Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ1286

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
14-04-2011
Zaaknummer
111556 - HA ZA 10-1012
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige concurrentie in de windturbinebranche? Boogaard/Vesta-criterium niet zonder meer van toepassing. Afwijzing vordering wegens niet voldoen aan stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0315
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 111556 / HA ZA 10-1012

Vonnis van 16 maart 2011

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1] B.V.,

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2] B.V.,

gevestigd te [plaats],

eiseressen,

advocaat mr. E.W. Spreij te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. J.H. Vegter te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiseressen] en [gedaagden] genoemd worden, alsmede afzonderlijk [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 juni 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 30 september 2010

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseressen] exploiteert een onderneming gespecialiseerd in projecten met betrekking tot horizontaal en verticaal transport en de verhuur en bediening van kranen. Zij houdt zich tevens bezig met de bouw, montage en engineering van windturbines. [gedaagde sub 1] is een transportonderneming die zich richt op bijzonder transport en transportbegeleiding, onder meer van windmolens en windturbines. Op 30 november 2009 is [gedaagde sub 2] opgericht, een onderneming die zich onder meer bezig houdt met kraanwerkzaamheden ten behoeve van windturbines.

2.2. Bij brief van 28 augustus 2009 heeft [naam 1] (hierna: [naam 1]) zijn arbeidscontract met [eiseres sub 1] met inachtneming van de opzegtermijn van 1 maand per direct opgezegd. Tijdens een gesprek op 2 september 2009 is [naam 1] namens [eiseressen] gewezen op het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst (artikel 8). Bij brief van 8 september 2009 heeft [naam 1] aan [eiseres sub 1] geschreven dat hij het concurrentiebeding niet geldig oordeelt wegens de onduidelijke formulering. Voorts schrijft hij dat hij een oriënterend gesprek heeft gevoerd met [gedaagden] en vraagt hij om schriftelijke toestemming, zodat hij verder met [gedaagden] in gesprek kan.

Op 23 oktober 2009 is [naam 1] B.V. opgericht, met [naam 1] als enig aandeelhouder en bestuurder. De bedrijfsomschrijving luidt: “advies en project management voor projecten op horizontaal en verticaal transportgebied, alsmede beheeractiviteiten.

2.3. Bij brief van 30 augustus 2009 aan [eiseres sub 1] heeft [naam 2] (hierna: [naam 2]) de beëindiging van het dienstverband per 30 september 2009 bij [eiseres sub 1] bevestigd. Op 6 november 1996 is [naam 2] bij de rechtsvoorganger van [eiseressen] als aankomend binnendienst medewerker enginering in dienst getreden. In deze arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Op 13 oktober 2009 is [bedrijf 2] B.V. opgericht, met [naam 2] als enig aandeelhouder en bestuurder. Het betreft een onderneming op het gebied van advies- en projectmanagement voor projecten op horizontaal en verticaal transportgebied. [naam 2] is per 1 maart 2010 bij [gedaagden] in dienst getreden.

2.4. De in augustus 2009 doorgevoerde structuurwijziging binnen de organisatie van [eiseres sub 2] en de kostenbesparende inzet van personeel zijn de aanleiding geweest voor [naam 1] en [naam 2] om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Na de opzegging zijn [naam 1] en [naam 2] vrijgesteld van de verplichting om werkzaamheden te verrichten. [naam 1] en [naam 2] waren samen verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van [eiseres sub 2]. Dit onderdeel van [eiseres sub 1] houdt zich overwegend bezig met werkzaamheden ten behoeve van windturbines.

2.5. [naam 3] (hierna: [naam 3]) heeft [eiseres sub 1] op 30 september 2009 ingelicht dat hij zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot 1 oktober 2009) niet wilde verlengen. Vanaf 1 oktober 2009 is [naam 3] werkzaam bij [gedaagden].

