Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4566

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
09/791 en 09/1137 WRO
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2011:BT8558, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijstelling en bouwvergunning. Bouwplannen zijn in overeenstemming met een inmiddels onherroepelijk nieuw bestemmingsplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nrs.: 09/791 en 09/1137 WRO

Uitspraak in de gedingen tussen:

Carwash De Achterhoek B.V.,

Autoschade De Achterhoek B.V. en

Hadeco Doetinchem B.V.,

eiseressen,

alle gevestigd te Doetinchem,

en

het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem

verweerder.

Stichting Sité Woondiensten

te Doetinchem,

derde-partij.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2008 heeft verweerder op grond van artikel 19, eerste lid, van de

– inmiddels vervallen – Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling verleend voor het realiseren van de eerste fase woningbouw en de aanleg van infrastructuur op de locatie ‘t Lookwartier te Doetinchem. Bij dat besluit is tevens aan de derde-partij een reguliere bouwvergunning verleend voor het geheel oprichten van een ondergrondse parkeergarage, een centrum voor maatschappelijke voorzieningen, waaronder een gezondheidscentrum en een theatercafé, en 83 woningen op die locatie, in het deelgebied genoemd het ‘Schouwburgblok’ (09/791).

Bij besluit van 28 november 2008 heeft verweerder aan de derde-partij met gebruikmaking van de vrijstelling van 1 juli 2008 bouwvergunning verleend voor het oprichten van

50 woningen in het deelgebied genoemd het ‘Remiseblok’ en het aanleggen van een parkeerterrein (09/1137).

Bij besluit van 8 april 2009 heeft verweerder het tegen het besluit van 1 juli 2008 gemaakte bezwaar gegrond verklaard. Onder herroeping van dit besluit heeft verweerder een nieuwe vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO verleend en de verleende bouwvergunning in stand gelaten.

Bij besluit van 14 juli 2009 heeft verweerder het tegen het besluit van 28 november 2008 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen de besluiten van 8 april 2009 en 14 juli 2009 (hierna: de bestreden besluiten) hebben eiseressen beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Op verzoek van de rechtbank hebben partijen hun standpunten schriftelijk nader toegelicht en nadere stukken overgelegd.

De beroepen zijn behandeld ter zitting van 8 november 2010, waar namens eiseressen

[naam 1] is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Breeman, advocaat te Rotterdam. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] en [naam 3], bijgestaan door mr. B.J.G.P. Roozendaal, advocaat te Breda. Namens de derde-partij is verschenen [naam 4], bijgestaan door mr. E.H.M. Harbers, advocaat te Arnhem.

2. Overwegingen

2.1 De rechtbank stelt vast dat de raad van de gemeente Doetinchem bij besluit van

19 maart 2009 het bestemmingsplan “Het Loo 2007” heeft vastgesteld. Dat bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van ’t Lookwartier. De thans in geschil zijnde bouwplannen worden gerealiseerd op percelen die geheel binnen de grenzen van dit bestemmingsplan vallen.

De rechtbank stelt voorts vast dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) bij uitspraak van 13 oktober 2010 (LJN: BO0242) heeft beslist op de tegen het bestemmingsplan “Het Loo 2007” mede door eiseressen ingestelde beroepen. In die uitspraak heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, het besluit van de raad van de gemeente Doetinchem van 19 maart 2009 vernietigd, voor zover daarbij de plandelen met de bestemming "Bedrijf-Garage" aan de Keppelseweg zijn vastgesteld. Voor het overige zijn de beroepen ongegrond verklaard.

Gelet op deze uitspraak van de Afdeling is het bestemmingsplan “Het Loo 2007” - voor zover van belang voor de beoordeling van de thans in geschil zijnde bouwplannen - onherroepelijk.

Hieruit volgt dat de bouwplannen, waarvoor thans bouwvergunningen zijn verleend, zonder vrijstelling kunnen worden gerealiseerd, indien deze niet in strijd zijn met voornoemd bestemmingsplan.

2.2 Niet in geschil is dat de bouwplannen in overeenstemming zijn met het thans van kracht zijnde bestemmingsplan “Het Loo 2007” en dat derhalve thans zonder vrijstelling vergunning kan worden verleend.

2.3 In verband met het vorenstaande behoeven de gronden van het beroep, voor zover zij zien op de vrijstelling, geen verdere bespreking meer.

2.4 Eiseressen hebben zich op het standpunt gesteld dat aan de bouwvergunningen voorschriften hadden moeten worden verbonden. In dat verband hebben eiseressen betoogd dat door middel van voorschriften verzekerd dient te worden dat een geluidsscherm in de vorm van een muur van 60 meter lang en 3 meter hoog wordt gerealiseerd om te voorkomen dat Carwash De Achterhoek B.V. niet zou kunnen voldoen aan de haar op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer opgelegde maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluidbelasting.

De rechtbank volgt eiseressen hierin niet. De beperking van geluidoverlast bij het uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten van Carwash De Achterhoek B.V. heeft geen betrekking op de op te richten bouwwerken zelf, zodat een bepaling dienaangaande niet als voorwaarde op grond van artikel 56 van de Woningwet aan de vergunning kan worden verbonden.

De rechtbank wijst in dit verband voorts nog naar meergenoemde uitspraak van de Afdeling, meer in het bijzonder naar rechtsoverweging 2.16.6 in die uitspraak, waarin de Afdeling voldoende zeker acht dat het geluidscherm ter plaatse zal worden gerealiseerd.

2.5 Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de beroepen ongegrond zijn. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, voorzitter, en mr. J.H. van Breda en mr. D.S. de Vries, leden. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2010.