Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ9154

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
09/1343 WOZ
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WOZ waarde. Schending motiveringsbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2011/1775
Belastingblad 2011/1058 met annotatie van W.G. van den Ban
V-N 2011/37.24.5
FutD 2011-1523
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige belastingkamer

Reg.nr.: 09/1343 WOZ

Uitspraak in het geding tussen:

[eiseres]

te [plaats],

eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Apeldoorn

verweerder.

1. Procesverloop

Bij beschikking met dagtekening 28 februari 2009, nummer [nummer], heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak plaatselijk bekend als [adres te plaats] voor het belastingjaar 2009 per waardepeildatum 1 januari 2008 vastgesteld op

€ 324.000.

Bij uitspraak op bezwaar van 15 juli 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Namens eiseres heeft A. Oosters, werkzaam bij WOZ-Consultants te Heteren, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 27 januari 2011, waar namens eiseres A. Oosters en S. Hansen, taxateur, zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J. Boone en W. Jansen, taxateur.

2. Overwegingen

2.1 De rechtbank stelt vast dat ter zitting is gebleken dat de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak niet langer in geschil is. Ter beoordeling ligt nog voor of aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. Volgens eiseres is dat het geval, nu naar haar mening een gang naar de rechter achterwege was gebleven als de uitspraak op bezwaar voldoende was gemotiveerd.

2.2 De rechtbank stelt voorop dat ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad schending van het motiveringsbeginsel in belastingzaken niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak op bezwaar leidt, maar tot aanvulling/verbetering van de motivering door de rechter. Voor zover eiseres een beroep heeft gedaan op schending van het motiveringsbeginsel, kan dat haar in zoverre dan ook niet baten.

Dit neemt niet weg dat in de uitspraak op bezwaar volstrekt onvoldoende is gereageerd op de gronden van het bezwaar. Eiseres heeft immers in bezwaar een taxatierapport overgelegd en daarbij verweerder verzocht de door hem gehanteerde huurprijzen te overleggen indien hij mocht menen dat de door eiseres genoemde huurprijzen niet marktconform zijn. In reactie hierop bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder volstaan met de overweging dat de bij de waardebepaling gehanteerde huurprijs en kapitalisatiefactor, gelet op het oppervlak, de locatie en leegstandsrisico van het pand, correct zijn; de gehanteerde huurprijs en kapitalisatiefactor zijn daarbij niet vermeld. Ook anderszins heeft verweerder die niet aan eiseres bekend gemaakt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat beroep achterwege was gebleven, indien verweerder de uitspraak op bezwaar deugdelijk had gemotiveerd. Daarom bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden ter zake van rechtsbijstand 2 punten (beroepschrift en verschijnen ter zitting) toegekend, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd. Tevens zal worden bepaald dat het door eiseres betaalde griffierecht moet worden vergoed.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweer in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 874, te betalen aan eiseres;

- bepaalt dat verweer het betaalde griffierecht van € 297 aan eiseres vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. E.H.T. Rademaker. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2011.