Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4747

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-08-2011
Datum publicatie
10-08-2011
Zaaknummer
123053 - KG ZA 11-187
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nu er tussen partijen al zoveel strijd is over de gehuurde en gebruikte oppervlakte van de Kaliwaal en de heerlijke visrechten langs de grens, acht de voorzieningenrechter mede gelet op de vele andere onduidelijkheden als gevolg van overgangsrechtelijke en internationaalrechtelijke verwikkelingen, deze zaak niet geschikt om in kort geding te beslissen. Ook een gering spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 123053 / KG ZA 11-187

Vonnis in kort geding van 10 augustus 2011

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

HENGELSPORTVERENIGING DE ZEELT,

gevestigd te Kekerdom, gemeente Ubbergen,

2. [eiser 2],

wonende te Lith,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaten mr. H.A. de Savornin Lohman en mr. W.B. Meijer te Amsterdam,

tegen

1. vennootschap onder firma

[gedaagde 1],

gevestigd te Terwolde, gemeente Voorst,

2. [gedaagde 2],

wonende te Terwolde, gemeente Voorst,

3. [gedaagde 3],

wonende te Deventer,

4. [gedaagde 4],

wonende te Terwolde, gemeente Voorst,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. W.F. van Oostveen te Deventer.

Partijen zullen hierna eisers, de Zeelt (eiseres sub 1), [eiser 2] (eiser sub 2) en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 17 juni 2011;

- de wijziging van eis ten aanzien van de Kaliwaal d.d. 18 juli 2011;

- de eis in reconventie d.d. 18 juli 2011;

- een aanvulling op de eis in reconventie d.d. 19 juli 2011;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling d.d. 20 juli 2011;

- de pleitnota aan de zijde van eisers;

- de pleitnota aan de zijde van [gedaagden]

2. De feiten

2.1. De Kaliwaal is een in 1950 gegraven plas, gelegen in de uiterwaarden aan de linkeroever van de Waal. In 1975 is een verbinding gemaakt tussen de Kaliwaal en de Waal.

2.2. Het linkergedeelte van het Bijlandsch Kanaal is gelegen net over de Nederlandse grens van kilometerraai 862.700 tot kilometerraai 865.450, de Kleefse Vaart en het Vossengat. Grondeigenaar van deze linkerhelft van het Bijlandsch Kanaal is Duitsland. De rechterhelft van de ondergrond is in eigendom bij de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat).

2.3. De Zeelt is een amateur-hengelsportvereniging met 300 leden.

2.4. [eiser 2] is een beroepsvisser.

2.5. [gedaagden] houden zich bezig houdt met de beroepsbinnenvisserij. De firma kent twee volwaardige arbeidsplaatsen.

2.6. De Zeelt huurt sinds 1994 van Staatsbosbeheer, een van de Staat te onderscheiden rechtspersoon, het volledige visrecht en het looprecht op een gedeelte van de Kaliwaal (noordoostzijde, nabij het gedeelte tussen de Kaliwaal en de Kekerdomse Strang, ten noordoosten van de doorbraak tussen voornoemde wateren, gelegen westelijk van de Duffeltdijk).

2.7. Bij e-mail d.d. 20 juni 2011 heeft mr. Poelsma namens de Kamer voor de Binnenvisserij het volgende aan mr. Meijer geschreven:

“Bij de Kamer is laatstelijk onder nr. H94-449 (dossier 4467) geregistreerd een tussen Staatsbosbeheer en HSV De Zeelt gesloten huurovereenkomst volledig visrecht, ingaande 1-6-1995 en eindigende 31-5-2011, welke is goedgekeurd d.d. 21-11-1994. Uitgaande van het feit dat verhuurder ter zake geen gevolg heeft gegeven aan hetgeen in artikel 33 eerste lid onderdeel a van de Visserijwet is bepaald, veronderstelt de Kamer dat de op 31-5-2001 expirerende huurovereenkomst nadien tot twee keer toe stilzwijgend, met eenzelfde termijn van telkenmale zes jaar, is verlengd tot 31 maart 2013”.

2.8. De Zeelt huurde al sinds 1989 van [naam 3] Vastgoed B.V. het vis- en looprecht aan de noordzijde van de Kaliwaal.

De Kamer voor Binnenvisserij heeft deze overeenkomst laatstelijk verlengd tot en met 31 december 2006 en vervolgens is de overeenkomst stilzwijgend verlengd tot 31 december 2012.

