn achterhoofd en een hersenschudding. De omstandigheid dat aangever daaraan niet meer letsel heeft overgehouden, is een gelukkige omstandigheid die geenszins aan verdachte is te danken. Het gevoel van veiligheid van aangevers is door verdachtes toedoen in ernstige mate aangetast. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke mishandelingen veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. Dat de gedragingen voor aangevers nadelige psychische gevolgen heeft gehad en nog altijd heeft, is gebleken uit de schriftelijke verklaringen van de aangevers.

Daarnaast heeft verdachte zich één avond later schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen een kwetsbaar persoon na het uitgaan. Aangever had door dit voorval diverse verwondingen opgelopen. Ook hier heeft verdachte zich agressief en gewelddadig opgesteld.

Het gaat om ernstige geweldsdelicten die een voor de rechtsorde schokkend karakter hebben en dat leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Dit klemt te meer nu het gebeurde heeft plaatsgevonden op de openbare weg, en daarvan meerdere personen getuige zijn geweest.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal.

Op dergelijke feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf.

De rechtbank houdt ten voordele van verdachte rekening met de hiervoor vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid.

De rechtbank heeft verder bij de strafoplegging rekening gehouden met het hiervoor vermelde psychiatrisch rapport. Door de psychiater is naar voren gebracht dat de gedragsstoornis van betrokkene inhoudt een beperkte frustatietolerantie en een beperkte agressieregulatie. Hij is niet in staat om op prikkels in zijn omgeving adequaat te reageren, door onvoldoende remming en het niet kunnen onderdrukken van impulsen, waardoor hij zich agressief gedraagt. Dit kan een recidive tot gevolg hebben.

De psychiater is van mening dat een klinische behandeling is aangewezen om de kans op recidive te verkleinen. Een ambulante behandeling heeft een te geringe kans van slagen gezien de vroegere ervaringen. De behandeling kan het beste plaatsvinden op een forensische psychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis (FPA). Als justitieel kader adviseert de psychiater een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde dat betrokkene zich onder behandeling laat stellen in een forensische klinische afdeling en de aanwijzingen van de behandelstaf opvolgt. Dit dient gecombineerd te worden met een reclasseringscontact, zodat direct kan worden ingegrepen als aan de voorwaarden niet wordt voldaan.

Door de reclassering is op 20 april 2011 en 12 september 2011 reclasseringsadviezen opgesteld. In het rapport van 20 april 2011 is vermeld dat betrokkene drie maanden voor dit advies is geobserveerd en gediagnosticeerd in de FPK te Assen. De conclusie van de FPK is dat kans op recidive kan worden verminderd indien betrokkene een adequate behandeling ondergaat. De reclasseringsmedewerker ondersteunt deze mening. Betrokkene zit nog tot medio november 2011 een gevangenisstraf uit. Een intramurale behandeling zal enige maanden moeten duren in verband met onder meer de gewenningsperiode, dynamiek van de persoonlijkheid. Na deze klinische periode kan de behandeling ambulant worden voortgezet. Het zou wenselijk zijn dat deze ambulante behandeling wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

In het advies van 12 september 2011 is vermeld dat betrokken op 15 augustus 2011 positief was geïndiceerd voor een proefplaatsing binnen een afdeling van de FPA Roosenburg. De proefplaatsing duurt de termijn van de artikelplaatsing en mocht gedurende deze proefplaatsing blijken dat betrokkene geïndiceerd is voor een behandeling, de behandeling en opname dan kan plaatsvinden in het kader van bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert een intramurale behandeling zoals is vermeld in het advies van 20 april 2011. Daarnaast is geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een de verplichting om zich te laten behandelen bij FPA Roosenburg.

De heer Meurs van de reclassering heeft ter terechtzitting van 14 september 2011 aangegeven dat verdachte tot 7 november 2011 in het kader van een artikelplaatsing in FPA Roosenburg verblijft. Als verdachte nadien een ambulante behandeling dient te ondergaan dan zou dit kunnen bij GGnet in Warnsveld, omdat dit niet mogelijk is in FPA Roosenburg. De duur van de klinische behandeling zal volgens Meurs nog ongeveer zes maanden bedragen.

