Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR6976

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-09-2011
Datum publicatie
08-09-2011
Zaaknummer
06/940034-11, 99-00001941 (vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BX9611, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte A voor een overval op een woning in Wezep en afpersing van de bewoner en oplichting van een klant die gebruik wilde maken van een escortdame tot een gevangenisstraf van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Tevens moet verdachte het slachtoffer van de overval een schadevergoeding betalen van 1500 euro.

Wegens het overtreden van de algemene voorwaarden wordt de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde herroepen, hetgeen betekend dat veroordeelde nog een vrijheidsstraf dient te ondergaan van 304 dagen.

Zie uitspraken LJN BR6980 en BR6978 voor verdachten C en B.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940034-11

Vi-zaaknummer: 99-00001941 (vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling)

Uitspraak d.d.: 07 september 2011

Tegenspraak/Na aanhouding verschenen -oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats, 1989],

wonende te [adres],

raadsman: mr. Koopman, advocaat te 's Hertogenbosch .

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de onderzoeken op de terechtzittingen van 22 april 2011, 5 juli 2011 en 24 augustus 2011.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 22 april 2010 is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 oktober 2010 te Wezep, gemeente Oldebroek, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (geheel of gedeeltelijk) in een

woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een laptop en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag (van ongeveer 500

euro) en/of een portemonee, met daarin een identiteitsbewijs en/of een

rijbewijs en/of één of meer bankpas(sen) en/of een verzekeringspas, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [slachtoffer A], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer A], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat

hij en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

-heeft/hebben aangebeld bij de woning van voornoemde [slachtoffer A], en/of toen

voornoemde [slachtoffer A] de deur had geopend een pistool, althans een (op een)

vuurwapen (gelijkend voorwerp), op (ooghoogte van) voornoemde [slachtoffer A]

heeft/hebben gericht en/of (daarbij) een vinger om de trekker gehouden,

waarbij een klikkend geluid werd gemaakt, en/of

-(vervolgens) toen voornoemde [slachtoffer A] een pistool, althans een (op een)

vuurwapen (gelijkend voorwerp) trachtte af te pakken, binnen is/zijn gedrongen

in voornoemde woning en/of de voordeur heeft/hebben gesloten en/of [slachtoffer A]

heeft/hebben vastgegrepen (bij de arm) en/of

- meermalen, althans éénmaal [slachtoffer A] (met kracht) tegen en/of op het hoofd

heeft/hebben geslagen en/of gestompt, en/of

-(vervolgens) [slachtoffer A] met de kolf van voornoemd pistool, althans een (op een)

vuurwapen (gelijkend voorwerp) meermalen, althans éénmaal (met kracht) tegen

en/of op het hoofd en/of in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt

en/of

-voornoemde portemonnee uit de achterzak van de broek van voornoemde [slachtoffer A]

heeft/hebben gepakt, terwijl voornoemde [slachtoffer A] in elkaar gezakt was;

art 312 lid 2 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 30 oktober 2010 te Wezep, gemeente Oldebroek, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (geheel of gedeeltelijk) in een

woning,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld de heer [slachtoffer A] heeft gedwongen

tot de afgifte van een laptop en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag

(van ongeveer 500 euro) en/of een portemonee, met daarin een identiteitsbewijs

en/of een rijbewijs en/of één of meer bankpas(sen) en/of een verzekeringspas,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde Van

Veen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat

hij en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

-heeft/hebben aangebeld bij de woning van voornoemde [slachtoffer A], en/of toen

voornoemde [slachtoffer A] de deur had geopend een pistool, althans een (op een)

vuurwapen (gelijkend voorwerp), op (ooghoogte van) voornoemde [slachtoffer A]

heeft/hebben gericht en/of (daarbij) een vinger om de trekker gehouden,

waarbij een klikkend geluid werd gemaakt, en/of

-(vervolgens) toen voornoemde [slachtoffer A] een pistool, althans een (op een)

vuurwapen (gelijkend voorwerp) trachtte af te pakken, binnen is/zijn gedrongen

in voornoemde woning en/of de voordeur heeft/hebben gesloten en/of [slachtoffer A]

