Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ7350

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-06-2011
Datum publicatie
07-06-2011
Zaaknummer
06/940479-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bedreiging met enig misdrijf tegen het leven van een groepsbegeleidster van een opvanghuis in Almen bewezen en legt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op voor de duur van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940479-10

Uitspraak d.d.: 7 juni 2011

Tegenspraak / dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1969],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in PI Overijssel, huis van bewaring Karelskamp te Almelo.

Raadsman: mr. A.H.T. de Haas, advocaat te Nijkerk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 mei 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij

op of omstreeks 9 december 2010

te Almen, gemeente Lochem,

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers

- heeft verdachte opzettelijk dreigend met een schaar, althans met een scherp

en/of puntig voorwerp, (op korte

afstand) een of meer stekende beweging(en) in de richting van die [slachtoffer]

gemaakt, in ieder geval die [slachtoffer] een schaar, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, getoond en/of is verdachte (daarbij) naar die [slachtoffer]

toegelopen en/of

- heeft verdachte opzettelijk dreigend deze [slachtoffer] de woorden toegevoegd :

"Wil je een mes tussen je ribben" en/of "Wil je dat ik je neersteek", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 9 december 2010 kregen verbalisanten omstreeks 22.35 uur van de Regionale meldkamer van de Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland de opdracht om naar het opvanghuis van het Leger des Heils in Almen, genaamd 'De Vrije Vogel', te gaan. Daar zou iemand bedreigingen hebben geuit tegen een medewerkster. Ook zou sprake zijn van een steekwapen en zou de medewerkster zich hebben opgesloten. Ter plaatse bleek dat een man (verdachte) een medewerkster met een schaar achterna had gezeten. Verdachte zou stekende bewegingen hebben gemaakt. Verdachte is vervolgens aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat zijn cliënt niet de bedoeling heeft gehad iemand te bedreigen. Hij heeft uit boosheid spullen van zich af gegooid. Dat was niet specifiek gericht tegen een van de medewerkers. Daarnaast heeft zijn cliënt geen dreigende taal geuit, aldus de raadsman. Van belang hierbij is dat de getuigen [getuige A] en [getuige B], die beiden nabij de kamer aanwezig waren, geen verbale bedreiging hebben waargenomen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard2 dat zij op 9 december 2010 als groepsbegeleidster werkzaam was op 'De Vrije Vogel', gevestigd aan de Ehzerallee 11 te Almen. Vanaf 3 december 2010 verbleef verdachte bij [getuige C] in kamer 7. Bij het intakegesprek was hem gezegd dat geen drugs werden getolereerd. Aangeefster hoorde haar collega's zeggen dat ze drie (drugs)spuiten en een kokertje waarmee men drugs snuift hadden zien liggen op de kamer van verdachte en [getuige C]. Ze zijn naar de kamer van verdachte en [getuige C] gelopen. Aangevers collega [getuige D] heeft gezegd dat spuiten niet werden getolereerd, waarna verdachte een discussie begon. Hij gaf de spuiten aan collega [getuige A]. Aangeefster en [getuige D] hebben verdachte vervolgens duidelijk gemaakt dat hij weg moest en de volgende dag om 11 uur terug kon komen voor een gesprek. Aangeefster hoorde verdachte toen zeggen: "en als ik dat niet doe". Ze zag dat hij iets van een tafeltje pakte en met een vuist richting haar draaide. Ze zag dat hij daarbij een voorwaartse beweging maakte met zijn hand. Verdachte schreeuwde daarbij: "Wil je een mes tussen je ribben".

Ook uit de verklaring van getuige [getuige D] komt naar voren dat verdachte bedreigende taal heeft geuit. Zo heeft [getuige D] verklaard3 dat ze hoorde dat [slachtoffer] tegen verdachte zei dat hij nog een kwartier had om het pand te verlaten. Verdachte begon daarop te schreeuwen. [getuige D] hoorde onder meer: "Wil je dat ik je neersteek". Ze zag dat verdachte opstond en dat hij een glimmend voorwerp pakte. Hij kwam op hen afgerend en maakte bewegingen met zijn arm. Ze hoorde [slachtoffer] zeggen "mes".

