Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR0617

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-07-2011
Datum publicatie
06-07-2011
Zaaknummer
06/950831-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenbeslissing in strafzaak tegen één van drie verdachten die beschuldigd worden van een overval op een supermarkt en juwelier in Ermelo. De onderzoekswensen van de advocaat van verdachte zijn gehonoreerd. De ernstige bezwaren ten aanzien van feit 1. komen te ontvallen, maar dit heeft geen gevolgen voor de voorlopige hechtenis. Zie ook tussenvonnis LJN BR0620.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950831-10

Uitspraak d.d. 6 juli 2011

Tegenspraak / dip

TUSSENBESLISSING

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats, 1975],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in PI Arnhem “De Berg” te Arnhem.

Raadsman mr. N. van Schaik te Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 29 juni 2011. Deze (regie)zitting was onder andere gepland om de procesdeelnemers in de gelegenheid te stellen mogelijke onderzoekswensen en eventuele andere verzoeken aan de orde te stellen.

Onderzoeksvraag

De raadsman heeft een (onderzoeks)wens voorgelegd.

Nader onderzoek zendmastgegevens

De rechtbank zal niet nader hoeven te beslissen op het verzoek van de raadsman met betrekking tot het toevoegen aan het dossier van het volledige histo-overzicht van het nummer 06-45040819 op de datum van 10 september 2010, alsmede een overzicht van alle zendmasten die zich bevinden in een straal van 3 kilometer rond de Christiaan de Wetstraat in Amsterdam nu de officier van justitie ter terechtzitting naar voren heeft gebracht dat zij alsnog zal onderzoeken of deze gegevens beschikbaar zijn en verstrekt kunnen worden.

Opheffen/ schorsen voorlopige hechtenis

De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen nu er geen sprake is van ernstige bezwaren tegen verdachte. De raadsman heeft de rechtbank subsidiair verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen in verband met persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen het verzoek met betrekking tot de opheffing van de voorlopige hechtenis nu er ernstige bezwaren jegens verdachte zijn en tegen het verzoek betreffende de schorsing van de voorlopige hechtenis omdat het maatschappelijk belang zich daartegen verzet.

De rechtbank is van oordeel dat de ernstige bezwaren ten aanzien van het onder 1. aan verdachte tenlastegelegde feit, namelijk de overval op juwelier te Ermelo, niet langer jegens verdachte bestaan. Dit feit kan derhalve niet langer ten grondslag liggen aan de voorlopige hechtenis.

Wel acht de rechtbank thans nog de gronden en ernstige bezwaren aanwezig ten aanzien feit 2 (de overval op de Plus supermarkt). Derhalve wordt afgewezen het verzoek van de verdediging tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Het verzoek tot het schorsen van de voorlopige hechtenis wijst de rechtbank af nu een schorsing zich naar het oordeel van de rechtbank niet verdraagt met de gronden voor de voorlopige hechtenis.

Ambtshalve beslissing met betrekking tot de getuigenverhoren

Om redenen van een doelmatige procesvoering zal de rechtbank bepalen dat de processen-verbaal van de in de zaak van deze verdachte te houden en gehouden getuigenverhoren worden gevoegd in de dossiers van de medeverdachten [verdachte B] en [verdachte C]. In de zaken van die medeverdachten wordt bij tussenbeslissing van heden bepaald dat de processen-verbaal van de in die zaken te bevelen en gehouden getuigenverhoren worden gevoegd in het dossier van verdachte [verdachte A].

Deze beslissing brengt mee dat de rechter-commissaris verzocht wordt te bevorderen dat de raadslieden van de medeverdachten in de gelegenheid worden gesteld de in de zaak van deze verdachte reeds eerder opgedragen verhoren bij te wonen en die getuigen zonodig vragen te stellen, terwijl de raadsman van verdachte in de gelegenheid zal worden gesteld de verhoren in de zaken van die medeverdachten bij te wonen en vragen te stellen.

Beslissing

De rechtbank:

• stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, opdat hij het reeds aangevangen onderzoek naar aanleiding van eerdere onderzoekswensen kan voortzetten en kan doen wat hem in deze zaak overigens dienstig voorkomt;

- bepaalt dat de processen-verbaal van de getuigen-verhoren die in deze zaak hebben plaatsgevonden worden gevoegd in de dossiers van de medeverdachten [verdachte B] en [verdachte C];

- bepaalt dat de bij de rechter-commissaris afgelegde (getuigen)verklaringen in de zaken van de medeverdachten [verdachte B] en [verdachte C] worden gevoegd in het dossier van verdachte;

• bepaalt dat het onder 1. aan verdachte tenlastegelegde feit niet langer ten grondslag ligt aan de voorlopige hechtenis;

• bepaalt dat de gronden en de ernstige bezwaren ter zake het onder 2 aan verdachte ten laste gelegde feit thans nog aanwezig zijn;

• wijst de verzoeken met betrekking tot het opheffen, dan wel schorsen van de voorlopige hechtenis af;

Deze beslissing is gegeven door mrs. Troost, voorzitter, Heenk en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Banga, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 juli 2011.