heeft/hebben vastgegrepen (bij de arm) en/of

-meermalen, althans éénmaal [slachtoffer A] (met kracht) tegen en/of op het hoofd

heeft/hebben geslagen en/of gestompt, en/of

-(vervolgens) [slachtoffer A] met de kolf van voornoemd pistool, althans een (op een)

vuurwapen (gelijkend voorwerp) meermalen, althans éénmaal (met kracht) tegen

en/of op het hoofd en/of in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt

en/of

-voornoemde portemonnee uit de achterzak van de broek van voornoemde [slachtoffer A]

heeft/hebben gepakt, terwijl voornoemde [slachtoffer A] in elkaar gezakt was;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

althans dat,

hij op één of meer tijstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2010

tot en met 22 januari 2011 te Wezep, gemeente Oldebroek, en/of te Deurne en/of te Helmond, en/of te Mierlo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een laptop en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag van ongeveer € 500,- (althans enig geldbedrag) en/of een portemonnee (met daarin een identiteitsbewijs en/of een rijbewijs en/of één of meer bankpas(sen) en/of een verzekeringspas), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) en/of dat geldbedrag wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) en/of geldbedrag betrof;

art 417bis lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht"

2.

hij in of omstreeks de periode van 11 november 2010 tot en met 12 november

2010, te Veldhoven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (geheel of gedeeltelijk) in een

woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

geldbedrag (van ongeveer 400 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de heer [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat

hij en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (met kracht) op en/of tegen de keel,

althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer B] heeft/hebben geslagen/gestompt

en/of zich heeft/hebben omgedraaid en/of heeft/hebben gevraagd: "Wil je nog

meer klappen?";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 11 november 2010 tot en met 12 november

2010 in de gemeente Veldhoven, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, de heer [slachto[slachtoffer B] heeft bewogen tot de afgifte van een

geldbedrag van ongeveer 400 euro, in elk geval van enig goed,

hebbende/zijnde verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

-de afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer B] dat, verdachte's mededader, een

paar uur seks zou hebben met voornoemde [slachtoffer B] in zijn woning en dat

voornoemde [slachtoffer B], verdachte's mededader, 400 euro zou betalen, en/of

-naar de woning van Wouter gereden en/of

-voornoemde [slachtoffer B] voorgehouden dat hij direct 400 euro moest afgeven omdat

de chauffeur geld moest hebben en dan verder zou rijden,

waardoor voornoemde [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij in of omstreeks de periode van 11 november 2010 tot en met 12 november

2010, in de gemeente Veldhoven met een ander of anderen, op of aan de openbare

weg, Smelen, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen de heer [slachtoffer B],

welk geweld bestond uit het (met kracht) tegen en/of op de keel, althans het

lichaam, stompen en/of slaan;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op de morgen van 30 oktober 2010 krijgt de politie de melding dat [slachtoffer A] de afgelopen nacht in zijn woning te Wezep met geweld is overvallen door twee mannen met een (vuur)wapen. Bij deze overval worden geld, een laptop en een GSM weggenomen.

Aangever [slachtoffer A] verklaart na behandeling in het ziekenhuis op een later tijdstip die dag dat hij via een sekssite in contact was gekomen met "Zorana". Hij had met haar de afspraak gemaakt dat zij voor een bedrag van € 500,= de hele nacht zou langskomen. Zij zou omstreeks 02.00 uur op 30 oktober 2010 langskomen.

Toen hij de deur opende in de verwachting Zorana te zien, keek hij in de loop van een (vuur)wapen en drongen twee mannen zijn woning binnen. Bij de daarop volgende worsteling raakt aangever gewond. De mannen nemen geld, een laptop en een GSM van het slachtoffer mee.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 1 primair dient een veroordeling te volgen voor artikel 312 Wetboek van Strafrecht voor de portemonnee, de laptop en het geld en met betrekking tot de telefoon dient een veroordeling te volgen voor artikel 317 Wetboek van Strafrecht.

Met betrekking tot feit 2 primair vordert de officier van justitie vrijspraak omdat uit het relaas van aangever niet blijkt dat iemand met het signalement van [verdachte A] de klap heeft toegediend en ook niet van openlijke geweldpleging in de zin dat de man die sloeg bijstand kreeg van een tweede of derde (op de achtergrond gebleven) man ([verdachte A]).

