Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ7546

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
08-06-2011
Zaaknummer
06/940073-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Reeks van strafbare feiten gepleegd in Epe/Heerde in periode maart 2010 t/m februari 2011 leidt - vanwege mindere bewezenverklaring - tot een gematigder straf dan geëist: twaalf maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/940073-11

Uitspraak 8 juni 2011

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortplaats, geboortedatum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting voor vrouwen te Zwolle.

Raadsvrouw: mr. T.F.M. Hindriks, advocaat te Hattem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

25 mei 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 29 december 2010 in (de gemeente) Epe met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen benzine, ter waarde van 60

euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Total

pompstation, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte (inc. 1);

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 29 december 2010 in (de gemeente) Epe met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,(een

medewerker van) Total pompstation, althans een ander, heeft bewogen tot de

afgifte van benzine, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de kassa verteld dat zij

niet genoeg geld had en/of thuis geld ging halen en/of vervolgens een valse

identiteitskaart heeft achtergelaten en/of dat zij terug zou komen om af te

rekenen, waardoor Total pompstation werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(inc. 1)

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 11 november 2010 in (de gemeente) Heerde tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een trui, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

(inc. 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 13 augustus 2010 tot en met

16 augustus 2010 in (de gemeente) Heerde en/of (de gemeente) Epe (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

- in/uit een vakantiewoning op het park [slachtoffer B] te Heerde heeft weggenomen

een televisie en/of een DVD-speler en/of een waterkoker en/of een kussen en/of

twee dekbedden en/of een aardappelschillmes en/of een blikopener en/of een

flessenopener en/of een garde en/of een kaasschaaf en/of een slacouvert en/of

een voorraadbus, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer C] en/of Park [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of haar mededader(s) en/of

- in/uit een caravan en/of een schuur aan de [adres] te Epe heeft

weggenomen een kettingzaag en/of een Makita gereedschapskist en/of twee

slijptollen en/of een cirkelzaag en/of een aantal klauwhamers en/of een aantal

breekijzers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich telkens de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(inc. 5 en 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 aug. 2010 tot

en met 3 augustus 2010, althans in de periode van 2 augustus 2010 tot en met

24 nov. 2010 in (de gemeente) Heerde, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een televisie (met

afstandsbediening) en/of een bankpas (met pincode) en/of een buks (merk Diana)

en/of een klok en/of een id-kaart en/of een schilderij, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of

haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

(inc. 8);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 24 november 2010, althans in of omstreeks de periode van 2

augustus 2010 tot en met 24 november 2010 in (de gemeente) Heerde, in elk

geval in Nederland, een id-kaart (te name van [slachtoffer E]) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die id-kaart wist, danwel

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof (inc. 8);

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

zij op of omstreeks 14 oktober 2010 in (de gemeente) Epe ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning ([adres]) weg te nemen goederen en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen

en/of geld onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen naar

die woning is/zijn gegaan en/of zich in de tuin van die woning heeft/hebben

bevonden en/of (met een breekvoorwerp) heeft/hebben geprobeerd (twee) (een)

schuifdeur(en) (van de serre) open te breken, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(inc. 12)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

zij op of omstreeks 14 oktober 2010 in (de gemeente) Epe tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bruine fiets (merk Union),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen fiets onder

haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking

(inc. 13);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

zij in of omstreeks de periode van 29 januari 2011 tot en met 10 februari 2011

in (de gemeente) Heerde, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uiteen

woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen geld en/of een televisie

en/of een fotocamera en/of een of meer computers spel- en andere computers)

en/of id-papieren en/of walkie-talkies en/of kantoorartikelen en/of een koffer

en/of een uniform en/of gereedschap en/of sieraden (munten en/of dasspelden),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer H], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming (inc. 14);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 4 maart 2010 in

(de gemeente) Epe tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een

vakantiewoning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een (25-delig)

boerenbont servies, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer I], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (inc. 15);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

zij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2010 tot en met 7 oktober 2010

en/of in of omstreeks de periode van 2 december 2010 tot en met 4 december

2010 in (de gemeente) Heerde opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Ford

Fiesta) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer J]

BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield

en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (inc. 19);

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten / aanleiding tot het onderzoek.

Aanleiding voor het onderzoek was een aangifte ter zake van oplichting van het tankstation Total te Epe op 29 december 2010 en een diefstal in hotel [slachtoffer K] te Zwolle in de periode van 29 t/m 30 januari 2011. Door de politie is vervolgens een onderzoek ingesteld waarbij onder meer verdachte in beeld kwam. In het kader van de tegen haar gerezen verdenking werd verdachte op 8 februari 2011 aangehouden2.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 primair, 5, 7, met uitzondering van de braakhandelingen, 8 en 9, voor zover ziende op één vernieling, tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de verschillende aangiften, verklaringen van medeverdachten en/of getuigen, resultaten van (vergelijkend) DNA-onderzoek, aangetroffen goederen en deels op verklaringen die verdachte zelf heeft afgelegd.

Ten aanzien van feit 6 heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig bewijs voorhanden is.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsvrouw is vrijspraak bepleit van het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en subsidiair, 5, 6, 7 (partiële vrijspraak), 8 en 9 aan verdachte tenlastegelegde bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van het onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

D. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In het dossier bevinden zich verschillende stukken, waaronder verklaringen van diverse personen, zoals hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven:

Ten aanzien van feit 1

Door een medewerkster3 van het Total pompstation aan de Hoofdstraat te Epe is verklaard dat er op 29 december 2010 omstreeks 20.40 uur door een meisje benzine werd getankt voor een bedrag van zestig euro. Toen het meisje bij de kassa wilde pinnen om af te rekenen werd de transactie geweigerd door de pinautomaat. Het meisje zei zoiets van dat er nog geen geld was gebeurd. Zij zei dat ze dichtbij woonde en thuis geld zou ophalen.

