Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BS8955

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
14-09-2011
Zaaknummer
06/850099-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8299, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Ermelose verdachte wordt veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf voor het plegen van verregaande ontuchtige handelingen met minderjarige jongens. De rechtbank acht de feiten bewezen die hebben plaatsgevonden in periode 1991-1992 en de periode 2003-2006. De verdachte heeft door gebruik van humor en zijn door leeftijdsverschil ontstaan overwicht het vertrouwen van de toen minderjarige jongens misbruikt ten behoeve van zijn eigen verregaande seksuele behoeftes. Door te blijven ontkennen heeft de verdachte geen inzicht getoond in de ellende die hij zijn slachtoffer heeft berokkend.

De rechtbank heeft de verdachte van één feit vrijgesproken. Daarom is er een een wat lagere straf opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850099-10

Uitspraak d.d.: 14 september 2011

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1964],

wonende te [adres].

Raadsman: L.J.T. Hoksbergen te Arnhem

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 augustus 2011.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 1991

tot en met 16 april 1992 te Putten, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer A], geboortedatum [1980],

handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van

het lichaam van die [slachtoffer A],

die handelingen bestaande uit

- het pijpen van die [slachtoffer A] en/of

- het zich door die [slachtoffer A] laten pijpen (in ieder geval het brengen van zijn

penis in de mond van die [slachtoffer A]) en/of

- het met zijn, verdachtes, penis anaal penetreren van die [slachtoffer A] en/of

- het zich door die [slachtoffer A] met diens penis anaal laten penetreren,

terwijl die [slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt;

art 244 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 12 februari 2003

tot en met 11 februari 2005 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer B], geboren op [1989],

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of genoemde [slachtoffer B] tot

het plegen en/of dulden van zodanige handelingen heeft verleid, te weten

- het pijpen van die [slachtoffer B] en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer B] en/of

- het zich door die [slachtoffer B] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van twaalf maar nog niet zestien jaren

nog niet had bereikt;

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2000

tot en met 17 maart 2002 te Leeuwarden en/of te Zeist (Austerlitz) en/of te Reeuwijk (Reeuwijkse Plassen), in ieder geval (steeds) in Nederland,

(buiten echt) ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [slachtoffer C],

geboortedatum [1985],

door opzettelijk ontuchtig

- zich door die [slachtoffer C] met diens penis anaal te laten penetreren en/of

- die [slachtoffer C] te pijpen en/of af te trekken en/of

- zich door die [slachtoffer C] te laten aftrekken en/of

- zijn, verdachtes, penis tegen de anus van die [slachtoffer C] te duwen (teneinde hem

anaal te penetreren),

terwijl die [slachtoffer C] toen aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of

waakzaamheid was toevertrouwd (aangezien die [slachtoffer C] als werknemer/stagiair bij

verdachte werkzaam was);

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot

en met 21 juni 2005 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer D], (geboortedatum [1989]),

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (mede) bestaande uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer D], te weten

- het pijpen en/of aftrekken van die [slachtoffer D] en/of

- het zich laten pijpen en/of aftrekken door die [slachtoffer D],

terwijl die [slachtoffer D] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had

bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot

en met 21 juni 2005 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer D], (geboortedatum [1989]),

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (mede) bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer D], te weten

- het pijpen en/of aftrekken van die [slachtoffer D] en/of

- het zich laten aftrekken door die [slachtoffer D],

terwijl die [slachtoffer D] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had

bereikt;

art 247 Wetboek van Strafrecht

5.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2004

tot 5 april 2006 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer E], geboortedatum [1990],

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (mede) bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer E], te weten

- het pijpen van die [slachtoffer E] en/of

- het zich door die [slachtoffer E] laten pijpen (in ieder geval het brengen van zijn

penis in de mond van die [slachtoffer E]) en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer E] en/of het zich door die [slachtoffer E] laten

aftrekken,

terwijl die [slachtoffer E] toen de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2004

tot 5 april 2006 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer E], geboortedatum [1990],

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (mede) bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer E], te weten