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft met betrekking tot feit 1 primair en subsidiair gesteld, dat vrijspraak dient te volgen , omdat deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De raadsman heeft daartoe kort samengevat aangevoerd dat:

- verdachte ontkent;

- verdachte niet in Wezep is geweest, zijn DNA niet is onderzocht en op de camerabeelden verdachte niet herkenbaar is waar te nemen;

- nu er geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de eigenaren van de GSM-nummers eindigend op 06......631 en 06......161, er geen bewijs is dat verdachte deze nummers in gebruik heeft gehad. De raadsman betwist de betrouwbaarheid van Bleu View en de verbalisant die heeft verklaard de stem van verdachte te herkennen, is niet deskundig op dit gebied en is maar kort betrokken geweest bij het onderzoek;

- het onderzochte IP-adres gekoppeld is aan een computer waar meer mensen gebruik van maken;

- verdachte niet voldoet aan het door aangever opgegeven signalement van de daders;

- verdachte alleen terecht staat op grond van de verklaring van medeverdachte [verdachte C];

- de verklaring van medeverdachte [verdachte C] als ongeloofwaardig, inconsistent en leugenachtig gekwalificeerd dient te worden met als kennelijk doel de verdenking te leggen op anderen behalve hemzelf;

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman eveneens gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het medeplegen van diefstal met geweld van het slachtoffer [slachtoffer B].

De raadsman heeft daartoe kort samengevat aangevoerd dat:

- cliënt ontkent in Veldhoven te zijn geweest en hij niet voldoet aan het signalement;

- de verklaring van [getuige A] onbetrouwbaar en inconsequent is. [getuige A] heeft kennelijk daderkennis en wil zelf buiten schot blijven;

- verdachte betwist de telefoon van [naam] te hebben geleend;

- verdachte betwist het nummer 06......161 in gebruik gehad te hebben;

- er geen fotoconfrontatie heeft plaatsgevonden met aangever.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank baseert zich hierbij op de volgende bewijsmiddelen.

De aangifte van [slachtoffer A]2, waarin hij, kort samengevat, heeft verklaard dat hij 's nachts op 30 oktober 2010 in zijn woning te Wezep is overvallen door twee mannen. Aangever had via een telefoonnummer vermeld op de internetsite [website].nl voor 30 oktober 2010 voor een hele nacht een escortdame besproken, genaamd "Zorana". Hij was dan ook in de veronderstelling dat zij voor de deur stond. Als hij echter om 02.43 uur de voordeur opent, staan er twee mannen voor de deur en kijkt hij in de loop van een (vuur)wapen. Hij ziet dat de man met het vuurwapen zijn rechter wijsvinger om de trekker van het pistool beweegt en hoort een klikkend geluid. Daarop volgt worsteling met de man met het op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, waarbij aangever probeert het op een (vuur)wapend gelijkend voorwerp af te pakken. De mannen dringen zijn woning binnen en doen de voordeur dicht. Aangever wordt bij zijn arm vastgepakt en wordt meerdere keren hard op zijn hoofd/gezicht geslagen. Als hij naar onderen zakt ziet en voelt hij dat hij met de kolf van voornoemd wapen klappen krijgt op zijn hoofd en in zijn gezicht3. Terwijl aangever in elkaar zakt pakt een van de mannen zijn portemonnee uit zijn kontzak.

Zijn mobiele telefoon([nummers]) moest hij afgegeven. Verder hebben de mannen uit de woning een laptop en geld (ongeveer € 500,00) meegenomen.

Medeverdachte [verdachte C] heeft verklaard5 dat hij [verdachte B] en haar vriend voor € 50,00 naar een woning in Wezep heeft gereden. Hij wist dat de vriend van [verdachte B], wiens naam hij aanvankelijk niet durft te noemen, een wapen had6. [verdachte C] heeft in een van zijn verklaringen7gezegd dat de man wiens naam hij niet wilde noemen omdat hij dan problemen met hem kon krijgen, [verdachte A] was. Bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris8 heeft hij het noemen van die naam bevestigd. Volgens [verdachte C]9 ging het in Wezep om een groter geldbedrag, wel 500-600 euro en is het daar hard aan toe gegaan, want hij zag de bloedspetters op die jongen zijn broek.

