Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP8108

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
18-03-2011
Zaaknummer
06/580838-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte V.E. voor de moord op Henk van Ravenhorst tot een gevangenisstraf van 16 jaar. De rechtbank legt een hogere straf op dan geëist door het OM. De door verdachte gegeven verklaringen schuift de rechtbank als volstrekt ongeloofwaardig terzijde.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op brute wijze een “vriend” en collega van het leven heeft beroofd. Daarnaast acht de rechtbank het strafverzwarend dat hij de familie en vrienden in volstrekte onzekerheid heeft gelaten over het lot van slachtoffer. Drie weken lang wist men niet wat er met Henk van Ravenhorst gebeurd was. Verdachte weigert inzage te geven in zijn beweegredenen om Henk van Ravenhorst van het leven te beroven.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte V.E. op 29 december 2009 Henk van Ravenhorst heeft vermoord door hem meerdere keren met een mes of soortgelijk voorwerp in het lichaam te steken. De rechtbank komt tot deze conclusie op basis van het uitgebreide (technische sporen-) onderzoek dat in deze zaak is gedaan.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 289
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 351
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2011/132
NbSr 2011/132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580838-09

Uitspraak d.d.: 18 maart 2011

tegenspraak / dip / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1973],

wonende te [adres]

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

3 maart 2011 en 4 maart 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 december 2009 te Eerbeek, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer] van het leven heeft

beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meerdere

malen met een mes, althans met een dergelijk scherp steekvoorwerp, in het

lichaam heeft/hebben gestoken en/of die [slachtoffer] meerdere malen met een

slagwapen, althans met een voorwerp, op het hoofd heeft/hebben geslagen,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 29 december 2009 om 20.50 uur heeft [broer slachtoffer] melding gemaakt bij de Regionale Meldkamer Noord- en Oost Gelderland van vermissing van zijn broer [slachtoffer]. Op 30 december 2009 is een Team Grootschalige Opsporing (hierna: TGO) onder de naam Capella ingezet. Door het TGO werden diverse onderzoeken ingesteld, waaronder een buurtonderzoek in Beekbergen en Eerbeek, het horen van diverse relaties van [slachtoffer] en forensisch- en tactisch onderzoek in en rond de woning van [slachtoffer] en later op tal van andere plekken.

Op 30 december 2009 om 22.30 uur is verdachte aangehouden. Het stoffelijk overschot van [slachtoffer] is op 19 januari 2010 aangetroffen in de berm van de Pomphulweg te Hoog Soeren.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord. De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met (een) ander(en) heeft gepleegd.

Standpunt van de verdachte

Door en namens verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, geen sprake is van kalm beraad en rustig overleg, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde moord en dat sprake is van doodslag.

Beoordeling door de rechtbank

Op 29 december 2009 om 20.50 uur heeft [broer slachtoffer] melding gemaakt van de vermissing van zijn broer [slachtoffer].2 [broer slachtoffer] heeft tegen de medewerkster van de meldkamer gezegd dat de autoambulance van [slachtoffer] omstreeks 18.00-18.30 uur was neergezet op hun erf aan de [adres bedrijf slachtoffer] te Beekbergen.3 De oprijplanken sleepten achter de auto aan. De auto was niet op slot en de sleutels zaten in het contactslot. Op de stoel lag de telefoon van [slachtoffer] en [broer slachtoffer] dacht dat er bloed aan die telefoon zat.4

Terwijl de politie op 29 december 2009 bij [broer slachtoffer] was, belde omstreeks 21.50 uur verdachte naar de mobiele telefoon van [slachtoffer].5 [broer slachtoffer] beantwoordde de oproep en hij vroeg aan verdachte of hij [slachtoffer] die dag nog had gezien. Verdachte heeft gezegd dat [slachtoffer] die dag rond 16.30 uur bij hem is geweest, aan het [adres bedrijf verdachte] in Eerbeek.6 [slachtoffer] zou omstreeks 17.00 uur weer weg zijn gegaan, omdat hij nog een afspraak had.7

Op 30 december 2009 om 0.00 uur zijn verbalisanten naar het bedrijfspand van verdachte aan het [adres bedrijf verdachte] in Eerbeek gegaan.8 De verbalisanten hebben toen geen bedrijvigheid bij het pand waargenomen. Op het terrein, aan het einde van de oprijlaan, zagen zij een donkerkleurige auto staan met het handelaarskenteken [kenteken Xantia A].9 Die auto bleek later een Citroën Xantia te zijn.10

Op 30 december 2009 om 11.26 uur heeft een verbalisant naar [getuige A], zijnde de partner van verdachte gebeld. Zij vertelde dat verdachte op dat moment geopereerd werd aan zijn hand in het Lucas-ziekenhuis in Apeldoorn.11 Verdachte had haar op 29 december 2009 rond 21.30 uur gebeld en hij had haar verteld dat hij kort daarvoor met zijn hand in glas was gevallen.12 [getuige A] heeft later verklaard dat verdachte die nacht rond 1.30-1.45 uur thuiskwam.13 Hij heeft haar verteld dat hij bij de Grolschbar is geweest en vanaf daar met een taxi naar De Heksenketel zou gaan. Toen hij uit de taxi stapte, is hij in glas gevallen als gevolg waarvan hij zijn hand heeft verwond.14

[slachtoffer] is op 29 december 2009 bij meerdere collega-autohandelaren in verschillende plaatsen geweest, waaronder in Brummen, Elst, Veenendaal en Doesburg.15 Om 14.27 uur en 14.29 uur heeft verdachte gebeld naar [slachtoffer]. Om 16.00 uur hebben de broers [broer slachtoffer] en [slachtoffer] telefonisch contact. Om 16.14 uur heeft verdachte nogmaals naar [slachtoffer] gebeld. Daarna heeft [slachtoffer] tot 17.09 uur meermalen telefonisch contact met verschillende autohandelaren. Ten tijde van het laatste gesprek bevond [slachtoffer] zich in Eerbeek.16 Om 17.17 uur probeert autohandelaar [getuige D] telefonisch contact op te nemen met [slachtoffer], maar zijn oproep wordt niet beantwoord.17 Het toestel van [slachtoffer] straalde uit naar de paal aan de Louberg te Eerbeek, welke paal ook aangestraald kan worden vanaf het [adres bedrijf verdachte] in Eerbeek, alwaar verdachte zijn bedrijf heeft.18

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] op 29 december omstreeks 17.00 uur ontvangen heeft op zijn bedrijf aan het [adres bedrijf verdachte] in Eerbeek.19

Aantreffen stoffelijk overschot

Op 19 januari 2010 kregen dienstdoende politieambtenaren de melding van het aantreffen van een manspersoon in de berm van de Pomphulweg in Hoog Soeren.20 Verbalisanten zagen dat het stoffelijk overschot aan de linkerzijde van de Pomphulweg lag, gezien vanaf de richting Hoog Soeren in de richting van Halte Assel. Verbalisanten zagen dat het stoffelijk overschot op zijn buik met zijn hoofd in de richting van de rijbaan lag.21

Aan de hand van de Ante-Mortem-tandgegevens van [slachtoffer] kon een voorlopige uitslag worden gegeven, te weten dat de aangetroffen manspersoon met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid [slachtoffer] betrof.22 Na het bekend worden van de identiteit van het slachtoffer is een verklaring van niet natuurlijke dood opgemaakt.23

