Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP6248

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-03-2011
Datum publicatie
01-03-2011
Zaaknummer
06/920003-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beduidend mindere bewezenverklaring inzake belastingfraude/valsheid in geschrift leidt voor zakenman tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/920003-09

Uitspraak d.d. 1 maart 2011

Tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1960],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman mr. M.G.F.A. Janssen, advocaat te Assen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 februari 2011.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 6

november 2005 tot en met 29 maart 2007 in de gemeente Winterswijk, althans in

Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene

aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

de aangifte(n) voor de Inkomstenbelasting / Premie Volksverzekeringen over

de/het ja(a)r(en) 2003 en/of 2004 en/of 2005 onjuist en/of onvolledig heeft

gedaan aan de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst, terwijl dat

feit/die feiten er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt

geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat er

(telkens) een te laag bedrag aan winst uit onderneming en/of een laag bedrag

aan inkomsten uit arbeid en/of vermogen, althans een te laag belastbaar

inkomen, was vermeld;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

2.

[naam 1] B.V. op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode van 29 april 2003 tot en met 30 januari 2008, in de gemeente

Winterswijk en/of Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer andere rechtsperso(o)n(en) en/of met een of meer natuurlijke

perso(o)n(en), althans alleen, als ondernemer in de zin van de Wet op de

Omzetbelasting 1968, (telkens) opzettelijk een of meer bij de belastingwet

voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten een of meer van de aangifte(n) voor de omzetbelasting, over het

-eerste kwartaal van 2003 en/of tweede kwartaal van 2003 en/of derde kwartaal

van 2003 en/of vierde kwartaal van 2003 en/of

-eerste kwartaal van 2004 en/of tweede kwartaal van 2004 en/of derde kwartaal

van 2004 en/of vierde kwartaal van 2004 en/of

-eerste kwartaal van 2005 en/of tweede kwartaal van 2005 en/of derde kwartaal

van 2005 en/of vierde kwartaal van 2005 en/of

-eerste kwartaal van 2006 en/of tweede kwartaal van 2006 en/of derde kwartaal

van 2006 en/of vierde kwartaal van 2006 en/of

-eerste kwartaal van 2007 en/of tweede kwartaal van 2007 en/of derde kwartaal

van 2007 en/of vierde kwartaal van 2007,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen / de

Belastingdienst, terwijl dat feit/die feiten (telkens) ertoe strekte(n) dat

te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid

(telkens) hierin bestaan, dat in het/die aangiftebiljet(ten) over dat/die

kwarta(a)l(en) (telkens)

- een te hoog bedrag aan totaal terug te vragen belasting en/of

- een te laag bedrag aan totaal te betalen belasting,

althans een onjuist bedrag aan totaal te betalen en/of totaal terug te vragen

belasting werd vermeld, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in

vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en)

opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan boven

omschreven verboden gedraging(en);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

3.

[naam 1] B.V. op een of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode van 26 april 2005 tot en met 21 juli 2006 in de gemeente Winterswijk,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere

rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk een of meer bij de belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

voor de Vennootschapsbelasting over de/het ja(a)r(en) 2003 en/of 2004, onjuist

en/of onvolledig heeft gedaan aan de Inspecteur der belastingen / de

Belastingdienst, terwijl daarvan (telkens) het gevolg zou kunnen zijn dat te

weinig belasting zou kunnen worden geheven en/of dat feit/die feiten er

(telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuisthe(i)d(en) of onvolledighe(i)d(en) (telkens) hierin

bestaan, dat in genoemd(e) aangiftebiljet(ten) over die/dat ja(a)r(en)

(telkens) een onjuist bedrag aan ondernemingswinst, althans een te laag

bedrag aan vennootschapsbelasting was vermeld, tot het plegen van welk(e)

bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke

vorenomschreven verboden gedraging(en) verdachte tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

4.

[naam 2] B.V. op of omstreeks 25 juli 2006 in de gemeente Winterswijk,

althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer andere

rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk een of meer bij de belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

voor de Vennootschapsbelasting over het jaar 2004, onjuist en/of onvolledig

heeft gedaan aan de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst, terwijl

daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden

geheven en/of dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid telkens hierin bestaan, dat in

genoemd aangiftebiljet een onjuist bedrag aan ondernemingswinst, althans een

te laag bedrag aan vennootschapsbelasting was vermeld, tot het plegen van

welk bovenomschreven strafbare feit verdachte, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke

vorenomschreven verboden gedraging verdachte tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 januari