De stelling van de raadsman dat de verklaringen van [verdachte C] ongeloofwaardig, inconsistent en leugenachtig zouden zijn, acht de rechtbank niet aannemelijk. Uit zijn verklaringen valt niet af te leiden dat het ooit de bedoeling van [verdachte C] is geweest om [verdachte A] "erbij te lappen". De grote terughoudendheid van [verdachte C] om met de naam van [verdachte A] voor de dag te komen, zoals uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt10, geeft de rechtbank juist geen reden om uit te gaan van een verzonnen verklaring.

De rechtbank verbindt het telefoonnummer 06.....631 aan [verdachte A] op grond van het telefoongesprek dat kort na de overval op 1 november 2010 plaatsvond11, waarin [naam B] en een [verdachte A] met elkaar bellen over de computer van [verdachte B]. In dit gesprek wordt [naam B] gevraagd naar de computer van [verdachte B] te kijken op het adres [adres] in Deurne, het GBA-adres van [verdachte B]. Het was een laptop waar een foto van [verdachte B] op stond. Deze laptop is later in de woning van [verdachte B] in beslag genomen en bleek afkomstig te zijn van de overval in Wezep12. Volgens [getuige A] is [verdachte B] de vriendin van [verdachte A] en heeft hij hen vaker naar het huis van [verdachte B] in Deurne gereden13

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het vorenoverwogene de [verdachte A] waarvan hier sprake is, geen andere [verdachte A] zijn dan [verdachte A].

Dat geen van de door aangever [slachtoffer A] opgegeven signalementen zou overeenkomen met dat van [verdachte A] is naar het oordeel van de rechtbank verklaarbaar door de angst, paniek en stress waar [slachtoffer A] op het moment van de overval in verkeerde, alsmede het uur van de nacht en de vermomming, waarbij de gezichten van de overvallers bijna volledig bedekt waren door sjaals en capuchons.

Feit 2 primair

De rechtbank is van oordeel dat vrijspraak dient te volgen voor het onder 2 primair tenlastegelegde. Het geweld waar aangever over spreekt heeft plaatsgevonden op straat nadat hij Zorana binnenshuis heeft betaald voor door haar te verrichten diensten.

Feit 2 subsidiair

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank baseert zich hierbij op de volgende bewijsmiddelen.

Aangever [slachtoffer B]14 verklaart, kort samengevat, dat hij op de avond van 11 november 2010 via een telefoonnummer vermeld op de site [website].nl een afspraak heeft gemaakt met Zorana. De prijs bedroeg € 400,= en zij zou tussen 00.30 en 01.00 uur zijn op zijn adres in Veldhoven. Als zij omstreeks 02.00 uur in zijn woning is vraagt zij meteen om haar 400 euro omdat de chauffeur geld moest hebben en dan verder reed. Omdat hij dit wat vreemd vindt, loopt hij met haar mee naar buiten. Daar loopt de vrouw naar twee mannen toe (een negroïde en een getinte man) en spreekt een van hen aan. Op dat moment krijgt hij een klap van een van die mannen en ziet hij de vrouw wegrennen. De mannen lopen achter haar aan en dreigen hem met nog meer klappen.

[verdachte B] bekent dat zij onder de naam Zorana een afspraak heeft gemaakt15 en in de woning bij de man in Veldhoven is geweest16.

Uit de zendmastgegevens17 in Veldhoven blijken verder gesprekken plaatsgevonden te hebben tussen 06-[nummer] ([verdachte A]) en 06-[nummer] ([getuige A]) waarin onder meer gezegd is "dan geef je hem even twee tikken".

