Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP7044

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-03-2011
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
06/850080-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft ontucht gepleegd met een cliënt binnen de instelling waar hij als begeleider/invalkracht werkzaam was. Hoewel het slachtoffer een verstandelijke beperking heeft, kan niet worden afgeleid dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Uit het proces-verbaal kan verder niet worden afgeleid dat het opzet van verdachte gericht was op de geestestoestand van het slachtoffer en haar daarmee samenhangende beperkingen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het eerste feit. De rechtbank acht wel ontucht met iemand die zich aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd bewezen en veroordeelt verdachte tot de maximale werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850080-10

Uitspraak d.d.: 8 maart 2011

Tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1989],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. G. Tuenter, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 22 juli 2008 tot

en met 30 september 2009 te Vaassen, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer]

leed aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar

geestvermogens dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te

bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van

het lichaam van die [slachtoffer], hierin bestaande dat verdachte

- zijn penis in haar vagina en/of mond en/of anus geduwd/gebracht;

- zijn vinger in haar vagina heeft geduwd/gebracht;

- zich door haar bij zijn penis laten betasten;

- met haar heeft getongzoend;

- haar bij haar naakte lichaam heeft betast;

art 243 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 22 juli 2008 tot

en met 30 september 2009 te Vaassen, gemeente Epe, in ieder geval in

Nederland,

terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg (te weten als

zorgverlener/begeleider op een locatie van de [naam Stichting] voor

mensen met een verstandelijk beperking),

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of hulp toevertrouwde patiënte

[slachtoffer], immers heeft verdachte

- zijn penis in haar vagina en/of mond en/of anus geduwd/gebracht;

- zijn vinger in haar vagina heeft geduwd/gebracht;

- zich door haar bij zijn penis laten betasten;

- met haar getongzoend;

- haar bij haar naakte lichaam betast;

art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Vanaf april 2008 woont [slachtoffer] op de locatie [adres te plaats], onderdeel van de [Stichting]2. De stichting ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking. Op 2 oktober 2009 heeft [slachtoffer] een gesprek met haar persoonlijk begeleidster [naam 1] gehad. Ze hoorde toen dat verdachte die nacht slaapdienst zou hebben. [slachtoffer] raakte in paniek en heeft gezegd dat verdachte met haar heeft gevreeën, getongzoend en geneukt. Op 5 oktober 2009 heeft een teamoverleg plaatsgevonden. Tijdens dat overleg is verteld dat een cliënte had aangegeven dat zij seksueel was misbruikt door verdachte. Twee medewerksters vertelden vervolgens dat zij waren lastig gevallen met seksistische uitspraken en/of sms-berichten door verdachte. [naam 2], die clustermanager is bij de [Stichting], heeft vervolgens namens [slachtoffer] aangifte gedaan van seksueel misbruik.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak voor feit 1 bepleit. Hij heeft hiertoe betoogd dat [slachtoffer] dan weliswaar verstandelijk beperkt is, maar dat zij geen dusdanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis heeft dat zij niet of onvoldoende in staat was haar eigen wil te bepalen, kenbaar te maken of weerstand te bieden tegen seksuele contacten. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat ontuchtige handelingen zijn verricht. Zijn cliënt heeft benadrukt dat het niet verder is gegaan dan hij heeft verklaard. Voor zover de verklaringen van zijn cliënt en [slachtoffer] van elkaar afwijken, biedt het dossier geen aanknopingspunten die één van beide verklaringen ondersteunt.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De raadsman heeft betoogd dat [slachtoffer] dan weliswaar verstandelijk beperkt is, maar dat zij geen dusdanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis heeft dat zij niet of onvoldoende in staat was haar eigen wil te bepalen, kenbaar te maken of weerstand te bieden tegen seksuele contacten. De raadsman heeft in dit verband verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 12 februari 2002, LJN: AD6259.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer] door een gebrekkige ontwikkeling niet in staat was haar wil te bepalen noch weerstand te bieden met betrekking tot de seksuele handelingen. De officier van justitie heeft hierbij mede de woonsituatie van [slachtoffer] in aanmerking genomen en het feit dat [slachtoffer] functioneert op het niveau van een 11-jarige.

