Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP9316

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
10-1588 en 10-1589 WRO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bouwplan bouwvergunning eerste fase voorziet in een door het bestemmingsplan toegelaten zolderverdieping op het bestaande woonhuis en daarmee niet in een extra bouwlaag. Het bouwplan is voorts niet in strijd met redelijke eisen van welstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/4968
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nrs.: 10/1588 en 10/1589 WRO

Uitspraak in de gedingen tussen:

1. [eiser 1]

te [plaats],

eiser 1,

2. [eiser 2]

te [plaats],

eiser 2,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen

verweerder.

[derde-partij]

te [plaats],

derde-partij

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2010 heeft verweerder aan de derde-partij een bouwvergunning eerste fase verleend voor het veranderen van de woning op het perceel, kadastraal bekend gemeente Zutphen, [kadastraal nummer], plaatselijk bekend [adres].

Bij besluit van 19 augustus 2010 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar – in afwijking van het advies van de Commissie Bezwaarschriften – ongegrond verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 3 maart 2011, waar eisers zijn verschenen, eiser 1 bijgestaan door mr. A.M.C. Marius-van Eeghen, advocaat te Den Haag. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door E.P. Langenbach. Voorts is de derde-partij verschenen.

2. Overwegingen

2.1 Het in geding zijnde bouwplan voorziet in realisering van een zadeldak met een hoogte van 5,5 m op het bestaande woonhuis met een plat dak en een (goot)hoogte van 9 m.

2.2 Eisers betogen dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

2.2.1 Het in geding zijnde perceel heeft ingevolge het geldende bestemmingsplan “Houtmarkt-Zaadmarkt” de bestemming “Woningen (WO)”. De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn ingevolge artikel 3, eerste lid, van de voorschriften bestemd voor woningen met de daarbij behorende andere bouwwerken, met dien verstande dat:

a. (…);

b. (…);

c. (…);

d. de goothoogte van het huis niet minder zal en niet meer mag bedragen dan de op de gevelwandkaart ingeschreven maten;

e. de dakhelling van de huizen ten minste 45º zal bedragen, tenzij de bestaande toestand anders is;

f. de nokrichting en/of kapvorm zal overeenstemmen met de voor zover op de kappen- en goothoogtenkaart voorkomende aanduiding “nokrichting” en/of “kapvorm”;

g. het aantal bouwlagen van ieder huis zal overeenstemmen met hetgeen is vermeld op de gevelwandkaart.

Ingevolge artikel 1, onder n, van de voorschriften wordt onder “bouwlaag” verstaan: de eerste bouwlaag of verdieping van een gebouw; een onderhuis, zolderverdieping of vliering worden hier niet onder begrepen.

2.2.2 Naar het oordeel van de rechtbank moet uit de bij het bestemmingsplan behorende gevelwandkaart worden afgeleid dat voor het woonhuis waarop de in geding zijnde kap zal worden gerealiseerd, twee bouwlagen en een goothoogte van 9 m zijn voorgeschreven. Uit de eveneens bij het bestemmingsplan behorende kappen- en goothoogtenkaart moet naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de daarbij behorende legenda, worden afgeleid dat de nokrichting van een kap op het woonhuis haaks op [adres] is voorgeschreven en dat geen kapvorm voor het woonhuis is voorgeschreven. De onderbroken lijn op de gevelwandkaart heeft niet de betekenis die eisers daaraan willen toekennen, omdat deze kaart betrekking heeft op gevelwanden en niet op kappen. Met betrekking tot de maximale bouwhoogte van woningen met deze bestemming is in het bestemmingsplan geen specifieke bepaling opgenomen.

2.2.3 Uit de bij de bouwvergunning behorende bouwtekening is af te leiden dat de ruimte onder de kap zal worden gebruikt als verblijfsruimte. De ruimte onder de kap is toegankelijk via een trap. Daglichttoetreding vindt uitsluitend plaats door een kleine dakkapel aan de voorzijde van de kap en een kleine dakkapel aan de achterzijde van de kap. Anders dan eisers menen, is in de tot de bouwvergunning behorende gewijzigde bouwtekeningen voorzien in deze aangepaste dakkapellen zonder timpanen. Niet in geschil is dat de ruimte een bruikbaar oppervlak heeft van ten minste 80 m².