Het meisje heeft daarop een identiteitsbewijs bij haar achtergelaten teneinde thuis geld te kunnen halen. Aangeefster heeft kenteken van de witte auto (Renault Clio) waarin het meisje wegreed genoteerd ([kenteken]). Toen aangeefster bij sluitingstijd om 21.00 uur merkte dat het meisje nog niet was teruggekomen om te betalen, heeft zij het bedrag betaald om de kassa kloppend te maken.

Toen er op 5 januari 2011 nog steeds niet was betaald heeft zij geprobeerd het meisje te achterhalen aan de hand van de gegevens van de identiteitskaart, welke ten naam was gesteld van [naam A]. Tijdens een telefonisch contact met deze [naam A] vertelde deze [naam A] dat enige tijd daarvoor haar identiteitsbewijs was gestolen en dat zij in een paarse Opel Corsa reed. Zij zou aan de politie melding maken van het misbruik van haar identiteitskaart. Naar aanleiding daarvan werd aangeefster door de politie benaderd. Aangeefster realiseerde zich dat zij door het meisje in de maling was genomen. Zij heeft het door het meisje achtergelaten identiteitsbewijs aan de politie afgegeven, alsmede opgenomen camerabeelden.

Door de politie4 zijn op 6 januari 2011 op genoemd tankstation camerabeelden bekeken van die woensdagavond 29 december 2010, ziende op het door aangeefster benoemde incident. Door de betreffende verbalisant werd de vrouw uit de witte personenauto merk Renault Clio herkend als zijnde de hem bekende [verdachte].

Verdachte heeft toegegeven5 dat zij die bewuste avond met haar witte Renault Clio bij het benzinestation heeft getankt. Het pinnen lukte niet omdat haar salaris nog niet op haar rekening was gestort. Zij heeft toen een identiteitskaart aan de pompbediende afgegeven. Zij wist dat zij de identiteitskaart van iemand anders gebruikte bij het tankstation. Het was niet haar bedoeling om de 60 euro uiteindelijk te betalen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het haar bedoeling was om terug te komen bij het tankstation en te betalen. [naam B] had haar paspoort verscheurd en zij had alleen nog de harde pagina uit haar paspoort, hetgeen er hetzelfde uitziet als een identiteitskaart.

De rechtbank heeft opgemerkt dat verdachte keer op keer wisselende verklaringen heeft afgelegd.

Aanvankelijk heeft verdachte bij de politie verklaard dat zij niet wist dat het niet haar eigen identiteitskaart was en dat het haar bedoeling was om te betalen.

Verdachte heeft tevens verklaard dat die identiteitskaart door iemand anders in haar auto was gelegd, wiens naam zij echter niet wilde noemen (pag. 275).

Ook heeft zij verklaard dat zij er bij thuiskomst achter kwam dat zij haar eigen identiteitskaart nog had; zij is niet teruggegaan naar het tankstation, bang gepakt te worden voor een valse identiteitskaart.

Later verklaarde verdachte dat zij dacht haar rijbewijs(kaart) te hebben afgegeven aan de pompbediende (pag. 277). Ook heeft zij geen identiteitskaart, maar een paspoort dat altijd bij haar ouders in de kluis ligt. Zij legitimeerde zich altijd met haar rijbewijs.

In een volgend verhoor heeft verdachte weer verklaard dat zij toen geen rijbewijs in haar bezit had, omdat zij dat (als onderpand voor de door haar gekochte auto) heeft achtergelaten bij sloperij De Mars in Zwolle (pag. 279).

Ook heeft verdachte verklaard6 dat zij de identiteitskaart op naam van [naam A] heeft gekregen van [naam B]. [naam B] had meerdere id kaarten en pinpassen in de hoofdsteun van de bestuurdersstoel van haar auto verstopt. Zij wist dat zij de identiteitskaart van iemand anders gebruikte bij het tankstation.

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte op het moment dat zij had getankt het oogmerk had om de benzine weg te nemen. Van het primair tenlastegelegde dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken.

De rechtbank houdt verdachte aan haar (laatste) verklaring die zij op 22 februari 2011 bij de politie heeft afgelegd. Haar eerdere verklaringen acht de rechtbank niet geloofwaardig, mede gelet op de voortdurende wijzigingen daarin. In samenhang met de overige bewijsmiddelen komt de rechtbank dan ook tot een bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde oplichting.

Ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft ontkend dit feit te hebben gepleegd. Zij7 is die dag wel met [naam B] in de winkel van [slachtoffer A] geweest en heeft daar kleding gepast, waaronder een roze trui.

Door de medewerkster8 van de winkel van [slachtoffer A] in aangifte gedaan van diefstal van een fluorescerende roze trui uit de winkel aan de [adres] te Heerde op 11 november 2010.

Die dag kwam er een jongen en een meisje in de winkel. De zoon van de eigenaar zei haar dat hij ze kende als [naam B] en [verdachte]. Zij zag dat die [verdachte] met een fluorescerende roze trui uit een rek pakte en een paskamer inliep. Aangeefster stond met de eigenaar van de winkel ter hoogte van de stelling waaruit die [verdachte] de kleding pakte. Daarna is zij met hetzelfde truitje van een andere maat nogmaals in het pashokje geweest. Nadat [verdachte] de winkel was uitgelopen, is zij in de paskamer gaan kijken en heeft zij daar een lege hanger aangetroffen. Zij is daarna in het rek gaan kijken en zag dat er een trui maat S miste. Zij heeft vervolgens het voorraadbestand geraadpleegd en zag dat er nog vier truien op voorraad moesten zijn. Eén trui lag in de kelder en in de winkel zouden er dus nog drie moeten hangen, maar in het rek in de winkel bleken nog maar twee truien te hangen.

[naam B] heeft verklaard9 hij op 11 november 2010 samen met [verdachte] in de winkel van [slachtoffer A] in Heerde is geweest. Hij was met [verdachte] aan het winkelen. Hij wist niet dat [verdachte] iets bij [slachtoffer A] wilde stelen. Hij heeft later wel dat roze truitje gezien. Dat was in de volgende winkel die ze bezochten. [verdachte] liet hem het truitje zien en vertelde dat ze de trui even daarvoor had gestolen.