Bij pathologisch onderzoek op het lichaam van [slachtoffer] werden aan het lichaam circa twaalf scherprandige huidklievingen geconstateerd. Deze waren gelokaliseerd aan de borst (5x), de rug (2x), de beide flanken (4x) en de rechterbovenarm (1x). Aan enkele klievingen kon duidelijk aan een zijde een stomp uiteinde worden herkend. De breedte van de klievingen varieerde van circa 1 cm tot circa 4 cm. Er waren circa twaalf steekkanalen. Aan de borst waren vijf steekkanalen waarvan één oppervlakkig, één tot in het kopje van het borstbeen, drie door de borstwand waarvan twee met doorsteek van een rib.24 In deze steekkanalen lagen onder andere de aorta (geheel doorgestoken), de rechter hartkamer, de linker long, het middenrif en de lever. De steeklengte was gemeten aan het lichaam in horizontale en gestrekte positie circa 12 tot 14 centimeter. In de steekkanalen aan de rug lagen weke delen en de wervelkolom. In de steekkanalen aan de flanken lagen onder andere weke delen en de lever. In het steekkanaal aan de rechter arm lagen weke delen en het rechter bovenarm bot. Dit laatste was diep gekerfd. 25

De letsels waren het gevolg van herhaaldelijke inwerking van uitwendig perforerend mechanisch geweld zoals bijvoorbeeld kan worden opgeleverd door het steken met één of meerdere messen. Gezien de bloeduitstortingen was dit letsel bij leven opgelopen en het verklaart het intreden van de dood zonder meer op basis van bloedverlies en uitval van de bloedcirculatie. De vorm van verschillend letsel past beter bij een éénsnijdig voorwerp dan bij een tweesnijdig voorwerp.26

Er waren aan het achterhoofd twee huidverscheuringen. Deze waren het gevolg van inwerking van hevig uitwendig botsend mechanisch geweld, zoals bijvoorbeeld kan worden opgeleverd door herhaaldelijk slaan met een stomp of kantig voorwerp of het eenmalig slaan met, of vallen tegen een voorwerp met circa twee kantige zijden. Gezien de bloeduitstortingen waren deze verwondingen bij leven opgelopen. Er waren verspreid over het lichaam meerdere kleine onderhuidse bloeduitstortingen zichtbaar. Met name aan het hoofd/gelaat waren meerdere kneuzingen en bloeduitstortingen. Dit zou bijvoorbeeld door herhaaldelijk slaan of vallen veroorzaakt kunnen zijn.27

De conclusie van de patholoog is dat bloedverlies en uitval van de bloedsomloop door meervoudig steekletsel de oorzaak zijn geweest van het intreden van de dood.28 Tevens waren er duidelijke aanwijzingen voor meervoudig mechanisch geweld op het hoofd.29

A. Sporenonderzoek aan de schoen van [slachtoffer]

De schoenen van [slachtoffer] zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloedsporen van anderen. Op de voorzijde van de rechterschoen AABF4277NL is één bloedvlekje aangetroffen, wat veilig is gesteld als AABF4277#03 en waarvan het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte.30 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.31

B. Sporenonderzoek aan de Mercedes autoambulance ([kenteken autoambulance]) van [slachtoffer]

Op 29 december 2009 omstreeks 22.40 uur zag een verbalisant aan de linkerzijde van het pand aan de [adres bedrijf slachtoffer] te Beekbergen een autotransporter met daaraan gekoppeld een aanhangwagen geparkeerd staan.32 De autotransporter, merk Mercedes, was voorzien van het kenteken [kenteken autoambulance]. De aanhangwagen was voorzien van het kenteken [kenteken aanhangwagen].

Op de aanhangwagen lagen twee rijplanken, welke voor nader onderzoek zijn veiliggesteld.

Verbalisanten zagen dat op de zitting van de bestuurdersstoel een ingedroogde, op bloed, gelijkende substantie aanwezig was. De uitgevoerde tetrabase-test indiceerde dat dit materiaal bloed betrof. Middels een wattenstaafje is een bemonstering van deze substantie genomen en genummerd AACE3096NL.33 De bemonstering is als AACE3096NL#1 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Van het DNA van het bloed van de bemonstering van de zitting van de bestuurdersstoel (AACE3096NL#1) is een DNA-mengprofiel verkregen, waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal drie personen. Uit dit DNA-mengprofiel is een onvolledig DNA-hoofdprofiel afgeleid van de prominent aanwezige mogelijke celdonor, dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.34 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit afgeleide onvolledige DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.35 Ook is een nevenDNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer].36

Ook werd op het stuurwiel middels wattenstaafjes een aanraakspoor bemonsterd, onder nummer AACE3097NL.37 De bemonstering van het stuurwiel (AACE3097NL) is veiliggesteld als AACE3097NL#1.38 Er is een compleet mengprofiel van de bemonstering verkregen waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van tenminste drie personen, waarvan minimaal één man. De DNA-profielen van verdachte en [slachtoffer] matchen met dit DNA-mengprofiel. Dit betekent dat de bemonstering AACE3097NL#1 celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte, [slachtoffer] en eveneens celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van minimaal nog één persoon.39

C. Sporenonderzoek aan de Citroën Xantia [kenteken Xantia B] van verdachte

Onder verdachte is een Citroën Xantia met het kenteken [kenteken Xantia B] in beslaggenomen. Verdachte is op 30 december 2009 met deze auto naar het Gelre/Lucas Ziekenhuis in Apeldoorn gereden, waar hij later is aangehouden door de politie.40 Er heeft onderzoek plaatsgevonden in de auto en naar diverse goederen die in de auto zijn aangetroffen, zoals onder andere een kentekenplaat, een blauw zeil, een mes, een haspel en een plastic zak met daarin een jack van het merk Oxbow. Het jack is veiliggesteld en gewaarmerkt als AACD5179NL. De plastic tassen zijn gewaarmerkt als AACD5180NL en AACD5181NL.41

Ook zijn meerdere bemonsteringen genomen van de vloer van de laadruimte, de middelste hoofdsteun van de achterbank en de richtingaanwijzer.

1. Oxbow jack

De buitenzijde van het Oxbow jack (AACD5179NL) is onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn meerdere bloedsporen aangetroffen, welke zijn veiliggesteld, te weten:

- AAAH4626NL#01, voorpand, ter hoogte van rechter revers;

- AACD5179NL#1, rechtermouw van het jack;

- AACD5179NL#2, rechtervoorpand van het jack;

- AACD5179NL#3, rechterschouder van het jack;

- AACD5179NL#4, achterzijde van het jack;42

- AACD5179NL#06, buitenzijde linkermouw ter hoogte van schouder;

- AACD5179NL#07, buitenzijde linkermouw ter hoogte van schouder;

- AACD5179NL#08, buitenzijde van de manchet van de linkermouw;

- AACD5179NL#09, binnenzijde van de manchet van de linkermouw;

- AACD5179NL#10, binnenzijde van de manchet van de rechtermouw;

- AACD5179NL#11, binnenzijde van de ingang van de rechtersteekzak;

- AACD5179NL#12, binnenzijde van linkersteekzak;

- AACD5179NL#14, buitenzijde binnenzak;

- AACD5179NL#15, binnenzijde van het jack onder de binnenzak.43

Ook is de binnenzijde van de kraag van het jack bemonsterd, waarbij getracht is contactsporen te verzamelen welke zijn veiliggesteld onder AACD5179NL#5.44

Van de bemonsteringen AACD5179NL#1, ACCD5179NL#3 en ACCD5179NL#15 is van iedere bemonstering een DNA-profiel verkregen van één man. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.45

Van de bemonstering van AAAH4626NL#1, ACCD5179NL#2, ACCD5179NL#4, ACCD5179NL#6, ACCD5179NL#7, ACCD5179NL#9, ACCD5179NL#11, ACCD5179NL#12 en ACCD5179NL#14 is een DNA-profiel verkregen van één man. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte.46 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.47

Van de bemonstering van AACD5179NL#5 is een DNA-hoofdprofiel en een DNA-nevenprofiel verkregen. Het DNA-profiel van verdachte matcht met het afgeleide DNA-hoofdprofiel. Het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht met het afgeleide DNA-nevenprofiel. Voor beiden profielen geldt dat de kans kleiner dan één op één miljard is dat het profiel van een willekeurig gekozen man matcht.48 De (bloed)bemonsteringen AACD5179NL#08 en #10 bevatten allebei een DNA-mengprofiel van twee mannen. Het DNA-profiel van [slachtoffer] en het DNA-profiel van verdachte matchen met deze DNA-mengprofielen. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze DNA-mengprofielen is ongeveer één op 20 miljoen.49

