Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR5112

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-08-2011
Datum publicatie
17-08-2011
Zaaknummer
121027 - HA ZA 11-338
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vordering tot opheffing beslag. Feit dat ene partij geen beslag legt (omdat volgens haar wederpartij geen activa bezit) betekent nog niet dat andere partij geen beslag mag leggen. Opheffing tegen zekerheidstelling en opheffing van onnodige beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 121027 / HA ZA 11-338

Vonnis in incident van 17 augustus 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABS FIBER ENGINEERING B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. I.J.A.J. Hanssen te Boxmeer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FIBER4ALL B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.V.P.M. Gijselhart te Deventer.

Partijen zullen hierna ABS en Fiber4All genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 15 juni 2011

- de incidentele vordering tot een voorlopige voorziening (artikel 223 Rv)

- de conclusie van antwoord in het incident met betrekking tot de provisionele vordering.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten in het incident

2.1. ABS heeft werkzaamheden voor Fiber4All verricht en aan Fiber4All daarvoor facturen gestuurd. Fiber4All heeft deze facturen voor een bedrag van in totaal € 134.144,18 onbetaald gelaten. De vordering van ABS in de hoofdzaak in conventie ziet op betaling van dit bedrag.

Fiber4All stelt dat ABS geen enkele vordering (meer) op haar heeft en dat zij een vordering van in totaal € 320.187,66 op ABS heeft. De vordering van Fiber4All in de hoofdzaak in reconventie ziet op betaling van dit bedrag.

2.2. Nadat zij daar op 2 maart 2011 toestemming voor had gekregen van de voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft ABS ter verzekering van verhaal van de door haar gestelde vordering op Fiber4All op 3 maart 2011 conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de ING Bank N.V. en op 12 mei 2011 onder Reggefiber ttH B.V. te Rijssen, steeds voor een bedrag van € 150.000,-- na op 9 mei 2011 van de voorzieningenrechter verkregen verlof. Op 25 maart 2011 is op verzoek van ABS de door haar op 17 maart 2011 uitgebrachte dagvaarding in de hoofdzaak op 12 mei 2011 aan de ING Bank overbetekend.

2.3. Ten laste van ABS is in opdracht van een zekere [naam 1] handelende onder de naam [uitzendbureau te plaats], op 7 februari 2011 ter verzekering van verhaal van een door [naam 1] gestelde vordering van € 93.000,-- op ABS onder Fiber4All conservatoir derdenbeslag gelegd. Op 9 februari 2011 is ten laste van ABS in opdracht van een zekere [naam 2] handelende onder de naam [naam bedrijf te plaats], conservatoir derdenbeslag gelegd onder Schuuring Glasvezel B.V. te Harderwijk ter verzekering van verhaal van een door [naam 2] gestelde vordering van € 239.668,49 op ABS. Schuuring Glasvezel B.V. behoort net als Fiber4All tot de Schuuring groep.

3. De vordering, de grondslag en het verweer in het incident

3.1. Fiber4All vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

- voor de duur van het geding zal bepalen dat de door ABS gelegde conservatoire derdenbeslagen onmiddellijk zullen worden opgeheven, dan wel ABS zal gelasten deze door haar gelegde conservatoire derdenbeslagen onmiddellijk op te heffen onder verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,-- per dag na betekening van het incidenteel vonnis met een maximum van € 500.000,--, primair zonder dat Fiber4All daartegenover een zekerheid in de vorm van een bankgarantie dient te stellen en subsidiair onder de voorwaarde van een dergelijke bankgarantie;

- voor de duur van het geding ABS nog zal verbieden andere conservatoire derdenbeslagen dan wel conservatoire beslagen onder Fiber4All te leggen, eveneens onder verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,-- per dag na betekening van het incidenteel vonnis met een maximum van € 500.000 en

- met veroordeling van ABS in de kosten van dit incident.

3.2. Fiber4All baseert deze incidentele vorderingen in het licht van de vaststaande feiten op de stelling dat ABS onrechtmatig heeft gehandeld door conservatoir derdenbeslag ten laste van haar, Fiber4All, te leggen. Fiber4All heeft zelf in overleg met ABS voorgesteld om tot meerdere zekerheid van de door partijen gestelde vorderingen over en weer een bankgarantie te stellen. ABS heeft dit geweigerd, omdat zij financieel niet in staat zou zijn een bankgarantie voor welk bedrag dan ook te stellen en feitelijk al failliet was. Omdat ABS geen activa heeft, ook niet in de vorm van vorderingen op derden, is het voor Fiber4All niet mogelijk ten laste van ABS conservatoir (derden-)beslagen te leggen. Fiber4All biedt zelf wel voldoende verhaal.

