Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP8634

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
06/940186-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op de aard en de ernst van de delicten, noodzakelijk is dat verdachte een behandeling zal volgen. De rechtbank zal het advies van de reclassering dan ook overnemen en de bijzondere voorwaarden als hierna te melden opleggen. Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank een proeftijd van drie jaren opleggen nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Hiervoor is redengevend dat de ontuchtige handelingen met meerdere kinderen gedurende langere periode hebben plaatsgevonden, dat verdachte geen inzicht lijkt te hebben in de drijfveren van zijn handelen en dat hij aanvankelijk van mening was dat behandeling niet nodig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940186-10

Uitspraak d.d.: 22 maart 2011

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1941],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. A.A. Dooijeweerd, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004

tot en met 31 december 2007 in de gemeente Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer A], geboren op [1997], die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het meermalen, althans eenmaal (onder de kleding) wrijven over en/of

betasten van de clitoris en/of de vagina, althans de schaamstreek en/of

- het meermalen, althans eenmaal (onder de kleding) betasten van de borst(en)

van die [slachtoffer A];

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005

tot en met 31 december 2007 in de gemeente Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer B], geboren op [1995], die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, bestaande uit:

- het meermalen, althans eenmaal (onder de kleding) wrijven over en/of

betasten van de borst(en) van die [slachtoffer B];

art 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2003

tot en met 31 december 2007 te Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer C], geboren op

[1997], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit

- het meermalen, althans eenmaal (onder de kleding) betasten van de borst(en)

van die [slachtoffer C] en/of

- het meermalen, althans eenmaal (onder de kleding) betasten van de bil(len)

van die [slachtoffer C];

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 te Breskens,

gemeente Sluis, en/of Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer D], geboren op

[1995], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit

- het meermalen, althans eenmaal betasten van de penis van die [slachtoffer D];

art 247 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 31 maart 2010 kwam bij de politie de melding binnen van de familie [slachtoffer A] dat hun dochter [slachtoffer A] op jonge leeftijd misbruikt was. Naar aanleiding van deze melding vond er een informatief gesprek plaats. In dit gesprek vertelde [slachtoffer A] dat zij op jonge leeftijd was aangerand door "[verdachte]".

Op 1 april 2010 kwam bij de politie de melding binnen dat [slachtoffer B] door "[verdachte]" zou zijn betast. In het informatief gesprek dat hierna plaats vond, vertelde [slachtoffer B] dat zij enkele jaren geleden enkele keren aan haar borsten was betast door "[verdachte]".

Door/namens beiden is aangifte gedaan van deze feiten. Naar aanleiding van deze feiten is een onderzoek gestart en zijn diverse getuigen gehoord. Na onderzoek in de GBA administratie bleek "[verdachte]" verdachte te zijn.

Ook is naar aanleiding van het ingestelde onderzoek door [slachtoffer C] en namens [slachtoffer D] aangifte gedaan tegen verdachte.2

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden op grond van de verklaringen van de aangevers [slachtoffer A], [slachtoffer B] en [slachtoffer C] en de verklaring van [getuige]. Deze verklaringen komen met elkaar overeen en ondersteunen elkaar op meerdere punten. Ook heeft verdachte een deels bekennende verklaring afgelegd. Ook kan de ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen worden op grond van de verklaringen die de aangevers hebben afgelegd over de leeftijd die zij hadden ten tijde van de ontuchtige handelingen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de aangifte en de verklaring van [slachtoffer D] zelf, zij het dat de ontuchtige handelingen in Doetinchem hebben plaatsgevonden. Ook heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd over de ontuchtige handelingen die hij meermalen met [slachtoffer D] heeft gepleegd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Door [slachtoffer A], geboren op [1997], is aangifte gedaan van seksueel misbruik door verdachte in diens woning in Doetinchem. Zij heeft hierover verder het volgende verklaard.3

[slachtoffer A] was ongeveer acht jaar oud toen het seksueel misbruik begon. Zij kwam op dat moment al een paar jaar bij verdachte. Op een gegeven moment begon verdachte aan haar te zitten toen zij achter de computer zat. Verdachte sloeg haar dan op haar kont op haar kleding. Ook zat verdachte aan haar vagina en aan haar borsten onder haar kleding. Toen verdachte dat deed was haar borstgroei net begonnen.4

