Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ0702

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-04-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
06/940397-10 en 06/850005-11 (gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

de rechtbank acht de twee ten laste gelegde feiten ter zake van zware mishandeling bewezen. Verdachte heeft beide slachtoffers letsel toegebracht dat onherstelbaar is door in beide gevallen glas of een scherp voorwerp te gooien/gebruiken. Aan een van de twee slachtoffers wordt als een bedrag van € 8.000,- toegekend als voorschot op de immateriële schade. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/940397-10 en 06/850005-11 (gevoegd)

Uitspraak d.d.: 8 april 2011

Tegenspraak / dip/oip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1984],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 januari 2011 en 25 maart 2011. Ter terechtzitting van 19 januari 2011 zijn beide zaken gevoegd.

De tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 06/940397-10 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 mei 2010 te Apeldoorn

aan [slachtoffer A] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten onder andere een

een scheur in het oogwit van het rechteroog en/of een kapotte iris), heeft

toegebracht, door deze [slachtoffer A] opzettelijk met een gebroken flessenhals, althans

een stuk glas, in elk geval een scherp voorwerp, in het (rechter)oog te

steken/prikken/duwen/drukken/slaan, in elk geval te raken;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 29 mei 2010 te Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

deze [slachtoffer A] opzettelijk met een gebroken flessenhals, althans een stuk glas,

in elk geval een scherp voorwerp, in het (rechter)oog heeft

gestoken/geprikt/geduwd/gedrukt/geslagen, in elk geval geraakt;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Onder parketnummer 06/850005-11 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 september 2009, te Apeldoorn, aan [slachtoffer B]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een of meer snijwonden en/of

blijvende littekens in/aan het gezicht), heeft toegebracht,

door opzettelijk een (kapotte) bierfles, althans een hard en/of scherp

voorwerp, te gooien in/tegen het gezicht van die [slachtoffer B],

althans door opzettelijk die [slachtoffer B] met die bierfles, althans dat/een hard(e)

en/of scherp(e) voorwerp, in het gezicht te raken/treffen;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 26 september 2009, te Apeldoorn,

opzettelijk mishandelend [slachtoffer B] een (kapotte) bierfles, althans een hard

en/of scherp voorwerp, in/tegen het gezicht heeft gegooid, althans die [slachtoffer B]

met een bierfles, althans een hard en/of scherp voorwerp, in/tegen het gezicht

heeft getroffen,

tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (te weten een of meer

snijwonden en/of blijvende littekens in het gezicht), althans enig lichamelijk

letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs betreffende parketnummer 06/940397-101

Aanleiding van het onderzoek

Op 29 mei 2010, omstreeks 2.08 uur kregen verbalisanten2 die toezicht hielden op en rond het Caterplein te Apeldoorn een melding, dat er een conflict was bij café [naam café], gevestigd op de [adres] te Apeldoorn. Ter plaatse hoorden zij dat een portier gewond was geraakt omdat hij vermoedelijk met een glas was geslagen. Gezien zijn verwondingen is de portier per ambulance naar het ziekenhuis gebracht en aldaar geopereerd.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat alleen [getuige A] een voor zijn cliënt belastende verklaring heeft afgelegd. De verklaringen van die [getuige A] zijn echter om meerdere redenen onbetrouwbaar. Er zijn bovendien aanwijzingen dat niet zijn cliënt maar een ander verantwoordelijk is voor de mishandeling, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat aangever [slachtoffer A] heeft verklaard3 dat hij op 29 mei 2010 omstreeks 2.00 uur aan het werk was bij café [naam café] gevestigd aan de [adres] te Apeldoorn. Hij stond voor de deur als horecaportier. Aan zijn kleding was te zien dat hij werkzaam was als beveiliger. Hij stond tussen de twee deuren bij de ingang van het café4. Rechts keek hij naar buiten, links naar binnen. Toen hij naar rechts wilde kijken, voelde hij klap op zijn neus van een glas. Hij voelde het glas kapot spatten tegen de rechterkant van zijn neus. Hij keek naar beneden en zag kleine brokstukjes doorzichtig glas op de grond liggen. Hij draaide zijn hoofd naar rechts om te kijken wie dat gedaan had. Toen voelde hij een grote klap op de rechtkant van zijn gezicht/rechteroog. Door de klap raakte hij uit evenwicht en viel hij naar achteren tegen een daar aanwezig schot. Toen hij naar beneden keek, zag hij een hals van een bruine of een in ieder geval donkerkleurige fles liggen. Volgens hem was het een bierfles. De hals van de fles lag er kort daarvoor nog niet. Door die tweede klap raakte aangever gewond aan zijn rechteroog en gelaat5.

