Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT2048

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-09-2011
Datum publicatie
20-09-2011
Zaaknummer
06/940163-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten, die veel angst bij de slachtoffers heeft veroorzaakt.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden opleggen met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940163-11

Uitspraak d.d.: 20 september 2011

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Sovjetunie) op [1977],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in HvB Ooyerhoekseweg, Zutphen.

Raadsman: mr. Th. Boumans, advocaat te Heerlen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 juni 2011 en 6 september 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer A] van het leven te beroven, met dat opzet met een auto naar de woning waar die [slachtoffer A] op dat moment verbleef (perceel [adres 1]) is gereden en/of op korte afstand (circa 3-4 meter) van die [slachtoffer A] met een revolver, althans met een vuurwapen (meermalen) gericht op die [slachtoffer A] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een auto naar de woning waar die [slachtoffer A] op dat moment verbleef (perceel [adres 1]) is gereden en/of op korte afstand (circa 3-4 meter) van die [slachtoffer A] met een revolver, althans met een vuurwapen (meermalen) gericht op die [slachtoffer A] heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is/heeft verdachte opzettelijk dreigend met een auto naar de woning waar die [slachtoffer A] op dat moment verbleef (perceel [adres 1]) is gereden en/of op korte afstand (circa 3-4 meter) van die [slachtoffer A] met een revolver, althans met een vuurwapen (meermalen) gericht op die [slachtoffer A] geschoten;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer B] van het leven te beroven, met dat opzet op korte afstand (circa 4 meter) van die [slachtoffer B] met een revolver, althans met

een vuurwapen (meermalen) gericht op die [slachtoffer B] heeft geschoten en/of op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer B] die/een revolver althans dat/een vuurwapen heeft gericht op het gezicht of het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer B] en/of die revolver/dat vuurwapen heeft doorgeladen en/of de trekker van die revolver/dat vuurwapen heeft overgehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op korte afstand (circa 4 meter) van die [slachtoffer B] met een revolver, althans met een vuurwapen (meermalen) gericht op die [slachtoffer B] heeft geschoten en/of op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer B] die/een revolver althans dat/een

vuurwapen heeft gericht op het gezicht of het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer B] en/of die revolver/dat vuurwapen heeft doorgeladen en/of de trekker van die revolver/dat vuurwapen heeft overgehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem [slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op korte afstand (circa 4 meter) van die [slachtoffer B] met een revolver, althans met een vuurwapen (meermalen) gericht op die [slachtoffer B] geschoten en/of

op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer B] die/een revolver althans dat/een vuurwapen gericht op het gezicht of het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer B] en/of die revolver/dat vuurwapen doorgeladen en/of de trekker van die revolver/dat vuurwapen overgehaald;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem aan [slachtoffer B] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken neus), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (meermalen) met kracht met een revolver/wapen, althans met een hard voorwerp, in diens gezicht te slaan en/of te stompen en/of deze met kracht een zogenaamd knietje in diens gezicht te geven;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer B] (meermalen) met kracht met een revolver/wapen, althans met een hard voorwerp, in diens gezicht heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem opzettelijk mishandelend [slachtoffer B] (meermalen) met kracht met een revolver/wapen, althans met een hard voorwerp, in diens gezicht heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en) van een woning (perceel [adres 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem en/of elders in Nederland, een wapen van categorie II, en/of munitie van categorie II voorhanden heeft

gehad en/of een wapen van categorie III, en/of munitie van categorie III voorhanden heeft

gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

[getuige A]tstaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 27 maart 2011 omstreeks 22.55 uur kregen verbalisanten van het politieteam Doetinchem het verzoek om naar de [adres 1] te Doetinchem te gaan in verband met een conflict waarbij door de melder schoten zijn gehoord.

Feiten 1 en 2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 meer subsidiair ten laste gelegde. Het bewijs kan gebaseerd worden op de aangifte van [slachtoffer C], de aangifte van [slachtoffer A], de aangifte van [slachtoffer B], de verklaring van [getuige A], het proces verbaal van bevindingen waarin staat dat er doosjes met scherpe munitie en knalpatronen zijn gevonden in de woning van verdachte en de verklaring van [getuige B].

Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de onder de feiten 1 en 2 primair respectievelijk subsidiair ten laste gelegde pogingen doodslag en pogingen toebrengen zwaar lichamelijk letsel. De officier acht niet bewezen dat verdachte heeft geschoten met scherpe munitie. Op de plaats delict zijn enkel zogenaamde knalpatronen gevonden en het wapen is tot op heden onvindbaar. Met dergelijke patronen kan niemand worden gedood of zwaar lichamelijk letsel worden toegebracht, dit zou dan een ondeugdelijke poging zijn geweest.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 primair als subsidiair ten laste gelegde feiten. Hij heeft betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot bewezenverklaring te kunnen komen. Een poging doodslag en/of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een gasalarm patronen is onmogelijk.

Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde merkt de raadsman op dat verdachte betwist in het bezit te zijn geweest van een vuurwapen.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1 en 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder feit 1 en 2 meer subsidiair ten laste gelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [slachtoffer C]2;

- de verklaring van [slachtoffer C] bij de rechter-commissaris;

- de aangifte van [slachtoffer A]3;

- de verklaring van [slachtoffer A] bij de rechter-commissaris ;

- de aangifte van [slachtoffer B]4;

- de verklaring van getuige [getuige A]5;

- de verklaring van getuige [getuige B]6;

- de verklaring van getuige [getuige B] bij de rechter-commissaris;

- proces-verbaal van bevindingen betreffende munitie7;

- proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 betreffende Aangetroffen Munitie8;

- proces-verbaal van bevindingen betreffende patroonhulzen9;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Aangeefster [slachtoffer C] heeft verklaard10 dat haar broer licht zag bij de voordeur en de voordeur heeft opengedaan. Zij heeft gezien hoe verdachte vanuit de bijrijderstoel uit een witte bestelauto is komen. Zij heeft achter haar broer in de deuropening gestaan. Zij heeft verklaard dat ze heeft gezien dat verdachte een pistool in zijn hand had. Zij is door haar broer teruggeduwd. Haar broer heeft de politie gebeld. Zij heeft verklaard dat ze twee schoten heeft gehoord. Zij is met haar broer en [slachtoffer B] de woning door naar achteren gerend. Zij zijn achteruit de woning gegaan en wilden via de zijkant weg. Zij hebben verdachte getroffen . Zij heeft verklaard dat zij heeft gehoord dat [slachtoffer B] iets tegen verdachte heeft gezegd en dat ze vervolgens weer een schot heeft gehoord. Ze zijn met z'n drieën weer de woning in gerend en hebben zich verstopt in de badkamer. Terwijl zij daar zaten hebben zij een heleboel kapot horen gaan in de woning. Er zijn ruiten kapot geslagen of geschoten. Zij heeft verklaard dat ze wel meer dan vijf schoten heeft gehoord. Ze heeft verdachte horen schreeuwen: "Kom maar, kom maar, ik maak je kapot". Zij weer niet hoe het pistool er uit heeft gezien.

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer C] nogmaals verklaard dat ze een pistool heeft gezien in de rechterhand van verdachte. Zij heeft verklaard dat zij in totaal ongeveer zes schoten heeft gehoord. Zij heeft verklaard dat toen verdachte uit de auto is gestapt hij meteen met zijn hand heeft gericht en begon te schieten. Hij heeft een richtend gebaar gemaakt, geen gooi-gebaar.

Aangever [slachtoffer A] heeft verklaard11 dat verdachte op 27 maart 2011 voor het huis van zijn zusje aan de [adres 1] in Doetinchem uit een witte combo is gestapt. Hij heeft twee personen in deze auto zien zitten en hij heeft gezien dat verdachte als passagier in de auto heeft gezeten. Nadat verdachte is uitgestapt, is de combo gelijk weggereden. Aangever heeft verklaard dat verdachte een revolver op hem heeft gericht, hij heeft op een afstand van 3-4 meter gestaan. Hij heeft gehoord dat verdachte twee keer achter elkaar op hem heeft geschoten. Hij is naar binnen gerend en heeft de voordeur dichtgedaan. Hij heeft tegen zijn zusje gezegd dat ze naar de badkamer moest gaan en 112 moest bellen. Hij heeft het vermoeden gehad dat [slachtoffer B] naar buiten is gerend, daarop wilde hij ook weer naar buiten omdat hij [slachtoffer B] niet alleen buiten wilde laten staan. Hij heeft vanaf buiten nog een knal of een schot gehoord en hij heeft een hoop geschreeuw van buiten horen komen. Tevens heeft hij gehoord dat verdachte heeft geschreeuwd dat hij de deur open moest doen. Hij heeft gehoord dat er tegen de voordeur werd aangeschopt en hij heeft ook glasgerinkel gehoord. Hij heeft willen voorkomen dat verdachte de woning binnen zou komen en hij heeft een stuk ijzer van de stofzuiger gepakt en is naar buiten gerend. Verdachte is toen net weggerend, van de andere kant is de politie komen aanrijden.