2. Handvat plastic tas

In de auto zijn twee plastic tassen aangetroffen, waarvan in één tas zich het hiervoor genoemde Oxbow jack bevond. De hengels van beide tassen zijn verwijderd en veiliggesteld (AACD5256NL respectievelijk AACD5225NL).50 De handvatten van de tassen zijn onderzocht en op één van de handvatten is bloed aangetroffen en bemonsterd. De bemonstering is als AACD5256NL#01 veiliggesteld en van de bemonstering is een onvolledig DNA-profiel verkregen van één man. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte.51 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.52

3. Blauw zeil

Het blauwe zeil is gewaarmerkt als AACD5182NL. Er zijn tien bloedbemonsteringen afgenomen van het blauwe zeil, gewaarmerkt als AACD5185NL tot en met AACD5188NL en van AACD5190NL tot en met AACD5194NL.53 Ook zijn botanische sporen veiliggesteld voor onderzoek en onder andere gewaarmerkt als AAAJ1076NL.54

De bemonsteringen van de bloedvlekken op het zeil zijn onderzocht en veiliggesteld voor DNA-onderzoek onder de nummers AACD5185NL#01, AACD5186NL#1, AACD5187NL#1, AACD5188NL#1, AACD5190NL#1, AACD5191NL#1, AACD5192NL#1, AACD5193NL#1 en AACD5194NL#1. Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat ieder van deze veiliggestelde sporen een DNA-profiel van een man betreft, dat met het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht.55 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.56

Twee berkenfragmenten vanaf het blauwe zeil (AACD5182NL) hebben een DNA-profiel opgeleverd dat matcht met twee berkenbomen die zich bevinden in de nabijheid van de vindplaats van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in Hoog Soeren.57 Beide bomen staan in hetzelfde vak waarin ook het slachtoffer is aangetroffen. Het betreft één volledig profiel en één partieel profiel. De frequentie van beide profielen (kleiner dan één op 2 miljoen en kleiner dan 1 op 40 miljoen) is bepaald aan de hand van de informatie over de kenmerken uit zowel de database van het Nederlands Forensisch Instituut als de nieuw bemonsterde referentiebomen.58

Op basis van de aangetroffen berkenzaden, frequentie van de matchende DNA-profielen, de morfologie van de berkfragmenten waarmee een match is gevonden en de informatie omtrent het verspreiden van berkenzaden kan een uitspraak worden gedaan over de waarschijnlijkheid van het aantreffen van deze sporen op het zeil, in het licht van twee hypothesen.

Hypothese 1: de berkenfragmenten op het blauwe zeil zijn opgedaan op de vindplaats van het slachtoffer

Hypothese 2: de berkenfragmenten op het blauwe zeil zijn opgedaan op een andere locatie met berken.

Het aantreffen van de dertig berkenfragmenten (waarvan er twee een DNA-profiel opleveren dat een match geeft met twee bomen op de vindplaats van het slachtoffer) is zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.59

4. Witte kentekenplaat [kenteken Xantia B]

In de laadruimte is eveneens een witte kentekenplaat aangetroffen ([kenteken Xantia B]), waarop zich een haar vastgeplakt in bloed bevond. De kentekenplaat is gewaarmerkt als AACD5184NL. De haar (AACD5196NL) en het bloed aan de voorzijde (AACD5195NL) en het bloed aan de achterzijde (AACD5197NL) werden bemonsterd en gewaarmerkt.

De bemonstering van het bloed op de achterzijde van de kentekenplaat AACD5197NL is veiliggesteld onder nummer AACD5197NL#1.60 Uit vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat voormeld veiliggesteld spoor een DNA-profiel van een man betreft, dat met het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht.61 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.62

5. Mes

Ook is in de laadruimte een gekarteld mes aangetroffen met een zwart kunststof heft en een blank metalen lemmet. Het mes is gewaarmerkt als AACD5208NL en het daarop aangetroffen bloed is bemonsterd en gewaarmerkt als AACD5209NL.63

Van het mes (AACD5208NL) zijn meerdere bemonsteringen veiliggesteld, waaronder AACD5208NL#04, zijnde een bloedspoor op de bovenzijde van het heft. 64 De bemonstering AACD5208NL#04 bevat celmateriaal waarvan het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.65

De bemonstering van het mes AACD5209NL is als AACD5209NL#1 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat voormeld veiliggesteld spoor een DNA-profiel van een man betreft, welke met het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht.66 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met DNA-profiel van [slachtoffer] is kleiner dan één op één miljard.67

6. Haspel

Ook is in de laadruimte een blauwe kunststof haspel aangetroffen met wit gevlochten koord. Het koord was aan beide zijden van de haspel bebloed en het uiteinde van het koord was enigszins gerafeld. De haspel is gewaarmerkt als AACD5205NL en er zijn zes bemonsteringen, waaronder AACD5205NL#05 veiliggesteld voor DNA-onderzoek.68 De bemonstering van de buitenwikkel van het touw (AACD5205NL#05) bevat celmateriaal waarvan het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.69

7. Bebloed verband op de passagiersstoel

Het verband, gewaarmerkt als AACD5216NL, is onderzocht op de aanwezigheid van bloedsporen. Het betreft een aan één zijde sterk (zijde 1) en aan de andere zijde oppervlakkig bebloed (zijde 2) witkleurig verband. In het verband is een matig bebloed dubbelgevouwen los gaasje aanwezig. Van het sterk bebloede deel van het verband zijn bemonsteringen bloed AACD5216NL#01, #05, #06 en #07 veiliggesteld. Van het oppervlakkige bloed zijn delen bemonsterd en als AACD5216NL#02 en #08 veiliggesteld.

Een deel van het gaasje is veiliggesteld onder nummer AACD5216NL#03, #04 en #09.

In zowel de bemonstering AACD5216NL#05 als in bemonstering AACD5216NL#06 is een DNA-mengprofiel aangetroffen dat DNA-kenmerken van minimaal twee personen, waarvan ten minste één man, vertoont. Het DNA-hoofdprofiel afgeleid uit de beide bemonsteringen matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. Het DNA-nevenprofiel in de bemonsteringen AACD5216NL#05 en #06 matcht met het DNA-profiel van verdachte.70 Zowel ten aanzien van het afgeleide DNA-hoofdprofiel als ten aanzien van het afgeleide DNA-nevenprofiel geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide hoofdDNA-profiel respectievelijk het afgeleide nevenDNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.71

De mate waarin de binnenkant van zijde 1 van het verband is bebloed correspondeert niet met de geringe mate waarin zijde 1 van het gaasje is bebloed. Bovendien zijn op zijde 1 van het gaasje enkele geconcentreerde bloedspoortjes aangetroffen, waaronder bloedspoortje AACD5216NL#03, waarvan het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte.72 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.73

De DNA-profielen van de bemonsteringen bloed AACD5216NL#01, #04, #07, #08 en #09 matchen met het DNA-profiel van [slachtoffer].74 Ten aanzien van al deze bemonsteringen geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.75

Onder de aanname dat het gehele aaneengesloten sterk bebloede deel van het verband daadwerkelijk bloed bevat van [slachtoffer], is dit deel van het verband op enig moment herhaaldelijk in contact geweest met bloed en/of in contact geweest met een ruime hoeveelheid bloed van [slachtoffer].76 Onder de aanname dat het oppervlakkige bloed op zijde 2 van het verband en op het zichtbare deel van het gaasje daadwerkelijk afkomstig is van [slachtoffer], is het aangetroffen oppervlakkige bloedsporenbeeld waarschijnlijker wanneer dit is ontstaan als het gaasje in de aangetroffen wijze in het verband aanwezig was dan wanneer dit is ontstaan als het gaasje op een later moment in de aangetroffen positie terecht is gekomen.