Uit de verklaring van getuige [getuige B] komt naar voren dat verdachte stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van [slachtoffer]. [getuige B] heeft in dit verband verklaard4 dat hij op 9 december 2010 als beveiliger werkzaam was bij 'De Vrije Vogel' te Almen. [slachtoffer] en [getuige D] hadden hem gevraagd te assisteren bij de uitzetting van verdachte. Hij hoorde [slachtoffer] tegen verdachte zeggen dat verdachte het pand moest verlaten en dat hij daarvoor vijftien minuten had. [getuige B] zag dat verdachte zijn kamer inging en er weer uitkwam met een schaar in zijn hand. Hij maakte daarmee stekende bewegingen in de richting van de buik van [slachtoffer].

Ook getuige [getuige C], die op de terechtzitting van 24 mei 2011 als getuige is gehoord en die bij verdachte in de kamer was, heeft verklaard dat verdachte een schaar in zijn hand heeft gehad.

De rechtbank acht reeds gelet op de voorgaande bewijsmiddelen het ten laste gelegde feit bewezen. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat verdachte uit boosheid spullen van zich af heeft gegooid en dus - naar de rechtbank begrijpt - niet met een schaar heeft gedreigd, overweegt de rechtbank dat dit niet aannemelijk is geworden gelet op de verklaringen van de getuigen. Het verweer wordt daarom verworpen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 9 december 2010 te Almen, gemeente Lochem, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers

- heeft verdachte opzettelijk dreigend met een schaar, op korte afstand een of meer stekende bewegingen in de richting van die [slachtoffer] gemaakt, en is verdachte daarbij naar die [slachtoffer] toegelopen en

- heeft verdachte opzettelijk dreigend deze [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Wil je een mes tussen je ribben" en/of "Wil je dat ik je neersteek", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (verder ISD-maatregel).

De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie primair denkt vanuit de beveiligingsoptiek. Naar de mening van de raadsman dient een strafafdoening op maat door een specifiek behandeltraject centraal te worden gesteld. Uit het NIFP trajectconsult kan worden opgemaakt dat er een contra-indicatie is voor het opleggen van een ISD-maatregel. De psychiater is volgens de raadsman kennelijk niet in de gelegenheid geweest zelfstandig en gemotiveerd een advies te maken. Om die reden verzoekt de raadsman om aanhouding van het onderzoek zodat de NIFP screening kan worden voltooid.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bedreigen van een medewerkster in het opvanghuis waar hij verbleef. Daarbij heeft hij een schaar gebruikt om de bedreiging te versterken.