Een incident vond plaats toen [slachtoffer A] zeven jaar oud was en bij verdachte thuis achter de computer zat. Zij was daar op dat moment samen met haar vriendinnen, waaronder [getuige] en [slachtoffer C]. Toen [slachtoffer A] alleen achter de computer zat, trok verdachte haar op schoot. Hij ging toen met zijn hand aan de voorkant onder haar onderbroek. Verdachte wreef met zijn hand over de vagina. Ook wreef verdachte over het bobbeltje bij haar vagina. Verdachte heeft [slachtoffer A] meerdere keren onder de kleding betast en hierbij haar vagina, buik en borsten betast.5

Een ander voorval vond plaats toen [slachtoffer A] bijna acht jaar oud was en alleen bij verdachte thuis was. Zij had aan verdachte gevraagd om met de achterkant van een potlood een tekening op haar buik te maken. Verdachte schoof de trui van [slachtoffer A] omhoog, zodanig dat haar borsten zichtbaar werden. Toen de trui van [slachtoffer A] omhoog was, tekende verdachte met zijn vinger over de borsten van [slachtoffer A].6

[slachtoffer A] heeft verklaard dat zij zeven jaar was toen de handelingen begonnen en tien à elf jaar toen de handelingen stopten, omdat zij daarna niet meer naar verdachte toe ging. Het betasten van de vagina en borsten is meermalen gebeurd. [slachtoffer A] kwam elke dag bij hem thuis en het betasten gebeurde twee keer per week. Het gebeurde meestal als zij achter de computer zaten.7

[slachtoffer A] heeft in haar aangifte ook verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte onder de kleding van [slachtoffer C] over de borsten van [slachtoffer C] wreef.8

Door de vader van [slachtoffer B] is aangifte gedaan van ontuchtige handelingen gepleegd door verdachte.9 Door [slachtoffer B], geboren op [1995], is verklaard dat zij samen met haar vriendinnen, waaronder [slachtoffer A], [getuige] en [slachtoffer C], geregeld bij verdachte thuis kwam. Zij was toen tien of elf jaar. Toen zij voor de derde of vierde keer bij verdachte kwam is er een incident gebeurd. Toen zij achter de computer zat, ging verdachte naast haar zitten op dezelfde stoel. Verdachte deed toen zijn hand onder de kleding van [slachtoffer B]. Verdachte ging met zijn rechterhand onder de kleding van [slachtoffer B]. Verdachte wreef met zijn hand over een borst van haar. [slachtoffer B] heeft verklaard dat [getuige] dit heeft gezien. Het is drie keer gebeurd dat verdachte over de borsten van [slachtoffer B] gewreven.10

Door [slachtoffer C], geboren op [1997], is ook aangifte gedaan tegen verdachte. [slachtoffer C] heeft verklaard dat zij samen met onder meer [slachtoffer A], [getuige] en [slachtoffer B] bij verdachte op bezoek kwam. Zij kwam tussen haar zesde en achtste bij verdachte langs. Als [slachtoffer C] achter de computer zat, stak hij zijn hand in haar broek en zat aan haar borsten. Verdachte deed dit ook bij [slachtoffer A]. Verdachte ging met zijn hand achter de broek van [slachtoffer C] en heeft over haar blote billen gewreven. Ook wreef verdachte over haar borsten, soms over en soms onder de kleding. Verdachte heeft meerdere keren aan de borsten en billen van [slachtoffer C] gezeten.11

[getuige] is als getuige gehoord. [getuige] is bevriend met onder meer [slachtoffer A], [slachtoffer B] en [slachtoffer C]. [getuige] kwam sinds zij acht jaar oud was bij verdachte. Sinds haar elfde à twaalfde jaar komt zij niet meer bij hem thuis. Samen met haar vriendinnen kwam zij dagelijks bij verdachte thuis. Als zij gingen computeren, dan gingen zij bij verdachte op schoot zitten. [getuige] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte met zijn hand onder het shirt ging van [slachtoffer A], [slachtoffer B] en [slachtoffer C]. [getuige] heeft gezien dat verdachte zijn hand in de broek van [slachtoffer A] stak en onder haar shirt. Hij streelde dan de buik en borsten van [slachtoffer A]. Bij [slachtoffer C] heeft zij gezien dat hij onder haar shirt zat en over haar buik en borsten streelde.12