De structuur van het verband AACD5216NL komt globaal overeen met de cohesieve fixatiezwachtel AAAH5305NL, welke ook gebruikelijk in het Gelre/Lucas Ziekenhuis wordt gebruikt, waar verdachte zich op 29 december 2009 in de avond zijn hand heeft laten verbinden.77 De structuur van het gaasje uit het bebloede verband AACD5216NL komt globaal overeen met de steriele gaasjes van het merk Paul Hartman (AAAH5303NL en AAAH5304NL), welk merk in het Lucas-ziekenhuis wordt gebruikt.78

8. Vloer laadruimte

Op de vloer van de laadruimte van de Xantia is bloed aangetroffen, waarvan een bloeddruppel is bemonsterd onder nummer AAACD5210NL.79 De bemonstering met het nummer AAACD5210NL is als AACD5210NL#01 veiliggesteld voor DNA-onderzoek.80 In de bemonstering AACD5210NL#01 is een DNA-profiel verkregen van één man. Het afgeleide DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.81

9. Middelste hoofdsteun achterbank

De bemonstering van de middelste hoofdsteun van de auto (AACD5215NL) is onderzocht en is veiliggesteld voor DNA-onderzoek onder nummer AACD5215NL#01.82 Uit vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat het uit het sporenmateriaal AACD5215NL#01 afgeleide DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.83

10. Richtingaanwijzer

De bemonstering van de richtingaanwijzer (AACD5217NL) is als AACD5217NL#1 veiliggesteld voor DNA-onderzoek.84 Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat voormeld veiliggesteld spoor een DNA-profiel van een man betreft, welke met het DNA-profiel van verdachte matcht. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.85

Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig gebruikt maakt van de Xantia met kenteken

XG-PG-99.86 Het aangetroffen zeil en haspel heeft hij op 29 december omstreeks 16.00 uur bij Action in Eerbeek gekocht.87 Het aangetroffen Oxbowjack is ook van verdachte, zoals hij ter zitting heeft verklaard.88

D. Sporenonderzoek aan de Citroën Xantia [kenteken Xantia A] van verdachte

1. Bodywarmer

In de auto is een bodywarmer van het merk State of Art, kleur zwart, in beslag genomen (AAA2295NL).89 Het op de bodywarmer aangetroffen bloedspoor is veiliggesteld onder nummer AAAH2295NL#01.90 Het uit dit celmateriaal afgeleide DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met genoemd DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.91

2. Hoofdsteun, rugleuning, stuur, en achterportier

Tijdens luminolonderzoek zagen verbalisanten diverse plaatsen blauwwit luminesceren. Na te zijn getest met tetrabase bleek het in alle gevallen om bloed te gaan.92 De luminescerende vlekken werden bemonsterd en gewaarmerkt, waaronder:

- middenhoofdsteun achterbank (AACD2065NL);

- binnenzijde rechterachterportier (AACD2066NL);

- rechterbovenzijde passagiersstoel (AACD2067NL);

- hoofdsteun passagiersstoel (AACD2068NL);

- bovenzijde stuurwiel (AACD2069NL);

- middenhoofdsteun achterbank, uitgenomen stukje stof (AACD2072NL);

- rechterbovenzijde passagiersstoel, uitgenomen stukje stof (AACD2073NL);

- hoofdsteun passagiersstoel, uitgenomen stukje stof (AACD2074NL). 93

De bemonsteringen (bloed) van de middelste hoofdsteun van de auto zijn veiliggesteld onder AACD2065NL#1 en AACD2072NL#1. De bemonstering (bloed) van de achterzijde van de rugleuning van de passagiersstoel is veiliggesteld onder AACD2067NL#1. De bemonsteringen (bloed) van de hoofdsteun van de bovenzijde en van de achterzijde van de rugleuning van de passagiersstoel zijn veiliggesteld onder AACD2068NL#1 en AACD2073NL#1. Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat ieder veiliggesteld spoor een DNA-profiel van een man betreft, welke met het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht.94 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide profiel is kleiner dan één op één miljard.95

De bemonstering (bloed) van de hoofdsteun aan de bovenzijde van de passagiersstoel is veiliggesteld onder AACD2074NL#1. Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat voormeld veiliggesteld sporen een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen betreft.96 Het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht met de kenmerken. Dit betekent dat deze bemonstering celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer].97

De bemonstering (bloed) van de binnenzijde van het achterportier is veiliggesteld onder AACD2066NL#1. Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat uit voormeld veiliggesteld spoor een DNA-hoofdprofiel is afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer] en een DNA-nevenprofiel dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.98 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide DNA hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.99 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide DNA-nevenprofiel is kleiner dan één op één miljard.100

De bemonstering (celmateriaal) van de linkerzijde van het stuur is veiliggesteld onder AACD2069NL#1. Na vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat uit voormeld veiliggesteld spoor een onvolledig DNA-profiel is afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.101 De kans dat het DNA-profiel met een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide profiel is ongeveer één op anderhalf miljoen.102

Verdachte heeft verklaard dat hij op 29 december 2009 in de avond verschillende malen gebruik heeft gemaakt van de Xantia met de groene kentekenplaat [kenteken Xantia A].103

E. Sporenonderzoek aan goederen van verdachte

Op 31 december 2009 om 0.05 uur werden diverse goederen veiliggesteld uit de woning van verdachte aan de [adres] te Eerbeek.104 Op de overloop lag een berg wasgoed, waaruit onder andere een wit vest is veiliggesteld, waaraan het nummer AACD51570NL is toegekend.105

1. Wit vest

De bemonstering van bloed van een stukje uitgesneden stof uit de binnenzijde van het vest is onder nummer AACE3201NL veiliggesteld.106 De bedoelde bemonstering van de binnenzijde van het witte vest van verdachte (AACE3201NL) is onderzocht en uit die bemonsteringen zijn sporen veiliggesteld voor DNA-onderzoek onder nummer AACE3201NL#1 en AACE3201NL#2.107 Uit vergelijkend DNA-onderzoek is gebleken dat uit het sporenmateriaal met zowel AACE3201NL#1 als AACE3201NL#02 een DNA-profiel is afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans is kleiner dan één op één miljard dat het van een willekeurig ander persoon afkomstig is.108 Deze resultaten zijn bevestigd door een door het FLDO uitgevoerde contra-expertise, met dien verstande dat het in deze bemonsteringen waargenomen DNA-hoofdprofiel overeenkomt met het DNA-profiel van [slachtoffer]. De kans dat een willekeurig persoon hetzelfde DNA-profiel bezit als dat van het onderzochte sporenmateriaal is minder dan 1 op de 10 miljard. 109

F. Oordeel van de rechtbank ten aanzien van het sporenonderzoek

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen (waaronder de resultaten van de (niet-)humane biologische sporen- en vergelijkend DNA-onderzoek en de daarbij bepaalde statistische matchkansen) stelt de rechtbank het volgende vast:

Op de rechterschoen van het slachtoffer is bloed van de verdachte aangetroffen; in de autoambulance van verdachte is bloed van de verdachte vermengd met bloed van het slachtoffer aangetroffen. In de beide auto's van verdachte (Xantia [kenteken Xantia B] en [kenteken Xantia A]) is op tal van plaatsen bloed van het slachtoffer aangetroffen, maar ook op de volgende goederen die in de Xantia ([kenteken Xantia B]) zijn aangetroffen, te weten een mes, een blauw zeil en een stuk verband. Ook is op verschillende plaatsen in die auto's bloed van verdachte dat vermengd was met bloed van het slachtoffer aangetroffen. Daarnaast is aan de binnenzijde van het witte vest van verdachte bloed van het slachtoffer aangetroffen.