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen komt de rechtbank, ondanks de ontkenning van verdachte ter terechtzitting omtrent het wegnemen, tot een bewezenverklaring van deze winkeldiefstal.

Ten aanzien van feit 3

Verdachte heeft ten aanzien van de ten laste gelegde inbraak in een vakantiewoning op het park [slachtoffer B] te Heerde verklaard dat zij wel in de vakantiewoning is geweest, maar dat zij daar geen goederen heeft weggenomen. [naam C] en [naam D] zaten daar in een huisje. Zij is enkel bij hen op visite geweest; zij is er toen hooguit drie uurtjes geweest. Zij had ruzie met [naam D]. Zij woonde toen her en der en was zwervende.

Naast de aangifte is er een voor verdachte belastende verklaring voorhanden van [naam C], bij wie ook een zwarte waterkoker is aangetroffen soortgelijk aan de waterkoker die bij de inbraak in het vakantiehuisje was ontvreemd. Het gaat om een veelvoorkomende waterkoker die naar het oordeel van de rechtbank niet specifiek aan het tenlastegelegde kan worden gerelateerd. Door [naam C] is aangegeven dat verdachte de diefstal zou hebben gepleegd samen met [naam D]. [naam D] heeft ontkend samen met [verdachte] te hebben ingebroken in het vakantiehuisje en daar geslapen te hebben. Hij heeft er op gewezen dat hem bekend was dat [verdachte] en [naam C] veel inbraken pleegden en dat de hele groep waartoe zij behoorden, waaronder [naam B] en [naam E], inbraken pleegden.

De rechtbank is niet overtuigd van de betrokkenheid van verdachte bij het onderhavige feit en zal verdachte dan ook het voordeel van de twijfel geven en hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van de ten laste gelegde inbraak in een op het perceel [adres] te Epe staande schuur en caravan zal de rechtbank de verdachte eveneens vrijspreken om reden dat ingevolge de aangifte dit feit heeft plaatsgevonden in de periode van 15 t/m 16 augustus 2009 terwijl ten laste is gelegd dat dit feit zou zijn gepleegd in 2010.

Ten aanzien van feit 4

Door de eigenaar10 van de woning gelegen aan de [adres] te Epe is aangifte gedaan van een insluiping in zijn woning in de periode van 2 augustus 2010 te 22.00 uur en 3 augustus 2010 te 07.00 uur. Uit de woning werden weggenomen een televisie, twee afstandsbedieningen, een bankpas van de Rabobank met de daarbij liggende pincode en een buks.

Later heeft aangever bij de politie11 nog aangegeven dat de door de politie aangetroffen identiteitskaart op zijn naam eveneens is weggenomen bij de bedoelde insluiping.

Op 24 november 201012 werd [naam F] op heterdaad aangehouden terzake overtreding van de Opiumwet. In zijn voertuig werd toen onder meer aangetroffen een zwarte schoudertas met daarin onder meer een bankpas en een rijbewijs t.n.v. [verdachte], een bankpas t.n.v. [naam B] en een ID-kaart ten name van [slachtoffer E], alsmede een zwarte schoudertas

[naam F] heeft verklaard13 dat de bij hem in zijn auto aangetroffen damestas eigendom is van [verdachte].

Verdachte heeft ontkend in de boerderij te hebben ingebroken. Zij is wel op een moment met [naam B] op weg geweest naar de woning van de oude man, maar onderweg daar heen kreeg zij ruzie met [naam B] en is zij teruggelopen naar Epe.

[naam B] stopte van alles in haar portemonnee14. [naam B] heeft haar verteld - in verband met de inbraak aan de [adres] te Heerde - dat hij wederom iets had verdiend aan de inbraak bij het oude mannetje. Hij had een ID-kaart van de man.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat zij wist van de plannen van [naam B] om daar in te breken en dat [naam B] nogal eens dingen in haar portemonnee en tas stopte.

[naam B] heeft verklaard15 dat hij in de oude boerderij heeft ingebroken en dat hij daar een ID-kaart heeft meegenomen en bij [verdachte] in de tas heeft gedaan.

[naam H] heeft verklaard16 dat hij van [naam G] heeft gehoord dat [verdachte] was gepakt met de identiteitskaart van het oude mannetje bij wie was ingebroken.

Ten laste gelegd is dat verdachte samen met een ander of anderen op een of meer tijdstippen in de periode van 2 t/m 3 augustus 2010, althans in de periode van 2 augustus 2010 t/m 24 november 2010 zou hebben ingebroken in de onderhavige woning aan de [adres] te Heerde.

De aangever heeft het in zijn aangifte over één insluiping waarbij verschillende goederen zijn ontvreemd. Uit de verschillende verklaringen die in verband daarmee door onder meer [naam F] en [naam B] zijn afgelegd kan worden afgeleid dat er in ieder geval meerdere insluipingen in de woning hebben plaatsgevonden.

In de tenlastelegging is onder meer opgenomen dat bij de inbraak een klok zou zijn weggenomen. Door aangever [slachtoffer E] is in zijn aangifte geen klok genoemd. Door [naam B] is verklaard dat hij in de boerderij een klok heeft meegenomen die hij bij [naam I] heeft neergezet, bij wie [verdachte] (verdachte) in die tijd woonde. Bij [naam I] is een marmeren klok aangetroffen, die volgens de betrokken verbalisant was ontvreemd bij een woninginbraak in Epe. Aan aangever [slachtoffer E] is bedoelde klok niet meer getoond.

Er zijn ten aanzien van dit feit verschillende verklaringen voorhanden die op onderdelen niet met elkaar overeenstemmen. Niet uitgesloten kan worden dat getuigen zaken met elkaar verwarren, hetgeen niet ondenkbaar is, nu uit het dossier een beeld naar voren komt van een groep die verschillende inbraken in wisselende samenstellingen lijken te hebben gepleegd onder invloed van drugs.