2.9. De Zeelt huurt van de Staat het schubvisrecht in de linkerhelft van de Bovenrijn (Bijlandsch Kanaal) voor zover behorende tot Duits gebied, van de lijn over de torens van Lobith en Keeken af tot aan de grens tussen Millingen en Bimmen (waaronder begrepen het Vossengat en de Kleefse Vaart).

2.10. [eiser 2] huurt vanaf 2003 van de Staat het aalvisrecht in de linkerhelft van de Bovenrijn (Bijlandsch Kanaal) voor zover behorende tot Duits gebied, van de lijn over de torens van Lobith en Keeken af tot aan de grens tussen Millingen en Bimmen (waaronder begrepen het Vossengat en de Kleefse Vaart). De overeenkomst is laatstelijk verlengd in 2010 en voorzien van goedkeuring van de Kamer voor Binnenvisserij.

2.11. De erven van [naam 1] hebben op 1 september 2001 bij onderhandse akte aan [gedaagden] verkocht en overgedragen de Kekerdomsche heerlijke visrechten - daterend van voor de invoering van het Burgerlijke Wetboek in 1838 - gelegen op de linker Waaloever tot het midden der stroom ten westen van de Kekerdomsche schutdijk en eindigend aan het visrecht van de Geërfden van de Erlecomse polder, waar de Erlecomse dam aansluit aan ’s Lands dijken.

2.12. Op 13 september 2007 is [gedaagden] overgegaan tot vaststelling van de kadastrale aanduiding van het heerlijk visrecht. Opgenomen is dat [gedaagde] en zijn zoon de enige gerechtigden zijn van het heerlijk visrecht Kekerdom, betrekking hebbende op de linkerhelft van de Waal en op buitendijkse uiterwaarden, waarbij de oostelijke grens gelegen is op het punt waar de Kekerdomsche schutdijk grenst aan de Waal, derhalve nabij kilometerpaal 870.100 daar waar de Millingse Visserij begint. De westelijke grens is gelegen op de Erlecomse dam, derhalve nabij kilometerpaal 873.735, grenzend aan het heerlijk visrecht van de Geerden van de Erlecomse polder.

2.13. Bij notariële akte van 23 juni 2011 is door de erven [naam 1] aan [gedaagden] rechtsgeldig overgedragen en geleverd het heerlijk visrecht Kekerdom dat betrekking heeft op de linkerhelft van de Waal en op buitendijkse uiterwaarden, waarbij de oostelijk grens gelegen is op het punt waar de oude Kekerdomsche schutdijk grenst aan de Waal, derhalve nabij kilometerpaal 870.100 daar waar de Millingse visserij begint. De westelijke grens is gelegen op de Erlecomse dam, derhalve nabij kilometerpaal 873.735, grenzend aan het heerlijk visrecht van de Geërfden van de Erlecomse polder.

Voormeld visrecht was al bij onderhandse akte van 1 september 2001 en dus ongeldig overgedragen en geleverd.

2.14. Bij brief van 11 februari 2010 heeft het hoofd uitvoering visserijregelingen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan Staatsbosbeheer Regio Oost onder meer het volgende geschreven :

“Bij de Staat is het beheer van de staatseigendommen (dus ook de wateren) onder gebracht bij het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (voormalige dienst Domeinen). De uitgifte van visrechten echter is ondergebracht bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Cluster Uitvoering Visserijregelingen. Helaas komt het regelmatig voor (…) dat er al enige tijd sprake is van een verkoop van staatswateren aan derden, waarvan de visrechten nog steeds door de Staat worden uitgegeven. De informatievoorziening in dezen is dan in gebreke gebleven.

(…)

Indien de huurverhouding is ontstaan na de eigendomsoverdracht, zou de huurovereenkomst ingetrokken moeten worden. Dit omdat de Staat in dat geval onrechtmatig een huurverhouding is gestart omdat het betreffende viswater (of het visrecht) niet in eigendom was van de Staat.

Dit laatste is van toepassing op heerlijke visrechten. (…) Helaas is het zo dat de heerlijke visrechten niet allemaal in een register staan geregistreerd. Er is dan ook geen totaal overzicht van de bestaande heerlijke visrechten. Een van de kenmerken van heerlijke visrechten is dat ze als honderden jaren (kunnen) bestaan los van het eigendom van het onderliggende water. In die gevallen waarbij de Staat of een derde partij, zoals Staatsbosbeheer, als eigenaar van het viswater een huurverhouding is gestart, is dit een onrechtmatige handeling geweest, echter zonder dat hier sprake is geweest van bewuste opzet.