Daarnaast stelt de rechtbank vast, mede gelet op de eerdere vaststelling, dat op het blauwe zeil waar bloed van het slachtoffer is aangetroffen tevens niet-humane biologische sporen die afkomstig zijn van de plaats waar het stoffelijk overschot van het slachtoffer is gevonden in Hoog Soeren zijn aangetroffen. Dit betekent dat dit zeil zowel in aanraking is gekomen met bloed van het slachtoffer als met de grond waar het stoffelijk overschot van het slachtoffer is aangetroffen. De rechtbank concludeert hieruit dat, gelet op deze vaststellingen, het zeil moet zijn gebruikt om het lichaam van het slachtoffer naar de uiteindelijke plek waar het is aangetroffen in Hoog Soeren te verplaatsen.

Er is bloed van het slachtoffer aangetroffen op tal van plekken in twee auto's van verdachte, die door hem werden gebruikt, welke hij niet heeft uitgeleend aan derden in de periode van 29 tot 30 december 2009.110 Er zijn ook geen aanwijzingen dat een ander die auto's heeft gebruikt. Sterker nog, in beide auto's is ook bloed van de verdachte aangetroffen, soms vermengd met dat van het slachtoffer. Bijvoorbeeld op het verband en het gaas, dat overeenkomt met verband en gaas dat door het Lucas-ziekenhuis wordt gebruikt, terwijl verdachte aldaar op de avond van 29 december 2009 zijn hand heeft laten verbinden.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer] op 29 december 2009 bij zijn bedrijf aan het [adres bedrijf verdachte] in Eerbeek heeft gezien en dat [slachtoffer] ongeveer vijftien minuten bij hem is geweest.111 Tijdens die ontmoeting heeft verdachte [slachtoffer] een aanzienlijk geldbedrag betaald en op het moment van de betaling kwamen volgens de verklaring van verdachte twee, hem onbekende, mannen zijn bedrijf binnen. Deze mannen zouden interesse in een Fiat Scudo van [slachtoffer] hebben gehad, welke op het terrein van verdachte stond. Verdachte heeft zijn bedrijf verlaten, terwijl hij [slachtoffer] met die twee mannen achterliet.

Aanvankelijk heeft verdachte verklaard dat hij die avond naar de Grolschbar was geweest om een borrel te drinken.112 Uit onderzoek is gebleken dat de Grolschbar die avond tot 20.00 uur geopend was, zodat verdachte daar niet in de uren na 20.00 uur kan zijn geweest, zoals hij heeft verklaard.

Vervolgens heeft verdachte verklaard dat hij overdag en later op de avond op de laptop in zijn bedrijfspand poker heeft gespeeld.113

Uit technisch onderzoek aan de laptop van verdachte is gebleken dat het laatste gebruik van Pokerstars op 29 december 2009 om 14.00 uur was en dat er in de nacht van 29 december op 30 december 2009 geen activiteit op de laptop is geweest.114 Nadat verdachte daarmee is geconfronteerd heeft hij verklaard dat hij niet had gepokerd, maar dat hij, nadat hij in het ziekenhuis was geweest, een andere vrouw dan zijn vriendin heeft bezocht, van wie hij de naam niet wil noemen.115

Vanaf zijn dertiende verklaring heeft verdachte gesteld dat hij na achterlating van [slachtoffer] met twee onbekende mannen in zijn bedrijf in Eerbeek met de Xantia met de groene platen ([kenteken Xantia A]) naar de bushalte in Eerbeek is gereden om de bus naar Beekbergen te nemen, omdat hij daar een afspraak had om van ene William een gestolen bus te kopen.116 Tijdens de verkoop is verdachte door één van de twee verkopers geduwd en is hij in glas gevallen nabij café De Heksenketel in Beekbergen. Daarna is hij in Apeldoorn naar het ziekenhuis gegaan om zich te laten behandelen aan verwondingen aan zijn hand ten gevolge van de val in het glas.

Nadat verdachte in het ziekenhuis is geweest, waar hij op dat moment niet geopereerd wilde worden, heeft hij zich met een taxi terug naar Eerbeek laten rijden. Vervolgens zou verdachte een paar keer op en neer zijn gereden tussen Eerbeek en Beekbergen om de door hem eerder op die avond gekochte gestolen bus gereed te maken voor verkoop aan ene Levi uit Moldavië.

Ter terechtzitting is verdachte bij deze verklaring gebleven.

Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat de overschrijvingspapieren en het kentekenbewijs van de gestolen bus nog in zijn bedrijf aan het [adres bedrijf verdachte] lagen. De politie heeft die stukken echter niet aangetroffen tijdens de doorzoeking.117

Verdachte heeft geen enkele verklaring kunnen geven voor de eerdergenoemde aangetroffen (bloed)sporen, buiten de suggestie dat derden om hem voor iets op laten draaien dat zij zelf hadden gedaan deze bloedsporen zouden kunnen hebben aangebracht met zijn blouse die onder het bloed was gekomen door zijn bloedende hand en welke blouse hij kwijt is geraakt. Deze suggestie is naar het oordeel van de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig en miskent dat grote hoeveelheden bloed op tal van verschillende plaatsen zijn aangetroffen tijdens het technisch sporenonderzoek. De rechtbank merkt in dit kader op dat uit het zich in het dossier bevindende beeldmateriaal blijkt dat er grote hoeveelheden bloed zijn gevonden in de beide auto's. Niet alles is bemonsterd en onderzocht. Daarbij komt dat deze suggestie in het geheel niet verklaart dat in bepaalde gevallen mengprofielen van verdachte en het slachtoffer zijn aangetroffen en hoe het bloed van het slachtoffer ook op het witte vest dat verdachte op 29 december 2009 bij thuiskomst droeg is terechtgekomen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit de resultaten van het biologisch sporen- en vergelijkende DNA-onderzoek buiten verdachte en het slachtoffer geen derden concreet in beeld zijn gekomen.

Gelet hierop acht de rechtbank de door verdachte uiteindelijk gegeven versie van wat hij op 29 december 2009 's avonds zou hebben gedaan dan ook ongeloofwaardig en geen ander doel dienen dan om de waarheid te bemantelen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, geen andere conclusie mogelijk dan dat verdachte de persoon is geweest die [slachtoffer] op of omstreeks 29 december 2009 om het leven heeft gebracht.

G. Bespreking ten aanzien van het ten laste gelegde bestanddeel 'kalm beraad en rustig overleg'

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van kalm beraad en rustig overleg. Daartoe heeft hij gesteld dat verdachte voor én na het slaan én tijdens het steken verschillende momenten heeft gehad waarin sprake is geweest van kalm beraad en rustig overleg. Voorts heeft verdachte op 29 december 2009 om 16.11 uur zeil, tape en touw gekocht en op dat zeil en op de haspel van dat touw zijn bloedsporen van het slachtoffer aangetroffen.

De raadsman heeft gesteld dat uit het kopen van een zeil en touw en het aantal steekbewegingen niet kan worden afgeleid dat sprake is van kalm beraad en rustig overleg. Evenmin had verdachte een motief om [slachtoffer] van het leven te beroven. Verdachte kan hooguit voor doodslag worden veroordeeld.

Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad is voldoende dat komt vast te staan dat verdachte de tijd heeft gehad zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

Nu verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven over hoe de ontmoeting op 29 december omstreeks 17.00 uur tussen hem en [slachtoffer] is verlopen en niet heeft willen verklaren over de wijze waarop hij hem om het leven heeft gebracht, zal de rechtbank aan de hand van de resultaten van het technisch (sporen)onderzoek, waaronder met name het pathologisch onderzoek, moeten vaststellen op welke wijze het slachtoffer om het leven is gekomen.