Gelet op het vorenoverwogene zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder feit 4 primair tenlastegelegde.

Met betrekking tot het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

[naam B] heeft, zoals hiervoor reeds overwogen, verklaard dat hij een ID-kaart heeft meegenomen en bij [verdachte] in de tas heeft gedaan.

Verdachte wist dat [naam B] vaker dingen in haar tas of portemonnee deed en dat [naam B] ging inbreken. Ook wist zij dat [naam B] een ID-kaart had meegenomen. Weliswaar heeft verdachte ter terechtzitting verklaard, dat zij niet wist dat [naam B] iets bij zich had en in haar tas/portemonnee heeft gedaan, maar de rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig in het licht van de hiervoor weergegeven verklaringen van verdachte en [naam B] afgelegd bij de politie, in onderling verband en samenhang gezien.

In die samenhang acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de haar subsidiair ten laste gelegde opzetheling.

Ten aanzien van feit 5

Op 13 oktober 2010 omstreeks 22.00 uur kwam er een melding binnen bij de politie17 dat er op dat moment mogelijk zou worden ingebroken door twee personen in een pand gelegen tegenover het pand aan de [adres]. De bedoelde personen hadden de fietsen achtergelaten bij [adres] en waren daarna de weg overgestoken naar het bewuste pand. De melder gaf aan de surveillance door dat het om een mans- en een vrouwspersoon ging en dat hij beide personen had zien lopen op het erf van de woning aan de [adres] te Epe. Ter plaatse werd door de politie een tweetal fietsen aangetroffen. Van een van de fietsen was het slot verbroken en in de openstaande fietstassen werd inbrekersgereedschap aangetroffen. Op aanwijzing van de melder zijn de verbalisanten naar de woning aan de [adres] gelopen. De melder vertelde dat de vrouwspersoon voornamelijk in het zwart althans donkerkleurig was gekleed. Aangekomen bij de woning hoorden de politiemensen geluid vanuit de linkerzijde van de woning en toen zij vervolgens die richting opliepen werd om de hoek van de woning een vrouwspersoon aangetroffen, die door een van de politiemensen werd herkend als de hem ambtshalve bekende [verdachte]. Hij zag dat zij was gekleed in een zwart leren jasje en dat zij een zwarte pet/muts op had. Hij heeft haar vastgepakt maar vervolgens weer losgelaten omdat hij voetstappen in het grind hoorde en wilde pogen om de mannelijke dader aan te houden. Die is vervolgens op heterdaad aangehouden en het bleek daarbij te gaan om [naam J]. Verdachte [verdachte] werd nadien niet meer op de plaats delict aangetroffen.

Door de eigenaar18 van de woning aan de [adres] te Epe is aangifte gedaan van een poging tot inbraak. Er was al eerder in de woning ingebroken. Op 14 oktober 2011 heeft hij geen verdere (braak)schade kunnen ontdekken.

[naam J] heeft verklaard19 dat hij die avond samen met [verdachte] op de fiets naar de woning aan de [adres] is gegaan. [verdachte] had hem gevraagd of hij die avond meeging naar die woning om te kijken of er iets te halen viel. Ze hebben de fietsen nabij de woning op het terrein van [naam N] neergezet en zijn vervolgens naar de woning gelopen. Hij had van [verdachte] een breekijzer gekregen en zelf had zij een klein breekijzertje bij zich. Zij hebben gekeken of er een raam open stond. Hij zag dat [verdachte] aan de achterzijde van de woning probeerde met het breekijzertje het raam in te slaan, maar dat lukte niet. [verdachte] zou iemand bellen om mee naar binnen te gaan. [verdachte] liep via de achterzijde naar de linkervoorzijde van de woning en hij heeft haar toen uit het zicht verloren. Opeens zag hij zaklampen en hoorde hij onbekende stemmen. Hij wist toen dat er politie aan kwam. Hij is vervolgens door de politie aangehouden.

Verdachte heeft verklaard dat zij daar wel is geweest20, maar dat zij niet van plan was om in te breken, zij was gewoon nieuwsgierig. Later heeft zij verklaard21 dat het zou kunnen dat ze hebben gepoogd om daar in te breken. Zij heeft ook geprobeerd om een raam in te tikken, maar dat lukte niet.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij niet de bedoeling had om dingen weg te nemen. De rechtbank acht die verklaring niet aannemelijk en zij houdt verdachte dan ook aan haar (latere) verklaring die zij daarover bij de politie heeft afgelegd. In samenhang met de hiervoor aangeduide bewijsmiddelen acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte dit feit heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 6

Door [slachtoffer G] is aangifte gedaan van de diefstal van haar bruine Union fiets op 14 oktober 2010 ter hoogte van de Goede Herderkerk aan de Enkweg te Epe. De fiets stond niet op slot.

[naam B] heeft toegegeven dat hij een damesfiets heeft gejat bij de Goede Herderkerk aan de Enkweg in Epe. Hij was samen met [verdachte], zij zag de fiets staan. De fiets stond niet op slot.

Verdachte heeft verklaard dat [naam B] de fiets heeft gestolen. Zij was daar samen met [naam B]. Ze zijn langs de fiets gelopen en zij is doorgelopen. [naam B] kwam ineens met de fiets aanzetten.

De rechtbank acht onvoldoende bewijs voorhanden om hier te kunnen spreken van het door verdachte medeplegen van een fietsendiefstal en zal haar daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van feit 7

Door [aangever namens slachtoffer H] is aangifte22 gedaan van een inbraak in de woning van haar ouders aan de [adres] te Heerde. Gedurende de vakantie van haar ouders was er in de avond van 9 februari 2011 ingebroken en zij zag dat uit de kamer de televisie (flatscreen) was verdwenen.

Later is zij met de politie de woning doorgelopen. Zij zag dat het keukenraam was opengebroken en dat er een tuinstoel tegen de gevel was gezet om via het opengebroken raam naar binnen te klimmen.

