Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR5073

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
119006 - HA ZA 11-45
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toekenning van de prijs is een onherroepelijk aanbod tot het leveren van de als prijs beloofde diensten. De winnaar kan niet in plaats daarvan een bedrag in contanten vorderen als nog invulling gegeven kan worden aan de prijs door levering van die diensten maar de winnaar daar geen behoefte meer aan heeft.Dit valt niet onder het aanbod

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 119006 / HA ZA 11-45

Vonnis van 20 juli 2011

in de zaak van

de vereniging

[eiseres],

gevestigd te [plaats],

eiseres,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde],

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. C.M. Dreef te Deventer.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 maart 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 6 juni 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In november 2008 heeft [eiseres] meegedaan aan de zogenoemde Sinterklaasactie van [gedaagde]. [eiseres] heeft daarbij als prijs gewonnen een cheque van € 10.007,00.

2.2. Aan de Sinterklaasactie waren algemene voorwaarden verbonden. Hierin is het volgende vermeld:

“(…)

? Op deze actie zijn de bepalingen, vastgelegd in de GEDRAGSCODE PROMOTIONELE KANSSPELEN van toepassing (…)

(…)

? De maximale waarde van deze prijs is 10.007 EURO en wordt in diensten of materialen uitgekeerd, expositiemateriaal, korting op de vervaardiging van u beurspresentatie gebouwd door [naam A] of [naam B].

(…)

? In alle gevallen waarin deze deelnamevoorwaarden niet voorzien, beslist de directie van [naam A];

(…)”.

2.3. Na de prijsuitreiking heeft een gesprek plaatsgevonden tussen een medewerker van [gedaagde], de heer [naam 1], en [eiseres]. Vervolgens is tussen partijen onder meer per e-mail gecorrespondeerd (als producties overgelegd door [eiseres]) als volgt:

- e-mailbericht van [eiseres] aan [gedaagde] van 19 januari 2009: “(…) Tijdens het ophalen van onze prijscheque hebben we gesproken over de kleine mobiele stands. Ik geloof dat jullie deze stands ‘out of the box’ noemen. Na overleg met onze directie kan ik melden dat wij zeer geinteresseerd zijn in twee van zulke stands. Wij zijn van mening dat we het gelijk goed moeten aanpakken en naar de mogelijkheden voor twee luxe ‘out of the box’-stands moeten kijken. Met luxe bedoelen we stands waar eigenlijk alle mogelijke opties op en aan zitten. Denk daarbij aan verlichting, misschien een tv-schermpje enz. Uiteraard wel in een formaat wat makkelijk te vervoeren (wielen onder de kist)/verzenden (hanteerbaar formaat) en op te zetten is. Ons idee is om de stands naar de makelaars te sturen, indien zij een beurs, of braderie o.i.d. in de buurt hebben. (…)”

- e-mailbericht van [eiseres] aan [gedaagde] van 21 januari 2009: “(…) Jij hebt ons tijdens ons bezoek een voorbeeld laten zien van een mobiele stand en in zo’n stand hebben wij interesse, maar dan wel een luxe uitvoering met alles erop en eraan. Wij willen graag een offerte voor 2 gelijke stands. (…)”

- e-mailbericht van [eiseres] aan [gedaagde] van 9 februari 2009: “(…) Het ontwerp ziet er mooi uit, maar is volgens mij anders als hetgeen wat wij toentertijd bij jullie op kantoor hebben gezien. Wij hebben toen een soort box gezien, welke op locatie ook als balie gebruikt kan worden. In de box wordt een achterwand vervoerd, welke eenvoudig door de makelaar op te zetten is. Dat is wat wij in gedachten hebben. (…)”.

- e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 25 februari 2009: “(…) In principe is het ontwerp zoals gestuurd in grote lijnen hetgeen wat wij bedoelen, echter hebben wij nog een aantal punten:

? Graag zouden wij de balie als een soort flightcase gebruiken voor de achterwand. Oftewel het pakket wat we opsturen is dus eigenlijk de bali met daarin de achterwand.