2.6. REpower Systems AG (hierna: REpower) is een onderneming die opdrachten uitgeeft voor de bouw van 17 windturbineparken in Frankrijk. In Büdelsdorf hebben onder meer op 1 juli, 26 augustus en 30 september 2009 TCI (Transport, Crane, Installation) meetings plaatsgevonden waarbij zowel medewerkers namens [eiseressen] als namens [gedaagden] aanwezig zijn geweest.

2.7. [naam 4] van REpower schrijft per email van 6 november 2009 (productie 2 bij conclusie van antwoord) aan [naam 5] van [gedaagden] onder meer het volgende:

“Für das Projekt Valorem haben wir als REpower 3 unterschiedliche Angebote für TCI (…) erhalten.

Die Angebote waren von:

1. MacNally & WEL

2. [gedaagden]

3. [eiseressen]

Die nun folgenden Aspekte haben unserer Entscheiding geführt:

• Preis/Leistungsverhältnis > Hauptkriterium

• Erfahrungsstand/Performance in der Abwicklung von Projekten in Frankreich mit REpower

• Persönlicher Kontakt zu den Projektverantwortlichen innerhalb der Subunternehmen

Diese Reihenfolge ist auch unseren Prioritäten entsprechend.

[eiseressen] hat einen im Verhaltnis absolute zu hohen Preis abgegeben und das Angebot lag auch erst nach mehrmaliger Rückfrage durch den beiteiligten Projectleiter vor.

Nach Auswertung des Preis/Leistungsverhältnisses gab es ein Kopf an Kopf Rennen zwischen McNally/WEL und [gedaagden]. [eiseressen] haben wir hierbei schon nicht mehr aufgrund des zu hohen Preises berücksichtigt.

Ihr als [gedaagden] habt den Zuschlag bekommen, da alle 3 genannten Parameter in Eurem Angebot hervorragend berücksichtigt wurden und wir einer erfolgreichen Abwicklung diese Projekts mit Euch entgegen sehen. (…)”

2.8. In opdracht van de raadsman van [eiseressen] heeft IRS onderzoek verricht naar aanwijzingen dat bedrijfsgevoelige informatie vanuit [eiseressen] naar derden is gelekt/

meegenomen door voormalige medewerkers. Ten aanzien van [naam 1] zijn de laptop en de mailbox van [naam 1] onderzocht, alsmede mailserver en fileserver databestanden [eiseres sub 1]. In het hiervan opgemaakte rapport is onder meer het volgende vermeld:

“Er werden aanwijzingen gevonden dat het programma CCleaner geïnstalleerd en gebruikt is geweest.(…)

Uit de beschikbare informatie kan worden afgeleid, dat het programma CCleaner op

03-09-2009, omstreeks 22:00 uur werd geïnstalleerd.

Ook kon worden afgeleid, dat dit programma op 03-09-2009, omstreeks 22:01 uur én op

04-09-2009, omstreeks 07:30 uur werd uitgevoerd.

Het programma werd vermoedelijk op 04-09-2009, omstreeks 10:39 weer van de computer verwijderd. Omstreeks dat tijdstip werd het programma “C:\Program\Files\CCleaner\uninst.exe” uitgevoerd. Het programma en de daarbij behorende programmabestanden en programma instellingen werden niet meer aangetroffen.

(…)

[eiseressen]-NetworkShare

Op het computernetwerk van [eiseressen] werden directories aangetroffen, waarvan de padenstructuur grotendeels overeenkwam met de structuur op de externe geheugendrager met de driveletter E:, zoals vastgelegd door het Windows systeem.

Dit betroffen de directories:

\[eiseressen]\Sales\Projects

\[eiseressen]\Sales\Sales documents\Sales figures 2009

\[eiseressen]\Sales documents\sales figures 2010

\[eiseressen]\Clients

(…)

Het is zeer wel mogelijk dat deze directories en de zich daarin bevindende bestanden, aanwezig zijn of waren op de externe geheugendrager, aangeduid met de driveletter E:.