- het pijpen van die [slachtoffer E] en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer E] en/of het zich door die [slachtoffer E] laten

aftrekken,

terwijl die [slachtoffer E] toen de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt;

art 247 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding onderzoek

In juni 2009 heeft er een informatief gesprek plaatsgevonden met een latere aangever [slachtoffer A]. Hij heeft in dat gesprek en in de naderhand gedane aangifte verklaard dat hij in zijn jeugd seksueel misbruikt was door een buurman, de verdachte [verdachte]. Vervolgens is er een onderzoek gestart en zijn er getuigen gehoord. Verdachte is op 28 september 2009 aangehouden en diverse malen gehoord. Tijdens het onderzoek ontstond het vermoeden dat er mogelijk meer personen slachtoffer zouden zijn geweest van verdachte. Die personen zijn benaderd, waarna er meerdere aangiftes tegen verdachte zijn gedaan. Ook met betrekking tot die aangiftes is verder onderzoek gedaan.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten. Hij heeft dit gebaseerd op:

Feit 1:

- de gedetailleerde aangifte van [slachtoffer A] over onder andere over de handelingen die hebben plaatsgevonden en waar deze hebben plaatsgevonden. Aangever heeft ook gedetailleerd verklaard over de penis van verdachte, waarvan het ongeloofwaardig overkomt dat aangever deze details zou hebben waargenomen tijdens het plassen.

- dit is, samen met het overige steunbewijs, voldoende betrouwbaar en overtuigend om te komen tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde, aldus de officier van justitie.

Feit 2:

- de aangifte door [slachtoffer B] en de verklaring die hij heeft afgelegd tegenover de rechter-commissaris.

Feit 3:

- de gedetailleerde aangifte door [slachtoffer C];

Feit 4:

- de gedetailleerde aangifte door [slachtoffer D] en de verklaring die hij heeft afgelegd tegenover de rechter-commissaris;

- de verklaring van [slachtoffer E] dat hij erbij aanwezig is geweest toen [slachtoffer D] verdachte tegen betaling heeft gepijpt;

Feit 5:

- de aangifte door [slachtoffer E];

- de verklaring van [slachtoffer B] dat verdachte ook seksuele handelingen met anderen pleegde, waaronder met [slachtoffer E]

De officier van justitie heeft voorts aangevoerd dat in de aangiftes, de verklaringen die door aangevers bij de rechter-commissaris zijn afgelegd en de verklaring die aangever [slachtoffer A] ter terechtzitting heeft afgelegd de patronen van door verdachte beweerdelijk verrichte handelingen overeen komen. Deze verklaringen zijn, samen met het overige steunbewijs, naar zijn mening voldoende betrouwbaar en overtuigend om te komen tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Een complottheorie acht de officier ongeloofwaardig, aangezien er veel personen van verschillende leeftijd over verschillende tijdstippen hebben verklaard.

Standpunt van de verdachte, de verdediging

De verdachte ontkent dat hij de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De raadsman van verdachte heeft geconcludeerd tot algehele vrijspraak. Hij heeft dit per feit besproken.

Ten aanzien van feit 1.

De verklaring van aangever dat het misbruik zou zijn gestart toen hij nog op de lagere school zat, wordt niet door andere verklaringen ondersteund. Aangever heeft niet helder en eenduidig verklaard wanneer welk misbruik plaatsgevonden zou hebben en wanneer dat gestopt zou zijn. Het onderzoek van het geslachtsdeel kan geen aanvullend bewijs zijn. Verdachte heeft verklaard dat hij vaak buiten plast en dat [slachtoffer A] daarbij aanwezig is geweest. Hetgeen hij over de penis heeft verklaard geeft geen bewijs voor seksueel misbruik.

Uit de verklaring van aangever kan niet bewezen worden verklaard dat de in de dagvaarding genoemde feiten in die leeftijdscategorie zijn gepleegd. Steunbewijs is er niet.

Er zijn foto's van het geslachtsdeel van verdachte gemaakt. Een wettelijke basis op deze inbreuk op de lichamelijke integriteit ontbreekt.