(….)

? Wieltjes onder de balie/flightcase zodat deze gemakkelijk te vervoeren is.

(…)

Daarnaast was mijn collega erg benieuwd naar het gewicht van het pakket ivm verzenden/vervoeren in achterbak van auto. (…)”.

2.4. Op 4 maart 2009 heeft [gedaagde] aan [eiseres] een offerte gezonden met [nummer 1]. Hierin is een systeemwand geoffreerd, vouwbare panelen en een “Flightcase 150 x 100 x 75 cm (LxBxH) v.z.v. wielen”. De totaalprijs is € 4.052,70 ex BTW. Op de offerte is vermeld: “(…) Een set bestaat uit 1 volledige wand v.z.v. genoemde decoraties verlichtingset, 1 systeembalie v.z.v. logo en verlichting en 1 flightcase t.b.v. vervoer. (…)”.

2.5. Partijen hebben per e-mail verder gecorrespondeerd:

- e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 12 maart 2009: “(...) Maar we gaan er voor zorgen dat het met tassen in een normale auto past. Het ontwerp team had namelijk aan de mail vastgehouden dat het eventueel in een balie zou passen. Dan komen we op andere formaten. (…)”.

- e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 13 maart 2009: “(…) De mail is gedeeltelijk duidelijk voor mij. Als ik het goed begrijp is de stand + toebehoren zo te maken dat het in tassen geleverd kan worden. Wat ik graag van jou zou willen ontvangen is het volgende: Een definitieve offerte voor twee stands welke geleverd worden in de tassen zodat ze in een auto passen + een flightcase voor beide stands, zodat het eventueel ook te verzenden is per post. (…)”.

- e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 9 april 2009: “(…) Naar overleg met het bestuur, kan ik berichten dat wij graag gebruik willen malen van [offerte nummer 2] d.d. 4-3-09. Wij willen graag 2 van de genoemde stands bestellen. Daarbij willen wij extra een aantal full color pint panelen bestellen (…) Totaal komen wij dan uit op het volgend bedrag:

2x 4052,70 = € 8105,40

11 x 167,67 = € 1844,37

Totaal: € 9947,77 ex btw. Wij willen hiervoor de cheque ad € 10.007,-, die wij in december 2008 gewonnen hebben met de Sint Nicolaas actie, gebruiken. (…)”.

- de e-mail van 23 juli 2009 van [eiseres] aan [gedaagde]: “(…) In jouw offerte wijken de afmetingen weer af van de afmetingen die in de technische tekening staan. Wij gaan er vanuit dat de panelen 77 x 96 cm groot zijn, klopt dat? Indien dit inderdaad het geval is, dan is het hierbij akkoord.

De totaalfactuur zou dan uitkomen op € 8105,40 (offerte T0943/900110) + € 933,86 ([offerte nummer 3]) = € 9039,26 ex btw. (…)”.

- e-mail van [gedaagde] aan [eiseres] van 1 oktober 2009: “(…) Van de productie afdeling heb ik doorgekregen dat deze week de kisten zijn gemaakt voor de mobiele stands. Het gaat om drie liggende kisten voor de wanden en extra panelen en twee staande kosten voor de twee balies. (…) Let wel dat het volume van de staande kisten groter is als van de liggende, dus als je het komt halen zou ik een stationwagen meenemen. (…)”.