Door verdachte is verklaard dat diverse kinderen dicht uit de buurt, onder wie [slachtoffer A] en [slachtoffer C], bij hem thuis in Doetinchem op bezoek kwamen.13 Dit gebeurde tussen 2003 en 2010.14

Verdachte heeft verklaard dat hij bij [slachtoffer A] wel eens een tekening op de buik of rug maakte. Dit deed verdachte met zijn vinger of met de achterkant van een potlood. Hiervoor werd de kleding van [slachtoffer A] iets omhoog gedaan. Verdachte heeft ook verklaard dat hij wel eens over de buik en de borsten van [slachtoffer A] heeft gestreken.15 Verdachte heeft verklaard dat hij bij [slachtoffer A] meerdere keren aan de borsten heeft gezeten.16 Het betasten van de borsten vond plaats achter de computer toen [slachtoffer A] ongeveer twaalf jaar oud was. Verdachte ging met zijn hand onder de kleding van [slachtoffer A] en streelde haar borsten. Hij kon de borstgroei van [slachtoffer A] voelen.17 Verdachte heeft ook zijn hand meerdere keren in de broek van [slachtoffer A] gestoken.18 Hij ging met zijn hand achter de voorkant van haar broek. Verdachte heeft ook een aantal keer over de kleding heen de vagina van [slachtoffer A] betast.19

Verdachte heeft ook verklaard dat hij over de borsten van [slachtoffer C] heeft gestreken. Dit is eerder gebeurd dan bij [slachtoffer A]. Hij kriebelde [slachtoffer C] over de buik en het ging vervolgens op dezelfde manier als bij [slachtoffer A]. Hij voelde bij [slachtoffer C] geen borstgroei toen het gebeurde.20 Verdachte heeft verklaard dat het met [slachtoffer A] vaker is gebeurd dan met [slachtoffer C].21

Verdachte heeft ook verklaard dat hij over de kleding heen aan de borsten van [slachtoffer B] heeft gezeten. Het kan drie keer gebeurd zijn.22

Door [vader slachtoffer D] is aangifte gedaan van aanranding gepleegd door verdachte. Door [slachtoffer D] is verklaard dat zijn zoon [slachtoffer D] heel vaak bij zijn opa, verdachte, op bezoek ging.23 Hij kwam daar wel 2 à 3 keer in de week.

Door [slachtoffer D], geboren op [1995], is verklaard dat tijdens een vakantie, toen hij een jaar of acht jaar oud was, zijn opa hem heeft uitgekleed en vervolgens met hem heeft gespeeld. Verdachte heeft met zijn handen aan de penis van [slachtoffer D] gezeten. Dit vond plaats bij [naam], een soort camping, in Zeeland. Doordat de moeder van [slachtoffer D] op tijd binnen kwam, is verdachte gestopt.24 [slachtoffer D] kwam sinds zijn vijfde jaar bij verdachte thuis.25

In de herfstvakantie van 2003 verbleven onder meer [slachtoffer D] en zijn ouders in de [naam in plaats]. Door de moeder van [slachtoffer D], [moeder slachtoffer D], is verklaard dat tijdens de vakantie verdachte ook een nacht zou blijven logeren. 's Ochtends ging zij naar de kamer van [slachtoffer D]. Zij zag dat verdachte met zijn gezicht naar [slachtoffer D] toe zat. De deken was weggeslagen, [slachtoffer D] zat met een ontbloot bovenlichaam en zijn pyjamabroek naar beneden op het bed.26

Door verdachte is verklaard dat hij aan het geslachtsdeel van [slachtoffer D] heeft gezeten. Het betasten van [slachtoffer D] speelde vanaf dat hij zeven jaar oud was. Bij verdachte thuis is het gebeurd. Verdachte heeft bij hem thuis in de woonkamer meermalen aan de penis van [slachtoffer D] gezeten. Wel 4 of 5 keer. [slachtoffer D] had dan zijn broek naar beneden en verdachte zat met zijn handen dan aan het geslachtsdeel van [slachtoffer D]. Dit gebeurde tussen [slachtoffer D]s zevende en elfde jaar.27