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer A] verklaard dat hij een pistool heeft gezien. Hij heeft ook een paar knallen gehoord. Hij heeft verklaard dat het pistool een zwarte kleine handrevolver is geweest. Hij heeft verklaard dat het een revolver met een rond magazijn erin is geweest.

Aangever [slachtoffer B] heeft verklaard12 dat hij heeft gezien dat [slachtoffer A] naar de deur is gelopen en dat hij daarna een schot heeft gehoord. [slachtoffer A] heeft tegen hem gezegd "ren weg, ren weg, hij heeft een pistool". [slachtoffer B] is toen aan de achterkant het huis uitgegaan en hij is naar de zijkant van het huis gegaan. Daar heeft hij gehoord dat verdachte tegen de deur aan het schoppen was en aan het schreeuwen was. Hij heeft gezien dat verdachte naar hem toe kwam en op hem heeft geschoten. Hij heeft zich achter de prullenbak verborgen. Toen verdachte op ongeveer vier meter afstand van hem was, heeft hij nog een keer op hem geschoten. Toen de jongen op hem af kwam gelopen, heeft hij zijn armen om zijn hoofd geslagen om zich te beschermen. De jongen heeft het pistool op hem gericht toen hij bij hem was. Hij heeft tegen verdachte gezegd dat hij niet degene was die verdachte zocht en hij heeft zijn armen omhoog gedaan. Hij heeft gezien en gevoeld dat verdachte hem twee keer met het pistool in zijn gezicht heeft geslagen. Hij heeft een klap op zijn neus gehad en hierdoor is hij het bewustzijn verloren. Toen hij weer is bij gekomen, voelde hij bloed uit neus stromen. Hij heeft gezien dat verdachte het pistool aan het doorladen was. Toen de jongen op hem richtte hoorde hij een doffe klik.

Getuige [getuige A] heeft verklaard13 dat verdachte op 27 maart 2011 omstreeks 22.30 uur bij hem is gekomen en hem wakker heeft gemaakt. Verdachte heeft hem gevraagd of hij bereid was om hem ergens naar toe te brengen. Verdachte heeft ergens in een woonwijk met rijtjeshuizen in Doetinchem "stop" gezegd. Verdachte is uitgestapt en is rechtdoor gelopen. [getuige A] is gekeerd en is weggereden en toen heeft hij een geweerschot gehoord. Hij heeft in zijn achteruitkijkspiegel verdachte gezien en hij heeft gezien dat zijn jas en zijn arm zodanig waren alsof hij aan het schieten was. Zijn arm heeft een schietbeweging met een gestrekte arm voor zich uit gemaakt. Hij heeft verdachte tegenover een persoon zien staan. Hij weet niet wie het is geweest. Hij heeft verklaard dat hij maar één schot heeft gehoord.

Getuige [getuige B] woont op het adres [adres 2 in plaats]. Hij woont op de tweede en derde woonlaag van het complex, boven [slachtoffer C]. Hij heeft gehoord14 dat er een deur dicht is gegooid. Daarna heeft hij een doffe klap gehoord, hij heeft het geluid herkend als van een vuurwapen. Hij heeft dit geluid herkend omdat hij vroeger op de schietbaan in Varsseveld is geweest. Hij heeft gezien dat er twee mensen aan het worstelen waren. Hij heeft gehoord dat een van de mannen een vreemde taal sprak. Na de worsteling is een jongen naar de achterdeur gerend en daar is hij begonnen te schoppen en te schieten. Hij heeft glas horen rinkelen en daarna heeft hij nog een aantal doffe klappen en nog meer glasgerinkel gehoord. Hij heeft zeker nog drie of vier harde klappen gehoord. Bij de eerste klap die hij heeft gehoord toen de jongen aan de achterkant van de woning was heeft hij niets gezien, maar bij de klappen daarna heeft hij lichtflitsen gezien.