Het is zeer wel mogelijk dat deze externe geheugendrager, de externe USB disk betreft, die binnen het Windows systeem op de onderzochte laptop wordt aangeduid als “WD 10EADS”. (…)

Gezien deze bevindingen is het aannemelijk, dat de externe harde schijf, waarop in ieder geval een aantal directories staan met dezelfde namen als directories zoals die voorkomen op het [eiseressen] computernetwerk, in eigendom/beheer/ en/of gebruik is (geweest) bij [naam 1].

Er werden geen aanwijzingen gevonden waaruit afgeleid kan worden dat bestanden buiten de [eiseressen] organisatie werden gebracht door deze te plaatsen op zogenaamde online storage servers. (…)

Er werden geen aanwijzingen gevonden waaruit kan worden afgeleid dat recent met derden werd gecommuniceerd via zogenaamde CHAT-programma’s. (…)

Er werden geen mogelijk relevante gegevens aangetroffen die betrekking hadden op het gebruik van webmail.

De beschikbare E-mailboxen/E-mailbestanden van [naam 1] werden geanalyseerd. Hierbij werden geen berichten aangetroffen welke mogelijk relevant zijn voor dit onderzoek. (…)”

3. De vordering

3.1. [eiseressen] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis

a. van recht zal verklaren dat het handelen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], zoals in de dagvaarding is omschreven, jegens [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] onrechtmatig is, zodat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk gehouden zijn de daardoor door [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] geleden schade te vergoeden,

b. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk zal veroordelen, des dat de één zal betalen de ander zal zijn bevrijd, om de door [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] geleden schade te vergoeden, bestaande uit een voorschotbedrag van € 747.845,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2009 tot de dag der algehele voldoening,

c. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk zal veroordelen, des dat de één zal betalen de ander zal zijn bevrijd, tot vergoeding van de overige schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, voor zover die schade niet kan worden vastgesteld of geschat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2009 tot aan de dag der algehele voldoening,

d. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk zal veroordelen, des dat de één zal betalen de ander zal zijn bevrijd, om aan [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] de buitengerechtelijke kosten te vergoeden van € 5.160,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2009 tot aan de dag der algehele voldoening,

e. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal veroordelen in de kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente over de volledige proceskosten, indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan de veroordeling is voldaan.

3.2. [eiseressen] legt aan haar vorderingen, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag.

[gedaagden] heeft onrechtmatig gehandeld jegens [eiseressen] door op onrechtmatige wijze gebruik te maken van de overtreding van het concurrentiebeding c.q. de onrechtmatige concurrentie van de ex-werknemers. De voorbereiding van het binnenhalen van de opdracht van REpower door de ex-werknemers heeft plaatsgevonden in de maand september 2009, toen de ex-werknemers nog in dienst waren bij [eiseres sub 1] en [naam 2] en [naam 1] waren vrijgesteld van werkzaamheden. De opdracht van REpower is verkregen na uitdiensttreding van de ex-werknemers, terwijl voor hen een concurrentiebeding gold, waarmee [gedaagden] reeds in september 2009 bekend was. Voor zover geen sprake is van een dienstverband van [naam 2] en [naam 1] met [gedaagden], staat vast dat [gedaagden] met beiden samenwerkt, nu de opdracht van REpower, die aanvankelijk al bijna aan [eiseres sub 1] was gegund, medio oktober 2009 aan [gedaagden] is verstrekt.

Voor zover geen sprake is van overtreding van het concurrentiebeding, handelen de ex-werknemers onrechtmatig jegens [eiseressen], omdat zij tezamen met [gedaagden] kort na het einde van het dienstverband stelselmatig, duurzame relaties van [eiseressen] hebben benaderd en daarbij gebruik hebben gemaakt van de kennis en (onrechtmatig ontvreemde) gegevens die zij bij [eiseressen] vertrouwelijk hebben gekregen. Vast staat dat in contact is getreden met REpower en één leverancier. Inmiddels gaat het om meer opdrachtgevers, terwijl een vierde werknemer van [eiseressen] is bewogen om zijn arbeidsovereenkomst met [eiseressen] op te zeggen en voor [gedaagden] aan de slag te gaan.