Ten aanzien van feit 2:

Gelet op het algemene beeld van de verklaring van [slachtoffer B] is het zeer onwaarschijnlijk dat de handelingen over een tijdsbestek van 4 jaar plaats hebben gehad. Zijn verklaringen zijn innerlijk tegenstrijdig, met name wat betreft tijd. Steunbewijs is niet aanwezig.

Er kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte met aangever ontuchtige handelingen zou hebben gepleegd toen [slachtoffer B] de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt.

Ten aanzien van feit 3:

Er kan niet bewezen worden verklaard dat de in de dagvaarding genoemde handelingen plaats hebben gehad toen [slachtoffer C] de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt. Gelet op de datum waarop de handelingen volgens aangever plaats zouden hebben gevonden, zou aangever de eerste keer al zestien jaar zijn geweest, waardoor het feit niet strafbaar is. Ook blijkt uit de verklaring, die is afgelegd tegenover de rechter-commissaris, dat er geen penetratie heeft plaatsgevonden.

De verdachte ontkent deze handelingen te hebben gepleegd en er is geen steunbewijs in het dossier aanwezig.

Ten aanzien van feit 4:

[slachtoffer D] heeft verklaard dat, toen de handelingen voor het eerst plaatsvonden, hij nog geen zestien jaar was. Daar is verder niemand bij geweest en tevens weet hij de exacte tijd niet. Verdachte ontkent het ten laste gelegde te hebben gepleegd. Steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer D] is niet aanwezig. Hetgeen [slachtoffer B] met betrekking tot [slachtoffer D] heeft verklaard is niet voldoende duidelijk qua data, waardoor getwijfeld moet worden wanneer de handelingen zouden zijn verricht. Er kan dus niet bewezen worden verklaard dat verdachte handelingen zou hebben verricht met [slachtoffer D] toen deze nog niet de leeftijd van zestien jaar had.

Ten aanzien van feit 5:

Er is alleen een proces-verbaal van bevindingen, waarin staat dat het in dit geval gaat over dezelfde feiten als bij [slachtoffer D], zonder dat er verder omstandigheden en van belang zijnde feiten worden vermeld. Dit proces-verbaal kan geen basis geven tot een veroordeling voor dit feit. Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd en er is geen overtuigend steunbewijs waaruit het misbruik op concrete wijze kan worden bewezen, waaronder specifieke data en handelingen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

[slachtoffer A], geboren op [1980], heeft verklaard2 dat er seksuele handelingen plaatsvonden tussen hem en de verdachte. Deze vonden plaats bij verdachte thuis te Putten, op zolder. De eerste keer dat hij bij verdachte kwam was in het jaar 1991. Het was in ieder geval toen hij op de lagere school zat, voordat hij daar in mei 1992 vanaf ging. Verdachte liet een keer pornoboekjes zien en heeft zich toen afgerukt. Het viel hem die eerste keer al op dat verdachte besneden was. Hij heeft een litteken of een stukje vel loshangen. Vervolgens is er meerdere keren sprake geweest van het elkaar over en weer pijpen en het meerdere keren over en weer anaal penetreren. De verdachte vroeg hem de eerste keer om hem te pijpen, het was niet zijn eigen idee. Het gebeurde niet altijd als hij bij verdachte thuis kwam. Het gebeurde alleen als verdachte zeker wist dat zijn vrouw niet thuis was. Zij was altijd op een vaste avond in de week niet thuis. Het staat hem bij dat het gestopt is toen hij op de middelbare school zat. Hij heeft het nooit lekker gevonden en nooit vrijwillig gedaan. Het was een soort van dwang.

[slachtoffer A] heeft als getuige ter terechtzitting verklaard3 dat het seksueel misbruik is begonnen in augustus 1991, na het overlijden van zijn oma. Het anale contact heeft ook plaatsgevonden toen hij nog op de lagere school zat.

[getuige A] is gehoord4. Zij is echtgenote van verdachte en heeft verklaard dat [slacht[slachtoffer A] destijds veel bij hen thuis kwam. Voor de geboorte van hun zoon was zij altijd op de woensdagavond weg. [slachtoffer A] was toen 11 of 12 jaar oud. Haar man is vroeger aan zijn penis geholpen, zijn velletje is weggehaald. Zij heeft zich wel zorgen gemaakt omdat haar opviel dat haar man heel vriendelijk met jongeren was, in de leeftijd van 14/15 jaar. Dat waren contacten met jongens.