De televisie werd aangetroffen bij de woning van de buurman aan de [adres]. De buurman had een jongen zien lopen met iets onder zijn arm.

Door [slachtoffer H] is verklaard23 dat er door zijn dochter aangifte is gedaan en dat hij na terugkomst van de vakantie een lijst heeft opgemaakt van de goederen die werden vermist.

De braakschade bestond uit schade aan de achterdeur, het keukenraam achter en de slaapkamerdeur boven. De benadeelde vermoedt dat de dader een hele tijd bezig moet zijn geweest of mogelijkerwijs meerdere keren in de woning moet zijn geweest om spullen mee te nemen, zodat de pleegperiode moet zijn van 29 januari 2011 tot 10 februari 2011.

Weggenomen zijn: (spel)computers, een fotocamera (Canon), geld, een televisie, een horloge, een rijbewijs, een paspoort, een koffer, sieraden (gedenkmunt/dasspelden), kantoorartikelen en gereedschap.

[naam G] heeft verschillende verklaringen afgelegd. Hij heeft over de inbraak aan de [adres] te Heerde onder meer verklaard24 dat [naam H] bij [naam K] thuis de tip gaf dat er veel geld zou zijn te vinden in die boerderij. Bij dat gesprek waren [naam B] en [naam O] ook aanwezig.

[naam H] had verteld dat het makkelijk was om de woning binnen te klimmen via het raampje van de keuken.

[naam G] heeft bekend een aantal malen in de woning te zijn geweest. Op een donderdagavond heeft hij geld (100 euro) meegenomen en dat aan [naam H] gegeven, maar die vond dat veel te weinig.

De volgende dag is hij met [verdachte] in de boerderij geweest. [naam L] stond op afstand de boel in de gaten te houden. Hij heeft toen 500 euro gevonden. De buit is verdeeld, [verdachte] heeft ook haar deel gehad, zo'n 150 euro.

Die tweede keer heeft hij naast het geld ook een camera (Canon) met tas en lenzen gestolen.

Mogelijk hebben de inbraken op zondag en maandag plaatsgevonden, daar is hij niet zeker van.

Beide keren is hij de woning binnen gegaan via het raam van de keuken.

[naam L] heeft verklaard25 dat [naam G] hem had gevraagd hem op te pikken. [naam G] heeft hem verteld dat hij bij het huis was geweest van de ex-schoonouders van [naam H]. [naam G] wilde weer in de woning kijken of er wat te halen viel en [verdachte] is toen met [naam G] meegegaan. [verdachte] en [naam G] zijn ongeveer een uurtje binnengebleven. Hij weet dat ze geld hadden. Het geld had in kleding verstopt gezeten. [naam G] was onderweg naar huis het geld aan het tellen. Hij kreeg 140 euro van [naam G].

Verdachte heeft verklaard26 dat zij éénmaal met [naam G] in de woning is geweest. [naam G] was een keer eerder in de woning geweest. Ze zijn gewoon door de achterdeur naar binnen gegaan. Ze hebben de hele woning doorzocht. Zij heeft van [naam G] gehoord dat er volgens [naam H] veel geld in de woning van zijn schoonouders moest liggen. Ze hebben de woning op dezelfde wijze verlaten en zijn bij [naam L] in de auto gestapt en weggereden. [naam G] had geld weggenomen, hetgeen zij gedrieën hebben gedeeld. Zelf heeft zij Afrikaans geld weggenomen ter waarde van zo'n 30 euro.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard overeenkomstig haar verklaring bij de politie afgelegd.

De rechtbank maakt uit de verschillende verklaringen die zijn afgelegd op dat er meerdere keren de woning is binnengegaan. Dat strookt met de verklaring die verdachte over de haar wijze van binnenkomen heeft afgelegd. De rechtbank acht het onderdeel van het tenlastegelegde "braak/verbreking/inklimming" dan ook niet bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van alle ten laste gelegde goederen, buiten geld en een fotocamera. Er is immers sprake geweest van verschillende inbraken/insluipingen in deze woning. De ene keer dat verdachte mee is geweest is alleen geld en een fotocamera (door [naam G]), ontvreemd.

Ten aanzien van feit 8

Door de eigenaar27 van de vakantiewoning aan de [adres] te Epe is aangifte gedaan van een inbraak tussen 1 en 4 maart 2010 in de woning. De dader is de woning binnengekomen door een uitzetraam te forceren. Uit het pand is weggenomen een 25-delig boerenbont servies.

Het servies is herkend door de aangever (pag. 982).

Door de eigenaar van een antiekwinkel in Heerde is verklaard28 dat hij een half jaar geleden een compleet boerenbont servies had gekocht van een jongen en een meisje die bij hem in de zaak waren gekomen voor een bedrag van 150 euro.

Verdachte heeft toegegeven29 een servies samen met [naam L] te hebben ingeleverd bij een antiekzaak in Heerde en het geld wat ze daarvoor hebben gekregen te hebben gedeeld, ieder 60 euro.

[naam L] heeft verklaard30 samen met [verdachte] in het vakantiehuisje aan een zandweg nabij de Dellenweg te hebben ingebroken zo'n anderhalf jaar geleden. De woning was open en ze konden zo naar binnen. Ze hebben daar een boerenbont servies weggenomen, in twee bigshoppers die ze bij zich hadden. [verdachte] kwam op het idee om daar in te breken toen ze daar in de buurt een jointje rookten. Ze hebben het servies weggebracht naar een antiekhandelaar in Heerde.

[naam M] heeft ontkend deze inbraak te hebben gepleegd. Hij heeft verklaard31 het boerenbont servies bij [verdachte] in de auto te hebben zien liggen. Hij weet nog dat hij hoorde dat [verdachte] zei: "dat hebben we goed gedaan" terwijl [naam L] daarbij stond, waaruit hij wel kon afleiden dat [naam L] ook bij de diefstal betrokken was.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij deze inbraak. Verdachte heeft deze inbraak weliswaar ontkend, maar de verklaring die zij daarover heeft afgelegd (zij had het servies gekregen van [naam M], die er op zijn fiets en verpakt in twee grote tassen mee aan kwam zetten en bang was door de politie te worden gepakt) acht de rechtbank niet aannemelijk.