Uit het reclasseringsadvies van 3 februari 2011 komt naar voren dat het middelenmisbruik van verdachte en zijn psychische gezondheid criminogene factoren van grote orde zijn, met als gevolg een ontwrichting van alle andere leefgebieden. Verdachte is vanaf midden jaren '90 bij Tactus in beeld. Het contact met de reclassering wordt volgens de rapporteur gekenmerkt door een gebrek aan motivatie bij verdachte om zich te laten behandelen en het bagatelliseren/ontkennen van delicten. Verdachte weigerde veelal om aan interventies deel te nemen. In 2009 is verdachte aangemeld voor diagnostiek en begeleiding bij de Forensische Verslavingspoli JusTact. Deze adviseerde om verdachte klinisch te laten opnemen wegens de forse verslavings- en psychische problematiek en de geringe afspraaktrouwheid. In 2009 is verdachte geplaatst in een dubbeldiagnose kliniek voor diagnostiek en behandeling met als doel uiteindelijk door te stromen naar begeleid of beschermd wonen. Op de dag dat hij werd geplaatst, heeft hij besloten de behandeling te beëindigen en is hij weggegaan uit de kliniek. Vervolgens is een intensief toezicht voor veelplegers gestart. Binnen een maand is deze stop gezet omdat verdachte was gerecidiveerd en werd veroordeeld. Verdachtes casuïstiek is volgens rapporteur veelvuldig besproken tijdens overlegmomenten tussen het Openbaar Ministerie, de reclassering, de gemeenten en de zorg. Uit het digitale systeem Conclusion blijkt dat in het afgelopen jaar het traject richting ISD is ingezet omdat verdachte ongrijpbaar blijkt, afspraken niet nakomt en het aanbod om binnen detentie te werken aan zijn problematiek afwees. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Verdachte is een zeer actieve veelpleger. De kans op onttrekken aan voorwaarden wordt door de reclassering eveneens hoog ingeschat. Er is risico op letselschade voor verdachte en voor willekeurige personen. De reclassering concludeert dat toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen niet zijn geïndiceerd. Geadviseerd wordt een ISD-maatregel op te leggen dan wel een onderzoek daarnaar in te stellen.

De rechtbank leidt uit het reclasseringsrapport af dat een nieuw verplicht toezicht door de reclassering geen meerwaarde zal hebben. Nu verdachte blijkens het reclasseringsrapport evenmin bereid is gebleken tot behandeling in een klinische setting ziet de rechtbank geen aanleiding voor een nader onderzoek door het NIFP. De rechtbank zal het verzoek van de raadsman om aanhouding daarom afwijzen.

Aan alle voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt, is voldaan. De bewezenverklaarde bedreiging is een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit de justitiële documentatie van 14 december 2010 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van de onderhavige bedreiging meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld. De onderhavige bedreiging is gepleegd na de tenuitvoerlegging van die straffen. De rechtbank acht oplegging van de ISD-maatregel in dit geval aangewezen, gelet op de hardnekkige recidive van verdachte op het terrein van de vermogenscriminaliteit en de persoonlijke integriteit, waardoor er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Eerdere veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank is verder niet gebleken van redenen om de ISD-maatregel niet op te leggen. Het door de reclassering van verdachte en zijn persoonlijkheidsproblematiek geschetste beeld, waaronder de conclusie dat verdachte ongrijpbaar blijkt, afspraken niet nakomt en in 2009 een behandeling zeer vroegtijdig afbreekt, rechtvaardigt het oordeel dat niet met een lichter middel kan worden volstaan.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat sprake is van een contra-indicatie voor het opleggen van de ISD-maatregel merkt de rechtbank op dat dit een onjuiste uitleg van het NIFP-rapport is. Het op het voorblad van het rapport door de raadsman bedoelde kruisje betreft immers de vraagstelling van de officier van justitie.

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de eis van de officier van justitie volgen waarbij zij met name in aanmerking heeft genomen de veelheid van misdrijven waarvoor verdachte reeds is veroordeeld. De ISD-maatregel is een methode om de negatieve spiraal te doorbreken en de samenleving gedurende een lange tijd te vrijwaren van verdachtes criminele recidive.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan het oplossen van zijn (verslavings)problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. De rechtbank zal daarom de maatregel opleggen voor de duur van twee jaar.

De rechtbank acht een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel gewenst en bepaalt dat dit na één jaar getoetst wordt.

Voorlopige hechtenis

De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen betreffende de motivering van de op te leggen ISD-maatregel zal het verzoek worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* wijst af het verzoek van de raadsman betreffende de schorsing van het onderzoek;

* wijst af het verzoek van de raadsman betreffende de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis;

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

* verklaart verdachte strafbaar;

* legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

* bepaalt dat het Openbaar Ministerie één jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Aldus gewezen door mrs. Heenk, voorzitter, Van der Mei en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 juni 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0630 2010179335, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 19 december 2010.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.22-24

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D], p.27-28

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B], p.29-30