2003 tot en met 22 november 2007 in de gemeente Berkelland, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of

een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk,

-een factuur van [naam makelaars], gedateerd 8 januari 2003, geadresseerd aan

[naam 2] B.V., betreffende advieskosten huisvesting en onderzoekskosten

[vindplaats document: ordner 2, pagina 417] en/of

-een factuur van [naam A], gedateerd 15 april 2004, geadresseerd aan [naam 2] B.V., betreffende de levering van stoelen [vindplaats document:

ordner 2, pagina 415] en/of

-een factuur van [naam tuinontwerp] en realisatie, gedateerd 4 augustus 2006,

geadresseerd aan [verdachte], betreffende tuin- en bestratingswerkzaamheden

[vindplaats document: ordner 2, pagina 438] en/of

-een factuur van Autobedrijf [naam], gedateerd 15 december 2006,

geadresseerd aan [verdachte], betreffende onderhoudswerkzaamheden [vindplaats

document: ordner 2, pagina 612] en/of

-een factuur van Autobedrijf [naam], gedateerd 23 augustus 2007,

geadresseerd aan [naam 2] B.V., betreffende onderhoudswerkzaamheden

[vindplaats document: ordner 2, pagina 395] en/of

-een factuur van Autoschadebedrijf [naam] B.V., gedateerd 3 september 2007,

geadresseerd aan [naam 2] B.V., betreffende herstelwerkzaamheden aan

een auto van het merk Audi, type A6 [vindplaats document: ordner 2, pagina

394] en/of

en/of één of meer andere factu(u)r(en), - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft

opgemaakt of heeft vervalst (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken en/of dat vervalsen (telkens) hierin bestaan

dat op genoemde factu(u)r(en) (telkens) als geadresseerde staat vermeld [naam 2] (B.V.) en/of [naam 1] (B.V.) terwijl die factu(u)r(en) in

werkelijkheid, geheel en/of gedeeltelijk, waren gericht aan [verdachte] en/of

dat (telkens) de omschrijving voor verrichtte diensten en/of geleverde

goederen is gewijzigd;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten / aanleiding onderzoek.

De Belastingdienst heeft aanleiding gezien voor het instellen van een administratief onderzoek naar de aanvaardbaarheid van aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting ten aanzien van de besloten vennootschappen [naam 2] B.V. en [naam 1] B.V. en een aangifte inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen ten aanzien van verdachte [verdachte].

Verdachte [verdachte] is directeur/enig aandeelhouder van [naam 2] B.V. Deze B.V. is op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder van [naam 1] B.V.. Uit het administratief onderzoek is naar voren gekomen dat een aantal aangiften niet waren ingediend, terwijl bij wel ingediende aangiften geen aansluiting bestond met de gevoerde administratie. Tijdens het onderzoek door de Belastingdienst kwamen volgens de Belastingdienst allerlei discutabele punten aan het licht, met name ten aanzien van de fiscale woonplaats van verdachte en zijn financiële administratie.

Op 24 maart 2009 heeft in de woning van verdachte aan de [adres 1 te plaats] een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard, met uit zondering van het onder feit 2, tweede gedachtestreepje, aangeduide vierde kwartaal 2004, omdat daar niet is voldaan aan het vereiste dat onjuiste of onvolledige invulling van de aangifte ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.

De officier heeft zich voor de door hem bewezen geachte feiten gebaseerd op de valselijk door verdachte opgemaakte facturen en bonnen, de verschillende aangiften voor de belastingdienst, hetgeen over verdachte is gebleken ten aanzien van zijn persoonlijke omstandigheden (woonplaats, zorg- en autoverzekering, kinderbijslag, correspondentie, uitgaven), verklaringen van als leveranciers aangeduide personen, de verklaring die verdachte zelf over het indienen van de verschillende aangiftes heeft afgelegd, alsmede de verklaringen van verdachte inzake het tot standkomen van de onder feit 5 vermelde facturen/bonnen. De officier heeft de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat hij in Nederland aangifte moest doen als ongeloofwaardig bestempeld, aangezien verdachte zich daarover enkel heeft laten voorlichten door een Duitse 'Steuerberater' en daarover geen informatie had ingewonnen bij de Nederlandse fiscus. Ten aanzien van de onder 1 t/m 4 ten laste gelegde feiten is de officier van mening dat er op zijn minst sprake is van voorwaardelijk opzet.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard ten aanzien van de verweten belastingdelicten, omdat de dagvaarding volstrekt onbegrijpelijk is.

Aansluiting bij het proces-verbaal ontbreekt grotendeels en de dagvaarding lijkt aan te sluiten bij de inmiddels achterhaalde nadeelberekening (bijlage D 107) die destijds ten grondslag heeft gelegen aan het onderzoek. Voor verdachte is nauwelijks te achterhalen op welke wijze de ten laste gelegde feiten zouden aansluiten bij het proces-verbaal.