Met de opdracht van REpower was een omzet gemoeid van € 1.612.575,00. De schade van [eiseressen] bestaat uit gederfde winst (€ 148.722,00) en geleden verlies (€ 482.624,00), in totaal € 747.845,00. De thans begrote schade wordt bij wijze van voorschot gevorderd met voor de overige schade verwijzing naar de schadestaat.

[eiseressen] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten overeenkomstig het rapport Voorwerk II, die ook door haar daadwerkelijk zijn gemaakt, voor een bedrag van € 5.160,00.

4. Het verweer

4.1. [gedaagden] concludeert dat de rechtbank [eiseressen] bij vonnis niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering, althans haar deze zal ontzeggen met haar uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling in de kosten van het geding.

4.2. [gedaagden] voert de navolgende verweren aan.

De ex-werknemers van [eiseressen] plegen -voor zover [gedaagden] bekend- geen wanprestatie. Dat de gestelde overtreding van het concurrentiebeding door [naam 1] en [naam 2] door [gedaagden] is geïnitieerd, wordt betwist. Voor [naam 3] geldt geen concurrentiebeding en het stond hem derhalve vrij om in dienst te treden bij [gedaagden]. Wat betreft [naam 2], die sinds 1 maart 2010 werkzaam is voor [gedaagden], weet [gedaagden] dat hij met [eiseressen] heeft gesproken over de in november 1996 in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebepaling. Wat betreft [naam 1] is [gedaagden] bekend met het feit dat hij in kort geding heeft verzocht om het beperkende beding uit zijn arbeidsovereenkomst buiten werking te stellen en dat deze vordering bij vonnis van 8 april 2010 is afgewezen. Van enige wanprestatie of onrechtmatige concurrentie van de ex-werknemers jegens [eiseressen] blijkt derhalve nergens uit, zodat geen sprake kan zijn dat [gedaagden] hiervan op onrechtmatige wijze profiteert.

Voor zover op enig moment mocht blijken dat de ex-werknemers jegens [eiseressen] wanprestatie en/of oneerlijke concurrentie plegen, was [gedaagden] hiermee in ieder geval niet bekend, noch hoefde dat te zijn. Ook bij bekendheid van [gedaagden] met de omstandigheid dat de ex-werknemers wanprestatie en/of onrechtmatige concurrentie zouden plegen, is gelet op de jurisprudentie alleen met bijkomende omstandigheden eventueel sprake van onrechtmatigheid van [gedaagden]. Dergelijke omstandigheden zijn door [eiseressen] niet gesteld en evenmin is daarvan anderszins gebleken.

Voorts heeft [gedaagden] geen voordeel gehad van de gestelde wanprestatie van de ex-werknemers en [eiseressen] evenmin nadeel. [gedaagden] heeft besloten haar activiteiten uit te breiden naar craning, hetgeen haar vrijstaat. Op het gebied van transport had [gedaagden] al vele contacten in de windmolenbranche, die haar van pas zijn gekomen bij het verrichten van de craning-activiteiten.

[gedaagden] heeft in september 2009 een aanbieding aan REpower gedaan voor de craning van het project in Frankrijk. De opdracht voor het transport van het project had [gedaagden] toen al van REpower. Toen REpower op 7 oktober 2009 aan [gedaagden], [eiseressen] en MacNally heeft gevraagd hun aanbieding te preciseren, heeft [gedaagden] besloten bij [naam] een LTM 11/200 kraan te huren. [eiseressen] heeft contact opgenomen met [kraanbedrijf] om te voorkomen dat een dergelijke kraan aan [gedaagden] zou worden verhuurd.