Door de door ABS gelegde beslagen lijdt Fiber4All niet alleen financiële schade, maar ook reputatieschade.

Fiber4All sluit niet uit dat ABS nog meer conservatoire derdenbeslagen zal willen leggen.

3.3. ABS voert verweer. Op dat verweer zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. Fiber4All heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.

4.2. De vraag of een conservatoir beslag als een vexatoir en daarom onrechtmatig beslag moet worden aangemerkt, dient (volgens de Hoge Raad 24 november 1995, NJ 1996/161) in beginsel te worden beantwoord aan de hand van de concrete omstandigheden ten tijde van de beslaglegging, waaronder de hoogte van de te verhalen vordering, het bedrag waarvoor beslag is gelegd en de eventueel onevenredig zware wijze waarop de schuldenaar door het beslag in zijn belangen wordt getroffen.

4.3. Vooropgesteld wordt dat in het geval geoordeeld zou worden dat er sprake is van een onrechtmatig beslag Fiber4All een voldoende dringend belang heeft bij de door haar gevorderde opheffing van dat beslag. Als gevolg van de beslaglegging kan zij immers niet over aan haar toekomende gelden beschikken.

4.4. Het enkele feit dat ABS heeft geweigerd een bankgarantie af te geven voor de Fiber4All gestelde vordering op haar is onvoldoende om te kunnen concluderen dat ABS onrechtmatig handelt door gebruik te maken van haar door de wet gegeven bevoegdheid om conservatoir (derden-)beslag te leggen.

Niet alleen ABS is in beginsel bevoegd conservatoir (derden-)beslag te laten leggen, ook Fiber4All heeft die bevoegdheid. Dat Fiber4All geen gebruik wenst te maken van die bevoegdheid (naar zij stelt omdat ABS geen activa heeft, wat ABS betwist) is haar eigen beslissing en die kan zij niet aan ABS verwijten. Deze eigen beslissing van Fiber4All om geen beslag onder ABS te leggen brengt nog niet met zich dat haar wederpartij ABS niet van haar bevoegdheid om beslag te leggen gebruik mag maken.

Fiber4All heeft voorts aangevoerd dat zij financiële schade en reputatieschade lijdt door de beslaglegging, maar deze stelling niet nader toegelicht. Gesteld noch gebleken is dat Fiber4All meer of andere financiële schade en reputatieschade lijdt dan in het algemeen gepaard gaat met (conservatoire of executoriale) beslaglegging onder een derde. Het enkele feit dat Fiber4All financiële schade en reputatieschade lijdt als gevolg van de beslaglegging is derhalve onvoldoende om de door ABS gelegde beslagen op te heffen.

De hiervoor vermelde feiten en omstandigheden zowel op zich als in onderlinge samenhang bezien kunnen niet tot de conclusie leiden dat ABS onrechtmatig heeft gehandeld door conservatoir beslag te leggen onder Fiber4All.

4.5. Volgens ABS heeft het beslag onder de ING Bank geen doel getroffen, maar het beslag onder Reggefiber wel. Omdat het beslagene haar vordering aanzienlijk overtrof heeft zij dat beslag onder Reggefiber opgeheven voor het gedeelte waarmee het beslag haar vordering overtrof, aldus ABS. ABS heeft voorts aangevoerd dat zij niet van plan is nieuwe beslagen te leggen, omdat zij door het beslag onder Reggefiber voldoende zekerheid heeft dat zij zich op Fiber4All kan verhalen als haar vordering wordt toegewezen.

4.6. Het tweede lid van artikel 705 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de opheffing van een conservatoir (derden)beslag onder meer wordt uitgesproken, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.

4.7. Fiber4All heeft aan haar provisionele vordering niet de stelling ten grondslag gelegd dat het door ABS ingeroepen recht ondeugdelijk is, zodat de (on)deugdelijkheid van het door ABS ingeroepen vorderingsrecht hier geen bespreking behoeft.