2.6. Bij e-mail van 16 oktober 2009 heeft [eiseres] aan [gedaagde] geschreven: “(…) Afgelopen woensdag zijn de kisten met de stands binnengekomen en vandaag hebben wij ze opgezet. Om eerlijk te zijn ben ik ontzettend geschrokken over de bijzonder slordige en slechte afwerking van zowel de kisten als het standmateriaal. Daarnaast zijn de houten kisten zo groot dat een complete set niet met een personenauto te vervoeren is (ook niet met een stationwagen), nog afgezien van het gewicht dat deze kisten hebben. (…) Hetgeen wat wij nu ontvangen hebben komt absoluut niet overeen met de offertes en de gegeven presentaties. Een voorbeeld hiervan is dat de complete stand zou passen en worden geleverd in een flightcase van 150 x 100 x 75 v.z.v. (zwenk)wielen. (…) hieronder volgt een lijst met zaken die wij geconstateerd hebben na het openmaken van de kisten en het opzetten van de stands:

(…)

? Flightcases zijn vervangen door onafgewerkte/ruwe houten kisten die niet eenvoudig en in een normale personenauto te vervoeren zijn.

(…)

? Zoals eerder gezegd kunnen wij de geleverde kisten geen flightcases noemen, maar zien deze er uit als houten hokken. Daarbij komt dat we nu al de nodige splinters uit onze handen hebben moeten halen.

(…)

? De zijkant van de ‘flightcase’/houten hok waarin de losse panelen zijn aangeleverd is al kapot zonder dat wij deze ook maar één keer verstuurd hebben of er ruw mee zijn omgegaan.

? De kisten waar het standmateriaal in zit en de losse platen hebben überhaupt geen sluiting waardoor deze niet afgesloten verstuurd kunnen worden.

(…) Wij kunnen helemaal niks met de spullen die wij van jou ontvangen hebben, terwijl we dit toch al aan onze makelaars beloofd hebben. (…)”.

2.7. Bij e-mail van 26 oktober 2009 heeft [gedaagde] aan [eiseres] geschreven: “(…) Het stand materiaal wat we hebben opgehaald bij jullie voldoet inderdaad niet aan de gestelde eisen als het gaat om de afwerking. We gaan naar een juiste oplossing zoeken om het recht te zetten. (…)”.

Op 18 november 2009 heeft [gedaagde] aan [eiseres] een e-mail gezonden met de volgende inhoud: “(…) Na ons gesprek bij jullie op kantoor hebben we intern gekeken hoe we deze systemen compacter en lichter kunnen maken. Dit gelet op het feit dat ‘de dames’ het makkelijk in een auto mee kunnen nemen en zelf kunnen bouwen. Tot mijn spit moet ik mededelen dat dat niet gaat lukken. (…) In overleg met de directie is hier dan ook besloten jullie en nieuw voorstel te doen. (…)”.

Bij e-mail van 18 december 2009 heeft [eiseres] aan [gedaagde] hierop geantwoord: “(…) Ons voorstel is dat jullie, ondanks het feit dat het niet tot de core business behoort, toch met een oplossing komen in de vorm van mobiele stands conform de afspraken die er in het begintraject zijn gemaakt. Wij kunnen het niet ‘verkopen’ aan onze leden dat deze stands er ineens niet komen, want sommige hadden zelfs al ingeschreven op de stands om te gebruiken. (…)”.

2.8. Partijen hebben verder gecorrespondeerd over alternatieven voor de invulling van de prijs:

Bij e-mail van 9 februari 2010 schrijft [gedaagde] aan [eiseres]: “(…) Zoals bij jullie op kantoor besproken kunnen wij de twee bestaande opstellingen aanpassen door deze te voorzien van lichtgewicht panelen en draagtassen i.p.v. houten panelen en transportkisten. Echter het is wel zo dat dit de systemen zijn die wij in ons programma hebben. Aangezien opvouwbare presentatiesystemen niet onze core-business zijn (…) is dit de enige oplossing die ik vanuit de organisatie kan aandragen op dit moment. Nogmaals excuus voor het feit dat onze vorige accountmanager een wat ander beeld heeft geschetst maar wij leveren geen rolbanners, kunststof in- en opvouwwandjes etc, zoals die nu populair zijn. Mocht het bovenstaande voor jullie geen oplossing zijn, dan hebben we optie twee aangedragen en dat is dat we de waardecheque omzetten in korting op verschillende stand producties. Dit is waar de waardecheque in beginsel ook voor bedoeld is. Het is een waardecheque die alleen bij [gedaagde] kan worden ingeleverd. (…) De keuze is dus als volgt:

of de bestaande presentatie systemen worden aangepast conform bovenstaande oplossingen

of jullie ontvangen korting op nieuw te realiseren standproducties. (…)”.