Verdachte heeft het slachtoffer circa twaalf keer op meerdere plaatsen verspreid over zijn hele lichaam gestoken. Het slachtoffer is zowel aan de voorzijde (in de borst), als aan de achterzijde (in de rug), als in beide zijden en in zijn arm gestoken. Dit heeft steekverwondingen met aanzienlijke lengtes opgeleverd. In de steekkanalen lagen onder andere de aorta, het hart, de lever en de linkerlong. De aorta was geheel doorstoken, ook twee ribben waren doorstoken en steken zijn tot in het borstbeen en een bovenarmbot gekomen.

Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat verdachte zich heeft moeten verdedigen tegen een aanval van het slachtoffer, ook zijn er geen aanwijzingen dat sprake is geweest van een worsteling. Verdachte heeft dat niet verklaard, maar ook is bij hem geen letsel aangetroffen buiten het letsel aan zijn hand (dat hij door een val in glas heeft opgelopen).118 Naar het oordeel van de rechtbank duidt alles op een onverhoedse aanval van verdachte op [slachtoffer].

Alleen al uit deze letselbeschrijving leidt de rechtbank af dat door verdachte niet alleen met aanzienlijke kracht -anders steek je niet door organen en botten heen-, maar ook met een zekere vastberadenheid en doelgerichtheid gestoken is. Hij heeft immers op het slachtoffer van vier verschillende zijden ingestoken, in totaal circa twaalf keer, waarbij verwondingen met een aanzienlijke lengte zijn ontstaan. Uit deze wijze van toebrengen van steekverwondingen leidt de rechtbank af dat de verdachte heeft gestoken met het uitsluitende doel voor ogen, dat het slachtoffer echt dood moest zijn.

Uit de verschillende locaties en de hoeveelheid messteken leidt de rechtbank af dat bij verdachte tussen het aanbrengen van (uit verschillende posities -van voren, van achteren en van de zijden-) toegebrachte steken momenten moeten zijn geweest waarbij verdachte heeft besloten (nogmaals) te steken, in plaats van zijn geweldshandelingen te staken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij verdachte de tijd en de gelegenheid hebben bestaan na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Ook het opzet op de dood van het slachtoffer volgt uit de door verdachte verrichte handelingen.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg [slachtoffer] heeft gedood en komt dus tot bewezenverklaring van moord.

Deze conclusie wordt ondersteund door de aankoop door verdachte van het blauwe zeil (en touw en ducttape) kort voor zijn afspraak met het slachtoffer. Op dat zeil zijn bloed van het slachtoffer en berkenfragmenten van de locatie waar het stoffelijk overschot van het slachtoffer is gevonden aangetroffen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het zeil en het touw had gekocht om motorblokken te verpakken voor de export. Deze motorblokken zouden zich los in een witte bus op zijn terrein hebben bevinden.119

Deze verklaring wordt als ongeloofwaardig buiten beschouwing gelaten. Enerzijds is door de getuige [getuige H] verklaard dat auto's altijd compleet worden geëxporteerd en motorblokken nooit uit auto's voor de export worden gehaald.120 Anderzijds zijn de door verdachte genoemde los in een witte bus op zijn terrein liggende motorblokken niet tijdens de zoeking bij het bedrijfspand van verdachte aangetroffen.

Verdachte heeft het zeil gebruikt bij het zich ontdoen van het levenloze lichaam van het slachtoffer. Gelet op het tijdstip van de aankoop, namelijk vlak voor de afspraak met het slachtoffer, zijn ongeloofwaardige verklaring over de reden van aankoop en de wijze waarop hij het zeil uiteindelijk heeft gebruikt, gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte dit zeil heeft gekocht met het uitsluitende doel om het te gebruiken bij of na het doden van het slachtoffer.

I. Bespreking ten aanzien van het ten laste gelegde bestanddeel 'tezamen en in vereniging' en "het slaan op het hoofd met een voorwerp"

Zowel de officier van justitie als de raadsman heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel 'tezamen en in vereniging met een ander en anderen'. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit bestanddeel, nu daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is.

De officier van justitie heeft tevens gerekwireerd tot bewezenverklaring van het slaan op het hoofd van het slachtoffer met een slagvoorwerp (te weten een spanband). Uit het pathologisch onderzoek blijkt dat er duidelijke aanwijzingen voor meervoudig mechanisch geweld op het hoofd van het slachtoffer zijn, afgeleid uit twee huidverscheuringen op het achterhoofd. Een val op een voorwerp met tweezijdige kanten wordt, hoewel een slag met voorwerp waarschijnlijker lijkt echter niet uitgesloten als oorzaak van dit letsel. Uit aanvullende beantwoording van vragen door de patholoog Van de Goot blijkt dat het letsel aan het hoofd van het slachtoffer zonder meer veroorzaakt zou kunnen worden door het metalen deel van een spanband, maar dit sluit andere voorwerpen niet uit. De aard van het letsel maakt geen zeker onderscheid tussen een val op een voorwerp ten opzichte van een slag met een voorwerp.121 Uit verdere beantwoording van vragen blijkt dat een groot aantal voorwerpen in aanmerking komt om dergelijk letsel te veroorzaken.122 Gelet op het feit dat de mogelijkheid dat dit letsel niet door een slagwapen, maar door een val (mogelijk na een toegebrachte messteek) tegen een voorwerp is ontstaan niet kan worden uitgesloten, zal de rechtbank de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken. Daarbij overweegt de rechtbank dat dit letsel niet de dood van verdachte heeft veroorzaakt.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 29 december 2009 te Eerbeek, althans in Nederland,

opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer] van het leven heeft

beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meerdere malen met een mes, althans met een dergelijk scherp steekvoorwerp, in het lichaam heeft gestoken,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent de persoon van verdachte is psychologisch en psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport gedateerd 5 oktober 2010 opgemaakt door drs. S. Labrijn (psycholoog) en een rapport gedateerd 4 oktober 2010, opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser (psychiater).

Beide rapporteurs komen tot de conclusie dat bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde geen sprake is geweest van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en geadviseerd wordt verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde, indien bewezen, volledig toerekeningsvatbaar te achten.

Met de conclusie dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar dient worden geacht kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaar gevorderd.

De raadsman geen strafmaatverweer gevoerd.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Aan het begin van de avond van 29 december 2009 heeft de broer van [slachtoffer] melding gemaakt bij de politie over diens vermissing. Vanaf dat moment hebben familie noch vrienden enig teken van leven van [slachtoffer] gekregen. Aan zijn vermissing is zowel lokaal als nationaal aandacht gegeven in de pers, waarop de samenleving geschokt en ontsteld heeft gereageerd, ook toen het stoffelijk overschot werd aangetroffen.

Het stoffelijk overschot van [slachtoffer] is pas op 19 januari 2010, drie weken na zijn vermissing, gevonden in Hoog Soeren. Verdachte heeft de familie en vrienden, wetende van hun zoektocht naar [slachtoffer], in onzekerheid gelaten over het lot van [slachtoffer]. Uit het dossier en het door de zus van [slachtoffer] uitgeoefende spreekrecht ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat [slachtoffer] een zeer gewaardeerd collega en geliefd familielid was. Ook is daar uit naar voren gekomen hoe zeer [slachtoffer] wordt gemist en hoe moeilijk het is zijn dood te verwerken, juist door de abrupte en brute (en daarmee zeer onwerkelijke) wijze waarop verdachte hem van het leven heeft beroofd.

Verdachte kende [slachtoffer] al ruim twintig jaar en hij wist dat [slachtoffer] aan het einde van de middag op 29 december 2009 bij hem zou langs komen om een aanzienlijk geldbedrag als gevolg van achterstallige betalingsverplichting van verdachte in ontvangst te nemen. [slachtoffer] is die dag dan ook onbevangen naar verdachte gegaan, zonder het idee te hebben de dood tegemoet te treden. Verdachte heeft een collega-autohandelaar, die hij zijn vriend noemde, beroofd van het belangrijkste wat de mens bezit, namelijk zijn leven. De laatste momenten van het leven van [slachtoffer] moeten huiveringwekkend zijn geweest.