[getuige B] heeft verklaard5 dat zij een relatie heeft met [slachtoffer A]. Op een gegeven moment begon hij te huilen en vertelde hij dat hij al 18 jaar een geheim had. Zij had hem nog nooit zo gezien. Hij vertelde dat hij seksueel misbruikt was toen hij een jaar of tien was. Het was gebeurd door iemand uit de straat. Hij zei dat niemand er wat vanaf wist. In een gesprek waar ook zijn moeder bij aanwezig was vertelde hij dat hij door [verdachte] was misbruikt. Hij huilde toen hij dat aan zijn moeder vertelde. [slachtoffer A] had het er moeilijk mee. Hij vertelde ook dat [verdachte] besneden was en dat hij een litteken op de eikel had zitten.

De verdachte heeft over het ten laste gelegde ontkennende verklaringen afgelegd. Over de door aangever gegeven beschrijving van het zichtbare letsel aan de penis heeft verdachte verklaard dat dit letsel op zichzelf wel klopt en dat aangever dit letsel gezien zou kunnen/moeten hebben tijdens wildplassen, waarbij aangever naast de verdachte zou hebben gestaan.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat aangever het letsel aan zijn penis tijdens het wildplassen zou hebben geconstateerd niet aannemelijk. De rechtbank concludeert dat aangever over gedetailleerde wetenschap beschikt, waarvan niet aannemelijk is geworden dat aangever deze uit andere hoofde heeft verkregen, maar dat hij die tijdens de gepleegde seksuele handelingen - met name het pijpen van verdachte - heeft verkregen.

De rechtbank is op grond van deze bewijsmiddelen van oordeel dat de seksuele handelingen met aangever, hoewel hij exacte data niet meer weet, in ieder geval hebben plaatsgevonden toen aangever de leeftijd van twaalf jaar nog niet had bereikt.

De rechtbank laat het verweer van de raadsman of er een wettelijke basis is geweest voor het nemen van foto's van verdachtes geslachtsdeel onbesproken, nu deze foto's zich niet in het dossier bevinden en deze bovendien niet gebruikt worden voor de bewezenverklaring.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2, 4 en 5 ten laste gelegde:

[slachtoffer B], geboren op [1989], heeft verklaard6 dat verdachte seksueel misbruik met hem heeft gepleegd vanaf zijn 14e of 15e jaar. Hij was samen met [slachtoffer D] [slachtoffer D] bij verdachte. Verdachte wist hen uit de broek te praten en wreef hem over de benen en raakte zijn penis aan. Hij bleef doorgaan toen [slachtoffer D], die even weg was geweest, binnenkwam. Hij zat aan zijn penis op een masturberende manier. Hij kreeg een erectie. Zij zaten zich met zijn drieën af te trekken. Het ging steeds verder. Verdachte zei dat zij het moesten zeggen zodra zij klaarkwamen. Hij dook dan tussen de benen en nam de penis in de mond. Ook heeft de verdachte gevraagd of hij anale seks wilde, maar dat heeft hij geweigerd. Ook heeft hij verdachte afgetrokken, misschien wel 7 of 8 keer. Meestal gebeurde dat over en weer. Op een gegeven moment bood verdachte geld aan voor seksuele handelingen. Dat was toen hij de seksuele handelingen begon te weigeren.

[slachtoffer D], geboren op [1989], heeft verklaard7 dat de eerste seksuele handelingen hebben plaatsgevonden bij verdachte thuis. Dat was aftrekken. Hij was toen 14 of 15 jaar. Verdachte stelde toen ook voor dat hij hem wilde pijpen. Het was voor hem al heel snel duidelijk dat hij geld zou krijgen als hij zich door verdachte liet aftrekken of pijpen. Verdachte bood net zo lang een hoger bedrag aan tot hij "ja" zei. Hij liet het gewoon gebeuren. Hij heeft zich laten aftrekken en pijpen en vervolgens ging de verdachte zichzelf aftrekken. Zij hebben elkaar ook in een cirkel liggen pijpen. Met [slachtoffer E] erbij was dat in een caravan en met [slachtoffer B] erbij was dat bij verdachte thuis.