De rechtbank merkt hierbij nog op dat verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven, dat hij is gemotiveerd voor een (ambulante) behandeling.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het voor het voorkomen van herhaling noodzakelijk is dat verdachte de reeds in het kader van het uitzitten van een gevangenisstraf in een andere zaak ingezette klinische behandeling voort te zetten en af te ronden en aansluitend (ambulant) verder behandeld te worden en (daarbij) door de reclassering verder zal worden begeleid.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 346 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk opleggen met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Weliswaar rechtvaardigen de ernst van de feiten een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank kiest ervoor om (met de officier van justitie) in te zetten op de (verdere) behandeling van verdachte, teneinde recidive te voorkomen. Om het belang van die behandeling te benadrukken wordt daar een voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur tegenovergesteld.

Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf wordt als bijzondere voorwaarde gekoppeld een meldingsgebod en dat verdachte zich dient te gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, zijn klinische behandeling vervolgt (met nog maximaal 6 maanden na wijzen van dit vonnis) en tevens aansluitend meewerkt aan ambulante behandeling.

De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte weliswaar is vrijgesproken van één feit, maar dat zij niettemin de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf oplegt, omdat deze straf, gelet op het door verdachte toegepaste geweld, passend en geboden is. De rechtbank komt eveneens daartoe omdat verdachte nog een (ambulante) behandeling moet ondergaan en hij bereid en gemotiveerd is om aan een dergelijke behandeling mee te werken. De rechtbank is van oordeel dat in het belang van verdachte en van de maatschappij een goede behandeling geboden is, zodat zij daarmee rekening heeft gehouden bij de op te leggen straf. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf is gekoppeld een door de rechtbank op te leggen proeftijd van twee jaren.

Vordering tot schadevergoeding

Ten aanzien van parketnummer 06/940201-10, feit 1

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 250,00 (vergoeding bril) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 999.90 (€ 850,00 immateriële schade en € 149,90 vergoeding kleding) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] tot het verzochte bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie acht verdachte hoofdelijk aansprakelijk.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting van 14 september 2011 op het standpunt gesteld dat voor wat betreft de materiële schadevergoeding een bedrag dient te worden vastgesteld. Voorts heeft hij aangegeven dat bij de vordering van [slachtoffer 2] mogelijk rekening dient te worden gehouden met een daarop betrekking hebbende verzekering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] als gevolg van het onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden. De door [slachtoffer 2] verzochte vergoeding voor de bril wordt toegewezen, nu vaststaat dat deze tijdens het op hem toegepaste geweld is gesneuveld. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding van [slachtoffer 1] overweegt de rechtbank dat de benadeelde partij is geslagen geschopt door verdachte. Verdachtes handelen heeft een grote impact op de benadeelde partij gehad. Het staat derhalve vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] immateriële schade heeft geleden. De rechtbank zal de geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 850,00. De door de benadeelde partij [slachtoffer 1] verzochte schadevergoeding voor de kleding wordt begroot op € 112,50.

De vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] worden derhalve toegewezen voor een bedrag van respectievelijk € 250,00 en € 962,50, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2010. De verdachte is voor die schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en kan derhalve dit deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal deze vorderingen hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat indien en voor zover de mededaders hebben betaald, verdachte zal zijn bevrijd.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Vorderingen tenuitvoerlegging ten aanzien van parketnummers 06/460180-08 en

06/820216-09

Door de officier van justitie is gevorderd de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de door de meervoudige (jeugd)strafkamer te Zutphen op 9 december 2008 en 13 oktober 2009 voorwaardelijk opgelegde straffen toe te wijzen, te weten respectievelijk een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen en een jeugddetentie voor de duur van 2 maanden.

Door en namens verdachte is het standpunt van de officier van justitie niet betwist.

Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dient de bij vonnissen van de meervoudige (jeugd)strafkamer te Zutphen van 9 december 2008 en 13 oktober 2009 (parketnummers 06/460180-08 en 06/820216-09) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen en een jeugddetentie voor de duur van 2 maanden ten uitvoer gelegd te worden.

Vorderingen tenuitvoerlegging ten aanzien van parketnummer 06/580048-08

De officier van justitie is van oordeel, dat de vordering tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen, omdat deze vordering bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 1 juli 2011 reeds is afgewezen en de bij vonnis vastgestelde proeftijd met één jaar is verlengd.

De raadsman heeft het standpunt van de officier van justitie onderschreven.