(…)

Wat betreft de rechten van de heer [gedaagde] ten aanzien van de heerlijkheid Kekerdom. Hiervan weet ik alleen dat de volgende rechten door de dienst Domeinen (…) zijn erkend:

De Kekerdomsche heerlijke visrechten, gelegen op de linker Waaloever tot het midden der stroom ten westen van de Kekerdomsche schutdijk en eindigend aan het visrecht van de geërfden van de Erlecomse polder, zijnde waar de Erlecomse dam aansluit aan ’s Lands dijken.

Dit is te vertalen naar tegenwoordige maatstaven in het volledige visrecht op het Kekerdoms Heerlijk visrecht, dat zich uitstrekt in het gedeelte aan de linkerhelft van de Waal, gelegen tussen kmr. 870.100 en kmr. 873.735.

Mocht de heer [gedaagde] aanspraak maken op meer dan hierboven beschreven, dan dient hij dit aan te tonen met eigendomsdocumenten.”.

2.15. Op 5 december 2001 heeft [gedaagden] van [naam 2] gekocht de heerlijke visrechten der Bijlandsche en Lobithsche waarden, een gedeelte van het Bijlandsche Kanaal en de Oude Waal. De grens is gelegen benedenwaarts de verbindingslijn tussen de torens van Keeken en Lobith op de rechteroever tot het midden der stroom en eindigend bij de Oude Bijlandsche krib gelegen nabij de uitmonding der Oude Waal, zulks in gevolge het Grenstraktaat van 7 oktober 1816 artikel 15 deel nummer 86.

2.16. Bij notariële akte van 13 januari 2006 heeft verkoper [naam 2] verkocht en geleverd aan [gedaagden]:

“alle bij verkoper in eigendom zijnde visrechten binnen het gebied van de Bijlandsche heerlijke rechten, zoals genoemd in de akte van elf december zeventienhonderd tweeënzeventig, derhalve alle rechten en gerechtigdheden zoals verbonden zijn aan een heerlijk visrecht naar Geldersch recht. Onder de verkochte visrechten vallen derhalve ook de latere toevoegingen, gedaan door de Staat der Nederlanden na achttienhonderd tweeënveertig en de nadien aangekochte aangrenzende visrechten al of niet, binnen het heerlijkheidgebied gelegen.

De heerlijke visrechten betreffende de visrechten der Bijlandsche en Lobithsche waarden, zijnde een gedeelte van het Bijlandsche Kanaal en de Oude Waal.

De grenzen waarbinnen de visrechten kunnen worden uitgeoefend zijn gelegen benedenwaarts de verbindingslijn tussen de torens van Keeken en Lobith op de rechteroever tot het midden van de stroom en eindigde bij de Oude Bijlandsche Krib gelegen nabij de uitmonding van de Oude Waal zulks in gevolge het Grenstraktaat van zeven oktober achthonderd zestien, artikel 15, nummer 86.”.

2.17. Voormelde akte is bij notariële akte van 11 augustus 2010 aangevuld, waarbij een nadere omschrijving van de visrechten is gegeven. De grondslag voor deze aanvulling is gelegen in een onderhandse aanvullende akte van 13 januari 2006 tussen Van de Pol en [gedaagden] Op pagina drie van de aanvullende akte staat onderaan:

“(…) Benedenwaarts de verbindingslijn tussen de torens van Keeken en Lobith, op de rechterzijde eindigende in het midden der uitmonding van de Oude Waal nabij kilometer achthonderd zesenzestig duizend (866.000), op de linkerzijde eindigen bij de thans Duits-Nederlandse Grens nabij Bimmen (…)

Bovenwaarts de verbindingslijn tussen de torens van Keeken en Lobith, op de rechterzijde beginnende bij het Stokmanshuis, bij de thans Nederlands-Duitse grens nabij Spijk, op de linkerzijde beginnende bij het voormalig Veerhuys(…)”.