De enkele mededeling van Fiber4All dat zij voldoende verhaal biedt is onvoldoende om te kunnen concluderen dat het beslag onnodig is, nu Fiber4All deze stelling niet nader heeft onderbouwd.

Gelet op de mededeling van ABS dat het beslag onder Reggefiber kleeft en haar voldoende zekerheid voor verhaal biedt, komt het beslag onder de ING Bank onnodig voor.

ABS heeft wel gesteld dat het beslag onder de ING Bank niet kleeft, maar deze stelling niet nader onderbouwd. Het beslag onder de ING Bank zal daarom worden opgeheven.

Fiber4All heeft gevorderd te bepalen dat de beslagen onmiddellijk zullen worden opgeheven dan wel ABS te gelasten de beslagen op te heffen. Deze vorderingen worden aldus verstaan, dat Fiber4All vordert dat de beslagen door de rechtbank worden opgeheven. Zoals de Hoge Raad al op 18 oktober 1991 heeft uitgemaakt (NJ 1992/4), dient daaraan op praktische gronden de voorkeur te worden gegeven.

De vordering van ABS op Fiber4All is door de voorzieningenrechter begroot op € 150.000,- en aan ABS is verlof verleend voor dit bedrag beslag te leggen. Waar ABS niet bevoegd is voor een hoger bedrag dan € 150.000,-- beslag te leggen onder Reggefiber, behoeft voor dit beslag geen verdere voorziening te worden getroffen.

Al hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat de primaire vordering van Fiber4All, inhoudende opheffing van de beslagen zonder dat Fiber4All daartegenover zekerheid dient te stellen, voor wat betreft het beslag onder Reggefiber niet voor toewijzing vatbaar is.

4.8. ABS heeft verklaard dat zij geheel onverplicht bereid is om het conservatoire beslag onder Reggefiber geheel op te heffen binnen twee dagen nadat Fiber4All haar een bankgarantie voor het bedrag van € 150.000,-- zal hebben gesteld, volgens de gebruikelijke voorwaarden, dat wil zeggen volgens het model dat is vastgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken.

Nu de wet voorziet in een onmiddellijke opheffing van het beslag indien en zodra een voldoende zekerheid voor de geldvordering is gesteld, valt niet in te zien waarom een termijn van twee dagen na het stellen van een bankgarantie in acht genomen zou moeten worden. De subsidiaire vordering van Fiber4All, inhoudende opheffing van de beslagen tegen het stellen van voldoende zekerheid zal daarom voor wat betreft het beslag onder Reggefiber als na te noemen worden toegewezen.

4.9. De vordering van Fiber4All om ABS te verbieden opnieuw conservatoir (derden-) beslag te leggen ten laste van Fiber4All zal worden afgewezen.

ABS heeft verklaard dat zij niet van plan is nieuwe beslagen te leggen, zodat gezegd kan worden dat Fiber4All geen belang heeft bij het gevorderde verbod. Ondanks deze mededeling van ABS kan evenwel op voorhand niet uitgesloten worden dat nieuwe omstandigheden een hernieuwd beslag rechtvaardigen. Weliswaar ligt het dan op de weg van de beslaglegger om deze te stellen in een verzoekschrift tot verlof, maar dit op voorhand te verbieden, gaat te ver.

4.10. Omdat partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, zullen de kosten van dit incident tussen hen gecompenseerd worden, aldus dat zij ieder de eigen kosten dragen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. heft op het op 3 maart 2011 ten laste van Fiber4All onder de ING Bank N.V., gevestigd en kantoorhoudend te Amsterdam Zuidoost aan het Bijlmerplein 888 gelegde conservatoir derdenbeslag;

5.2. heft op het op 10 mei 2011 ten laste van Fiber4All onder Reggefiber ttH. B.V., gevestigd en kantoorhoudende aan de Reggesingel 12 te Rijssen gelegde conservatoir derdenbeslag indien en zodra Fiber4All aan ABS een bankgarantie voor het bedrag van € 150.000,-- heeft verstrekt volgens de gebruikelijke voorwaarden, dat wil zeggen volgens het model dat is vastgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken;

5.3. compenseert de kosten van dit incident aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

5.4. wijst af het meer of andere gevorderde;

5.5. bepaalt dat de hoofdzaak op 13 september 2011 te 13.45 uur zal worden voorgezet met de bij vonnis van 15 juni 2011 bevolen comparitie.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2011.