Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ1368

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
15-04-2011
Datum publicatie
15-04-2011
Zaaknummer
06/850164-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit; inbraak in een tankstation in Didam (Uitspraak medeverdachte onder LJN BQ1358).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850164-09

Uitspraak d.d.: 15 april 2011

Tegenspraak (ex art 279 Sv)

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B]

geboren te [plaats op 1988],

wonende te [plaats]

thans gedetineerd in PI Midden Holland – HvB De Geniepoort te Alphen aan den Rijn,

raadsman: mr. L. de Leon, advocaat te [plaats].

Onderzoek van de zaak

De zaak is behandeld door de politierechter op de terechtzitting van 2 juni 2010 en vervolgens verwezen naar de meervoudige kamer. De zaak is verder behandeld door de meervoudige kamer van deze rechtbank op de terechtzitting van 1 april 2011. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op die terechtzitting.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 04 februari 2009, te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een service/tankstation heeft weggenomen een of meer slof(fen) en/of pakje(s) sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met een koevoet, althans een voorwerp in zijn hand(en), dreigend in de richting van die [slachtoffer], die in een auto, dicht bij het servicestation, zat te kijken en/of te observeren is/zijn gelopen en/of met die koevoet, althans dat voorwerp, op/tegen de auto heeft/hebben geslagen, althans getroffen

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Het bewijs kan gebaseerd worden op de aangifte van [slachtoffer], de foto’s in het dossier van de vluchtauto, foto’s van de vernielingen van de auto van [slachtoffer] en de herkenning van verdachte door verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B]. Twee verbalisanten hebben onafhankelijk van elkaar op ambtseed verklaard dat zij verdachte herkennen op de videobeelden en de foto’s. Zij kennen verdachte uit hoofde van hun functie als wijkagent. Daarbij heeft [neef verdachte B] verklaard dat hij de auto die hij heeft gehuurd en welke bij het ten laste gelegde feit is gebruikt, heeft uitgeleend aan zijn neef. [neef verdachte B] is een neef van verdachte. Tevens kennen verdachte en medeverdachte [medeverdachte A] elkaar uit de wijk in [plaats].

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Hij heeft betoogd dat er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen. De herkenningen van de verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B] zijn onvoldoende betrouwbaar om voor het bewijs te gebruiken en dienen daarvan uitgesloten te worden. Voor het overige zijn er geen aanwijzingen die duiden op betrokkenheid van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is waaruit (rechtstreeks) blijkt dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De herkenning van verdachte op de videobeelden en de foto’s door verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B] zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om als overtuigend bewijs te dienen. Zowel [verbalisant A] als [verbalisant B] wist voor het tonen van deze videobeelden en de foto’s dat er een grote kans was dat verdachte op deze videobeelden te zien zou zijn. Nu verbalisanten voor het tonen van de videobeelden en de foto’s ervan op de hoogte waren dat zij mogelijk verdachte zouden zien op de beelden, leveren hun bevindingen wellicht een redelijke verdenking op maar de rechtbank acht deze beelden en de herkenningen door [verbalisant A] en [verbalisant B] onvoldoende om als zelfstandige bewijsmiddelen te dienen.

Nu er voor het overige geen bewijs is tegen verdachte, waaruit zijn betrokkenheid bij het feit rechtstreeks volgt, moet bij deze stand van zaken vrijspraak volgen voor het ten laste gelegde feit.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partijen [tankstation] en [slachtoffer] hebben zich met ieder een vordering tot schadevergoeding gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde feit.

Deze benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart de benadeelde partijen [tankstation] en [slachtoffer] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Davids, voorzitter, Kleinrensink en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oosting, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 april 2011.

mr. Kleinrensink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.