Er is een proces-verbaal van bevindingen8 opgemaakt over het telefoongesprek dat de verbalisant op 26 oktober 2009 heeft gevoerd met [slachtoffer E], geboren op [1990]. De verbalisant heeft [slachtoffer E] benaderd omdat zijn naam door [slachtoffer B] als mogelijk slachtoffer van verdachte was genoemd. [slachtoffer E] heeft samengevat tegen de verbalisant verklaard dat hij wel wist waarover de politie hem belde en dat hij daarover met [slachtoffer D] had gesproken. Hij weet dat verdachte fout is geweest en dat hij zelf fout is geweest. Het ging om dezelfde handelingen als met [slachtoffer D]. Hij zelf had er geen last meer van en wilde daarover geen gesprek meer met de politie.

De rechtbank heeft elk bewijsmiddel slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Zij is op grond van deze bewijsmiddelen van oordeel dat de seksuele handelingen met aangevers, hoewel zij exacte data niet meer weten, in ieder geval ook hebben plaatsgevonden toen zij de aangevers de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt.

De rechtbank acht de onder 2, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Tegenover de aangifte van [slachtoffer C] staat de ontkennende verklaring van verdachte. Ander direct wettig en overtuigend bewijs dat die aangifte kan ondersteunen, is niet voorhanden. Bij die stand van zaken dient vrijspraak voor het onder 3 ten laste gelegde te volgen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 oktober 1991 tot en met 16 april 1992 te Putten, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer A], geboortedatum [1980],

handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], die handelingen bestaande uit

- het pijpen van die [slachtoffer A] en/of

- het zich door die [slachtoffer A] laten pijpen (in ieder geval het brengen van zijn

penis in de mond van die [slachtoffer A]) en/of

- het met zijn, verdachtes, penis anaal penetreren van die [slachtoffer A] en/of

- het zich door die [slachtoffer A] met diens penis anaal laten penetreren,

terwijl die [slacht[slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 12 februari 2003 tot en met 11 februari 2005 te Ermelo, met [slachtoffer B], geboren op [1989], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd te weten

- het pijpen van die [slachtoffer B] en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer B] en/of

- het zich door die [slachtoffer B] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

4.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 01 juni 2004 tot en met 21 juni 2005 te Ermelo, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer D], (geboortedatum [1989]),

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer D], te weten

- het pijpen en/of aftrekken van die [slachtoffer D] en/of

- het zich laten pijpen en/of aftrekken door die [slachtoffer D],

terwijl die [slachtoffer D] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

5.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 01 januari 2004 tot 5 april 2006 te Ermelo, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer E], geboortedatum [1990], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer E], te weten

- het pijpen van die [slachtoffer E] en/of

- het zich door die [slachtoffer E] laten pijpen (in ieder geval het brengen van zijn

penis in de mond van die [slachtoffer E]) en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer E] en/of het zich door die [slachtoffer E] laten

aftrekken,

terwijl die [slachtoffer E] toen de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren had bereikt.

Ten aanzien van feit 2: In de tenlastelegging lijkt de steller van de tenlastelegging de feiten 245 en 247 door elkaar te hebben gehaald. Bedoeld lijkt te zijn ten laste te leggen 245 Sr, maar nu in de tenlastelegging de bestanddelen 'die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam' ontbreken, zal de rechtbank het feit kwalificeren als een overtreding van artikel 247 Sr.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

2. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

4. primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

5. primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte is op 25 augustus 2011 een monodisciplinair rapport uitgebracht door drs. S. Wijga, psycholoog/psychotherapeut. De conclusie is dat uit onderzoek geen evidente persoonlijkheidsstoornis naar voren komt. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde was er geen sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Betrokkene is volledig toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor de onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Ter toelichting heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte, na het winnen van vertrouwen van zijn slachtoffers, heeft aangestuurd op verregaand seksueel contact. Verdachte heeft misbruik gemaakt van jonge jongens, enkel om aan zijn eigen seksuele behoefte te voldoen. Hij acht het kwalijk dat verdachte blijft ontkennen de ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd. Aangezien verdachte niet mee wil werken aan reclasseringstoezicht, ziet de officier van justitie geen aanleiding dit te vorderen. Hij heeft voorts rekening gehouden met het tijdsverloop van twee jaar.