[getuige B] heeft bij de rechter-commissaris nogmaals verklaard dat hij de geluiden die hij heeft gehoord heeft herkend als pistoolschoten. Hij heeft eigenlijk een klap gehoord en op dat moment heeft hij twee doffe klappen gehoord. Hij heeft zich gerealiseerd dat het schoten waren. Hij heeft het geluid herkend omdat hij wel eens in Varsseveld op de schietbaan komt.

In de woning van verdachte aan de [adres 3 te plaats] hebben15 verbalisanten in de keuken in de prullenbak een gele plastic tas met daarin een drietal doosjes met munitie, zowel scherpe patronen alsmede knalpatronen, gevonden. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij deze munitie in de prullenbak heeft gedaan. In dezelfde plastic tas is ook een schietbeker aangetroffen16, bedoeld om op een gasalarmpistool te schroeven en pyrotechnische patronen mee te verschieten.

Op het plaats delict zijn rond de woning van [slachtoffer C] twee hulzen van knalpatronen aangetroffen17.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zich rond 22.00 uur op die avond door getuige [getuige A] voor de woning van [slachtoffer C] heeft laten afzetten. Hij heeft daar een schietgebaar gemaakt om ze bang te maken.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, waaruit volgt dat verschillende getuigen verdachte hebben zien staan met een wapen en schoten hebben gehoord, terwijl zowel op de plaats delict als bij verdachte thuis knalpatronen zijn aangetroffen, evenals een schietbeker die dient om op een gasalarmpistool schroeven, stelt de rechtbank vast dat verdachte met een gasalarmpistool heeft geschoten in de richting van zowel [slachtoffer A] als [slachtoffer B].

Gelet op het feit dat met een gasalarmpistool verschoten knalpatronen geen dodelijk of zwaar lichamelijk letsel op kunnen leveren dient verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 en 2 primair en subsidiair tenlaste is gelegd.

De onder 1 en 2 meer subsidiair tenlastegelegde bedreigingen acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft enerzijds verklaard dat het zijn bedoeling was "ze" bang te maken, anderzijds is begrijpelijk dat personen op wie geschoten wordt vrezen voor hun leven, te meer omdat hen niet duidelijk was dat verdachte niet met scherpe munitie, maar met knalpatronen schoot.

Verdachtes verklaring dat hij slechts een schietgebaar met zijn hand zou hebben gemaakt en vuurwerk zou hebben gegooid wordt als ongeloofwaardig buiten beschouwing gelaten. Niet alleen heeft geen enkele getuige hem met vuurwerk zien gooien, ook zijn op de plaats delict geen vuurwerkresten aangetroffen.

Voorzover verdachte zich op noodweer zou hebben beroepen, dan wordt dit verweer verworpen, omdat verdachte direct nadat hij was afgezet bij de woning van [slachtoffer C] zelf in de aanval is gegaan.

Feit 3

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 3 primair ten laste gelegde. Er is geen sprake van zwaar lichamelijk letsel.

Wel komt zij tot bewezenverklaring van de subsidair ten laste gelegde poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het bewijs kan gebaseerd worden op de aangifte van [slachtoffer B], de verklaring van verdachte en de geneeskundige verklaring. Er is gebruik gemaakt van een hard voorwerp.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit. Hij heeft betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot bewezenverklaring te kunnen komen.

Beoordeling door de rechtbank

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het primair ten laste gelegde toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dient te worden vrijgesproken. Het opgelopen lichamelijk letsel kan niet worden geduid als zwaar lichamelijk letsel.