2.18. Uit een publicatie in de Staatscourant d.d. 31 maart 2011 (Staatscourant 2011, nr. 5691) volgt dat de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: EL&I) onder andere maatregelen heeft getroffen in verband met te hoge dioxinegehaltes in palingen. De maatregelen houden onder meer in voor beroepsvissers een verbod op het vissen op voor consumptie bestemde paling (ofwel aal) op het Bijlandsch Kanaal en de Waal. Het verbod geldt tevens voor alle plassen voor zover die in direct verbinding staan met de aangewezen wateren.

2.19. In de zomer wordt er niet op schubvis gevist.

3. Het geschil in conventie

3.1. Eisers vorderen, na wijziging van de eis, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- [gedaagden] te verbieden om hun visactiviteiten uit te oefenen op de gedeelten van de Kaliwaal waar de Zeelt visrechten huurt en op het Bijlandsch Kanaal;

- [gedaagden] te verbieden schriftelijke toestemming aan derden aan te bieden en te verstrekken om te vissen op de gedeelten van de Kaliwaal waar de Zeelt visrechten huurt en in het Bijlandsch Kanaal, en te gebieden om de reeds verleende toestemmingen ongedaan te maken;

- [gedaagden] te gebieden de website van gedaagde sub 1 zodanig aan te passen dat de indruk wordt weggenomen dat gedaagde sub 1 gerechtigd is tot de visrechten in het Bijlandsch Kanaal;

alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) voor iedere overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, ingaande op de dag gelegen na de betekening van dit vonnis;

althans in goede justitie een voorziening te treffen;

alles met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van dit geding, met inbegrip van het nasalaris van de advocaat, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en voor het geval dat voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf het moment van verstrijken van deze termijn voor voldoening.

3.2. Eisers hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagden] inbreuk maakt op het vishuurrecht van De Zeelt op de Kaliwaal en van eisers op het linkergedeelte van het Bijlandsch Kanaal door onder meer zelf visactiviteiten uit te voeren, alsmede door aan anderen tegen betaling toestemmingen te verstrekken om te vissen op beide wateren.

Door [gedaagden] zijn geen rechten verworven op de Kaliwaal, omdat de erven [naam 1] beschikkingsonbevoegd zijn. [naam 1] heeft zelf immers nooit rechten gehad op de Kaliwaal. Indien de erven wel het recht op de Kaliwaal zouden hebben geërfd, is dit recht door verkrijgende verjaring teniet gegaan.

Er geen sprake is van een geldige titel, omdat de koopovereenkomst van 2001 uitsluitend betrekking heeft op de linkerhelft van de Waal en niet op de Kaliwaal. De buitendijkse uiterwaarden vallen daar niet onder.

Er heeft geen geldige notariële overdracht plaatsgevonden, omdat de erven [naam 1] ernstig onder druk zijn gezet en niet geattendeerd zijn op de toevoeging van “buitendijkse uiterwaarden”.

Verder heeft [gedaagden] geen aanspraken op de linkerzijde van het Bylandsch kanaal, omdat de onderliggende koopovereenkomst alleen ziet op de rechterzijde. Onduidelijk is waarop [gedaagden] de uitbreiding met de linkerzijde in de aanvullende notariële akte van 11 augustus 2010 baseert. Bovendien zijn deze visrechten op de linkerzijde niet notarieel geleverd en is de Nederlandse Staat tot op heden niet overgegaan tot erkenning van de visrechten van [gedaagden] op het linkerdeel.

Tot slot is het aalvisrecht van [eiser 2] door het verbod van de Staatssecretaris van EL&I opgeschort, maar niet ingetrokken. Hij mag nog wel toestemmingen aan derden verstrekken.

3.3. [gedaagden] voert verweer. Volgens haar hebben eisers geen spoedeisend belang. Zij zijn er al jaren van op de hoogte dat [gedaagden] de heerlijke visrechten heeft. Verder vist [gedaagden] al sinds 2001 op de Kaliwaal maar niet op het stuk dat De Zeelt huurt (0,5 ha), want dat is te dicht bij de oever. Op het Bijlandsch Kanaal heeft [gedaagden] niet gevist aan de linkerzijde, maar daar slechts drie keer onderzoek gedaan voor de Duitse en Nederlandse overheid. Overigens wordt in de zomer niet op schubvis gevist.

Volgens [gedaagden] hebben eisers geen eigen recht op de betreffende wateren.