De raadsman heeft, naast de bepleite vrijspraak, aangevoerd dat de verdachte de afgelopen twee jaar veel hinder van deze zaak heeft ondervonden. Hij heeft veel verwensingen toegeworpen gekregen en zijn bedrijf heeft schade ondervonden. Dit is een sociale straf, aldus de raadsman. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal een faillissement van verdachtes bedrijf onafwendbaar zijn, hetgeen ook gevolgen voor verdachtes gezin zal hebben. Er is geen sprake van een eerdere soortgelijke veroordeling en verdachte heeft tevens weinig en geen recente veroordelingen. Voorts dient er strafvermindering toegepast te worden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Indien een gevangenisstraf wordt opgelegd, wordt verzocht deze, gelet op deze omstandigheden, geheel voorwaardelijk op te leggen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn toen nog jonge slachtoffers, dat mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Hij heeft door het gebruik van humor en zijn door leeftijdsverschil ontstaan overwicht, het vertrouwen van de minderjarigen misbruikt ten behoeve van zijn eigen verregaande seksuele behoeftes. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van seksueel misbruik ernstig en langdurig kunnen zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte daarvan rekening gehouden met straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Tevens heeft de rechtbank er rekening mee dat verdachte - door te blijven ontkennen - geen inzicht toont in de ellende die hij zijn slachtoffers heeft berokkend.

De rechtbank houdt er rekening mee dat zij één feit minder bewezen heeft verklaard dan waar de officier van justitie bij zijn eis van uit is gegaan. Daarom zal een lagere gevangenisstraf opgelegd worden dan door de officier van justitie is gevorderd.

De raadsman heeft aangevoerd dat een strafvermindering toegepast zou moeten worden in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Uitgangspunt van overschrijding van de redelijke termijn is dat er sprake is geweest van een verstrijking van een termijn van twee jaar. Op grond van de stukken en het ter terechtzitting verhandelde kan worden vastgesteld dat verdachte op 28 september 2009 is aangehouden, in verzekering gesteld en als verdachte is gehoord. Op 9 augustus 2011 is de dagvaarding aan verdachte betekend om op 31 augustus 2011 voor de rechtbank te verschijnen, waar de zaak inhoudelijk is behandeld. De zaak is dus binnen de termijn van twee jaar na aanhouding van verdachte ter terechtzitting aangevangen, zodat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daar een bijzondere voorwaarde van behandeling aan te verbinden, aangezien verdachte heeft meegedeeld dat hij aan een behandeling geen medewerking wil verlenen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 244, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 primair en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of ander is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

2. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

4. primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

5. primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Verheul, voorzitter, Prisse en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oosting, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij de (stam)processen-verbaal met de nummers 2009018814 en 2010022073, van Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, afdeling Zeden, respectievelijk gesloten en ondertekend op 4 september 2009 en 15 februari 2010

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], pag. 19-26 en het proces-verbaal van verhoor, pag. 27-35 van proces-verbaal nummer 2009018814

3 Verhoor van [slachtoffer A] als getuige ter terechtzitting van 31 augustus 2011

4 Proces-verbaal van verhoor van [getuige A], pag. 46-50 35 van proces-verbaal nummer 2009018814

5 Proces-verbaal van verhoor van [getuige B], pag. 36-40 35 van proces-verbaal nummer 2009018814

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], pag. 69-72 van het proces-verbaal nummer 2010022073

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer D], genummerd PL0610 2010227769-1, van 10 augustus 2010 van Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team Recherche Noordwest Veluwe

8 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 85 van het proces-verbaal nummer 2010022073