De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad3 heeft overwogen dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de regering de artikelen 243 en 247 heeft willen uitbreiden tot gevallen van psychische weerloosheid. Uit de tekst van de desbetreffende bepaling en uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever bepalend heeft geoordeeld dat sprake is van een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens dat de betrokkene niet of onvolkomen in staat is zijn of haar wil omtrent de seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Voor een veroordeling in een geval als het onderhavige is dus vereist dat komt vast te staan dat [slachtoffer] leed aan een psychische stoornis en dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

Verder zal het opzet van verdachte gericht moeten zijn op die geestestoestand met het daaruit voortvloeiende zojuist genoemde gebrek4.

Uit het dossier kan worden afgeleid dat [slachtoffer] een IQ van 59 heeft5. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze informatie afkomstig is uit een psychologisch rapport van

1 maart 2004. Een psychologisch rapport met recentere gegevens over het IQ van [slachtoffer] ontbreekt in het proces-verbaal.

Volgens een concept verslag van De Passerel sector Werk & Dagbesteding, gedateerd 22 november 20086, begrijpt [slachtoffer] praktisch gezien een heleboel. Ze kan voor een groot gedeelte lezen en schrijven en ze heeft een goede verbale communicatie. Soms vindt [slachtoffer] het moeilijk om aan te geven als ze ergens mee zit. Ze trekt zich dan terug of kan gaan huilen. Volgens de samenvatting wordt [slachtoffer] gecomplimenteerd als ze voor zichzelf opkomt. Dit wordt gedaan om haar zelfvertrouwen te vergroten en haar weerbaarder te maken voor de buitenwereld.

[naam 2], clustermanager bij de [Stichting], heeft verklaard7 dat [slachtoffer] een vrij hoog niveau heeft. Ze kan heel veel zelf. [slachtoffer] heeft volgens [naam 2] een IQ tussen de 70 en 80. Ze heeft het niveau van ongeveer een 11-jarige. Ze past zich gemakkelijk aan aan de wensen van anderen.

[moeder slachtoffer], moeder van [slachtoffer], heeft verklaard8 dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt is. Ze kan geen nee zeggen tegen mensen. [slachtoffer] heeft seksuele voorlichting gehad zowel thuis als op school. Ze is gewaarschuwd voorzichtig te zijn met jongens.

De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande volgt dat [slachtoffer] een verstandelijke beperking heeft. Niet kan echter worden afgeleid dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. De rechtbank neemt hierbij naast de voorgaande overwegingen in aanmerking dat [slachtoffer] uitgebreid heeft verklaard over de seksuele handelingen en dat ze de zaken telkens bij hun juiste naam heeft benoemd9. Ook blijkt uit haar verklaring dat ze weet wat een condoom is en waarvoor dit wordt gebruikt. Ze weet de betekenis van vreemdgaan. Bovendien heeft ze verklaard aan de pil te zijn en seksuele voorlichting te hebben gehad op school.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte heeft verklaard10 dat hij achttien jaar was en het wel spannend vond worden. Volgens verdachte heeft [slachtoffer] best een hoog niveau en heeft ze weinig begeleiding nodig. Hij heeft nooit in haar map gelezen en weet niet precies wat haar verstandelijke beperking is. Haar spelling vond hij - toen hij een gedichtje van haar kreeg - onder het niveau van een 11-jarige. Verder vond hij haar wel een hoog niveau hebben. Verdachte heeft verklaard dat het een heel apart gevoel was, de combinatie heel kinderlijk, maar ook heel volwassen. [slachtoffer] heeft heel vaak tegen hem gezegd dat ze van hem hield. Hij heeft nooit iets gedaan wat ze niet wilde.

Uit het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat het opzet van verdachte gericht was op de geestestoestand van [slachtoffer] en haar daarmee samenhangende beperkingen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken.