In een e-mail van 3 juni 2010 schrijft [eiseres] aan [gedaagde]: “(…) We hebben uitvoerig besproken wat te doen met jouw voorstel/de gewonnen cheque. Gister heb ik het besproken met ons bestuur en directie en zij gaven aan dat als een mobiele stand niet jullie core business is, we hierover niet verder moeten discussiëren, ondanks dat in eerste instantie [naam] iets anders heeft gezegd. Zij kwamen maar mijn mening, met meen prima oplossing/voorstel. Jullie zijn goed in het produceren van stands cq. Presentatiefaciliteiten. Binnen een half jaar gaan wij verhuizen naar een nieuwe locatie en willen hierin een mooie presentatieruimte inrichten. Graag zouden wij hiervoor Julie diensten inschakelen om te kijken hoe we dit mooi kunnen doen en ook de cheque hierbij gebruiken. (…)”

Het antwoord van [gedaagde] hierop bij e-mail van 4 juni 2010 is: “(…) We hebben het hier intern overlegd en kunnen ons vinden in je voorstel. Laten we binnenkort afspreken op de in te richten locatie (…)”.

2.9. [gedaagde] schrijft op 18 augustus 2010 aan [eiseres]; “(…) Het is binnen de prijsstelling wel zo dat we (met aftrek van de waardecheque natuurlijk) wel het hele project in een keer moeten aannemen. (…)”.

[eiseres] antwoord hierop op 23 augustus 2010: “(…) De uiteindelijke conclusie is dat we ons vooralsnog moeten beperken tot de balie in de ontvangsthal. (…) Het totaalbudget voor de balie bedraagt 10.000 euro en hier willen wij graag de cheque voor inzetten. (…)”

[gedaagde] reageert hierop op 26 augustus 2010 met de volgende mail: “(…) echter kunnen we als [gedaagde] hierin niet meegaan. (…) Het probleem zit hem erin dat wij onze waardecheque alleen kunnen uitgeven op basis van materialen die wij zelf ontwerpen, produceren en verstrekken. Ter waarde van de cheque hebben we jullie destijds de twee presentatie systemen met balies geleverd. Deze waren niet naar hetgeen jullie je erbij hadden voorgesteld geleverd. We hebben ze daarop uit coulance teruggenomen en hebben het interieurconcept wat nu voor je ligt op de rit gezet. Zoals je zult begrijpen hebben we inmiddels aan onze kant al veel kosten gemaakt (de twee presentatiesystemen, bezoeken, ontwerpen, calculaties etc) Daarom kunnen we9zoals reeds boven gesteld) de cheque alleen verzilveren op basis van de conceptstudies die nu bij jullie liggen (en dan over het totale concept) en niet op een door jullie aangeleverd ontwerp van een externe partij (…)’.

[eiseres] schrijft op 7 september 2010: “Deze balie wordt geproduceerd, gemonteerd en geleverd door [gedaagde] Exhibitions (kijkend naar jullie website (…) [eiseres] Makelaar heeft een impressie verzonden als voorbeeld, zodat [gedaagde] Exhibitions een idee heeft wat de wensen en ideeën van [eiseres] Makelaar m.b.t. de balie zijn en [gedaagde] Exhibitions een voorstel kan maken wat voor beide partijen aanvaardbaar en realiseerbaar is. Het totaalbudget voor de balie (incl. montage en levering) bedraagt € 10.000,- en hiervoor willen wij de cheque inzetten. (…)”.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] zal veroordelen tot betaling van € 10.007,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

6 oktober 2010, subsidiair vanaf 27 december 2010, tot aan de dag der algehele voldoening en [eiseres] zal veroordelen in de proceskosten.