Door de raadsman is daarnaast vrijspraak bepleit van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van de onder 5 ten laste gelegde valsheid in geschrift is gesteld dat verdachte nimmer het oogmerk of de intentie heeft gehad om de fiscus te misleiden en dat van valsheid in geschrift geen sprake is geweest.

D. Beoordeling door de rechtbank

Nietigheid dagvaarding

Door de raadsman van verdachte is betoogd dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard, nu - kort gezegd - niet duidelijk is waartegen verdachte zich feitelijk heeft te verweren.

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, nu daarin gespecificeerd naar feitelijkheid, plaats en tijd wordt weergegeven waaruit de aan verdachte verweten gedragingen bestaan. Voorzover daarbij de tenlastelegging nauw aansluit bij de wettelijke bepalingen van artikelen 68, tweede lid, en 69 tweede lid, Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, acht de rechtbank deze voldoende feitelijk van aard. Een dergelijke wijze van ten laste leggen is niet afwijkend van tenlasteleggingen die in dit soort belastingzaken plegen te worden geformuleerd.

Daarbij past de samenhang met de onder feit 5 ten laste gelegde valsheid in geschrift in de gebruikelijke wijze van ten laste leggen terzake fiscale delicten, in casu de feiten 1 t/m 4.

De rechtbank verwerpt dan ook het beroep van de raadsman op nietigheid van de dagvaarding.

Beoordeling van de feiten

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Ten aanzien van feit 5

Bij de doorzoeking2 van het pand [adres 1 te plaats] op 24 maart 2009 zijn diverse administratieve bescheiden aangetroffen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [naam Makelaars] gedateerd 8 januari 2003, geadresseerd aan [naam 2] B.V. betreffende advieskosten huisvesting en onderzoekskosten. Een gedeelte van de tekst op deze factuur is weggewist met typ-ex, te weten "courtagenota [adres 1]". De factuur is verwerkt in de administratie van [naam 2] B.V.. (bijlage D-79)3;

- een factuur van [naam tuinontwerp] uit [plaats] gedateerd 4 augustus 2006, welke factuur is verwerkt in de administratie van [naam 1] B.V..

De adressering "[verdachte, adres 1 te plaats]" is met de pen doorgestreept en met pen veranderd in "[naam 1] B.V. [adres 1]". (bijlage D-084)4;

- een factuur van Autobedrijf [naam], boekingsnummer [A], voorzien van een sticker met daarop het adres [naam 2] B.V., betreffende diverse montagewerkzaamheden aan de auto van verdachte.

Tijdens het onderzoek is naar voren gekomen dat de kopie-factuur in de administratie van Autobedrijf [naam] niet was voorzien van een dergelijke sticker en was gericht aan: [verdachte], [adres 1 te plaats] (bijlage D-073)5;

- een factuur afkomstig van Autoschadebedrijf [naam] B.V. gedateerd 3 september 2007 betreffende montagewerkzaamheden aan de auto van verdachte, voorzien van een sticker met het adres [naam 2] B.V.. Onder de sticker is met behulp van enig daglicht te lezen dat de factuur is opgemaakt met de adressering: "[verdachte], [adres 1 te plaats]". (bijlage D-072)6;

- een factuur7 afkomstig van Onderlinge Verzekeringen uit [plaats] gedateerd 17 september 2007, aangetroffen in de administratie van [naam 2] B.V., betreffende autoverzekeringspremie. De factuur is voorzien van een sticker met daarop het adres: [naam 2] B.V.. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de kopie-factuur in de administratie van Onderlinge Verzekeringen niet is voorzien van een dergelijke sticker en dat de factuur is gericht aan: "[verdachte]" (bijlage D-0718);

- een originele factuur van [bedrijf 1] uit [plaats] gedateerd 4 oktober 2004, gericht aan [naam 1] B.V., [factuurnummer A], factuurbedrag € 1.156,11 exclusief

omzetbelasting en een kopie-factuur van [bedrijf 1] uit [plaats], gericht aan [naam 1]

B.V., datum factuur 4 oktober 2003, [factuurnummer B], factuurbedrag € 1.156,11

exclusief omzetbelasting9 (bijlage D-08310).

Op de kopiefactuur is het factuurnummer handmatig gewijzigd met pen van [factuurnummer A]

naar [factuurnummer B] en de datum is handmatig gewijzigd van 04-10-2004 naar 04-10-2003.