Feit 2

De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie11 en ter terechtzitting, een overzicht van gewerkte diensten12, de aangifte van [naam 2]13 en de verklaring van [slachtoffer]14.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

hij in de periode van 22 juli 2008 tot en met 30 september 2009 te Vaassen, gemeente Epe,

terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg (te weten als zorgverlener/begeleider op een locatie van de [naam Stichting] voor mensen met een verstandelijk beperking),

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en hulp toevertrouwde patiënte [slachtoffer], immers heeft verdachte

- zijn penis in haar vagina gebracht;

- zijn vinger in haar vagina heeft gebracht;

- zich door haar bij zijn penis laten betasten;

- met haar getongzoend;

- haar bij haar naakte lichaam betast.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Ontucht plegen als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en met een proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie heeft verder gevorderd dat aan verdachte als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringstoezicht wordt opgelegd.

De raadsman heeft een andere strafmodaliteit, te weten een werkstraf bepleit. Hij heeft betoogd dat zijn cliënt zijn fout inziet en dat hij een blanco strafblad heeft. Zijn cliënt volgt een ambulante behandeling bij De Tender. Het aantal uren dat hij therapie heeft gevolgd bedraagt ongeveer 60. Deze uren zouden in mindering kunnen worden gebracht bij een op te leggen werkstraf. Volgens de raadsman is een verplicht reclasseringstoezicht niet nodig. Er is toezicht dat zijn cliënt de behandeling zal voortzetten.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft seksuele handelingen verricht met een vrouw die aan zijn hulp en zorg was toevertrouwd. Hij maakte als begeleider/invalkracht deel uit van het team dat de leiding had binnen de organisatie waaraan [slachtoffer] zich voor begeleid wonen had toevertrouwd. Gelet hierop bevond verdachte zich in een overwichtspositie ten opzichte van [slachtoffer].

Verdachte heeft verklaard dat hem op school was verteld dat een begeleider geen seksuele handelingen mocht verrichten bij cliënten. Hij was zich ervan bewust dat dit ter bescherming van de cliënt was. Hij heeft door zijn handelen het vertrouwen dat een cliënt in haar begeleider mocht hebben geschaad. Ook heeft hij de lichamelijke en emotionele integriteit van [slachtoffer] ernstig geschonden. Verdachte heeft bovendien het vertrouwen dat de leiding van de zorginstelling en de ouders van [slachtoffer] in hem hadden geschaad.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met het tijdsverloop en met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte vrijwillig aan een behandeling bij De Tender is begonnen.

Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou voor een dergelijk feit een passende sanctie zijn. Gelet op het feit dat verdachte het risico loopt zijn baan te verliezen in geval van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en gelet op het feit dat hij inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn handelen en ter voorkoming van recidive reeds een behandeling bij De Tender is gestart, zal de rechtbank de officier van justitie niet volgen in haar eis. De rechtbank zal verdachte de maximale werkstraf opleggen.

Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarden stellen, dat verdachte zijn behandeling bij De Tender zal afmaken en zich verder zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door de reclassering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

ontucht plegen als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich ambulant (verder) zal laten behandelen bij De Tender en zich zal houden aan

regels die hem door of namens de leiding van De Tender zullen worden gegeven;

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de (nadere) aanwijzingen en

voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang

deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft de reclassering opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 maart 2011.

Mr. Borgerhoff Mulder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009069703-10, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 25 januari 2010.

2 Proces-verbaal van aangifte door [naam 2], p.26-27

3 Hoge Raad 12 februari 2002, NJ 2002, 328/329

4 Hoge Raad 10 juni 1997, NJ 1997, 600

5 Verslag MEE Veluwe met als bijlage een psychologisch onderzoek, p.75

6 Verslag MEE Veluwe met als bijlage een concept verslag van De Passerel sector Werk & Dagbesteding, p.76-78

7 Proces-verbaal van aangifte door [naam 2], p.26

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [moeder slachtoffer], p.47-48

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.88-106

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.114, 122,125

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.110, 115-116

12 Overzicht gewerkte diensten van verdachte [verdachte], p.55

13 Proces-verbaal van aangifte door [naam 2], p.26, 28

14 Proces-verbaal van bevindingen, p.86-90