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2007 in de gemeente Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer A], geboren op [1997], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het meermalen, onder de kleding wrijven over en betasten van de clitoris en/of de vagina en/of

- het meermalen, onder de kleding betasten van de borsten van die [slachtoffer A];

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 in de gemeente Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer B], geboren op [1995], die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het meermalen, onder de kleding wrijven over en betasten van de borst van die [slachtoffer B];

3.

hij op tijdstippen in de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2007 te Doetinchem, (telkens) met [slachtoffer C], geboren op [1997], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit

- het meermalen, onder de kleding betasten van de borsten van die [slachtoffer C] en/of

- het meermalen, onder de kleding betasten van de billen van die [slachtoffer C];

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 te Breskens,

gemeente Sluis, en Doetinchem, met [slachtoffer D], geboren op [1995], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit

- het meermalen betasten van de penis van die [slachtoffer D];

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

2. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

3. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

4. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

Strafbaarheid van de verdachte

De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat uit het omtrent verdachte opgemaakte Pro Justitia rapport blijkt dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten.

Uit het omtrent verdachte door drs. J.P.M. van der Leeuw, klinisch psycholoog/psychotherapeut opgemaakte Pro Justitia rapport van 13 augustus 2010, blijkt dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is bij verdachte in differentiaal diagnostisch opzicht sprake van een pedoseksuele stoornis en van relationele problematiek NAO. Verdachte heeft ook een onderliggende persoonlijkheidsstructuur met narcistische trekken. Verdachte heeft moeite om zijn emotionele en psychische problemen onder ogen te zien en aan te pakken. Mogelijk heeft hij deze slachtoffertjes gezien als vervanging voor zijn oudste dochter, met wie hij in 2004 min of meer definitief heeft gebroken. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde waren de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens aanwezig. Verdachte heeft zijn wil niet in volledige vrijheid kunnen bepalen en overeenkomstig zo'n besef kunnen handelen. Verdachte is derhalve voor het ten laste gelegde licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank neemt deze conclusies over en is derhalve van oordeel dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is. Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht de rechtbank verdachte strafbaar.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren en met als bijzondere voorwaarden verplicht reclasseringscontact, ook indien dit inhoudt het volgen van een behandeling voor zedendeliquenten, en een contactverbod met kinderen, zolang de reclassering dit nodig acht.

De raadsman heeft gesteld dat volstaan dient te worden met de oplegging van een werkstraf en eventueel een voorwaardelijke straf. Verdachte heeft geen documentatie en dient als licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd. De reclassering heeft een advies uitgebracht en verdachte wil zich aan dit advies houden en is bereid een behandeling te volgen. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat naar aanleiding van de ten laste gelegde feiten verdachte weggejaagd is uit zijn woning.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meermalen en gedurende langere tijd schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met meerdere jonge kinderen. Door zijn handelwijze heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de kinderen en hun ouders in hem stelden. Het is een feit van algemene bekendheid dat met name jeugdige slachtoffers van dergelijke delicten psychische gevolgen ondervinden van hetgeen hen is overkomen.

Uit het hiervoor vermelde Pro Justitia rapport blijkt dat verdachte er niet naar neigt om op een reflectieve, introspectieve of kritische wijze naar zijn gedrag te kijken en om die reden zal er aan zijn gedrag weinig veranderen wanneer het initiatief daartoe aan verdachte wordt gehouden. Ook ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat verdachte onvoldoende inzicht heeft in zijn eigen gedragingen.

In het licht van het vooroverwogene is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde. De rechtbank acht een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan ook passend en geboden.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat hij, mede als gevolg van de op hem uitgeoefende druk door de buurt waarin verdachte ten tijde van het ten last gelegde woonde, moest verhuizen als gevolg van zijn handelen en tussendoor enige tijd zonder vaste woon- of verblijfplaats is geweest. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank komt gelet hierop dan ook tot een lichtere straf dan door de officier van justitie geëist en zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk opleggen.