3.2. [eiseres] voert daartoe aan dat [gedaagde] is verzuim is in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van het leveren van goederen en/of diensten ter waarde van

€ 10.007,00. De geleverde mobiele stands voldeden geheel niet aan dat wat partijen overeengekomen waren. Ze waren niet alleen slecht afgewerkt, maar ook veel te zwaar en te groot. Uit coulance heeft [eiseres] willen meewerken aan een andere invulling van de prijs door een balie voor het nieuwe bedrijfspand te willen afnemen, maar [gedaagde] heeft dit gefrustreerd door onredelijke nadere voorwaarden te stellen. Nu [gedaagde] niet kan of wil leveren wat partijen hadden afgesproken, is sprake van verzuim. [eiseres] heeft recht op een vervangende prestatie, het geldbedrag van de prijs. Voor zover nodig is de overeenkomst ontbonden en wordt schadevergoeding gevorderd. De schade is eveneens te stellen op het bedrag van de prijs, € 10.007,00.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Zij stelt dat zij de mobiele stands conform de overeenkomst van partijen heeft geleverd. Weliswaar zijn de stands niet naar de gewenste kwaliteitsmaatstaven uitgevoerd, maar [gedaagde] is steeds bereid geweest (en nog) om dit te herstellen en de stands goed afgewerkt te leveren. De stands voldoen verder geheel aan de afspraken. Uit coulance heeft [gedaagde] er mee in willen stemmen dat [eiseres], die kennelijk als spijtoptant de stands niet meer wilde afnemen, de prijs op een andere wijze zou inzetten. [eiseres] heeft daarvan geen gebruik gemaakt. De prijs is niet uit te keren in geld. Het gaat evenmin om het verkrijgen van een gratis product. De bedoeling van de prijs is dat deze ingezet wordt om korting te verkrijgen bij een bestelling.

Nu [gedaagde] de overeenkomst ten aanzien van de bestelde stands is nagekomen, kan [eiseres] de overeenkomst niet ontbinden en bestaat geen grond voor schadevergoeding.

4. De beoordeling

4.1. Centraal staat de vraag naar het karakter van de door [eiseres] gewonnen prijs en de wijze waarop daaraan door [gedaagde] invulling wordt gegeven.

Met het uitschrijven van de prijsvraag heeft [gedaagde] zich verplicht aan de winnaar van de prijs datgene te doen toekomen dat in de algemene voorwaarden, behorend bij de prijsvraag is omschreven, namelijk: diensten, materialen, expositiemateriaal of korting op de vervaardiging van beurspresentatie voor de winnaar, gebouwd door [naam A] of [naam B], tot het maximumbedrag van € 10.007,00.

In wezen betreft het een onherroepelijk aanbod van [gedaagde] aan de prijswinnaar. In de voorwaarden noch anderszins is de termijn van het aanbod in tijd beperkt. Door toekenning van de prijs aan [eiseres] heeft [gedaagde] zich tegenover [eiseres] hiertoe verplicht. Voor [eiseres] betekent dit dat zij een aanbod kon aanvaarden dat ziet op “diensten, materialen, expositiemateriaal of korting op de vervaardiging van beurspresentatie voor de winnaar, gebouwd door [naam A] of [naam B], tot het maximumbedrag van

€ 10.007,00” en niet, bijvoorbeeld, aanspraak geeft op een bedrag in contanten of een andere invulling met dezelfde waarde als aangeboden. Het is aan [eiseres] om het aanbod van [gedaagde] te aanvaarden of te verwerpen.