De originele [bedrijf 1] factuur is geboekt in de administratie van [naam 1] B.V. onder

boekstuknummer [n[nummer 2]], de kopie [bedrijf 1] factuur is geboekt onder

boekstuknummer [nummer 2] in de administratie van [naam 1] B.V.;

- een factuur van [bedrijf 2] uit [plaats] gedateerd 30 september 2004, gericht aan

[naam 2] BV, inzake ondermeer een volkswagen Touran, totaal factuurbedrag

€ 44.816,59,- inclusief € 7.155,59 aan omzetbelasting BTW, welke is verwerkt in de

administratie van [naam 2] B.V. over het jaar 2004.

Deze factuur is voorzien van boekstuknummer [nummer 3] en als zodanig verwerkt in de

administratie van [naam 2] B.V.;

en een factuur van [bedrijf 2] uit [plaats] gedateerd 23 november 2004, gericht aan [naam 2] BV, inzake de verkoop van dezelfde volkswagen Touran, factuurbedrag € 28.658,65,-- inclusief € 3.316,12 aan omzetbelasting BTW, welke ook is verwerkt in de administratie van [naam 2] B.V. over het jaar 2004.

Deze factuur is voorzien van boekstuknummer [nummer 4] en als zodanig verwerkt in de

administratie van [naam 2] B.V. (bijlage 8011)12;

- tankbonnen13 aangetroffen in de administratie van [naam 2] B.V. en tankbonnen opgenomen en verwerkt in de administratie van verdachte. Bij deze bonnen werden bonnen aangetroffen met rekeningnummers afwijkend van het bankrekeningnummer van [naam 2] B.V.. Deze bankrekeningnummers zijn gekoppeld aan verschillende rekeningnummers van onbekende natuurlijke personen (bijlage D-07514).

Door de eigenaar van makelaarskantoor [naam] is verklaard15 dat de verschillen in de factuur "[naam makelaars]" van 8 januari 2003 en de in hun administratie aangetroffen copy-factuur niet zijn te verklaren. Het betrof een factuur voor de taxatie van het woonhuis van [verdachte]. De omschrijving "advieskosten huisvesting" klopt niet.

Op 10 april 2009 is door de chef werkplaats bij autobedrijf [naam] in [plaats] verklaard16 met betrekking tot

- een factuur van Autobedrijf [naam] gedateerd 15 december 2006, factuurnummer [nummer E]

- een factuur van Autobedrijf [naam], boekingsnummer [A],

dat er verschillen zitten in de adressering en dat er met typ-ex is gewerkt en dat er stickers zijn geplakt met een bedrijfsnaam, alsmede dat zij dat niet hebben gedaan en hem niet bekend is wie dat heeft gedaan.

Door een medewerkster van de Onderlinge Verzekeringen is verklaard18 dat de sticker op de factuur d.d. 17 september 2007 op naam van [naam 2] B.V. niet door de Onderlinge Verzekeringen op de factuur is geplakt. Zij werken niet met stickers en [naam 2] B.V. is ook geen klant bij hun. In het geval de verzekering op naam van [naam 2] B.V. had gestaan en hij had opgegeven dat de BTW kon worden verrekend, dan was de premie gebaseerd geweest op de catalogusprijs exclusief BTW en dan was de schade ook exclusief BTW uitgekeerd.

Naar aanleiding van twee hem getoonde facturen van [bedrijf 2] Neede gericht aan [naam 1] BV; dhr. [verdachte], [adres 1 te plaats], welke zijn aangetroffen in de administratie van [naam 1] BV te weten;

- 1 factuur met factuurdatum 16-2-2007, [factuurnummer C], [offertenummer]

[leveringnummer], [debiteurennummer], betreffende een levering van een Dell 0820

Intel Core Duo T7600, factuurbedrag € 7.495,81 inclusief BTW.

- 2 factuur met factuurdatum 27-10-2007, [factuurnummer D], [offertenummer 2],

[debiteurennummer], [leveringnummer 2], betreffende een levering van een Dell 0830

Intel Core Duo T7700, factuurbedrag € 2.854,81 inclusief BTW.

heeft de algemeen directeur19 van [bedrijf 2] een kopie factuur met [factuurnummer D] d.d. 27-10-2007 en een fotokopie van de betaling van € 2854,81, inzake [factuurnummer D], welke via de ING bank bij het bedrijf is binnengekomen overhandigd en verklaard dat de kopie factuur met [factuurnummer C] dd 16-02-2007

is geadresseerd aan [naam 3] BV voor een bedrag van € 2.159,85 inclusief.

Dat is dus niet hetgeen op de hem getoonde factuur met [factuurnummer C] staat, waarbij hem opvalt

dat er verschillen zijn in de lay-out van de beide facturen.