[getuige A] heeft dit in zijn verklaring18 bevestigd. De man waar [verdachte B] mee had afgesproken wilde niet betalen en [getuige A] wilde naar huis. Verder heeft [getuige A] verklaard19dat hij [verdachte B] en [verdachte A] 's nachts heeft afgezet in Veldhoven, omdat ze daar geld moesten ophalen. Er was toen ook een andere jongen meegereden, een halfbloedje uit Deurne. De naam [naam C] in dit verband zou wel kunnen. [getuige A] heeft de auto om de hoek neergezet en moest op hen wachten. Hij heeft hiervoor 50 euro van [verdachte B] gehad. Op een gegeven moment komen die man, [verdachte B], [verdachte A] en dat halfbloedje in de richting van de auto lopen. De man blijft staan en maakt een gebaar van "laat maar zitten". In de auto wordt [verdachte B] nog gebeld en heeft zij haar telefoon aan [verdachte A] gegeven. [verdachte A] schold de beller uit en zei iets van "ga jij maar hard werken", hetgeen overeenkomt met de inhoud van het tapgesprek kort na dit feit op 12 november 2010 te 02.19 uur20.

Het verweer van de raadsman dat de verklaring van [getuige A] als onbetrouwbaar en inconsequent moet worden aangemerkt wordt door de rechtbank verworpen, nu door de verdediging geen doorslaggevend argument is aangevoerd waarom de verklaring van [getuige A] onbetrouwbaar en inconsequent zou zijn.

Wat er moge zijn van het door aangever opgegeven signalement, dit sluit naar het oordeel van de rechtbank niet uit dat [verdachte A] erbij betrokken is geweest.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 subsidair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 30 oktober 2010 te Wezep, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop en een geldbedrag van ongeveer 500 euro en een portemonnee, met daarin een identiteitsbewijs en een rijbewijs en bankpassen en een verzekeringspas, toebehorende aan de heer [slachtoffer A], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en zijn, verdachtes, mededader

- hebben aangebeld bij de woning van voornoemde [slachtoffer A], en toen voornoemde [slachtoffer A] de deur had geopend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op ooghoogte van voornoemde [slachtoffer A] hebben gericht en daarbij een vinger om de trekker gehouden,

waarbij een klikkend geluid werd gemaakt, en

- vervolgens, toen voornoemde [slachtoffer A] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp trachtte af te pakken, binnen zijn gedrongen in voornoemde woning en de voordeur hebben gesloten en [slachtoffer A] hebben vastgegrepen bij de arm en

- meermalen, [slachtoffer A] met kracht tegen en/of op het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, en

-vervolgens [slachtoffer A] met de kolf van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp met kracht tegen en/of op het hoofd en/of in het gezicht hebben geslagen en gestompt en

-voornoemde portemonnee uit de achterzak van de broek van voornoemde [slachtoffer A]

hebben gepakt, terwijl voornoemde [slachtoffer A] in elkaar gezakt was;

en

hij op 30 oktober 2010 te Wezep, gemeente Oldebroek, tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld de heer [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon

toebehorende aan voornoemde [slachtoffer A], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en zijn, verdachtes, mededaders

-hebben aangebeld bij de woning van voornoemde [slachtoffer A], en toen voornoemde [slachtoffer A] de deur had geopend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op ooghoogte van voornoemde [slachtoffer A] hebben gericht en daarbij een vinger om de trekker gehouden,

waarbij een klikkend geluid werd gemaakt, en

-vervolgens toen voornoemde [slachtoffer A] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp trachtte af te pakken, binnen zijn gedrongen in voornoemde woning en de voordeur hebben gesloten en [slachtoffer A] hebben vastgegrepen bij de arm en

-meermalen, [slachtoffer A] met kracht tegen en/of op het hoofd hebben geslagen en/of gestompt, en

-vervolgens [slachtoffer A] met de kolf van voornoemd op een vuurwapen gelijkend voorwerp met kracht tegen en/of op het hoofd en/of in het gezicht hebben geslagen en/of gestompt.

2. subsidiair:

hij in de periode van 11 november 2010 tot en met 12 november 2010 in de gemeente Veldhoven, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, de heer [slachto[slachtoffer B] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 400 euro, hebbende/zijnde verdachte en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

-de afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer B] dat, verdachte's mededader, een paar uur seks zou hebben met voornoemde [slachtoffer B] in zijn woning en dat voornoemde [slachtoffer B], verdachte's mededader, 400 euro zou betalen, en

-naar de woning van Wouter gereden en

-voornoemde [slachtoffer B] voorgehouden dat hij direct 400 euro moest afgeven omdat

de chauffeur geld moest hebben en dan verder zou rijden, waardoor voornoemde [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 primair:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

en

Afpersing, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen.