Door Staatsbosbeheer is onrechtmatig een huurovereenkomst verleend ter zake 0,5 ha op de Kaliwaal, welke huurovereenkomst overigens per direct is vervallen na ommekomst van de termijn van drie weken na 4 februari 2011, waarbinnen steekhoudend bericht ontvangen had moeten zijn. Overigens was de huurovereenkomst al vervallen in 2007 omdat de goedkeuring van de Kamer voor Binnenvisserij ontbreekt.

Verder is per 1 april 2011 het aalvisrecht van [eiser 2] door het ministerie van EL&I ingetrokken.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagden] vordert, na aanvulling van de eis, gedaagden in conventie hoofdelijk zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen:

1. om binnen 10 dagen na dit vonnis € 10.000,00 te betalen aan [gedaagden];

2. dat zij zelf noch door hun ingeschakelde personen of zij wier handelen redelijkerwijs aan gedaagden in reconventie dient te worden toegerekend op enigerlei wijze mensen, de pers, bedrijven of instanties benaderen die verband houden met de onderhavige kwestie van de heerlijke visrechten, bijvoorbeeld geen enkele verkoper van een heerlijk visrecht, Staatsbosbeheer, ministerie van EL&I, de notaris, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming daarvoor van [gedaagden] te hebben verkregen, dan wel een in goede justitie te bepalen voorziening, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per keer dat het verbod wordt overtreden tot een maximum van € 250.000,00;

3. in de kosten van dit geding.

4.2. [gedaagden] heeft aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij schade heeft geleden en lijdt doordat dit kort geding is doorgezet ondanks de sommatiebrief van haar advocaat mr. Van Oostveen. De schade bestaat uit kosten voor juridische bijstand. Ook heeft [gedaagden] veel tijd moeten investeren in het voortraject van het kort geding en in het onderhouden van relaties die werden beschadigd door eisers. De totale schade wordt begroot op € 10.000,00. [gedaagden] heeft recht en belang bij vergoeding ervan bij wege van voorschot.

Verder hebben eisers diverse relaties van [gedaagden] belaagd en de goede naam van [gedaagde] in diskrediet gebracht.

4.3. Verweerders verweren zich inhoudelijk onder verwijzing naar de grondslag voor hun conventionele vorderingen. Zij zien in dit geval ook geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan afgeweken zou moeten worden van het systeem van proceskosten volgens geliquideerde tarieven. Verder is er geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat eisers bepaalde derden benaderen.

4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Het gaat in dit kort geding over heerlijke visrechten van vóór 1838, welke deels ook betrekking hebben op de in Duitsland gelegen linkeroever van het Bijlandsch Kanaal.

5.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er nog veel onduidelijkheden.

Zo kunnen heerlijke visrechten al honderden jaren bestaan los van de eigendom van het onderliggende water en bestaat er geen registratie van bestaande heerlijke visrechten. Verder worden staatswateren verkocht aan derden, terwijl de Staat nog steeds visrechten afgeeft.

Tevens is onduidelijk of onder oud vaderlands recht in een heerlijk visrecht ook de buitendijkse uiterwaard (ook wel winterbedding genoemd) wordt begrepen. De Zeelt heeft aangevoerd dat de koopovereenkomst tussen de erven [naam 1] en [gedaagden] - voor zover al beschikkingsbevoegd - uitsluitend betrekking heeft op de linkerhelft van de Waal en dat daar niet de buitendijkse uiterwaarden bij horen en dat het Burgerlijk Wetboek van 1838 niet meer als richtsnoer kan worden gebruikt. Door [gedaagden] is gesteld dat onder het oude Burgerlijke Wetboek het visrecht toebehoort aan de eigenaar van het water en dat tot vissen boven de ondergelopen uiterwaard de visrechthebbende op de langsstromende rivier gerechtigd is. Of het visrecht in het Bijlandsch Kanaal aan de linkerzijde op Duitse grond deel uitmaakt van het Bijlandsch visrecht en daarmee een ondeelbaar recht is, zoals door [gedaagden] wordt gesteld, is eveneens onduidelijk.

In dit kort geding zijn partijen het niet eens over de door De Zeelt gehuurde oppervlakte van de Kaliwaal. Volgens De Zeelt is dat meer dan 0,5 ha en volgens [gedaagden] is het juist minder. Evenmin is komen vast te staan dat de door De Zeelt overgelegde plattegronden van de Kaliwaal het juiste gebied aangeven dat gehuurd wordt, wat bij een toewijzing van de vordering tot executieproblemen kan leiden.