De factuur met de datum 16-2-2007 is een factuur die volgens hem niet afkomstig is van

[naam bedrijf plaats]. De factuur is niet geprint op een van de printers van hun bedrijf

Ook het briefpapier is anders en het lettertype is anders.

Verdachte heeft tijdens zijn verhoren verklaard en herhaald ter terechtzitting dat hij verantwoordelijk is voor de wijzigingen door middel van stickers plakken, pendoorhalingen en gebruik van typ-ex, die zijn aangebracht op de betreffende facturen.

Door de raadsman is betoogd dat er geen sprake is geweest van valsheid in geschrift en al zeker niet het oogmerk om te misleiden. De rechtbank verwerpt dat verweer.

Verdachte heeft er een soort praktijk van gemaakt om aan hem persoonlijk gerichte facturen, waarvan hij de mening was toegedaan dat deze niet zagen op privé gemaakte, maar op zakelijke kosten, aan te passen. Hij heeft zich daarbij bediend van doorhalingen, typ-ex en stickers, teneinde die facturen vervolgens in de administratie van hemzelf of één van zijn rechtspersonen te kunnen boeken en verantwoorden als zakelijke kosten. Alleen al aan de hand van de uiterlijke kenmerken die in de facturen zijn geconstateerd kan worden afgeleid dat het hier vervalsingen betrof.

Feiten 1 t/m 4

In het dossier bevinden zich verschillende stukken, waaronder verklaringen van diverse personen alsmede bescheiden, zoals hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven:

Verdachte heeft ter terechtzitting20 verklaard dat hij de verschillende in de dagvaarding genoemde aangiften, heeft opgemaakt en ondertekend en omstreeks de datum van dagtekening heeft ingediend bij de belastingdienst in Winterswijk.

Door verdachte is tevens verklaard dat hij er vanuit is gegaan dat gedurende de tijd dat hij in Duitsland verbleef in verband met zijn werkzaamheden zijn fiscale woonplaats in Duitsland was. Hij heeft daarover advies ingewonnen bij een adviseur in Duitsland. Hij heeft daarover geen advies ingewonnen bij de belastingdienst in Nederland.

Verdachte heeft tevens verklaard dat hij de onder feit 5 genoemde facturen van aanpassingen heeft voorzien, met als doelstelling om daar nog iemand naar te laten kijken, maar dat dit laatste er niet van is gekomen.

Volgens opgave21 van de Belastingdienst zijn de aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ( hierna: IB/PVV) ten name van [verdachte] op grond van artikel 8 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen uitgereikt op na te melden datum (verzonden) en op of omstreeks na te melden datum (datum retour) ingevuld en (digitaal) ondertekend terug ontvangen:

Inkomstenbelasting Datum verzonden Datum retour

Jaar 2003 28-2-2004 06-11-2005

Jaar 2004 28-2-2005 09-11-2005

Jaar 2005 28-2-2006 29-03-2005

Volgens opgave van de Belastingdienst zijn de aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting ten name van [naam 1] B.V. op grond van artikel 8 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen uitgereikt op na te melden datum (verzonden) en op of omstreeks na te melden datum (datum retour) ingevuld en (digitaal) ondertekend terug ontvangen:

Omzetbelasting Datum verzonden Datum retour

4e kwartaal 2004 29-dec-04 31-01-2005

1e kwartaal 2005 29-mrt-05 24-4-2005

2e kwartaal 2005 28-jun-05 30-07-2005.

3e kwartaal 2005 2B-sep-05 09-10-2005.

4e kwartaal 2005 29-dec-05 23-01-2006.

1 e kwartaal 2006 30-mrt-06 29-04-2006.

2e kwartaal 2006 2B-jun-06 27-07-2006

3e kwartaal 2006 27-sep-06 27-10-2006

4e kwartaal 2006 27-dec-06 30-01-2007.

1 e kwartaal 2007 29-mrt-07 26-04-2007

2e kwartaal 2007 28-jun-07 29-07-2007

3e kwartaal 2007 27-sep-07 31-1-2007

4e kwartaal 2007 27-dec-07 31-01-2008

Vennootschapsbelasting Datum verzonden Datum retour

Jaar 2004 1-1-2005 21-07-2006

Volgens opgave van de Belastingdienst is de aangifte vennootschapsbelasting ten name van [naam 2] B.V. op grond van artikel 8 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen uitgereikt op na te melden datum (verzonden) en op of omstreeks na te melden datum (datum retour) ingevuld en (digitaal) ondertekend terug ontvangen:

Vennootschapsbelasting Datum verzonden Datum retour

Jaar 2004 1-1-2005 25-07-2006

Met betrekking tot de onder feit 1 van de tenlastelegging vermelde aangifte IB/PVV over 2003 stelt de rechtbank vast dat verdachte met betrekking tot dit jaar in de administratie van zijn besloten vennootschappen gebruik heeft gemaakt onder meer van een factuur, welke hij had vervalst.