Uit de email van 6 november 2009 van [naam 4] van REpower blijkt dat [eiseressen] van de drie gegadigden de hoogste prijs had afgegeven en dat uiteindelijke de opdracht is gegund aan [gedaagden]. Indien niet [gedaagden] de opdracht zou hebben gekregen, zou deze naar MacNally zijn gegaan, zodat [eiseressen] de opdracht sowieso niet had gekregen.

De branche waarin [eiseressen] en [gedaagden] werkzaam zijn, is aan veranderingen onderhevig. Er zijn andere partijen bij gekomen. Door een verandering in beleid bij [eiseressen] zijn niet alleen mensen naar [gedaagden] vertrokken, maar zijn ook werknemers naar Mammoet en Koninklijke Wagenborg gegaan. [gedaagden] heeft de ex-werknemers niet bewogen om hun arbeidsovereenkomst met [eiseressen] op te zeggen.

De schadeposten gederfde winst, geleden verlies en nog te lijden schade wordt gemotiveerd betwist. De verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten wordt betwist.

5. De beoordeling

5.1. De context van het geschil wordt gevormd door de windturbinebranche, een naar zijn aard gespecialiseerd marktsegment. Gelet op de afmetingen en het gewicht stelt de bouw van windturbines en windmolens specifieke eisen aan transport, oprichting en installatie (tezamen de zogenoemde supplychain). Er zijn bedrijven die zich richten op een enkel onderdeel uit de supplychain, alsmede bedrijven die verschillende onderdelen tot hun werkzaamheden rekenen. Tot augustus 2009 hebben [eiseressen] en [gedaagden] in verschillende projecten samengewerkt, waarbij de werkzaamheden van [eiseressen] met name op craning (kraan- en montagewerkzaamheden) waren gericht en [gedaagden] het transport voor haar rekening nam.

5.2. REpower geeft opdrachten tot de bouw van windturbineparken in Frankrijk. Zij heeft 17 locaties gepland. Voor het project Valorem hebben [eiseres sub 2] en [gedaagde sub 1] beide aan de onderhandelingen deelgenomen. Tot de feitelijke beëindiging van hun dienstverband bij [eiseressen] (1 september 2009) hebben [naam 1] en [naam 2] zich ingezet voor het verwerven van de opdracht door [eiseressen]. Medio oktober 2009 is de opdracht voor de kraanwerkzaamheden niet aan [eiseressen] gegund, maar aan [gedaagde sub 1].

5.3. De stelling van [eiseressen] is dat [gedaagden] in de concrete omstandigheden van het geval onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseressen] door zich naast transport te gaan toeleggen op ‘craning’ met gebruikmaking van (de expertise van) de ex-werknemers van [eiseressen] en daardoor de nagenoeg aan haar vergunde opdracht in Valorem (Frankrijk) in de wacht te slepen. Voorts hebben de ex-werknemers met [gedaagden] stelselmatig duurzame relaties van [eiseressen] benaderd en daarbij gebruik gemaakt van kennis en gegevens die zij bij [eiseressen] vertrouwelijk hebben gekregen.

5.4. Vooropgesteld wordt dat het enkele feit dat [gedaagden] zich naast transport is gaan bezighouden met ‘craning’, niet als onrechtmatig heeft te gelden jegens [eiseressen]. Uitgangspunt is immers de vrijheid van handel en bedrijf. Dit kan onder omstandigheden anders zijn als [gedaagden] welbewust en actief erop heeft aangestuurd om met behulp van de kennis en ervaring van ex-werknemers van wie zij wist dat volgens [eiseressen] twee van hen nog aan een concurrentiebeding waren gebonden, zich sneller een marktpositie te verwerven dan zou zijn gerealiseerd zonder hen. Criterium is dat van onrechtmatigheid pas sprake is, indien de aangesproken partij (in casu [gedaagden]) weet of behoort te weten dat zijn wederpartij (ex-werknemers) door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst, kort gezegd, wanprestatie pleegt jegens een derde (in casu [eiseressen]), en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden.