Zoals reeds hiervoor is overwogen, blijkt uit het Pro Justitia rapport dat er aan het gedrag van verdachte weinig zal veranderen als het initiatief bij verdachte zelf wordt gelaten. Hij heeft nagenoeg geen inzicht in de drijfveren die hem tot het delictgedrag brachten. Geadviseerd wordt om verdachte op een meer dwingende wijze ertoe te brengen om aan zijn gedrag te werken en zodoende het aanwezige recidiverisico in te tomen.

Door de reclassering wordt in het reclasseringsadvies van 23 september 2010 dit oordeel onderschreven en wordt onder meer geadviseerd om een behandelverplichting en een contactverbod met jonge kinderen op te leggen. Tevens wordt door de reclassering geadviseerd om ten aanzien van het voorwaardelijke deel een proeftijd van drie jaar op te leggen. Dit omdat de reclassering, gezien het verloop van het ten laste gelegde waarbij sprake is van een lange aanloop, de kans op recidive op langere termijn groter acht dan op korte termijn. In het voortgangsrapport opdrachtgever van de reclassering van 1 maart 2011 wordt voorts melding gemaakt dat verdachte een intake heeft gehad bij de forensische polikliniek De Tender. Hierbij is gebleken dat verdachte van mening is dat een behandeling niet nodig is, maar er wel aan zal meewerken, indien opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op de aard en de ernst van de delicten, noodzakelijk is dat verdachte een behandeling zal volgen. De rechtbank zal het advies van de reclassering dan ook overnemen en de bijzondere voorwaarden als hierna te melden opleggen. Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank een proeftijd van drie jaren opleggen nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Hiervoor is redengevend dat de ontuchtige handelingen met meerdere kinderen gedurende langere periode hebben plaatsgevonden, dat verdachte geen inzicht lijkt te hebben in de drijfveren van zijn handelen en dat hij aanvankelijk van mening was dat behandeling niet nodig is.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.500,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op vergelijkbare zaken, de vordering toegewezen kan worden tot het bedrag van € 2.500,--. Voor het overige dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard te worden.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende sprake is van een causaal verband tussen de ten laste gelegde handelingen en de door de benadeelde partij gevorderde schade. De benadeelde partij dient daarom in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat het een feit van algemene bekendheid is dat een (jong) slachtoffer als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen immateriële schade lijdt, hetgeen ook blijkt uit de onderbouwing van de vordering. Uit de bij de vordering gevoegde brief van jeugdhulpverlening Lindenhout blijkt echter dat de problematiek mede veroorzaakt kan zijn door het bewezen verklaarde. Niet uitgesloten kan worden dat er ook andere oorzaken ten grondslag liggen aan de psychische problematiek van de benadeelde partij. Dat komt ook overeen met hetgeen hieromtrent in de aangifte door het slachtoffer is opgenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook, mede op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden tot in ieder geval een bedrag van

€ 750,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

2. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

3. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

4. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht)maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door De Tender, of soortgelijke instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die hem door of namens de leiding van de instelling zullen worden gegeven;

- veroordeelde alleen bezoek van minderjarige kinderen zal ontvangen als er toezicht door volwassenen wordt uitgeoefend, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt. Dit geldt ook voor bezoek door zijn kleinzoons, met dien verstande dat voor wat betreft de kleinzoons na overleg met en/of afspraken door veroordeelde met de reclassering gemaakt, toezicht door volwassenen eventueel achterwege zal kunnen blijven;

- veroordeelde zal op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A] [adres, plaats], rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 750,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A] (voornoemd), een bedrag te betalen van € 750,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Heenk en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 maart 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0640 2010045975-21, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 29 juni 2010.

2 (Stam)proces-verbaal, dossierpagina's 2-6

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 36

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 37

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 38

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 38

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 39

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 38

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], dossierpagina 85-86

10 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer B], dossierpagina 89-90

11 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], dossierpagina 97-99

12 Proces-verbaal van verhoor [getuige] dossierpagina 80-82

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 46

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 52

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 55

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 57

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 60

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 67

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 70

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 62

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 64

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 70

23 Proces-verbaal van aangifte [vader slachtoffer D] dossierpagina 107

24 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer D], dossierpagina 118

25 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer D], dossierpagina 120

26 Proces-verbaal van verhoor [moeder slachtoffer D], dossierpagina 114

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 131-132