Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP7070

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
09-03-2011
Zaaknummer
117488 - HA RK 10-99
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 67 Fw. Verzoekster is crediteur in het faillissement. Zij komt op tegen de beschikking van de RC waarmee aan de curator toestemming wordt verleend hoger beroep in te stellen in een door de curator tegen verzoekster ingestelde procedure. In eerste aanleg is de vordering van de curator afgewezen. Hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris kan alleen ingesteld worden door degene die partij is bij deze beschikking of tegen wie de beschikking is gericht. Verzoekster is het een noch het ander en daarom niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rekestnummer: 117488 / HA RK 10-99

Beschikking van 9 maart 2011

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMMA VASTGOED WINTERSWIJK B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Winterswijk

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOTION CONTROL AUTOMATION B.V.

gevestigd en kantoorhoudend te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek,

3. [verzoeker sub 3]

wonend te [plaats],

verzoekers,

advocaat mr. N.C. Beun te Groenlo,

tegen

mr. Annemieke WILTINK, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van H&K Wellness Products B.V.,

kantoorhoudend te Doetinchem,

verweerster,

gemachtigde mr. B.H.M. Harbers te Doetinchem.

Verzoekers zullen hierna samen Emma Vastgoed c.s. genoemd worden. Verzoekster sub 1 zal Emma Vastgoed genoemd worden, verzoekster sub 2 MCA en verzoeker sub 3 [verzoeker sub 3]. Verweerster zal de curator genoemd worden. H&K Wellness Products B.V. zal H&K genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- de mondelinge behandeling.

2. De feiten

2.1. Op 11 augustus 2009 is H&K in staat van faillissement verklaard. Mr. Wiltink is daarbij aangesteld tot curator.

2.2. De curator heeft een procedure aanhangig gemaakt tegen Emma Vastgoed c.s. In die procedure heeft zij gevorderd dat primair [verzoeker sub 3], subsidiair Emma Vastgoed en meer subsidiair MCA veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 7.000,--. Aan die vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat [verzoeker sub 3] al dan niet in privé of als bestuurder van Emma Vastgoed en/of MCA een onrechtmatige daad heeft gepleegd door vlak voordat H&K in staat van faillissement werd verklaard een aan H&K toebehorende Vacustep, die op dat moment een waarde van € 7.000,-- exclusief BTW vertegenwoordigde, zonder toestemming van H&K te verkopen. Door deze verkoop zijn volgens de curator de gezamenlijke schuldeisers van H&K benadeeld. Omdat Emma Vastgoed c.s. weigert de waarde van de Vacustep aan de boedel af te dragen, heeft zij er recht op en belang bij Emma Vastgoed c.s. in rechte te betrekken, aldus de curator.

2.3. Bij op tegenspraak gewezen vonnis van 13 oktober 2010 is deze vordering van de curator afgewezen en is zij veroordeeld in de aan de zijde van Emma Vastgoed c.s. gevallen kosten en nakosten van die procedure.

2.4. De curator heeft de rechter-commissaris verzocht haar toe te staan hoger beroep in te stellen tegen voormeld vonnis van 13 oktober 2010. Deze toestemming is haar op

9 of 10 november 2010 verleend.

3. Het verzoek

3.1. Emma Vastgoed c.s. heeft de rechtbank verzocht de beschikking van de rechter-commissaris van 10 november 2010, inhoudende de machtiging tot het procederen in hoger beroep, te vernietigen.

3.2. Aan dat verzoek heeft zij ten grondslag gelegd dat het belang van de curator om in hoger beroep te gaan niet opweegt tegen de kosten die verbonden zijn aan het voeren van de appelprocedure en al helemaal niet tegen het risico dat de curator wederom in het ongelijk wordt gesteld. In dat laatste geval ontstaat er wederom een vordering van Emma Vastgoed c.s. op de boedel ter hoogte van de proceskostenveroordeling. Gelet op de huidige omvang van de boedel loopt Emma Vastgoed c.s. het aanzienlijke risico dat de proceskostenveroordelingen niet kunnen worden voldaan.

Ook is het voeren van een appelprocedure niet in het belang van de gezamenlijke schuldeisers dan wel de boedel. De curator stelt een vordering van € 7.000,-- te hebben op Emma Vastgoed c.s. Zou echter het gerechtshof de curator volgen in haar stelling dat er sprake is geweest van een onrechtmatig handelen door Emma Vastgoed c.s., dan zou niet meer kunnen worden toegewezen dan het bedrag waarvoor de Vacustep is verkocht, te weten € 2.000,--.

Emma Vastgoed c.s. kan een eventuele vordering van de curator verrekenen met de aanzienlijk hogere vordering die Emma Vastgoed c.s. op H&K heeft.

3.3. De curator heeft geconcludeerd dat de rechtbank het door Emma Vastgoed c.s. ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris ongegrond zal verklaren, waar mogelijk met veroordeling van Emma Vastgoed c.s. in de kosten van deze procedure.

Op haar verweer zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Artikel 67 Faillissementswet (Fw) bepaalt -voor zover hier van belang- dat van alle beschikkingen van de rechter-commissaris gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank mogelijk is, te rekenen vanaf de dag waarop de beschikking is gegeven. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.

4.2. Aan de door Emma Vastgoed c.s. voorgestane belangenafweging komt de rechtbank niet toe. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt immers dat alleen degene die ‘partij’ was bij de beschikking van de rechter-commissaris het recht heeft van hoger beroep (HR 6 oktober 2006, NJ 2010, 184). Als ‘partij’ kan in ieder geval worden aangemerkt degene die het tot de beschikking leidende verzoek aan de rechter-commissaris heeft gedaan (HR 22 april 2005, NJ 2005, 405). Ook kan als ‘partij’ worden aangemerkt degene tot wie de beschikking is gericht.

Degene tegen wie de curator gemachtigd is een procedure aan te spannen, kan echter om die enkele reden niet als ‘partij’ bij de beschikking worden aangemerkt (HR 18 april 2008, NJ 2008, 244), ook niet als hij tevens schuldeiser van de gefailleerde vennootschap is. De beschikking is immers niet door hem verzocht of tot hem gericht. Weliswaar is zijn belang direct betrokken bij de door de rechter-commissaris verleende machtiging om een procedure tegen hem te beginnen, maar zijn rechtspositie wordt op zichzelf niet aangetast door gebruikmaking door de curator van die machtiging. Bovendien heeft degene tegen wie met machtiging van de rechter-commissaris een procedure kan worden aangespannen, als zodanig geen belang of taak bij het toezicht op het beheer en de vereffening van de boedel, in welk kader de betrokken machtiging is gegeven. Mede in aanmerking genomen dat het faillissementsrecht gericht is op een vlotte afwikkeling van het faillissement en dat degene tegen wie de curator gemachtigd is een procedure te beginnen zijn bezwaren in die procedure naar voren kan brengen, moet dan ook worden aangenomen dat art. 67 lid 1 Fw hem niet de mogelijkheid biedt op te komen tegen de aan de curator verleende machtiging een procedure tegen hem aan te spannen.

Dit brengt met zich dat Emma Vastgoed c.s. in haar verzoek niet ontvangen kan worden.

4.3. Emma Vastgoed c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Emma Vastgoed c.s. gevallen en begroot op € 384,-- aan salaris gemachtigde.

5. De beslissing

De rechtbank

verklaart Emma Vastgoed c.s. niet-ontvankelijk in haar verzoek;

veroordeelt Emma Vastgoed c.s. in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de curator gevallen en begroot op € 384,--.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. Vergunst, mr. M. Stempher en mr. M.J. Vos en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2011.