Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP7329

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
391407 CV-EXPL 09-2885
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gedaagde wordt veroordeeld om tegen gehoorlijk bewijs van kwijting aan Hidden Village te voldoen. De vordering van gedaagde wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Harderwijk

Zaaknummer: 391407 CV-EXPL 09-2885

Grosse aan : mr. S.J. van Susante

Afschrift aan: mr. S. van der Linden

Verzonden d.d.

vonnis van de kantonrechter d.d. 9 maart 2011

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hidden Village Bedrijfsmiddelen B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hidden Village Exploitatie B.V.,

beiden statutair gevestigd en kantoorhoudende te Harderwijk,

eiseressen,

gemachtigde: mr. S.J. van Susante, advocaat te Arnhem (postbus 3155, 6802 DD)

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. S. van der Linden, advocaat te Harderwijk (postbus 114, 3840 AC)

1. Het verdere procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

- het tussenvonnis d.d. 3 november 2010;

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen d.d. 28 januari 2011.

Hierna is vonnis bepaald.

2. De vordering

2.1 Eiseressen vorderen bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 2.166,36, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de respectievelijke facturen, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, althans te vermeerderen met een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen rente- of boetebedrag. Daarnaast vorderen eiseressen veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.

2.2 Eiseressen leggen aan hun vordering ten grondslag dat gedaagde sinds 4 juni 1996 eigenaar is van een perceel grond, alsmede van een op dit perceel staande bungalow, gelegen op het [recreatiecomplex] aan de [adres te plaats]. Eiseressen stellen dat zij zakelijk gerechtigd zijn tot, respectievelijk exploitanten c.q. beheerders zijn van dit recreatiecomplex. Volgens eiseressen is gedaagde ingevolge de aan de eigendom van het betreffende perceel verbonden rechten en plichten jaarlijks een bedrag aan hen verschuldigd ter zake van parkbijdragen alsmede van de levering van nutsvoorzieningen. Eiseressen stellen dat gedaagde in gebreke is gebleven een deel van het over 2008 en 2009 verschuldigde bedrag te voldoen.

2.3 Gedaagde heeft tegen de vordering verweer gevoerd. Dit verweer zal hierna, voor zover van belang, worden besproken.

3. De beoordeling

3.1 Eiseressen baseren hun vordering op de algemene voorwaarden die in 1990 en 1993 door hun rechtsvoorgangers [camping BV] en [Bungalowpark BV] zijn opgesteld ten aanzien van het gebruik van de percelen door de individuele eigenaren. Volgens eiseressen heeft gedaagde zich door het tekenen van de leveringsakte d.d. 4 juni 1996 bekend verklaard met de inhoud en de toepasselijkheid van deze voorwaarden. Gedaagde heeft betwist dat dit het geval is.

3.2 Uit de door eiseressen overgelegde leveringsakte d.d. 4 juni 1996 blijkt dat gedaagde zich bekend heeft verklaard met de inhoud en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden die in 1993 door [bungalowpark] zijn opgesteld. In de betreffende voorwaarden staat vermeld dat deze gelden onverminderd de eventueel reeds bestaande voorwaarden. Gedaagde heeft betwist dat eiseressen de rechtsopvolgers zijn van [camping BV] en van [Bungalowpark BV] en hij heeft om die reden ontkend dat de algemene voorwaarden uit 1990 en 1993 op de rechtsverhouding tussen hem en eiseressen van toepassing zijn. Nadat eiseressen ter onderbouwing van hun stelling dat zij de rechtsopvolgers zijn van [camping BV] en van [Bungalowpark BV] een aantal leveringsaktes hebben overgelegd, heeft gedaagde deze stelling ter comparitie niet meer weersproken, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat gedaagde zijn verweer wat dit betreft niet langer wenst te handhaven. Er zal dus van worden uitgegaan dat eiseressen inderdaad de rechtopvolgers zijn van [camping BV]. en van [Bungalowpark BV] De algemene voorwaarden die in 1990 zijn opgesteld door [camping BV] en in 1993 door [Bungalowpark BV] zijn dus wel van toepassing op de rechtsverhouding tussen gedaagde en eiseressen.

3.3 Omdat er in het verleden onduidelijkheid bestond over de uitleg van de verschillende bepalingen in de algemene voorwaarden, hebben eiseressen uiteindelijk in het kader van een juridische procedure een vaststellingsovereenkomst gesloten met [eigenaarsvereniging], hierna te noemen [eigenaarsvereniging]. Deze vaststellingsovereenkomst heeft betrekking op de door eiseressen vanaf 1994 in rekening te brengen bijdragen en geldt dus niet alleen voor de in het verleden in rekening gebrachte kosten. Gedaagde heeft ter comparitie aangegeven zich gebonden te achten aan de vaststellingsovereenkomst, ook voor wat betreft de toekomst. De kantonrechter merkt wat dit betreft nog op dat voor zover gedaagde van mening is dat de [eigenaarsvereniging] met het sluiten van deze vaststellingsovereenkomst buiten haar volmacht is getreden, dit niet aan eiseressen kan worden tegengeworpen.

3.4 Ter comparitie is gebleken dat de [eigenaarsvereniging], ter controle of eiseressen zich aan alle gemaakte afspraken houden, inzage krijgt in alle beschikbare stukken en dat er sprake is van volledige openheid. Namens de [eigenaarsvereniging] is ter zitting ook aangegeven dat zij alle door eiseressen in rekening gebrachte kosten een paar keer per jaar tot op de cent toe controleert. Er moet dus van worden uitgegaan dat de kosten waarvan eiseressen thans nakoming vorderen ook door de [eigenaarsvereniging] gecontroleerd zijn. Nu alle kosten zijn gecontroleerd aan de hand van de gemaakte afspraken en de opgestelde vaststellingsovereenkomst, waar gedaagde door de door hem afgegeven volmacht jegens eiseressen aan gebonden is, en gedaagde niet heeft aangetoond dat de in rekening gebrachte kosten niet kloppen of dat een deel van de gevorderde kosten al betaald is, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de gevorderde bedragen. De vordering van eiseressen zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de rente zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

3.5 Gedaagde dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

4. De beslissing

Gedaagde wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseressen te voldoen de som van € 2.166,36 vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 december 2009 tot de dag der algehele voldoening.

Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiseressen begroot op:

€ 75,75 wegens exploitkosten;

€ 208,00 wegens griffierecht, en

€ 450,00 voor salaris gemachtigde.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Hetgeen meer of anders is gevorderd wordt afgewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Buijs, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 9 maart 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.

(md)