Feit 2 subsidiair:

Medeplegen van oplichting

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezenverklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van het voorarrest.

Door de raadsman is onder verwijzing naar het arrest van het EHRM van

14 november 2010 (Brusco t. Frankrijk) aangevoerd, dat verdachte tijdens zijn politieverhoor recht had op bijstand van een advocaat. Als er geen afstand is gedaan van dit recht, dient de raadsman bij het verhoor aanwezig te zijn. Dit niet te herstellen vormverzuim dient volgens de raadsman verdisconteerd te worden in de strafmaat.

De rechtbank is van oordeel, dat wat er verder ook van zij van dit verweer, verdachte niet in zijn belang kan zijn geschaad. Niet is gesteld of gebleken dat verdachte in de door de raadsman bedoelde situatie enigerlei verklaring heeft afgelegd, waarmee hij zich belaste. Immers verdachte heeft gezwegen, althans geen bekennende verklaringen afgelegd. De rechtbank verwerpt aldus dit verweer.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting het volgende in het bijzonder in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met zijn mededader(s) schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval in een woning en oplichting van klanten die gebruik wilden maken van een escortdame. Zij gingen hierbij als volgt te werk. Onder de werknaam "Zorana" bood de vrouw via de internetsite "[website].nl", haar diensten aan als escortdame. Via de telefoon of sms-bericht maakte zij een afspraak met een klant en liet zich vervolgens vergezeld door een of meer begeleiders naar de afspraak rijden. Bij de klant incasseerde zij direct de afgesproken prijs en verliet daarna met een smoes zo snel mogelijk de woning, zonder haar diensten verleend te hebben. Verdachten gingen er hierbij kennelijk vanuit dat de slachtoffers uit schaamte geen aangifte durfden te doen. Bij gelegenheid werd niet geschroomd geweld te gebruiken.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit is gebleken dat

hij sinds zijn 16de bekend is bij politie en justitie.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de rapporten van de reclassering van 25 januari 2011 en 29 maart 2011, waarin onder meer een pro justitia onderzoek wordt geadviseerd en het omtrent verdachte opgemaakte pro justitia rapport van 16 mei 2011 van M. Drost, psychiater.

Verdachte heeft niet aan het psychiatrisch onderzoek willen meewerken. Datzelfde geldt voor het psychologisch onderzoek door mederapporteur D. Breuker. Bij een eerder psychologisch onderzoek in 2009 is geconcludeerd dat verdachte een IQ van 63 zou hebben, hetgeen overeenkomt met een licht zwakzinnig niveau. Op grond van het beperkte onderzoek is de conclusie van rapporteur: geen psychiatrisch ziektebeeld in engere zin aanwezig.

Tegenover de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum in het kader van een door de rapporteurs voorgestane eventuele klinische observatie zou hij zich hetzelfde opstellen als tegenover de rapporteur.

In het reclasseringsrapport van 29 maart 2011 wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. Toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen zijn niet geïndiceerd. Verdachte hield zich niet aan de regels en voorwaarden die hem gesteld werden binnen een reclasseringstoezicht, dat voortijdig beëindigd werd.

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank na te noemen straf passend en geboden. Zij ziet daarbij geen reden af te wijken van de eis van de officier van justitie.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling v.i. zaaknummer 99-000019-41

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer te 's-Hertogenbosch d.d. 5 januari 2009 (parketnummer 01/825594/08) is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar en 6 maanden, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafvordering. De voorwaardelijke invrijheidstelling is verleend per 31 mei 2010, met een proeftijd van 365 dagen.

Standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling zal worden herroepen voor een periode van 304 dagen, nu zowel de algemene als de bijzondere voorwaarden overtreden zijn.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering dient te worden afgewezen. De raadsman heeft daartoe gesteld dat veroordeelde gelet op de door hem bepleite vrijspraak geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Verder wordt door de verdediging betwist dat veroordeelde zich niet gehouden zou hebben aan de bijzondere voorwaarden, nu de reclassering de identiteit van veroordeelde niet heeft vastgesteld en er mogelijk sprake kan zijn van een "andere persoon".