Ten aanzien van feit 9

Op 4 december 2010 is door [aangever namens slachtoffer J] aangifte gedaan van beschadiging van zijn auto, Ford Fiesta. De auto stond in de carport bij de woning aan de [adres] te Heerde. De lak aan de volledige linkerzijde en de lak van motorkap van de auto is met een scherp voorwerp beschadigd.

Door aangever is tevens aangifte gedaan van een op 7 oktober 2010 aan het rechter achterscherm van bedoelde auto geconstateerde diepe kras. Ook toen stond de auto in de carport.

Verdachte ontkent de vernielingen aan de auto te hebben gepleegd. Uit de verklaringen die over deze feiten door anderen zijn afgelegd kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat deze vernielingen door verdachte zijn gepleegd. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3, 4 primair, 6 en 9 tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 4 subsidiair, 5, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1 (subsidiair).

zij op 29 december 2010 in (de gemeente) Epe met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een medewerker van) Total pompstation, heeft bewogen tot de afgifte van benzine, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of in strijd met de waarheid bij de kassa verteld dat zij thuis geld ging halen en vervolgens een valse identiteitskaart heeft achtergelaten en dat zij terug zou komen om af te rekenen, waardoor Total pompstation werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij op 11 november 2010 in (de gemeente) Heerde met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een trui toebehorende aan [slachtoffer A];

4 (subsidiair).

zij op 24 november 2010 in (de gemeente) Heerde een id-kaart (te name van [slachtoffer E]) heeft

voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het het voorhanden krijgen van die id-kaart wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

zij omstreeks 14 oktober 2010 in (de gemeente) Epe ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) weg te nemen goederen en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met haar mededader, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

zij in de periode van 29 januari 2011 tot en met 10 februari 2011 in (de gemeente) Heerde, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen geld en

een fotocamera, toebehorende aan [slachtoffer H];

8.

zij in de periode van 1 maart 2010 tot en met 4 maart 2010 in (de gemeente) Epe tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een

vakantiewoning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een (25-delig) boerenbont servies, toebehorende aan [slachtoffer I], waarbij verdachte en haar mededader zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1 subsidiair: oplichting;

2: diefstal;

4 subsidiair: opzetheling;

5: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel braak, verbreking of inklimming;

7: diefstal door twee of meer verenigde personen;

8: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 primair, 5 7, 8 en 9 (voor zover ziende op één vernieling) tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan een gedeelte van vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de voorwaardelijke straf dient als bijzondere voorwaarde te worden verbonden reclasseringstoezicht (meldingsplicht), ook als dit inhoud dat verdachte een behandeling zal ondergaan bij Tactus. Daarnaast heeft de officier als bijzondere voorwaarde gevorderd dat verdachte aan [slachtoffer B] B.V. bij wijze van schadevergoeding zal betalen een bedrag van € 570,14.

De officier heeft is haar eis betrokken de hoeveelheid door verdachte begane strafbare feiten, de omstandigheid dat verdachte een first offender is, de omstandigheid dat verdachte na in september 2010 drie dagen inverzekering gesteld te zijn geweest door is gegaan met het plegen van strafbare feiten, alsmede het advies van de reclassering waaruit kan worden gedistilleerd dat verdachte ook verantwoording moet nemen voor haar eigen daden en dingen niet moet afschuiven op vriendenkring of drugsgebruik.

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat verdachte reeds geruime tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zij niet eerder is veroordeeld terzake van vermogensdelicten en de reclassering het recidiverisico als laag inschat. Verdachte is gemotiveerd om een andere wending aan haar leven te geven en staat open voor hulpverlening.

De rechtbank heeft het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode stelselmatig schuldig gemaakt aan een reeks van strafbare feiten (waaronder ook de hier weergegeven ad informandum feiten), te weten een oplichting, een winkeldiefstal, een heling, een poging tot woninginbraak, twee woninginbraken, een diefstal uit een hotel, een diefstal van een auto, een diefstal uit een auto en inbraken in een stacaravan en op een gemeentewerf.

Verdachte heeft met haar daden grote schade aangericht en overlast bezorgd aan de slachtoffers. Algemeen bekend is dat met name woninginbraken een grote impact hebben op slachtoffers en de directe leefomgeving en dat daardoor in de samenleving gevoelens van onveiligheid worden aangewakkerd.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat zij diverse keren met politie en justitie in aanraking is gekomen en dat er nog diverse zaken tegen haar openstaan. Voor de afhandeling van de onderhavige strafzaak dient verdachte evenwel te worden aangemerkt als een first offender.

Door de reclassering is geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf en een verplicht reclasseringcontact op te leggen, met de bijzonder voorwaarden:

- meldingsgebod

- behandelverplichting Tactus Verslavingszorg

Uit het rapport van de reclassering blijkt onder meer dat verdachte in de afgelopen twee jaar

door haar omgang met medeverdachte [naam B], haar GHB-gebruik en de (gebruikers)vriendenkring en het zoeken naar sensatie en het verleggen van grenzen, betrokken is geraakt bij een aantal delicten.

Het hard- en softdruggebruik (sinds haar zestiende) wordt als zorgelijk beoordeeld

en volgens de maatstaven van de verslavingszorg is verdachte ook alcoholverslaafd, omdat dit alcoholgebruik dagelijks was en laatste jaren varieerde van een fles wijn per dag tot meer

dan een fles wijn per dag. De kracht van verdachte ligt in haar doorzettingsvermogen en motivatie. Tot twee jaar terug had ze haar eigen woning, een eigen kapperszaak aan huis en goed contact met familie. De laatste maanden voor haar detentie had betrokkene weer werk en woonde zij bij haar ouders, waar ze weer beter contact mee heeft. In december 2010 heeft zij de relatie met haar vriend verbroken. Verdachte staat open voor behandeling en wil haar leven weer (in een andere omgeving) opbouwen.