2.2.4 Naar het oordeel van de rechtbank onderscheidt de ruimte onder de kap zich qua omvang, functie en vormgeving zodanig van de overige als bouwlagen aan te merken verdiepingen, dat hij als een zolderverdieping dient te worden aangemerkt. Het minimaal bruikbare oppervlak van de ruimte onder de kap is gegeven met het oppervlak van het bestaande platte dak waarop de kap zal worden gerealiseerd en de in het bestemmingsplan voorgeschreven minimale dakhelling. Met de vanwege de ligging van het woonhuis in beschermd stadsgezicht op advies van de gemeentelijke monumentencommissie op 55º gebrachte dakhelling, wordt het bruikbare oppervlak niet substantieel vergroot. De daglichttoetreding is ontoereikend voor gebruik als bouwlaag. Het bouwplan voorziet niet in nadere indeling van de ruimte onder de kap. Dat de ruimte onder de kap op termijn alsnog zodanig kan worden verbouwd dat sprake zal zijn van een derde bouwlaag, kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat het thans ter beoordeling staande bouwplan niet voorziet in een dergelijke nadere verbouwing.

2.2.5 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de ruimte onder de kap derhalve terecht aangemerkt als een op grond van het geldende bestemmingsplan toegelaten zolderverdieping. Daarbij heeft de rechtbank nog in aanmerking genomen dat het bestemmingsplan, anders dan eisers menen, gebruik van de zolderverdieping anders dan als opslagruimte niet uitsluit. Ook anderszins is het bouwplan niet in strijd met het bestemmingsplan. Dat het woonhuis op de bij de plantoelichting behorende kaart met betrekking tot architectonische waarden is aangemerkt als ‘beeldverstorend’, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het betoog van eisers faalt.

2.3 Eiser 2 betoogt voorts dat het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand. Eiser 1 sluit zich hierbij aan en heeft eerst op 18 februari 2011 een advies overgelegd van ir. F.F. Ambagtsheer, architect te Zutphen, met betrekking tot de welstandsbeoordeling van het bouwplan. Ambagtsheer vindt de voorgestelde steile, hoge kap met kopschilden voor dit pand niet passend. De verzelfstandiging van dit hogere deel van het pand ten opzichte van het lagere deel met hoofdentree, acht hij niet wenselijk. De uitvoering van de schoorsteen acht hij strijdig met de gemeentelijke welstandsnota.

2.3.1 De rechtbank heeft in het advies van Ambagtsheer en ook overigens geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het positieve welstandsadvies van de rayonarchitect van het Gelders Genootschap, waarop verweerder de verlening van de bouwvergunning heeft gebaseerd, in strijd is met de volgens de gemeentelijke welstandsnota voor historische stedelijke bebouwing geldende criteria, dan wel anderszins met redelijke eisen van welstand. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat de welstandsbeoordeling zich in beginsel dient te richten naar de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Aan beoordeling van de door Ambagtsheer voorgestelde alternatieve kapvorm, komt de rechtbank daarom niet toe. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de kap qua vorm en richting onvoldoende inspeelt op het historische bekappingsbeeld. Ook heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden om de kap, bezien in samenhang met het lagere deel van het pand met hoofdentree, in strijd met redelijke eisen van welstand te achten. De rechtbank kan verweerder ten slotte volgen in zijn uitleg van het door Ambagtsheer aangehaalde detailleringscriterium op p. 48 van de welstandsnota, dat het betrekking heeft op donker te moffelen metalen schoorstenen en afvoerkanalen en niet op een in schoonmetselwerk uitgevoerde schoorsteen als hier in geding.

2.3.2 Verweerder heeft het positieve welstandsadvies van de rayonarchitect naar het oordeel van de rechtbank dan ook aan de verlening van de bouwvergunning ten grondslag mogen leggen. Het betoog van eisers faalt.

2.4 De rechtbank kan eiser 2 niet volgen in zijn standpunt dat verweerder mogelijk door de aanvraag om bouwvergunning voor het gedeeltelijk veranderen van het woonhuis op het verkeerde been is gezet, nu de aard en omvang van het bouwplan toereikend uit de bij de bouwvergunning behorende tekeningen is af te leiden.

2.5 Gelet op wat hiervoor onder 2.2 tot en met 2.4 is overwogen, kan het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank in rechte stand houden. Wat eisers hebben aangevoerd met betrekking tot vrees voor schaduwwerking, vermindering van uitzicht en het advies van de gemeentelijke monumentencommissie, moet vanwege het limitatieve en imperatieve karakter van het wettelijke toetsingskader voor de in geding zijnde bouwvergunning eerste fase buiten beoordeling blijven.

2.6 De beroepen zijn ongegrond. Voor een veroordeling in proceskosten bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2011.

De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.