De wijze waarop verdachte [slachtoffer] om het leven heeft gebracht is zeer bruut geweest, met maar liefst twaalf (diepe) messteken. De wijze waarop hij zich -om ontdekking te voorkomen- van het levensloze lichaam van [slachtoffer] heeft ontdaan is mensontererend. Dit alles duidt op zeer berekenend, koelbloedig en doelgericht handelen, waarbij geen enkele ruimte voor empathie was.

De rechtbank heeft geen inzicht gekregen in het handelen van verdachte, nu hij geen openheid van zaken heeft gegeven omtrent de beweegredenen voor zijn daad en voorts heeft nagelaten helderheid te verschaffen over wat hij op 29 december 2009 echt heeft gedaan en hoe de laatste momenten van het leven van [slachtoffer] zijn geweest. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting tal van verklaringen afgelegd, waarbij hij verschillende malen, zoals hij zelf heeft verklaard, nieuwe leugens heeft verkondigd. Betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer] blijft hij ontkennen. De verantwoordelijkheid voor zijn daad neemt verdachte daarmee niet. Dit is voor de nabestaanden van [slachtoffer] extra pijnlijk, nu hun daarmee wordt onthouden wat er werkelijk is gebeurd op 29 december 2009, terwijl verdachte de enige is die weet wat er precies is gebeurd.

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van 22 maart 2010. De reclassering heeft zich onthouden van een strafadvies.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.

Uit het over verdachte uitgebrachte multidisciplinaire rapport volgt onder meer dat in de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte de narcistische afweer opvalt, waarbij verdachte geneigd is spanningen, problemen, minder positieve eigenschappen/kanten van zijn persoonlijkheid te ontkennen of te bagatelliseren. De indruk is ontstaan dat verdachte zelf relatief weinig contact maakt met zijn eigen innerlijke dynamiek. Het geweten van verdachte is niet duidelijk gestoord, hij kent waarden en normen maar kiest er bewust voor om die soms enigszins te overschrijden. Hij heeft daarbij wel enig antisociaal gedrag, heeft daarbij rationele legitimering en bagatelliseert het voor zichzelf. Hij heeft er nauwelijks blijk van dat hij aan slachtoffers of aan de maatschappelijke betekenis daarvan denkt. Hij doet het zo dat hij een aangepast, maatschappelijk aanvaardbaar leven leidt voor de buitenwereld. Hij kan externaliseren voor eigen winst. Hij is er maatschappelijk alleen door in de problemen gekomen ten opzichte van zijn levenspartner. Er zijn geen tekenen van een persoonlijkheidsstoornis, wel van enige narcistische en antisociale trekken.

Moord behoort tot de ernstigste delicten die onze rechtsorde kent; het recht op leven tot de sterkste rechten waarvoor diezelfde rechtsorde opkomt. De brute daad van verdachte heeft de rechtsorde ernstig geschokt. Dat rechtvaardigt een langdurige gevangenisstraf, zowel uit het oogpunt van vergelding als uit preventief oogpunt.

De rechtbank heeft bij de op te leggen straf rekening gehouden met straffen die in vergelijkbare zaken plegen te worden opgelegd.

Bij de op te leggen straf heeft de rechtbank in het bijzonder meegewogen dat [slachtoffer] is omgebracht door bijzonder bruut geweld (tal van messteken verspreid over het lichaam), maar ook dat verdachte het levensloze lichaam van [slachtoffer] heeft "gedumpt" in een afgelegen gebied, waardoor de nabestaanden ongeveer drie weken in volslagen onzekerheid hebben verkeerd omtrent het lot van [slachtoffer]. Deze beide omstandigheden acht de rechtbank strafverzwarend.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist -te weten van 16 jaar onvoorwaardelijk- passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan:

- personenauto Xantia ([kenteken Xantia B]);

- Oxbow jas, kleur zwart;

- Plastic tas van Schuurmanschoenen, kleur grijs-blauw;

- Plastic tas;

- Zeil, kleur blauw;

- Deken;

- Haspel, kleur blauw;

- Mes, kleur zwart;

- Personenauto Xantia ([kenteken Xantia A]);

- Autosleutel Citroën met afstandsbediening;

- Bodywarmer, kleur groen-blauw;

- Van Gils jas, kleur antraciet;

- Handschoen, kleur zwart.

In beslag genomen voorwerpen

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde:

- Geld (€ 300,--);

- Geld (€ 180,--);

- Geld (€ 5.655,--);

- Geld (€ 80,--);

- Q-park parkeerbewijs.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [familie slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 12.636,60, zijnde begrafeniskosten, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2010. De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 24, 27, 33, 33a, 36f en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: moord

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

* personenauto Xantia ([kenteken Xantia B]);

* Oxbow jas, kleur zwart;

* Plastic tas van Schuurmanschoenen, kleur grijs-blauw;

* Plastic tas;

* Zeil, kleur blauw;

* Deken;

* Haspel, kleur blauw;

* Mes, kleur zwart;

* Personenauto Xantia ([kenteken X[kenteken Xantia A]);

* Autosleutel Citroën met afstandsbediening;

* Bodywarmer, kleur groen-blauw;

* Van Gils jas, kleur antraciet;

* Handschoen, kleur zwart.

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

* Geld (€ 300,--);

* Geld (€ 180,--);

* Geld (€ 5.655,--);

* Geld (€ 80,--);

* Q-park parkeerbewijs.

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[familie slachtoffer], [adres] (rekeningnummer onbekend) van een bedrag van € 12.636,60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2010, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [familie slachtoffer], een bedrag te betalen van € 12.636.60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2010, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 98 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Van Valderen en Feraaune, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 maart 2011.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009113772-2010054202, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, Team Grootschalige Opsporing Capella, gesloten en ondertekend op 16 juli 2010.

2 Proces-verbaal, ambtelijk verslag (pagina 1011 (ambtelijk verslag)).

3 Proces-verbaal, ambtelijk verslag (pagina 1011 (ambtelijk verslag)).

4 Proces-verbaal, ambtelijk verslag (pagina 1011 en 1013 (ambtelijk verslag)).

5 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 798 (ambtelijk verslag)).

6 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 799 (ambtelijk verslag)).

7 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 799 (ambtelijk verslag)).

8 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 643 (ambtelijk verslag)).

9 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 643 (ambtelijk verslag)).

10 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 648 (ambtelijk verslag)).

11 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 641 (ambtelijk verslag)).

12 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 641-642 (ambtelijk verslag)).

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 3663 (getuigen)).

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 3640 en 3761 (getuigen)).

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pagina 2764-2765), proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (pagina 2813-2821 en 2856-2878), proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (pagina 2754-2757), proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (pagina 2822-2845), proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige F] (pagina 2844-2845), proces-verbaal van verhoor van [getuige G] (pagina 2766-2769 en 2916-2917), alle genoemde pagina's maken deel uit van de mappen getuigen.

16 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 2039 (ambtelijk verslag)).

17 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 783 (ambtelijk verslag)).

18 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 2039 (ambtelijk verslag)).

19 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

20 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 1342 (ambtelijk verslag)).

21 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 1342 en 1343 (ambtelijk verslag)).

22 Proces-verbaal onderzoek identificatie onbekend slachtoffer (pagina 558 (forensisch dossier)).

23 Proces-verbaal onderzoek identificatie onbekend slachtoffer (pagina 559 (forensisch dossier)).

24 Deskundigenrapport d.d. 29 april 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 848 (forensisch dossier)).

25 Deskundigenrapport d.d. 29 april 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 849 (forensisch dossier)).

26 Deskundigenrapport d.d. 29 april 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 850 (forensisch dossier)).

27 Deskundigenrapport d.d. 29 april 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 848 (forensisch dossier)).

28 Deskundigenrapport d.d. 29 april 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 851 (forensisch dossier)).

29 Deskundigenrapport d.d. 29 april 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 851 (forensisch dossier)).

30 Deskundigenrapport d.d. 13 december 2010 opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer en dr. J.H.A. Nagel (pagina 1543 (forensisch dossier)).