Met betrekking tot de aangiften Inkomstenbelasting/PVV over 2004 stelt de rechtbank vast dat verdachte tweemaal een factuur heeft opgenomen in de administratie van een van zijn vennootschappen terzake de koop van een en dezelfde auto. Gelet op hetgeen onder feit 5 is overwogen is een van deze facturen vervalst. Nu op deze wijze de jaarcijfers en derhalve ook het door hem persoonlijk op te geven inkomen voor de IB/PVV is beïnvloed heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de betreffende aangiften opzettelijk onjuist ingevuld.

Met betrekking tot de aangifte IB/PVV over 2005 heeft de rechtbank geen onregelmatigheden met facturen vastgesteld, doch stelt de rechtbank het volgende vast.

Uit de onderzoeksbevindingen komt naar voren dat de woonadressen van verdachte volgens de inschrijvingen uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) de laatste jaren variëren tussen Nederland en Duitsland en wel als volgt:

- tot 14 februari 2005 was verdachte woonachtig aan de [adres 1 in plaats];

- van 14-02-2005 tot 07-06-2006 stond hij ingeschreven in Duitsland op het adres [adres 2 te plaats];

- van 07-06-2006 tot 02-04-2007 stond hij weer ingeschreven als bewoner van het pand

aan de [adres 1 in plaats] en

- vanaf 02-04-2007 staat hij weer in Duitsland ingeschreven op het adres [adres 3 te plaats]22.

Verdachte heeft sinds 6 augustus 2005 een eenmanszaak opgericht in Duitsland onder zijn eigen naam [verdachte] met als vestigingsadres [adres 3 te plaats]. Het adres [adres 3 in plaats] (Duitsland) is blijkens Internetinformatie een bedrijvencomplex , daar op dat adres diverse verschillende bedrijven staan ingeschreven.

De eenmanszaak heeft een Duits omzetbelastingnummer ( DE [nummer]) en factureert

vanaf 2005 aan [naam 1] B.V.

Uit de financiële stukken inzake de Duitse eenmanszaak "[verdachte]", welke door

[verdachte] zijn verstrekt aan de controlerende ambtenaren van de Belastingdienst,

komt naar voren dat er slechts een geringe omzet wordt gerealiseerd.

Verdachte [verdachte] is samen met zijn vriendin [vriendin verdachte] (geboren [1967])

ouder van hun zoontje [zoontje verdachte] (geboren [2007]). Moeder en zoon staan volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA) ingeschreven op het adres [adres 1 te plaats], welke door verdachte naar zijn zeggen, is verhuurd aan haar. Zoals reeds vermeld varieert het woonadres van verdachte [verdachte] de laatste jaren tussen Nederland en Duitsland.

Op zijn aangifte Inkomstenbelasting 2005 heeft verdachte aangegeven dat hij per 14 februari 2005 is geëmigreerd naar het adres "[adres 2 te plaats].

Uit het dossier blijkt dat verdachte persoonlijke zaken als verzekeringen en medische behandelingen steeds in Nederland heeft geregeld en aangehouden. Onderhoud van zijn auto vond plaats bij een Nederlandse garage. Verdachte heeft deelgenomen aan sociale activiteiten in Neede, de plaats waar hij is geboren en waar hij voorafgaand aan en na afloop van zijn verblijf in Duitsland is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.

Artikel 4, eerste lid van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen bepaalt dat "waar

een natuurlijke persoon woont naar de omstandigheden beoordeeld wordt."

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het vorenstaande de Belastingdienst terecht tot de conclusie geleid dat de verdachte niet werkelijk in Duitsland woonachtig was, doch steeds en voortdurend, ook in de periodes dat hij in Duitsland werkzamheden verrichtte, zijn woonplaats heeft gehad in Nederland. Verdachte heeft nimmer zijn woning daadwerkelijk prijsgegeven, door bijvoorbeeld een verkoop danwel verhuur met de gebleken bedoeling van die woning zelf geen gebruik meer te maken. De woning [adres 1 te plaats] heeft in die buitenlandse werkperioden steeds gediend als woning voor hemzelf en zijn levenspartner van dat moment, alsmede - vanaf 2007 - voor zijn kind. Verdachte is steeds teruggekeerd naar zijn woning en zijn naasten die daar woonachtig waren. Derhalve was het centrum van verdachtes levensbelangen steeds in Nederland gelegen.