Tevens wordt door de raadsman gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, dan wel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 15i, lid 6 Wetboek van Strafrecht, jo. artikel 15b, lid 2 Wetboek van Strafrecht. Veroordeelde is niet opgeroepen onder betekening van de vordering tot het bijwonen van de zitting, aldus de raadsman.

Mocht de rechtbank daar anders over oordelen dan verzoekt de raadsman over te gaan tot een gedeeltelijke herroeping, omdat veroordeelde nu een vriendin heeft en op de goede weg is.

Beoordeling door de rechtbank

Het door de raadsman gevoerde verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat veroordeelde niet is opgeroepen wordt verworpen. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is op 18 april 2011 aan veroordeelde uitgereikt. Op de pro forma zitting van 22 april 2011 is de vordering, nadat deze door de officier van justitie was meegedeeld, gevoegd met de onderhavige strafzaak, zoals ook uit het proces-verbaal van die terechtzitting en dat van de terechtzitting van 5 juli 2011 blijkt. Verdachte/veroordeelde is voorts volgens het desbetreffende proces-verbaal ter terechtzitting van 5 juli 2010 de zitting van 24 augustus 2011 te 09.00 uur aangezegd alsdan zonder nadere oproeping aanwezig te zijn.

Het verweer dat de reclassering de identiteit van veroordeelde niet heeft vastgesteld - wat daar verder ook van zij - behoeft geen bespreking, nu de rechtbank van oordeel is dat de veroordeelde de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

Blijkens het hiervoor overwogene heeft veroordeelde zich immers voor het einde van de proeftijd aan nieuwe strafbare feiten schuldig gemaakt.

De rechtbank zal de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toewijzen en gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat door toepassing van de voorwaardelijke invrijheidstelling nog niet is tenuitvoergelegd, groot 304 dagen, alsnog moet worden ondergaan.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A], [adres], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.000,00 aan immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en wordt de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van het schadeveroorzakend feit.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering tot schadevergoeding kan worden toegewezen, met referte voor de hoogte van het bedrag, omdat de door slachtofferhulp vermelde verwijzing naar de Smartengeldgids een overval betreft op een 72 jarige vrouw. De officier van justitie vordert tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt wegens door de verdediging gevraagde vrijspraak de vordering ongegrond is en dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, dan wel de vordering dient te worden afgewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank, is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan, dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank zal de het schadebedrag naar redelijkheid en billijkheid vaststellen op € 1.500,00. Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan het meer gevorderde alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 15, 15i, 15j, 27, 36f, 47, 57, 63, 310, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 primair:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

en

Afpersing, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen

Feit 2 subsidiair:

Medeplegen van oplichting

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], wonende te [adres] (rek.nr. [nummer]), van een bedrag van € 1.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2010 en met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.500,00, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 25 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in

zoverre komt te vervallen.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

* verklaart de benadeelde partij voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk in zijn vordering

* wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling v.i.-zaaknummer 99-000019-41 wegens overtreding van de algemene voorwaarden toe en gelast de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf van 304 (driehonderdvier) dagen;

Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mr. Van der Hooft en mr. Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van De Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 07 september 2011.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0610 2010160057, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team recherche West Veluwe, gesloten en ondertekend op 14 februari 2011.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 372-385

3 Letselrapportage en foto's, p 392-400

4 Proces-verbaal, p.419

5 Proces-verbaal, p. 547-549

6 Proces-verbaal, p. 548

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 243

8 Proces-verbaal verhoor getuige rechter-commissaris dd 18 aug.2011

9 Proces-verbaal, p. 551

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 243

11 Proces-verbaal, p. 498-500

12 Proces-verbaal, p.427

13 Proces-verbaal, p.292-294

14 Proces-verbaal van aangifte, p. 588-591, 593-596

15 Proces-verbaal, p. 597-598, 600-605

16 Proces-verbaal, p.627

17 Proces-verbaal, p. 18

18 Proces-verbaal, p. 654

19 Proces-verbaal, p. 651-661

20 Proces-verbaal, p. 606