Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR1336

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
06/940007-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Conflict met ouders op 6 januari 2011 in Gaanderen en daarop volgende bedreigingen van politiemensen leidt tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940007-11

Uitspraak d.d. 12 juli 2011

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Raadsman: mr. Sandberg, advocaat te Vorden.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, opzettelijk mishandelend zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking stond, althans een persoon, te weten [slachtoffer A], één of meerdere malen (met kracht) heeft geslagen en/of geschopt en/of geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, opzettelijk en wederrechtelijk een (salon)tafel en/of een bord en/of andere goederen (behorende bij het huisraad) en/of een (mobiele) telefoon en/of de parketvloer, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, opzettelijk mishandelend zijn moeder, althans een persoon, te weten [Slachtoffer B], (met kracht en/of met gebalde vuist) tegen diens hoofd, althans lichaam heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.

hij op of omstreeks 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, [Slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"als je mij weer zoiets flikt, dan haal ik er iemand bij en dan maak ik jullie beiden van kant", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op of omstreeks 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, en/of te Doetinchem [man c], hoofdagent van politie Doetinchem, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [man c] dreigend de woorden toegevoegd :"Als ik je op straat tegenkom en jij hebt hulp nodig, dan laat ik je stikken" en/of "als ik je tegenkom sla ik al je tanden uit je bek, je denkt dat je wat bent, ik zoek je wel op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.

hij op of omstreeks 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, en/of

te Doetinchem opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [man c],

gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te

weten als hoofdagent van politieteam Doetinchem, in diens tegenwoordigheid

mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn mietjes" en/of "vuile

kanker jood", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, constateert de rechtbank dat aangever [slachtoffer A], de vader van verdachte, niet binnen de termijn van drie maanden een klacht tot vervolging van zijn zoon, verdachte, heeft ingediend. Omdat ingevolge artikelen 316 en 353 van het Wetboek van Strafrecht vervolging niet plaatsvindt, dan op klacht van degene tegen wie het misdrijf is begaan, kan de officier van justitie niet ontvangen worden in de vervolging van verdachte ter zake van feit 2.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]

Aanleiding van het onderzoek

Op 6 januari 2011 kreeg de politie de melding binnen dat [verdachte], op het adres [adres] te Gaanderen, de huisraad van zijn ouders aan het vernielen was.

In de woning van zijn ouders trof de politie een ravage aan.

Standpunt van het openbaar ministerie

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hiertoe heeft zij onder meer het volgende aangevoerd. Wat betreft feit 1 kan dit gebaseerd worden op de aangifte van de vader van verdachte en de eigen, bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. Voor het onder 2 ten laste gelegde geldt dat de aangifte van vader wordt ondersteund door de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. Op basis van de aangifte van de moeder van verdachte en de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, acht de officier van justitie verder het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie gesteld dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De aangifte van moeder wordt namelijk niet door een ander bewijsmiddel ondersteund. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 5 en 6 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, gelet op de aangifte van hoofdagent [man c], het proces-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte is van mening dat er wettig en overtuigend bewijs is voor het onder 1 tot en met 3 ten last gelegde en het onder 5 en 6 ten laste gelegde. Over het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman opgemerkt, dat nu zijn cliënt dit feit ontkent, er geen wettig en overtuigend bewijs is. Daarom behoort voor het onder 4 ten laste gelegde vrijspraak te volgen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is ten aanzien van feit 4 van oordeel dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, nu de aangifte van de moeder van verdachte, mevrouw [slachtoffer B]-[slachtoffer B] [2] niet door een ander bewijsmiddel wordt ondersteund. Er is derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 1, 3, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank heeft de bewezenverklaring gebaseerd op onderstaande bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1.

De aangifte van de vader van verdachte, de heer [slachtoffer A] [3] , en de eigen, bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Ten aanzien van feit 3.

De aangifte van de moeder van verdachte, mevrouw [slachtoffer B]-[slachtoffer B] [4] , en de eigen, bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.

Ten aanzien van feit 5.

De aangifte van de heer [man c] [5] , hoofdagent van politie Doetinchem, het proces-verbaal van bevindingen [6] en de eigen, bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.

Ten aanzien van feit 6.

De aangifte van de heer [man c] [7] , hoofdagent van politie Doetinchem, het proces-verbaal van bevindingen [8] en de eigen, bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.

Gelet op de omstandigheid dat verdachte deze aan hem ten laste gelegde feiten gaaf en onomwonden heeft erkend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, opzettelijk mishandelend zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking stond, te weten [slachtoffer A], meerdere malen met kracht heeft geslagen en geschopt en geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, opzettelijk mishandelend zijn moeder, te weten [Slachtoffer B], met kracht en met gebalde vuist tegen dier hoofd heeft gestompt, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

5.

hij op 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, en/of te Doetinchem

[man c], hoofdagent van politie Doetinchem, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [man c] dreigend de woorden toegevoegd: "als ik je tegenkom sla ik al je tanden uit je bek, je denkt dat je wat bent, ik zoek je wel op";

6.

hij op 06 januari 2011 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, en/of

te Doetinchem opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [man c],

gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te

weten als hoofdagent van politieteam Doetinchem, in diens tegenwoordigheid

mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn mietjes" en "vuile

kanker jood".