Aangever heeft verder verklaard6 dat hij met zijn rug tegen de muur aan de scharnierzijde van de linkerdeur stond. [getuige A] stond in het midden van de deuropening. Naast hem stond een jongen met een blokjesshirt en bij het scharnierpunt stond ook iemand. Die persoon stond wat achter hem vanuit zijn, aangevers, positie gezien.

Uit medische informatie over het letsel van [slachtoffer A] komt naar voren7 dat sprake was van perforatie van het hoornvlies en de sclera van het rechteroog (wit van het oog). De iris hing in de wond en het onderooglid was ingescheurd. [slachtoffer A] is geopereerd aan zijn oog. Het eindresultaat is volgens de oogarts nog niet te voorspellen. Wel zal in ieder geval een litteken op het hoornvlies blijven bestaan. Daarnaast zal mogelijk sprake zijn van een restvervorming van het hoornvlies, waardoor mogelijk een bril nodig zal zijn in de toekomst. Verder is er schade aan de iris, waardoor de pupil zich niet goed meer kan sluiten. Hierdoor kan in de toekomst blijvend last blijven van overlast door licht. Ook kan zich binnenkort of in de komende jaren staar ontwikkelen.

Forensisch arts drs. De Leeuw heeft de letsels van [slachtoffer A] eveneens beschreven8. Hij heeft de volgende letsels gezien:

1. een rafelige scheur/snijverwonding ter hoogte van het rechter jukbeen (ongeveer 3 cm);

2. een ronde kras en snijverwonding onder het rechteroog (ongeveer 2,5 cm);

3. een rafelige scheur snijverwonding in de hoek tussen het rechter oog en de neus (ongeveer 2,5 cm);

4. op het voorhoofd boven het linker oog een verbonden verwonding (ongeveer 1 cm);

5. onder/voor het linker oor een verbonden verwonding (ongeveer 1 cm).

Doordat de letsels zijn behandeld, verzorgd en enkelen verbonden, is de oorspronkelijke verwonding vertekend, aldus De Leeuw. Volgens De Leeuw moeten de letsels met enig geweld zijn toegebracht. Uit het letsel valt af te leiden9 dat het niet is veroorzaakt door een intact glas of een intacte fles.

De letsels zijn tevens vastgelegd op foto's10.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 25 maart 2011 verklaard dat hij op 29 mei 2010 in Apeldoorn via een zijingang uit café [naam café] is gezet. Hij is vervolgens naar de voorkant van het café gelopen en heeft de portier met zijn vuist een klap heeft gegeven.

De rechtbank overweegt dat uit de aangifte dient te worden afgeleid dat aangever eerst is geraakt door een voorwerp en dat hij daarna met kracht is geslagen. Door de laatste klap is hij gewond geraakt aan zijn oog en gezicht. Nu uit de verklaring van aangever bovendien niet blijkt dat hij meerdere keren is geslagen, kan het gelet daarop en op de verklaring van verdachte niet anders zijn dan dat verdachte de portier heeft geslagen waardoor het beschreven letsel aan het oog en gezicht van aangever is ontstaan. Volgens forensisch arts De Leeuw moeten de letsels met enig geweld zijn toegebracht en valt uit het letsel af te leiden dat het niet is veroorzaakt door een intact glas of een intacte fles. De rechtbank concludeert hieruit en gezien de aard en omvang van het beschreven letsel aan het gezicht en het oog van aangever, dat verdachte derhalve een scherp voorwerp in zijn hand moet hebben gehad op het moment dat hij aangever heeft geslagen. Het was bovendien niet onmogelijk om een scherp voorwerp voorhanden te hebben omdat er kort daarvoor met een fles of glaswerk was gegooid door een andere persoon en er glas op de grond lag.

Gelet op de ernst van de beschreven verwondingen, het operatief ingrijpen en het feit dat aangever naar verwachting blijvend schade en last zal ondervinden van het door verdachte toegebrachte letsel acht de rechtbank het onder het primair ten laste gelegde bewezen.

Verweren

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er meer bewijs is dan alleen een belastende verklaring van [getuige A]. De rechtbank laat het verweer dat de verklaringen van [getuige A] onbetrouwbaar zijn onbesproken, nu zijn verklaringen niet zijn gebruikt voor het bewijs.