Dit betekent dat verdachte [verdachte] zijn totale wereldinkomen (dus al zijn

ontvangsten die voortvloeien uit winst en/of arbeid) in Nederland had moeten aangeven,

conform de wettelijke bepalingen zoals gesteld in de hoofdstukken 2, 3 en 7 van Wet

Inkomstenbelasting 2001. Verdachte heeft ten onrechte op zijn aangifte IB/PVV 2005 aangegeven niet meer in Nederland woonachtig te zijn en niet zijn volledige inkomen in Nederland opgegeven.

Met betrekking tot de onder feit 2 van de tenlastelegging vermelde aangifte omzetbelasting van de vennootschap [naam 1] B.V. stelt de rechtbank vast dat het dossier met betrekking tot het merendeel van de genoemde (kwartaal)aangiften geen onderliggende feiten of omstandigheden vermeldt, op grond waarvan kan worden aangenomen dat terzake van deze vennootschap in de administratie gebruik is gemaakt van vervalste facturen, of sprake is van ten onrechte als zakelijk geboekte aan privé toe te rekenen kosten.

Mede gelet op hetgeen ten aanzien van feit 5 is overwogen is daarvan naar het oordeel van de rechtbank wel sprake met betrekking tot de aangifte over vierde kwartaal 2004, het derde kwartaal 2006, alsmede het eerste respectievelijk het derde kwartaal 2007.

Tevens stelt dat rechtbank vast dat daarnaast het dossier geen onderliggende stukken of argumentatie bevat voor het antwoord op de vraag of en op welke wijze verdachtes in Duitsland als interim- manager verrichte werkzaamheden gevolgen hebben voor de op die perioden betrekking hebbende aangiften omzetbelasting van [naam 1] B.V.. De kwestie met betrekking tot de woonplaats van verdachte kan in deze niet leidend zijn, nu het voor de omzetbelasting relevante feit betreft het leveren van goederen dan wel het verrichten van diensten. Indien gesteld moet worden dat verdachte gedurende zijn in Duitsland verrichte werkzaamheden aldaar diensten verrichtte waarover omzetbelasting moet worden afgedragen, biedt het dossier geen enkel uitsluitsel over de vraag waar deze diensten geacht worden te zijn verricht of in welk land deze aan de regels van omzetbelasting zijn onderworpen.

In het verlengde van hetgeen met betrekking tot hetgeen onder feit 2 is overwogen heeft de rechtbank ten aanzien van de onder feit 3 vermelde aangiften vennootschapsbelasting 2003 respectievelijk 2004 op naam van [naam 1] B.V. slechts ten aanzien van het jaar 2004 kunnen vaststellen dat in dat jaar ten onrechte gebruik is gemaakt van twee facturen (waarvan een vervalst, zoals hierboven onder feit 5 is overwogen) op naam van [naam 3], welke in de administratie van deze vennootschap zijn verwerkt.

Met betrekking tot de onder feit 4 van de tenlastelegging vermelde aangifte vennootschapsbelasting 2004 op naam van [naam 2] BV heeft de rechtbank vastgesteld dat in de administratie ten onrechte tweemaal een qua datum en bedragen onderling verschillende factuur op naam van [bedrijf 2] is verwerkt met betrekking tot één koop(transactie) van een auto.

Verdachte [verdachte] oefende blijkens de daarop betrekking hebbende inschrijvingen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel23 als alleen/zelfstandig bevoegd directeur van [naam 2] BV feitelijk zeggenschap en leiding uit over alle zaken van deze vennootschap en via deze vennootschap als enig aandeelhouder van [naam 1] BV. Daarbij heeft verdachte verklaard dat hijzelf de boekhouding van zijn vennootschappen deed en alle belastingaangiften heeft ingevuld, ondertekend en namens zijn vennootschappen ingediend.

Dit betekent dat verdachte degene is geweest die met betrekking tot de onder de feiten 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, feitelijk leiding heeft gegeven aan de in het verband van die vennootschappen verrichte gedragingen.