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1

Mishandeling begaan tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat;

3.

Mishandeling begaan tegen zijn moeder;

5.

Bedreiging met zware mishandeling;

6.

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan een maand gevangenisstraf voorwaardelijk, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met een proeftijd van twee jaren. Zij heeft hierbij rekening gehouden met het strafblad van verdachte, het feit dat hij meteen bij vrijlating weer de fout in ging en het feit dat het huiselijk geweld, te weten geweld tegen zijn ouders, betreft.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat de strafeis van de officier van justitie erg hoog is, nu er doorgaans geldboetes voor dit soort feiten worden geëist. De raadsman van verdachte geeft verder aan, dat gezien de recidive van zijn cliënt, geldboetes wellicht niet langer van toepassing zijn en refereert zich ten aanzien van de strafmaat aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in aanmerking genomen dat verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 7 januari 2011 eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Hij laat zich aan die veroordelingen en de daarin begrepen waarschuwingen kennelijk niets gelegen liggen.

De rechtbank concludeert dat verdachte, gelet op zijn proceshouding, niet gemotiveerd is voor hulpverlening of behandeling. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat in de diverse rapporten [9] die omtrent verdachte zijn uitgebracht een voorwaardelijk strafdeel met hulpverlening wordt ontraden en tegelijkertijd aangegeven dat er door de agressie- en verslavingsproblematiek van verdachte sprake is van een hoog recidiverisico.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte op 6 januari 2011 in een explosie van geweld zijn vader en zijn moeder heeft mishandeld. Toen vervolgens de politie bij zijn ouderlijk huis aankwam en verdachte werd aangehouden, bedreigde en beledigde hij een der verbalisanten. Uit een en ander blijkt de rechtbank van een bijzonder agressieve verdachte die er blijk van heeft gegeven niet te kunnen omgaan met een situatie waarin hij zijn zin niet krijgt.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van ernstige feiten. Zeker ten aanzien van de handelingen jegens zijn ouders die zich in hun eigen huis veilig moeten kunnen weten. Ook de handelwijze van verdachte jegens de politieagent die gewoon zijn werk deed, vindt de rechtbank een ernstige zaak. De politieagent heeft zich hierdoor in zijn veiligheidsgevoelens ernstig aangetast gevoeld.

De door de rechtbank bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op het vooroverwogene is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden passend en geboden is. De rechtbank heeft hierbij gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken plegen te worden opgelegd.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Zutphen d.d. 30 september 2009, parketnummer 06-460019-09, is verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van twintig uren, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis,

met een proeftijd van 2 jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 15 oktober 2009 en de proeftijd is op 15 oktober 2009 ingegaan.

De officier van justitie heeft bij vordering van 10 maart 2011 de tenuitvoerlegging gevorderd van deze twintig uren werkstraf, omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig zou hebben gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Zij geeft aan, dat nu verdachte in voornoemde zaak 45 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, hetgeen neerkomt op een aftrek van 90 uren, er feitelijk niets overblijft van voornoemde tenuitvoerlegging.

De raadsman heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging toe te wijzen, zodat zijn cliënt de tenuitvoerlegging daarvan niet langer boven het hoofd heeft hangen.

Nu is bewezen dat veroordeelde zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, begaan vóór het einde van de proeftijd, zal de rechtbank op grond van het vorenstaande de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 14h, 14i, 14j, 27, 57, 266, 267, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn strafvervolging ter zake van het onder 2 tenlastegelegde;

verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 3, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1.

Mishandeling begaan tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat;

3.

Mishandeling begaan tegen zijn moeder;

5.

Bedreiging met zware mishandeling;

6.

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

verklaart verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zutphen d.d. 30 september 2009, parketnummer 06-460019-09, te weten van:

twintig uren werkstraf, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Verheul, voorzitter, Van der Hooft en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2011.

Mr. Ouweneel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

---

---

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0641/2011-003997, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 9 januari 2011.

2 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 52 e.v.

3 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 37 e.v.

4 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 52 e.v.

5 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 69 e.v.

6 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 29 e.v.

7 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 69 e.v.

8 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 29 e.v.

9 Voorlichtingsrapport Reclassering Nederland d.d. 23 november 2010, d.d. 10 januari 2010 en d.d. 28 maart 2011 en Pychiatrisch rapport Pro Justitia d.d. 18 juni 2011.