31 Deskundigenrapport d.d. 13 december 2010 opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer en dr. J.H.A. Nagel (pagina 1561 (forensisch dossier)).

32 Proces-verbaal onderzoek [adres bedrijf slachtoffer] te Beekbergen (pagina 195 (forensisch dossier)).

33 Proces-verbaal onderzoek Mercedes kenteken [kenteken autoambulance] (2) (pagina 209 en 210 (forensisch dossier)).

34 Deskundigenrapport NFI d.d. 4 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 747 (forensisch dossier)).

35 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 757 (forensisch dossier)).

36 Deskundigenrapport NFI d.d. 4 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 747 (forensisch dossier)) en deskundigenrapport NFI d.d. 8 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 756 (forensisch dossier)).

37 Proces-verbaal onderzoek Mercedes kenteken [kenteken autoambulance] (2) (pagina 210 (forensisch dossier).

38 Deskundigenrapport NFI d.d. 15 juni 2010, opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer (pagina 902 (forensisch dossier)).

39 Deskundigenrapport NFI d.d. 15 juni 2010, opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer (pagina 905 (forensisch dossier)).

40 Proces-verbaal bevindingen aantreffen [kenteken Xantia B] op parkeerplaats Lucas Ziekenhuis (pagina 784 (ambtelijk verslag)).

41 Proces-verbaal technisch sporenonderzoek in een personenauto Citroën Xantia [kenteken Xantia B] (pagina 381 (forensisch dossier)).

42 Proces-verbaal technisch sporenonderzoek van een jack, merk Oxbow, (pagina 418 (forensisch dossier)).

43 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1067 (forensisch dossier)).

44 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1067 (forensisch dossier)).

45 Deskundigen rapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 837 (forensisch dossier)).

46 Deskundigen rapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 837 (forensisch dossier)).

47 Deskundigen rapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 837 en 838 (forensisch dossier)).

48 Deskundigen rapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 837 en 838 (forensisch dossier)).

49 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1075 en 1077 (forensisch dossier)).

50 Proces-verbaal sporenonderzoek (pagina 427 (forensisch dossier)).

51 Deskundigen rapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 829 en 836 (forensisch dossier)).

52 Deskundigen rapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 836 (forensisch dossier)).

53 Proces-verbaal tweede technisch sporenonderzoek in een personenauto Citroën Xantia [kenteken Xantia B] (pagina 389 en 390 (forensisch dossier)).

54 Deskundigenrapport NFI d.d. 30 november 2010, opgemaakt door dr. I. Kuiper (pagina 1468 (forensisch dossier)).

55 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 817 (forensisch dossier)).

56 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 756 (forensisch dossier)).

57 Deskundigenrapport d.d. 30 november 2010 opgemaakt door dr. I. Kuiper (pagina 1480 (forensisch dossier)).

58 Deskundigenrapport d.d. 30 november 2010 opgemaakt door dr. I. Kuiper (pagina 1478 (forensisch dossier)).

59 Deskundigenrapport d.d. 30 november 2010 opgemaakt door dr. I. Kuiper (pagina 1480 (forensisch dossier)).

60 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 812 en 813 (forensisch dossier)).

61 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 810 en 817 (forensisch dossier)).

62 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 810 en 817 (forensisch dossier)).

63 Proces-verbaal tweede technisch sporenonderzoek in een personenauto Citroën Xantia [kenteken Xantia B] (pagina 389 en 390 (forensisch dossier)).

64 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1070 (forensisch dossier)).

65 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1076 (forensisch dossier)).

66 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 817 (forensisch dossier)).

67 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 817 (forensisch dossier)).

68 Proces-verbaal tweede technisch sporenonderzoek personenauto Citroën Xantia [kenteken Xantia B] (pagina 389 en 390 (forensisch dossier)).

69 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1069 en 1075 (forensisch dossier)).

70 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1463 (forensisch dossier)).

71 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1463 (forensisch dossier)).

72 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1459 (forensisch dossier)).

73 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1463 (forensisch dossier)).

74 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1459 (forensisch dossier)).

75 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1463 (forensisch dossier)).

76 Deskundigenrapport d.d. 27 oktober 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1459 (forensisch dossier)).

77 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011 en proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden Gelre Ziekenhuis (pagina 1155-1156 en 1157-1179 (ambtelijk verslag)).

78 Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot nieuw soortgelijk verband SEH Gelre Ziekenhuis (pagina 2078-2089 (ambtelijk verslag)) en een deskundigenrapport d.d. 12 augustus 2010 opgemaakt door dr. ir. Van der Weerd (pagina 1052-1059 (forensisch dossier)).

79 Proces-verbaal tweede technisch sporen onderzoek in een personenauto Citroën Xantia [kenteken Xantia B] (pagina 390 (forensisch dossier)).

80 Deskundigenrapport d.d. 8 januari 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 754 (forensisch dossier)).

81 Deskundigenrapport d.d. 8 januari 2010 opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 756 (forensisch dossier)).

82 Deskundigenrapport NFI d.d. 22 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 762 (forensisch dossier)).

83 Deskundigenrapport NFI d.d. 22 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 764 (forensisch dossier)).

84 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 817 (forensisch dossier)).

85 Deskundigenrapport NFI d.d. 8 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 817 (forensisch dossier)).

86 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

87 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

88 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

89 Proces-verbaal onderzoek bodywarmer Citroën Xantia [kenteken Xantia A] (pagina 510 (forensisch dossier)).

90 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1072 (forensisch dossier)).

91 Deskundigenrapport NFI d.d. 26 augustus 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 1076 (forensisch dossier)).

92 Proces-verbaal luminolonderzoek (pagina 501 (forensisch dossier)).

93 Proces-verbaal luminolonderzoek (pagina 502 (forensisch dossier)).

94 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 833 en 837 (forensisch dossier)).

95 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 838 en 839 (forensisch dossier)).

96 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 833 en 837 (forensisch dossier)).

97 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 833, 837, 839 (forensisch dossier)).

98 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 833 en 837 (forensisch dossier)).

99 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 837 en 839 (forensisch dossier)).

100 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 837 en 839 (forensisch dossier)).

101 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 833 en 837 (forensisch dossier)).

102 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 april 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 838 en 839 (forensisch dossier)).

103 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

104 Proces-verbaal veiligstellen sporen (pagina 326 en 327 (forensisch dossier)).

105 Proces-verbaal veiligstellen van sporen (pagina 327 en 328 (forensisch dossier)).

106 Proces-verbaal technisch sporenonderzoek van een wit vest: spoor 110 (pagina 335 (forensisch dossier)).

107 Deskundigenrapport NFI d.d. 22 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 763 (forensisch dossier)).

108 Deskundigenrapport NFI d.d. 22 januari 2010, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (pagina 764 (forensisch dossier)).

109 Deskundigenrapport van het FLDO d.d. 8 februari 2011, opgemaakt door prof. dr. P. de Knijff (losbladig).

110 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

111 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 208 (persoonsdossier)).

112 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 197 (persoonsdossier)).

113 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 213 e.v. (persoonsdossier)).

114 Proces-verbaal onderzoek data (pagina 801-802 (ambtelijk verslag)).

115 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 231 en 241 e.v. (persoonsdossier)).

116 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 256 e.v. (persoonsdossier)).

117 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

118 Deskundigenrapport d.d. 19 januari 2010 opgemaakt door H.H.Q.P. van Douveren (pagina 354 forensisch dossier)).

119 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011.

120 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige H] (pagina 4250 (getuigen)).

121 Deskundigenrapport (ongedateerd) opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 1019 forensisch dossier)).

122 Deskundigenrapport d.d. 11 augustus 2010 opgemaakt door F.R.W. van de Goot (pagina 1025 forensisch dossier)).