5.5. In dat kader heeft [eiseressen] aangevoerd dat vast staat dat [naam 1] concurrentiegevoelige informatie van de door [eiseressen] aan hem ter beschikking gestelde laptop op een externe harde schijf heeft gekopieerd. Dat [naam 1] deze informatie volgens eigen zeggen niet ten behoeve van [gedaagden] ter beschikking heeft gesteld, wordt door [eiseressen] ernstig in twijfel getrokken. Volgens [eiseressen] is [naam 1] in het najaar van 2009 op het terrein van [gedaagden] gesignaleerd. Voorts is de stelling van [eiseressen] dat de komst van [naam 2] naar [gedaagden] in samenspraak met de juristen van [gedaagden] is geregisseerd. Anders dan [gedaagden] stelt, heeft [naam 2] eerder dan 1 maart 2010 werkzaamheden voor [gedaagden] verricht. [eiseressen] verwijst naar een e-mailaccount bij [gedaagden] dat reeds in december 2009 op naam van [naam 2] stond ([e-mailadres]). Volgens [eiseressen] heeft [naam 2] op 5 oktober 2009 met het kraanbedrijf [kraanbedrijf] gebeld en besproken dat [gedaagden] met een project voor kraan- en montagewerkzaamheden van windturbines bezig was. Gelet op het tijdstip moet dat wel om het project Valorem zijn gegaan.

[gedaagden] heeft omtrent deze stellingen van [eiseressen] aangevoerd dat ze louter berusten op vermoedens, waarvan de juistheid uitdrukkelijk wordt betwist.

5.6. [eiseressen] heeft geen feiten of omstandigheden te bewijzen aangeboden waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagden] - ten detrimente van [eiseressen] - heeft beschikt over de bedrijfsinformatie van de harde schijf van [naam 1]. [eiseressen] heeft het biedingverloop, zoals weergegeven in de e-mail van [naam 4] d.d. 6 november 2009 (zie 2.7), niet gemotiveerd betwist, zodat vooralsnog heeft te gelden dat [eiseressen] zichzelf uit de markt heeft geprezen met - wat REpower betrof - een te hoog bod. Voor het concurrentiebeding van [naam 2] geldt, dat het nog maar de vraag is of dat juridisch stand houdt, nu het is opgenomen in een door [naam 2] in 1996 aangegane arbeidsovereenkomst in een andere functie dan waarin [naam 2] in 2009 voor [eiseressen] werkzaam is geweest. Daarmee staat ten aanzien van [naam 2] niet vast dat hij jegens [eiseressen] wanprestatie heeft gepleegd, laat staan dat gebleken is van bijkomende omstandigheden.

5.7. Het beroep van [eiseressen] op het criterium zoals de Hoge Raad in het Boogaard/Vesta-arrest heeft geformuleerd, te weten het stelselmatig duurzame relaties van de voormalige werkgever benaderen, laat zich in de verhouding tussen de ex-werkgever en een derde partij niet zonder meer toepassen. Daarbij komt dat, als een bedrijf ten behoeve van de kraan- en montagewerkzaamheden een geschikte kraan wil huren, het is aangewezen op een paar ondernemingen in Nederland, zodat men al snel bij dezelfde onderneming uit komt. Dan hoeft het benaderen op zich niet onrechtmatig te zijn, maar kan de wijze waarop en onder welke voorwaarden de overeenkomsten worden gesloten meebrengen dat in de concrete omstandigheden van het geval onrechtmatig jegens de concurrent wordt gehandeld. Anders gezegd, er dient sprake te zijn van bijkomende omstandigheden.

Voor de opdrachtgevers van [eiseressen] geldt in wezen hetzelfde. De branche is zo klein dat alle ‘spelers’ elkaar kennen en elkaar bij verschillende gelegenheden ontmoeten. De werkzaamheden in de supplychain vergen een nauwkeurige afstemming, zodat ook hier overleg tussen opdrachtgever en de verschillende opdrachtnemers aan de orde is. De door REpower georganiseerde TCI-meetings zijn daarvan een voorbeeld.

