Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR1543

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-07-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
123090 KG RK 11-39
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige wrakingskamer

Rekestnummer: 123090 KG RK 11-390

Beslissing van 8 juli 2011 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [plaats, adres],

verzoeker,

curator: R.N. Melse.

strekkende tot wraking van:

[rechter],

kantonrechter in deze rechtbank.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:

- het verzoekschrift tot wraking van 24 mei 2011;

- de schriftelijke reactie van [rechter] van 23 juni 2011, strekkende tot het afwijzen van het verzoekschrift tot wraking;

- het proces-verbaal van de behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting van

30 juni 2011.

2. Het wrakingsverzoek

2.1 Door verzoeker is een wrakingsverzoek ingediend in de zaak bekend onder kenmerk 432069 CV EXPL 11-104. Verzoeker heeft in zijn verzoek meerdere feiten en omstandigheden aangevoerd die betrekking kunnen hebben op meerdere rechters en/of verschillende zaken. De wrakingskamer dient derhalve eerst vast te stellen op welke rechter het wrakingsverzoek betrekking heeft.

2.2. Door verzoeker is aan zijn wrakingsverzoek onder meer ten grondslag gelegd dat hij, na stukkenwisseling, niet meer in de gelegenheid is gesteld om stukken in te dienen en om ‘tripliek’ te voeren. Aan verzoeker is door de rechtbank te kennen gegeven dat zijn laatst ingediende brief niet wordt meegenomen, ondanks dat verzoeker in zijn reactie een ander standpunt in nam.

2.3. De wrakingskamer stelt vast dat de gronden, zoals hiervoor weergegeven, zien op de zaak met het kenmerk 432069 CV EXPL 11-104. Uit de gegevens die de wrakingskamer ter beschikking staan blijkt dat er in deze zaak enkel schriftelijk is geprocedeerd. Door [rechter], in zijn hoedanigheid als rolrechter, is repliek na antwoord en vonnisbepaling na dupliek gelast. De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat het door verzoeker ingediende verzoek dient te worden beschouwd als een verzoekschrift tot wraking van [rechter].

2.4. Voor de overige door verzoeker aangevoerde gronden overweegt de wrakingskamer dat deze zien op eerdere, reeds afgedane procedures, dan wel op feiten of omstandigheden die niet toegerekend kunnen worden aan een rechter in deze rechtbank. De rechtbank laat deze gronden bij de beoordeling van het onderhavige wrakingsverzoek dan ook buiten beschouwing.

3. Standpunt van [rechter]

Mr. Smulders heeft niet in het verzoek tot wraking berust. Hij heeft schriftelijk het verzoek tot wraking weersproken. Op hetgeen hij heeft aangevoerd zal hierna, indien van belang, nader worden teruggekomen.

4. Beoordeling door de rechtbank

4.1. De wrakingskamer ziet zich voor de vraag gesteld of [verzoeker] in zijn verzoek tot wraking kan worden ontvangen.

4.2. Ingevolge artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient het verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden (die aan het verzoek ten grondslag worden gelegd) aan de verzoeker bekend zijn geworden.

4.3. Bij brief van 10 maart 2011 is aan verzoeker medegedeeld dat in de zaak met voornoemd kenmerk vonnis gewezen zal worden. Tevens is hem hierbij medegedeeld dat het niet meer mogelijk was stukken in te sturen. Kort na deze datum was het verzoeker dan ook bekend dat het voor hem niet meer mogelijk was om stukken in te dienen en/of ‘tripliek’ te voeren. De feiten en omstandigheden die door verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag zijn gelegd, waren hem dan ook op dat moment bekend. Door verzoeker is echter pas op 24 mei 2011, ruim twee maanden later, een wrakingsverzoek ingediend. Gelet hierop kan niet gesteld worden dat verzoeker het wrakingsverzoek heeft gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan hem bekend zijn geworden.

4.4. Het wrakingsverzoek is – gelet op het vorenstaande – dan ook te laat ingediend. Verzoeker zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot wraking. De rechtbank komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van [rechter].

Deze beslissing is gegeven door mrs. K.H.A. Heenk, voorzitter, W.L.F. Prisse en

M.C. van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Demmers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2011.

Mrs. Heenk en Van der Mei zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.