Voor zover de raadsman heeft aangevoerd dat er aanwijzingen zijn dat ook een ander, waarbij de raadsman kennelijk doelt op [getuige A] of [verdachte], verantwoordelijk kan zijn voor de mishandeling overweegt de rechtbank als volgt.

Niet aannemelijk is geworden dat [verdachte] de zware mishandeling heeft gepleegd. Uit zijn verklaring komt immers naar voren dat hij naast [naam A] stond. [naam A] heeft dit ook bevestigd bij de rechter-commissaris. [naam A] heeft verder verklaard dat ze wat apart stonden toen hij een schreeuw uit de rij hoorde komen. Hij heeft niet gezien wat er is gebeurd met de portier.

Ten aanzien van [getuige A] heeft [naam B] een ontlastende verklaring afgelegd. Voor zover [naam C] heeft verklaard dat de jongen die door glas werd geraakt - waarmee hij naar alle waarschijnlijkheid [getuige A] heeft bedoeld - een klap naar voren gaf tegen de bewaker, overweegt de rechtbank dat [naam C] zijn verklaring op dit punt nadien heeft ingetrokken. Volgens [naam C] heeft hij niet gezien wie er heeft geslagen.

De verklaring van [naam D] dat hij met verdachte op ongeveer tien meter afstand van de ingang van café [naam café] stond toen de portier gewond raakte, acht de rechtbank niet geloofwaardig gelet op de verklaring van verdachte dat hij de portier heeft geslagen, een en ander in samenhang met de verklaring van aangever dat hij gewond is geraakt aan zijn oog en gezicht als gevolg van de klap die hij kreeg.

Betrokkenheid van een of meer andere personen bij het feit is niet aannemelijk geworden.

Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank de verweren van de raadsman.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs betreffende parketnummer 06/850005-1111

Aanleiding van het onderzoek

Op 26 september 2009 is Vincent [slachtoffer B] op het Marktplein in Apeldoorn mishandeld12. Naar aanleiding hiervan is een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat [verdachte] (verdachte) als verdachte werd genoemd. De zaak is aanvankelijk geseponeerd wegens onvoldoende bewijs.

Naar aanleiding van een mishandeling gepleegd op 29 mei 2010 is [getuige A] als verdachte gehoord. Hij heeft in die zaak een voor verdachte belastende verklaring afgelegd. [getuige A] heeft verder verklaard dat het de tweede keer was dat verdachte betrokken zou zijn bij een incident waarbij glas was gebruikt. Hij benoemde het eerste incident als 'het akkefietje met Vincent [slachtoffer B], bij de [naam café 2]'. Uit onderzoek bleek dit het incident van 26 september 2009 te zijn waarbij [slachtoffer B] aangifte heeft gedaan van mishandeling.

Één en ander heeft geleid tot heropening van het onderzoek.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat na het sepot onvoldoende nieuwe informatie naar voren is gekomen die een herziening van het sepot rechtvaardigt. Daarnaast heeft hij twijfels betreffende de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer B] en is het letsel niet onderbouwd met een medische verklaring.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal eerst ingaan op het verweer van de raadsman dat na het sepot onvoldoende nieuwe informatie naar voren is gekomen die een herziening van het sepot rechtvaardigt.

De rechtbank overweegt dat met betrekking tot de ten laste gelegde mishandeling aanvankelijk een politiesepot heeft plaatsgevonden. Er is derhalve geen sprake geweest van een beslissing tot niet vervolgen die is genomen door de daartoe bevoegde instantie, te weten het Openbaar Ministerie, in de persoon van de officier van justitie. Om die reden dient het verweer van de raadsman reeds te worden verworpen, wat er ook zij van de vraag of er na heropening van het onderzoek voldoende nieuwe informatie naar voren is gekomen.