De vordering tot tenuitvoerlegging van na te melden straf dient inderdaad te worden afgewezen, nu die vordering reeds bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 1 juli 2011 is afgewezen waarbij de bij vonnis vastgestelde proeftijd met één jaar is verlengd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 36f, 47, 57, 141, 302, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 06/940201-10 onder 2 (primair) en onder parketnummer 06/850564-10 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/940201-10 onder 1 primair en 2 (subsidiair) en het onder parketnummer 06/850564-10 onder 2 ten laste gelegde, heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 06/940201-10:

Feit 1 primair : Medeplegen van poging tot zware mishandeling;

Feit 2 (subsidiair): Openlijk in vereniging geweld plegen ten personen;

Parketnummer 06/850564-10

Feit 2: Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 346 (driehonderdzesenveertig) dagen;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- de veroordeelde zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden zal blijven

melden bij de reclassering zo frequent als en zolang de reclassering dit noodzakelijk

acht;

- dat veroordeelde zich zal laten opnemen en verblijven in FPA Roosenburg, teneinde zich klinisch (verder) te laten behandelen, voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, maar maximaal voor de duur van zes maanden na wijzen van dit vonnis. De veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van FPA Roosenburg zullen worden gegeven;

- dat veroordeelde zich na afloop van zijn klinische behandeling ambulant zal laten behandelen door De Boog te Warnsveld of een soortgelijke instelling, voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat veroordeelde zich ook overigens gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering;

- veroordeelde op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de tenuitvoerlegging van de straffen, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnissen van de meervoudige strafkamer te Zutphen van 9 december 2008 en 13 oktober 2009, gewezen onder de parketnummers 06/460180-08 en 06/850216-09, te weten:

- een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen en

- een jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) maanden;

* wijst af de vordering van de officier van justitie van 29 juni 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 13 oktober 2009 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], [postcode] te [plaats], rekeningnummer [nummer] van een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres], [postcode] te [plaats], rekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 962,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 962,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 19 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag met betrekking tot respectievelijk [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis;

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Van Valderen en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 september 2011.

Voetnoot:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0611-2010094727-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord- West Veluwe, Team Ermelo-Putten, gesloten en ondertekend door [naam], hoofdagent, Team Ermelo-Putten op 1 juli 2010.

2 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0611-2010094727-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord- West Veluwe, Team Ermelo-Putten, gesloten en ondertekend door [naam], hoofdagent, Team Ermelo-Putten op 1 juli 2010.

3 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0611 2010093982-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, Team Ermelo-Putten, gesloten en ondertekend door [naam], brigadier, regionale recherche, op 29 juni 2010.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 100-104.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 100.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 101.

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 102.

8 Geneeskundige verklaring van het GZHC-Ermelo te Ermelo van 4 mei 2010, p. 105.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slacht[slachtoffer 2], p. 111 -114.

10 Proces-verbaal van aangifte door [slacht[slachtoffer 2]. P. 111.

11 Proces-verbaal van aangifte door [slacht[slachtoffer 2], p. 112.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slacht[slachtoffer 2], p. 113.

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 4], p. 138-141.

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 4], p. 138.

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 4], p. 139.

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 4], p. 140.

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 4], p. 141.

18 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 5], p. 155-158.

19 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 5], p. 156.

20 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 5], p. 157.

21 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 6], p. 171-173.

22 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 6], p. 172.

23 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 6], p. 174-177.

24 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 6], p. 176.

25 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 191-194.

26 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 192.

27 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 196.

28 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 197.

29 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 198

30 Proces-verbaal van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 199.

31 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0660 2010094025-49,

opgemaakt door verbalisant [naam] van de Regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, divisie Recherche, regionale recherche, van 1 juli 2010.

32 Proces-verbaal van aangifte door [slachtof[slachtoffer 3], p. 75-78.

33 Proces-verbaal van aangifte door [slachtof[slachtoffer 3], p. 75.

34 Proces-verbaal van aangifte door [slachtof[slachtoffer 3], p. 76.

35 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 129-131.

36 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 129.

37 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 130.

38 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 138.

39 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 142

40 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 143.

41 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 145.

42 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 146.

43 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 11], p. 177-190.

44 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 11], p. 180.

45 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 11], p. 178.

46 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 11], p. 184.

47 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 11], p. 185.

48 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 152.

49 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getu[getuige 2], p. 153.

50 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getu[getuige 2], p. 156.

51 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0611 2010089124-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord- West Veluwe, Team Ermelo-Putten, gesloten en ondertekend door [naam], hoofdagent, Team Ermelo-Putten op 23 juni 2010.

52 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4], p. 15-17.

53 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 22.

54 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 1], p. 27.

55 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 35-36.