Het enkel in contact treden met opdrachtgevers/leveranciers van [eiseressen], is zonder bijkomende omstandigheden die niet zijn gesteld en waarvan niet is gebleken, niet als onrechtmatig te kwalificeren.

5.8. Voorts is volgens [eiseressen] van belang dat [gedaagden] omstreeks september 2009 met [eiseressen] in overleg is getreden om afspraken te maken over de indiensttreding van [naam 1] en [naam 2] bij [gedaagden]. [eiseressen] heeft duidelijk gemaakt dat zij zou vasthouden aan het concurrentiebeding voor wat betreft de kraan- en montagewerkzaamheden, maar dat zij voor andere werkzaamheden aan een overgang van de ex-werknemers naar [gedaagden] zou willen meewerken. Een en ander diende schriftelijk te worden vastgelegd. Aan deze voorwaarde heeft [gedaagden] niet willen voldoen. Dit heeft de argwaan bij [eiseressen] alleen maar vergroot.

Daarbij komt dat volgens [eiseressen] [naam 2] en/of [naam 1] hebben bevorderd dat een werknemer van [eiseressen] is overgestapt naar Mammoet en dat twee andere werknemers zijn benaderd om ook bij [gedaagde sub 2] in dienst te treden.

5.9. Het feit dat [gedaagden] met [eiseressen] in gesprek is gegaan over een eventuele indiensttreding van [naam 1] en [naam 2] bij [gedaagden] betekent slechts dat [gedaagden] bekend is met het belang dat [eiseressen] hechtte aan het concurrentiebeding van de ex-werknemers. [eiseressen] heeft niet weersproken dat de directe aanleiding voor [naam 1] en [naam 2] om het bedrijf van [eiseressen] te verlaten is gelegen in een doorgevoerde structuurwijziging binnen de organisatie van [eiseres sub 2] en de kostenbesparende inzet van personeel. [gedaagden] heeft aangevoerd dat dit argument ook voor andere werknemers van [eiseressen] geldt, hetgeen [eiseressen] niet gemotiveerd heeft betwist. Omtrent enig initiatief van de kant van [gedaagden] heeft [eiseressen] geen stellingen aangevoerd. Dat er - zoals [gedaagden] heeft gesteld - sprake is van veranderde marktomstandigheden in de windturbinebranche, heeft [eiseressen] niet betwist.

5.10. Naar het oordeel van de rechtbank dienen de vorderingen van [eiseressen] te worden afgewezen. In feite heeft [eiseressen] met haar eigen stelling dat [naam 1] en [naam 2] dienen te worden gehoord om haar in staat te stellen feiten en omstandigheden aan te tonen waaruit de onrechtmatigheid jegens [eiseressen] blijkt, verwoord dat zij niet heeft kunnen voldoen aan haar stelplicht. Onder deze omstandigheden had het voor de hand gelegen dat [eiseressen] een voorlopig getuigenverhoor zou hebben verzocht om opheldering over haar vermoedens te krijgen en aldus haar procespositie te kunnen beoordelen. Omtrent de vraag of en op welke wijze [gedaagden] zou hebben bevorderd dat [naam 1] en/of [naam 2] hun kennis en ervaring op onrechtmatige wijze hebben ingezet voor het verwerven van het project in Valorem ten gunste van [gedaagden], heeft [eiseressen] geen voldoende concrete stellingen ingenomen. Ook overigens zijn geen bijkomende omstandigheden komen vast te staan. Bij deze stand van zaken wordt niet toegekomen aan een bewijsopdracht.

5.11. [eiseressen] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

- vast recht 4.951,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punt × tarief € 2.580,00)

Totaal € 10.111,00

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. wijst de vorderingen af,

6.2. veroordeelt [eiseressen] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 10.111,00,

6.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2011.