Het recidiverisico wordt ingeschat als laag gemiddeld. Er blijven nog risicofactoren in haar

leven wanneer de behandelingen nog niet voltooid zijn. Als dit alles op orde is zal het

recidiverisico verminderen. Verdachte werkt goed mee en staat open voor hulpverlening. Er is sprake van interne motivatie.

Verdachte heeft veelvuldig wisselende verklaringen afgelegd en geconfronteerd met verklaringen van anderen haar verklaringen bijgesteld. Uit haar proceshouding en haar opstelling ter terechtzitting maakt de rechtbank op dat verdachte nog steeds onvoldoende doordrongen is van haar eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de rol die zij heeft gespeeld. Uitgaande van de oriëntatiepunten van het LOVS zou een strafoplegging zoals door de officier van justitie gevorderd passend zijn. Nu de rechtbank evenwel aanzienlijk minder feiten bewezen acht komt zij tot een lagere strafoplegging.

De rechtbank zal het advies van de reclassering volgen, nu verdachte ter terechtzitting blijk heeft gegeven gemotiveerd te zijn een wending aan haar leven te geven en zij daartoe met hulp van haar familie ook al een aanzet daarvoor heeft gegeven.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 06/940073-11.

Het gaat daarbij om de navolgende zaken:

Feitgegevens (pleegperiode,-lokatie, -plaats, -gemeente, omschr. feit)

1. in de periode van 29 tot en met 30 januari 2011, Stationsweg, Zwolle, gem. Zwolle,

Diefstal Hotel [slachtoffer K] in vereniging onder meer geluidssysteem Oase inc. 2;

2. in de periode van 1 sept. 2010 t/m 6 sept. 2010, [adres], Wissel, gem. Epe,

Diefstal Fiat Punto Cabrio in vereniging inc. 4;

3. in de periode van 26 lot en met 27 augustus 2010, [adres] Epe, gem. Epe,

Inbraak stacaravan in vereniging camping [slachtoffer L] inc. 7;

4. in de periode van 24 tot en met 25 december 2010, [adres] Epe, gem. Epe.

Diefstal uit auto (Volvo) div. goederen weggenomen inc. 9;

5. in de periode van 10 tot en met 11 september 20l0, [adres], Heerde, gem. Heerde,

Inbraak gemeentewerf in vereniging diverse goederen inc. 22.

Aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Art. 302 Sr zware mishandeling

In beslag genomen voorwerpen

In het kader van het onderzoek zijn diverse voorwerpen in beslag genomen. Door de officier van justitie is geen lijst van inbeslaggenomen en niet teruggaven voorwerpen aan het dossier toegevoegd.

De officier van justitie heeft van een aantal voorwerpen de teruggave aan de rechthebbenden gevorderd (incident 1, 8, 11, 15 en een aantal in de ouderlijke woning van verdachte aangetroffen voorwerpen), teruggave aan verdachte van een rode Samsung mobiele telefoon (zaak 1) en verbeurdverklaring een aantal in verband met een poging tot inbraak aan de [adres] te Epe in beslag genomen voorwerpen (incident 12). Zij heeft daarbij verwezen naar een in de wettelijke vorm opgemaakt aanvullend proces-verbaal van de politie Regio Noord en Oost Gelderland van 13 mei 2011.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Door de officier van justitie is de verbeurdverklaring gevorderd van een hoeveelheid gereedschap, een basebalcap en een Batavus Holiday fiets met zwarte fietstassen. Deze voorwerpen werden bij gelegenheid van het onderzoek naar een poging tot inbraak aan de [adres] te Epe op 13 oktober 2010 in beslag genomen onder [naam J], de medeverdachte van verdachte [verdachte] (feit 5). Door Kraan is bij de politie aangegeven dat deze voorwerpen zijn eigendom zijn. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de afdoening van dit beslag dient te worden betrokken bij de afwikkeling van de zaak tegen [naam J] (parketnummer 06/850409-11).

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen (betreffende de incidenten 1, 8, 11, 15 en de in de ouderlijke woning van verdachte aangetroffen voorwerpen) aan de rechthebbenden en van de inbeslaggenomen rode Samsung mobiele telefoon aan verdachte (incident 1).

Vorderingen tot schadevergoeding

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de benadeelde partij [slachtoffer B] B.V. zich met een vordering tot schadevergoeding van € 570,14, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat de vordering niet is voorzien van een schriftelijke machtiging van de als zodanig in de vordering aangeduide gemachtigde [aangever namens slachtoffer B]. Aangezien de vordering wel deugdelijk is onderbouwd is dat voor haar reden geweest om een schadevergoeding als bijzondere voorwaarde te vorderen.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, vanwege de door haar bepleite vrijspraak.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer B] B.V niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Voorts heeft [slachtoffer F] als benadeelde partij gesteld ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde met een vordering tot schadevergoeding van € 19.131,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces.

Door de officier is aangevoerd dat de benadeelde partij [slachtoffer F] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu de schade die is ontstaan geen betrekking heeft op de ten laste gelegde poging tot inbraak, maar voorvloeit uit de inbraken die dáárvoor hebben plaatsgevonden.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, vanwege de door haar bepleite vrijspraak.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de benadeelde partij [slachtoffer F] niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is niet komen vast te staan dat de benadeelde partij tengevolge van de onder bewezen verklaarde poging tot inbraak schade heeft geleden.

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde heeft de benadeelde partij [slachtoffer G] zich met een vordering tot schadevergoeding van € 142,50, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer G] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, vanwege de door haar in die zaak gevorderde vrijspraak.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, vanwege de door haar bepleite vrijspraak.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer G] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder 6 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve hun vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Verder heeft [slachtoffer M] zich als benadeelde partij gesteld voor een bedrag van

€ 2.315,00, betrekking hebbende op het ad informandum feit onder 2.