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte het onder 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, waarbij de rechtbank zich baseert op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [slachtoffer B]18;

- de verklaring van getuige [getuige B]19;

- de geneeskundige verklaring van [slachtoffer B]20;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Aangever [slachtoffer B] heeft verklaard21 dat hij heeft gezien dat [slachtoffer A] naar de deur is gelopen en dat hij daarna een schot heeft gehoord. [slachtoffer A] heeft tegen hem gezegd "ren weg, ren weg, hij heeft een pistool". [slachtoffer B] is toen aan de achterkant het huis uitgegaan en hij is naar de zijkant van het huis gegaan. Daar heeft hij gehoord dat verdachte tegen de deur aan het schoppen was en aan het schreeuwen was. Hij heeft gezien dat verdachte naar hem toe kwam en op hem heeft geschoten. Hij heeft zich achter de prullenbak verborgen. Toen verdachte op ongeveer vier meter afstand van hem was, heeft verdachte nog een keer op hem geschoten. Toen de jongen op hem af kwam gelopen, heeft hij zijn armen om zijn hoofd geslagen om zich te beschermen. De jongen heeft het pistool op hem gericht toen hij bij hem was. Hij heeft tegen verdachte gezegd dat hij niet degene was die hij zocht en hij heeft zijn armen omhoog gedaan. Hij heeft gezien en gevoeld dat verdachte hem twee keer met het pistool in zijn gezicht heeft geslagen. Hij heeft een klap op zijn neus gehad en hierdoor is hij het bewustzijn verloren. Toen hij weer is bij gekomen, voelde hij bloed uit neus stromen. Hij heeft gezien dat verdachte het pistool aan het doorladen was. Hij had het idee dat het pistool het niet deed.

Getuige [getuige B] woont op het adres [adres 2 in plaats]. Hij woont op de tweede en derde woonlaag van het complex, boven [slachtoffer C]. Hij heeft gehoord22 dat er een deur dicht is gegooid. Daarna heeft hij een doffe klap gehoord, hij heeft het geluid herkend als van een vuurwapen. Hij heeft dit geluid herkend omdat hij vroeger op de schietbaan in Varsseveld is geweest. Hij heeft gezien dat er twee mensen aan het worstelen waren. Hij heeft gehoord dat een van de mannen een vreemde taal sprak.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij aan de zijkant van het huis iemand is tegengekomen. Hij heeft verklaard dat hij diegene een klap op zijn hoofd en zijn hand heeft gegeven.

Uit de geneeskundige verklaring van 5 april 2011 betreffende [slachtoffer B]23 blijkt dat zijn neus mogelijk is gekneusd of een fractuur heeft.

Gelet op deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte aan de zijkant van het huis [slachtoffer B] met een wapen in zijn gezicht heeft geslagen. [slachtoffer B] heeft geen zwaar lichamelijk letsel opgelopen, maar door met een wapen in het gezicht van [slachtoffer B] te slaan heeft verdachte wel willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit wel zou ontstaan. Daarom acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer B].

Voorzover verdachte zich op noodweer heeft beroepen, in die zin dat hij [slachtoffer B] heeft geslagen, omdat hij door [slachtoffer B] met een mes werd aangevallen, wordt dat verweer verworpen. Verdachte heeft immers onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij met een mes is aangevallen

Feit 4

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van dit ten laste gelegde feit. Verdachte heeft bekend de ruiten te hebben ingeslagen.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde feit.

De rechtbank baseert haar oordeel op de aangifte van [slachtoffer C]24 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij ruiten van de woning van [slachtoffer C] heeft vernield.

Feit 5

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van dit ten laste gelegde feit. Het bewijs kan gebaseerd worden op de in de woning van verdachte gevonden plastic tas met daarin doosjes met scherpe munitie.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit komt de rechtbank ook tot bewezenverklaring. De rechtbank baseert dit oordeel op het proces-verbaal van bevindingen25, de verklaring van verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van bevindingen betreffende de in de plastic tas aangetroffen munitie26.

In de woning van verdachte aan de [adres 3 te plaats] hebben27 verbalisanten in de keuken in de prullenbak een gele plastic tas met daarin een drietal doosjes met munitie gevonden, waaronder met scherpe patronen. Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2, lid 2 categorie III van de Wet Wapens Munitie.28

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij deze munitie in de prullenbak heeft gedaan.