Ten aanzien van het incident zelf overweegt de rechtbank dat aangever [slachtoffer B] heeft verklaard13 dat hij op 26 september 2009 in horecagelegenheid de [naam café 2] te Apeldoorn was. De eigenaar kwam naar hem toe, wees een persoon aan die zich erg provocerend gedroeg en vroeg of aangever die persoon kende. Aangever hoorde van zijn broertje - [naam D] - dat die persoon [verdachte] (verdachte) betrof. Verdachte is vervolgens uit de horecagelegenheid gezet. Toen de zaak dicht ging is aangever naar buiten gelopen. [naam D]ag [naam E], [naam E] en verdachte bij elkaar staan. Hij, aangever, liep op het groepje af omdat hij met [naam D] en zijn zusje nog naar het Caterplein wilde gaan. Hij zag dat verdachte op een afstand van twee à drie meter een krachtige gooibeweging met zijn rechterhand in zijn richting maakte. Aangever zag dat verdachte een bruine Heineken fles in zijn hand had en hij voelde bijna gelijk daarna een harde klap op zijn linkeroog. Hij voelde hevige pijn en zijn hele gezicht zat onder het bloed. Hij besefte dat verdachte bewust de fles met kracht in zijn gezicht had gegooid. Aangever heeft aan het voorval een fors litteken overgehouden op zijn neus en bij zijn linkeroog14.

Berenschot heeft verklaard15 dat hij samen met zijn broer het café [naam café 2] verliet. Toen ze voor het café stonden werd een fles bier naar het hoofd van zijn broer gegooid. De fles raakte het hoofd van zijn broer. Degene die heeft gegooid was [verdachte] (verdachte).

Verdachte heeft verklaard dat hij op 26 september 2009 in de [naam café 2] aan het Marktplein te Apeldoorn was.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande en gezien de omvang en de onbedekte plaats van de littekens die aangever in zijn gezicht heeft als gevolg van de mishandeling het primair ten laste gelegde bewezen.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat kan worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer B] overweegt de rechtbank dat dit verweer onvoldoende is onderbouwd. Dat aangever geen voor hemzelf belastende verklaring heeft afgelegd, is onvoldoende om zijn verklaring onbetrouwbaar te achten. Ten aanzien van het verweer dat medische informatie betreffende het letsel ontbreekt, overweegt de rechtbank dat uit de ter zitting besproken foto's in het dossier genoegzaam blijkt van het door aangever opgelopen letsel. De verweren van de raadsman worden derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde van parketnummer 06/940397-10 heeft begaan, te weten dat:

hij op 29 mei 2010 te Apeldoorn aan [slachtoffer A] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten onder andere een scheur in het oogwit van het rechteroog en een kapotte iris), heeft toegebracht, door deze [slachtoffer A] opzettelijk met een scherp voorwerp, in het rechteroog te slaan, in elk geval te raken.

Verder acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde van parketnummer 06/850005-11 heeft begaan, te weten dat:

hij op 26 september 2009, te Apeldoorn, aan [slachtoffer B] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een of meer snijwonden en blijvende littekens in/aan het gezicht), heeft toegebracht,

door opzettelijk een (kapotte) bierfles te gooien in/tegen het gezicht van die [slachtoffer B].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 06/940397-10 en parketnummer 06/850005-11:

telkens:

zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

De raadsman heeft betoogd dat zijn cliënt geen relevante documentatie heeft en dat uit het rapport van de reclassering volgt dat er weinig reden is om aan te nemen dat zijn cliënt zich in de toekomst zal schuldig maken aan het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan het plegen van zware mishandeling. Beide keren vond het strafbare handelen plaats in de nachtelijke uren nabij een uitgaansgelegenheid, hetgeen betekent dat het uitgaand publiek geconfronteerd werd met het door hem gebruikte geweld. Voorafgaand aan beide feiten was verdachte bovendien telkens uit de betreffende uitgaansgelegenheid gezet, omdat hij zich daar misdroeg.

Verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van de slachtoffers aangetast. Zonder enige aarzeling heeft verdachte grof en bijzonder gevaarlijk geweld gebruikt door in beide gevallen glas of in ieder geval een scherp voorwerp te gooien/gebruiken. Verdachte heeft zijn slachtoffers letsel toegebracht dat onherstelbaar is. Zij zullen moeten leven met ontsierende littekens in het gezicht. Voor slachtoffer [slachtoffer A] komt daar het bijzonder ernstige oogletsel bij. Door toedoen van verdachte is de toekomst die [slachtoffer A] had uitgestippeld voor wat betreft zijn werkkring in duigen gevallen; [slachtoffer A] kan dat werk niet of nauwelijks uitvoeren door het toegebrachte letsel. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer A] blijkt bovendien dat het letsel feitelijk voor hem een handicap is geworden, met alle sociaal-emotionele gevolgen van dien.

Verdachte heeft door te handelen als bewezen verklaard de slachtoffers een traumatische ervaring bezorgd. Bovendien heeft hij op die manier bijgedragen aan de in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid, ook als het om het uitgaansverkeer gaat.