Verder is er onduidelijkheid over welke broer [naam 1] ([voorletter 1] of [voorletters 2]) rechthebbende op de visrechten is geweest.

Ten slotte wordt er een beroep gedaan op stuitingshandelingen door de erven van één van de gebroeders [naam 1], welke stuitingshandelingen in dit kort geding niet voldoende uit de verf zijn gekomen. Nader onderzoek in de vorm van een voorlopig getuigenverhoor is daarvoor aangewezen, nu beide partijen de bejaarde erfgenamen [naam 1] bestoken met vragen over het gebruik van het visrecht in het verleden. Betrokken partijen doen er beter aan, de getuigen in hun beiderzijdse aanwezigheid door een rechter te doen horen. Voor deze nadere bewijslevering is in dit kort geding geen plaats, maar het proces-verbaal kan wel in een kort geding worden ingebracht.

5.3. Bij dit alles komt nog dat sinds 1 april 2011 beroepsvissers in de betreffende wateren niet meer op paling mogen vissen die bestemd is voor consumptie. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat dit verbod snel zal worden opgeheven.

Bovendien heeft [gedaagden] onbetwist aangevoerd dat zij niet vist op het gedeelte in de Kaliwaal dat verhuurd is aan De Zeelt, omdat het voor haar onmogelijk is om daar met haar boot te komen en dat zij slechts in het verlengde van de steiger van verhuurder [naam 3] vist.

Ook in het Bijlandsch Kanaal heeft zij niet gevist. Zij is daar slechts geweest om onderzoek te doen.

Ook wordt er in de zomer niet gevist op schubvis. Door eisers is verder geenszins aannemelijk gemaakt dat [gedaagden] veel vist. Gelet hierop is het spoedeisend belang aan de zijde van eisers gering.

5.4. Nu er tussen partijen al zoveel strijd is over de gehuurde en gebruikte oppervlakte van de Kaliwaal en de heerlijke visrechten langs de grens, acht de voorzieningenrechter mede gelet op de vele andere onduidelijkheden als gevolg van overgangsrechtelijke en internationaalrechtelijke verwikkelingen, deze zaak niet geschikt om in kort geding te beslechten. Het geringe spoedeisend belang maakt een bodemprocedure, voorafgegaan door een voorlopig getuigenverhoor, tot de aangewezen weg voor partijen. Derhalve komen de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking.

5.5. Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

- griffierecht EUR 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.376,00

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Voor de vraag of toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding geïndiceerd is, moet volgens de Hoge Raad niet alleen worden onderzocht of het bestaan van een vordering van [gedaagden] op verweerders voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden, welke meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van belangen van partijen dient eventueel mede te worden betrokken het risico van de onmogelijkheid van de terugbetaling door verweerders van de toe te wijzen geldvordering. In navolging van de Hoge Raad zal de voorzieningenrechter terughoudendheid betrachten en de vordering afwijzen.

6.2. Door [gedaagden] is ook geen reden aangevoerd op grond waarvan afgeweken zou moeten worden van het gangbare systeem van proceskostenveroordelingen volgens geliquideerde tarieven. In de stelling dat [gedaagden] schade lijdt omdat zij kosten heeft moeten maken voor juridische bijstand en dat zij zelf veel tijd heeft moeten investeren in deze procedure, ziet de voorzieningenrechter geen reden om af te wijken van de normale proceskostenvergoedingen: die voorzien daarin.

6.3. Ook voor toewijzing van een verbod aan verweerders tot het benaderen van (bepaalde) derden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, nu onvoldoende aannemelijk is geworden dat verweerders deze derden ernstig hebben belaagd en onder druk hebben gezet met mogelijke onjuiste of onvolledige informatie teneinde bepaalde verklaringen af te dwingen, dan wel bij hen de goede naam van [gedaagde] in diskrediet hebben gebracht. De vordering stuit overigens af op het feit, dat het aan de bedoelde derden is om te bepalen of en hoe vaak zij contact met verweerders wensen; zij moeten geacht worden, in kort geding voor zichzelf te kunnen opkomen en dat hebben zij niet gedaan.

6.4. [gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden in reconventie worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 408,00 (factor 0,5 × tarief EUR 816,00)

Totaal EUR 408,00

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. wijst de vorderingen af;

7.2. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op EUR 1.376,00;

7.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

7.4. wijst de vorderingen af;

7.5. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van verweerders tot op heden begroot op EUR 408,00;

7.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Vrieze en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2011.