In dezelfde plastic tas is ook een schietbeker aangetroffen29, bedoeld om op een gasalarmpistool te schroeven en pyrotechnische patronen mee te verschieten. De schietbeker is een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers is/heeft verdachte opzettelijk dreigend met een auto naar de woning waar die [slachtoffer A] op dat moment verbleef (perceel [adres 1]) gereden en op korte afstand (circa 3-4 meter) van die [slachtoffer A] met een vuurwapen meermalen gericht op die [slachtoffer A] geschoten;

2.

hij in de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem [slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op korte afstand (circa 4 meter) van die [slachtoffer B] met een vuurwapen meermalen gericht op die [slachtoffer B] geschoten en op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer B] dat vuurwapen gericht op het gezicht of het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer B] en dat vuurwapen doorgeladen en de trekker van dat vuurwapen overgehaald;

3.

hij in de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer B] meermalen met kracht met een wapen, in diens gezicht heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in of omstreeks de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem opzettelijk en wederrechtelijk ruiten van een woning (perceel [adres 1]), toebehorende aan [slachtoffer C], heeft vernield;

5.

hij in de nacht van 27 op 28 maart 2011 te Doetinchem een wapen van categorie III, en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 en 2 meer subsidiair

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Feit 3 subsidiair

Poging zware mishandeling;

Feit 4

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;

Feit 5

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de feiten 1, 2 en 3 en hij heeft zich ten aanzien van het onder 4 en 5 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Indien de rechtbank toch van oordeel is dat verdachte op basis van het onder de feiten 1 en 2 meer subsidiair ten laste gelegde veroordeeld dient te worden, verzoekt de raadsman de rechtbank in de strafmaat rekening te houden met het feit dat verdachte ten tijde van de schermutseling gebruik heeft gemaakt van een gasalarmpistool.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest op te leggen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten, die veel angst bij de slachtoffers heeft veroorzaakt. Hij heeft op anderen geschoten op de openbare weg, in een woonwijk, terwijl het donker was. Verdachte heeft de slachtoffers ernstig bedreigd met een wapen, waarbij knallen zijn gehoord. Niemand wist dat verdachte met een gaspistool schoten heeft afgevuurd. Voor de slachtoffers heeft het geleken alsof met een vuurwapen met scherpe munitie door verdachte is geschoten. Ook heeft verdachte hard op de deur staan bonken en een vernieling aangericht. Verdachte heeft dusdanig veel lawaai gemaakt dat ook anderen dan de hiervoor bedoelde slachtoffers getuige zijn geweest van het voorval. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffers en de omstanders die dit hebben zien gebeuren. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

Verdachte heeft geen inzicht willen geven in zijn geestestoestand, hij heeft niet willen meewerken aan een rapportage door een deskundige.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden opleggen met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Die straf acht de rechtbank passend en geboden.

Gelet op de op te leggen straf wordt het verzoek van de raadsman ter terechtzitting tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen.

In beslag genomen voorwerpen

De teruggave zal worden gelast van het navolgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte nu zich geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet:

* Beige jas

De op de beslaglijst onder 2, 3, 4, 5 en 6 genoemde in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zullen worden onttrokken aan het verkeer, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 45, 57, 91, 285, 287, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 en 2 meer subsidiair

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Feit 3 subsidiair

Poging zware mishandeling

Feit 4

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

Feit 5

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan veroordeelde, te weten:

* beige jas;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen als genoemd onder 2, 3, 4, 5 en 6 van de beslaglijst.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Van der Hooft en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oosting, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2011.

mr. Draisma is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0640 2011040850-58, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 13 april 2011.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], p. 68-69

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], p. 163-164

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], p. 170

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige A], p. 111-112

6 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige B], p. 85-86

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 54

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 betreffende Aangetroffen Munitie

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61

10 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], p. 68-69

11 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], p. 163-164

12 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], p. 170

13 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige A], p. 111-112

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige B], p. 85-86

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 54

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 betreffende Aangetroffen Munitie

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61

18 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], p. 170

19 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige B], p. 85-86

20 Geneeskundige verklaring [slachtoffer B] d.d. 5 april 2011, p. 176

21 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], p. 170

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige B], p. 85-86

23 Geneeskundige verklaring [slachtoffer B], p. 176

24 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer C], p. 69

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 54

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 betreffende Aangetroffen Munitie

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 54

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 betreffende Aangetroffen Munitie

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 betreffende Aangetroffen Munitie