De rechtbank neemt bij het voorgaande voorts in aanmerking dat beide slachtoffers door het handelen van verdachte verwondingen hebben opgelopen in hun gezicht. De verwondingen van [slachtoffer B] hebben ertoe geleid dat hij littekens heeft op zijn neus en linker oog. Bij [slachtoffer A] is sprake van zeer zwaar lichamelijk letsel, waarvoor hij is geopereerd. Uit de medische informatie komt naar voren dat het eindresultaat nog niet is te voorspellen. Wel zal in ieder geval een litteken op het hoornvlies blijven bestaan en zal mogelijk sprake zijn van een restvervorming van het hoornvlies, waardoor misschien een bril nodig zal zijn in de toekomst. Verder is er schade aan de iris, waardoor de pupil zich niet goed meer kan sluiten. Hierdoor kan [slachtoffer A] in de toekomst blijvend last ondervinden van overlast door licht. Ook kan zich binnenkort of in de komende jaren staar ontwikkelen. Ter terechtzitting heeft [slachtoffer A] verklaard dat er nog vier hechtingen in zijn oog zitten en dat zijn zicht minder is geworden. Hij ziet niet meer wat er rechts van hem is en heeft om te kunnen lezen een speciale bril nodig. Als gevolg van de door het letsel veroorzaakte beperkingen zal zijn arbeidsovereenkomst niet worden verlengd en verliest hij zijn werk.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zo weinig empathie toont met [slachtoffer A] en dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen door te volharden in zijn verklaring dat hij niet met glas of een scherp voorwerp heeft geslagen.

De rechtbank houdt verder in het voordeel van verdachte rekening met het Uittreksel justitiële documentatie van verdachte waarop geen soortgelijke delicten staan.

De rechtbank komt tot een hogere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist aangezien zij in de geëiste straf onvoldoende de ernst en omvang van de gepleegde feiten tot uitdrukking vindt gebracht.

Voor het toebrengen van lichamelijk letsel met behulp van een wapen, in dit geval glas dan wel een scherp voorwerp dat verdachte heeft gebruikt, hanteert de rechtbank landelijke oriëntatiepunten. Op grond van daarvan zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden het uitgangspunt moeten zijn. De rechtbank ziet echter strafverhogende omstandigheden in het feit dat verdachte beide keren geweld heeft gepleegd in het uitgaansleven, waarbij het geweld bij het incident van 29 mei 2010 zonder enige aanleiding is gepleegd tegen een portier die als zodanig herkenbaar was en die in de uitoefening van zijn functie was. Om dergelijk gedrag in de toekomst te voorkomen zal de rechtbank de gevangenisstraf deels voorwaardelijk opleggen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 8.000,- als voorschot, vermeerderd met € 100,- voor kosten van rechtshulp gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/940397-10 ten laste gelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder genoemd parketnummer bewezen verklaarde handelen in ieder geval schade heeft geleden tot na te melden bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient als voorschot tot dit bedrag te worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde van parketnummer 06/940397-10 en het primair ten laste gelegde van parketnummer 06/850005-11 heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

parketnummer 06/940397-10 en parketnummer 06/850005-11:

telkens: zware mishandeling;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], Vogelwikke 30, 3773 CR Barneveld (girorekeningnummer 4244061), van een bedrag van € 8.000,- als voorschot, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden

€ 100,-;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 8.100,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 75 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Ouweneel en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 april 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0620 2010077315-80, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 22 november 2010.

2 Stamproces-verbaal, p.4

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.265-266

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.269

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p.281

6 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer A], p.280-281

7 Medische informatie van drs. Buisman, verbonden aan Gelre ziekenhuizen, p.477

8 Letselbeschrijving door dr. C.J. de Leeuw, forensisch arts, p.478-479

9 Brief van dr. C.J. de Leeuw aan de rechter-commissaris, p.480

10 Fotomap betreffende het letsel van aangever [slachtoffer A], p.467-468

11 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0620 2009064024-19, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 27 december 2010.

12 Stamproces-verbaal, p.2

13 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer B], p.7-8

14 Foto's van de verwondingen en littekens die aangever [slachtoffer B] heeft als gevolg van het incident, p.10-12 en p.42-44, zoals die (gehechte) verwondingen en littekens door de rechtbank zijn waargenomen ter zitting van 25 maart 2011

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam E], p.45