Deze benadeelde partij dient volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, nu de vordering behoudens foto's niet deugdelijk is onderbouwd.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat deze benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, om reden dat het pro forma feit ziet op de diefstal van de auto en niet op de - door een andere dader gepleegde - vernieling van de auto.

De rechtbank overweegt als volgt.

De vordering van [slachtoffer M] heeft betrekking op een diefstal van een Fiat Puncto Cabrio gepleegd in de periode van 1 september 2010 tot en met 6 september 2010.

Aangezien voeging bij ad info feiten slechts mogelijk is voor feiten die op of na 1 januari 2011 zijn gepleegd, dient deze benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft de mogelijkheid haar vordering aan te brengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57, 310, 311, 326 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 3, 4 primair, 6 en 9 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 4 subsidiair, 5, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

1 subsidiair: oplichting;

2: diefstal;

4 subsidiair: opzetheling;

5: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel braak, verbreking of inklimming;

7: diefstal door twee of meer verenigde personen;

8: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel braak en inklimming;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- De veroordeelde moet zich binnen vijf dagen volgend op de invrijheidstelling melden bij Tactus Reclassering op het adres Burgtstraat 2 te Harderwijk. Hierna moet zij zich gedurende door Tactus Reclassering bepaalde perioden blijven melden zo frequent als Tactus Reclassering gedurende deze perioden nodig acht;

- De veroordeelde is verplicht zich ambulant te laten behandelen bij Tactus Verslavingszorg of een soortgelijke instelling, zolang als Tactus Reclassering dat noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die hem door of namens de leiding van die instelling zullen worden gegeven;

- De veroordeelde dient zich voorts te gedragen naar de (verdere) aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Tactus Reclassering;

- De veroordeelde zal op verzoek van de reclassering ten behoeve van het

vaststellen van haar identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave aan de veroordeelde van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, mobiele telefoon merk Samsung, kleur rood, serienummer SN:RQ9Z205145V (incident 1);

* gelast de teruggave aan de rechthebbenden van na te melden in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een identiteitskaart t.n.v. [naam A], geboren op [datum te plaats], voorzien van documentnummer [nummer] (incident 1)

- een identiteitskaart t.n.v. [slachtoffer E], geboren op [datum](incident 8);

- een goudkleurige ring met Diamantje (incident 11)

- een zilverkleurige ketting met medaillon (incident 11)

- een goudkleurige ketting met sleutelhanger (incident 11)

- vier Delftsblauwe vazen (incident 11)

- een bruin metalen kistje met daarin o.a. een Medic Alert penning, munten en legerattributen (incident 11)

- een gedeelte van een boerenbontservies (incident 15);

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer B] B.V, [slachtoffer F], [slachtoffer G] en [slachtoffer M] - ieder voor zich - niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat de benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

* heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Van der Hooft en Verheul, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 juni 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal van de politie Regio Noord- en Oost Gelderland, Team Heerde-Hattem, Teamrecherche Epe-Heerde, gedateerd 19 april 2011, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] (voor zover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 4

3 Aangifte [aangever namens Total] d.d. 6 januari 2011, doorgenummerde dossierpag. 248 en 249

4 Bevindingen en relaas verbalisant [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 252 en 253

5 Verklaringen verdachte d.d. 8, 9 en 22 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 274, 275 en 279

6 Verklaring verdachte d.d. 22 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 279

7 Verklaring verdachte d.d. 8 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 356

8 Aangifte [aangever namens slachtoffer A] namens [slachtoffer A] d.d. 11 november 2010, doorgenummerde dossierpag. 342, 343, en haar aanvullende verklaring d.d. 10 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 348

9 Verklaringen getuige [naam B] d.d. 22 december 2010 en 24 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 351, 352 en 353

10 Aangifte [slachtoffer E] d.d. 3 augustus 2010, doorgenummerde dossierpag. 494 en 495

11 Relaas verbalisant [verbalisant] inzake verhoor aangever d.d. 24 november 2010, doorgenummerde dossierpag. 500

12 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag 27

13 Verklaring [naam F] d.d. 25 november 2010, doorgenummerde dossierpag. 508

14 Verklaring verdachte d.d. 5 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 546 en 547, alsmede haar verklaring ter terechtzitting

15 Verklaring [naam B] d.d. 24 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 532 en 533

16 Verklaring [naam H] d.d. 31 maart 2011, doorgenummerde dossierpag. 529

17 Relaas en bevindingen verbalisanten [verbalisanten], doorgenummerde dossierpag. 792 en 793

18 Aangifte [slachtoffer F] d.d. 14 oktober 2011, doorgenummerde dossierpag. 795/796

19 Verklaring [naam J], doorgenummerde dossierpag. 812 en 813

20 Verklaringen verdachte d.d. 9 februari 2011 en 6 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 820

21 Verklaring verdachte d.d. 6 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 836 en 837

22 Aangifte [aangever namens slachtoffer H] namens [slachtoffer H] d.d. 16 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 877 en 878

23 Verklaring [slachtoffer H] d.d. 28 februari 2011, doorgenummerde dossierpag. 882, met goederenbijlage, doorgenummerde dossierpag. 884 t/m 888

24 Verklaringen [naam F] d.d. 29 maart 2011, doorgenummerde dossierpag. 916, 917, 921, 927

25 Verklaring [naam L] d.d. 29 maart 2011, doorgenummerde dossierpag. 951

26 Verklaring verdachte d.d. 5 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 971 en 972, en haar verklaring ter terechtzitting

27 Aangifte [slachtoffer I] d.d.13 maart 2010, doorgenummerde dossierpag. 975 en 976 en 982

28 Verklaring [getuige A] d.d. 24 maart 2011, doorgenummerde dossierpag. 990 en 991

29 Verklaring verdachte d.d. 13 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 1015 en 1016

30 Verklaring [naam L] d.d. 14 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 1011 en 1012

31 Verklaring [naam M] d.d. 14 april 2011, doorgenummerde dossierpag. 1009