4.2. [eiseres] heeft het aanbod aanvaard, waarmee een ‘basisovereenkomst’ is ontstaan die verdere invulling behoefde. Immers deze basisovereenkomst was nog niet verder geconcretiseerd dan dat [gedaagde] aan [eiseres] tot een maximumbedrag van € 10.007,00 diensten, materialen, expositiemateriaal of korting op de vervaardiging van een beurspresentatie voor [eiseres], zou leveren en [eiseres] deze wenste te ontvangen. Partijen hebben ter verdere concretisering onderhandeld over de twee mobiele stands en daarover overeenstemming bereikt.

4.3. Partijen discussiëren over de vraag of [gedaagde] in de uitvoering van de overeenkomst tot levering van de door [eiseres] bestelde mobiele stands toerekenbaar tekort is gekomen, zoals [eiseres] stelt en [gedaagde] betwist. Weliswaar erkent [gedaagde] dat de afwerking te wensen overliet, maar zij heeft aangeboden de daarin aanwezige gebreken te herstellen. [eiseres] heeft (nog) niet de gelegenheid tot herstel geboden, vanwege de discussie over de vraag of de mobiele stands – los van de kwaliteit van de afwerking – al dan niet aan de overeenkomst zouden (kunnen) beantwoorden. De vraag of sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van [gedaagde] kan echter onbeantwoord blijven, gelet op het volgende.

4.4. Uit de correspondentie van partijen, zoals weergeven onder 2.8 volgt, dat zij in onderling overleg hebben afgezien van de verdere nakoming van de overeenkomst met betrekking tot de mobiele stands. Ze zijn overeengekomen een andere invulling aan de basisovereenkomst te geven en daarmee is de overeenkomst ten aanzien van de mobiele stands vervallen. Beiden wensten daarvan geen verdere uitvoering meer.

Echter, de onderhandelingen over de andere invulling zijn blijven steken in meningsverschillen over het standpunt van [gedaagde] dat [eiseres] meer dan alleen een balie moest afnemen en de vraag of de gewenste balie al dan niet viel binnen het aanbod van de prijs, zodat een andere invulling niet tot stand gekomen is.

4.5. Hieruit volgt, dat partijen nog steeds de mogelijkheid hebben een andere invulling te geven aan de basisovereenkomst. Anders dan [gedaagde] kennelijk meent, kan zij daarbij geen aanvullende eisen stellen die zij in het oorspronkelijke aanbod, zoals omschreven in de algemene voorwaarde bij de prijsvraag, niet heeft gesteld. In de e-mails van 9 februari 2010 (genoemd onder 2.8) waarmee [gedaagde] te kennen heeft gegeven in te stemmen met een andere invulling van de prijs heeft zij alleen aangegeven dat het enige alternatief wat haar betreft zou zijn gelegen in ‘korting op nieuw te realiseren standproducties’. Dit komt overeen met het in de prijs verwoordde aanbod. Uit de mailwisseling van 3 en 4 juni 2010 (eveneens genoemd in 2.8) volgt evenmin dat partijen aan het besluit een nieuwe invulling te zoeken voor de basisovereenkomst andere voorwaarden hebben gesteld.

4.6. Een uitkering van een bedrag in contanten, zoals [eiseres] in deze procedure vordert, kan, zoals onder 4.1 overwogen, niet worden beschouwd als uitvoering van het in de prijs begrepen aanbod en is dan ook niet toewijsbaar. Ook voor een schadevergoeding, zoals gevorderd, ontbreekt een grondslag. Immers de overeenkomst kan door [gedaagde] nog worden nagekomen wanneer partijen tot een nadere invulling daarvan kunnen komen. Indien [eiseres] geen nadere invulling van de overeenkomst meer wenst, staat het haar vrij alsnog het aanbod te verwerpen en de prijs niet te incasseren.

4.7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering niet zal worden toegewezen.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 568,00 aan vast recht en € 904,00 aan salaris van de advocaat.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 568,00 aan vast recht en € 904,00 aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.