De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel dat verdachte de hem verweten gedragen opzettelijk heeft gepleegd, en met betrekking tot zijn woonplaats tenminste in de zin van voorwaardelijk opzet. Verdachte heeft in de administratie van zijn vennootschappen bewust gebruik gemaakt van door hem bewerkte, vervalste facturen en vervolgens die gegevens verwerkt in de belastingaangiften van hemzelf en zijn vennootschappen. In het kader van zijn fiscale verplichtingen ter bepaling van zijn fiscale woonplaats heeft hij enkel informatie ingewonnen bij een fiscalist en Duitsland. Hij heeft nagelaten om in Nederland bij ter zake deskundigen inlichtingen in te winnen over de consequenties van het verplaatsen van zijn woonplaats buiten Nederland en aan welke eisen hij in dat verband in het kader van de Nederlandse belastingwetgeving had te voldoen. Een deugdelijke oriëntatie op zijn fiscale positie had temeer voor de hand gelegen, nu hij vanuit zijn hoedanigheid als interim manager/organisatie-adviseur bij bedrijven in diverse landen in en buiten Europa werkzaam is geweest. Tegen die achtergrond kan zijn handelen bezwaarlijk anders worden uitgelegd dan dat verdachte zich ten minste willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij door te handelen zoals hij heeft gedaan zonder de nodige informatie op te doen de fiscus zou kunnen benadelen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 6 november 2005 tot en met 29 maart 2007 in de gemeente Winterswijk (telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene

aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

de aangiften voor de Inkomstenbelasting / Premie Volksverzekeringen over

de jaren 2003 en 2004 en 2005 onjuist heeft gedaan aan de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst, terwijl die feiten er toe strekten dat te weinig belasting wordt

geheven, hebbende die onjuistheid hierin bestaan, dat er (telkens) een te laag bedrag aan winst uit onderneming en/of een laag bedrag aan inkomsten uit arbeid en/of vermogen, althans een te laag belastbaar inkomen, was vermeld;

2.

[naam 1] B.V. op tijdstippen in de periode van 29 april 2003 tot en met 30 januari 2008, in de gemeente Winterswijk, als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968, (telkens) opzettelijk een bij de belastingwet

voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangiften voor de omzetbelasting, over het

- vierde kwartaal van 2004 en

- derde kwartaal van 2006 en

- eerste kwartaal van 2007 en derde kwartaal van 2007,

onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst, terwijl die feiten (telkens) ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid hierin bestaan, dat in die aangiftebiljetten over die kwartalen (telkens)

- een te hoog bedrag aan totaal terug te vragen belasting en/of

- een te laag bedrag aan totaal te betalen belasting,

althans een onjuist bedrag aan totaal te betalen en/of totaal terug te vragen belasting werd vermeld, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan boven

omschreven verboden gedragingen;

3.

[naam 1] B.V. in de periode van 26 april 2005 tot en met 21 juli 2006 in de gemeente Winterswijk opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Vennootschapsbelasting over het jaar 2004, onjuist heeft gedaan aan de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven, hebbende die onjuistheid hierin

bestaan, dat in genoemde aangiftebiljet over dat jaar een onjuist bedrag aan ondernemingswinst, althans een te laag bedrag aan vennootschapsbelasting was vermeld, aan welke vorenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

[naam 2] B.V. op 25 juli 2006 in de gemeente Winterswijk opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte voor de Vennootschapsbelasting over het jaar 2004, onjuist heeft gedaan aan de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden, hebbende die onjuistheid hierin bestaan, dat in genoemd aangiftebiljet een onjuist bedrag aan ondernemingswinst, althans een te laag bedrag aan vennootschapsbelasting was vermeld, aan welke vorenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 8 januari 2003 tot en met 22 november 2007 in de gemeente Berkelland, althans in Nederland, telkens opzettelijk,

- een factuur van [naam makelaars], gedateerd 8 januari 2003, geadresseerd aan

[naam 2] B.V., betreffende advieskosten huisvesting en onderzoekskosten en

- een factuur van [naam tuinontwerp] en realisatie, gedateerd 4 augustus 2006,

geadresseerd aan [verdachte], betreffende tuin- en bestratingswerkzaamheden en

- een factuur van Autobedrijf [naam], gedateerd 15 december 2006,

geadresseerd aan [verdachte], betreffende onderhoudswerkzaamheden en

- een factuur van Autobedrijf [naam], gedateerd 23 augustus 2007,

geadresseerd aan [naam 2] B.V., betreffende onderhoudswerkzaamheden en

- een factuur van Autoschadebedrijf [naam] B.V., gedateerd 3 september 2007,

geadresseerd aan [naam 2] B.V., betreffende herstelwerkzaamheden aan

een auto van het merk Audi, type A6 en

en andere facturen - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - telkens heeft vervalst met het oogmerk om die geschriften als onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat vervalsen (telkens) hierin bestaan dat op genoemde facturen (telkens) als geadresseerde staat vermeld [naam 2] (B.V.) en/of [naam 1] (B.V.) terwijl die facturen in werkelijkheid waren gericht aan [verdachte] en/of dat de omschrijving voor verrichtte diensten en/of geleverde

goederen is gewijzigd.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

feit 2: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 3: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 4: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 5: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het door hem bewezen geachte tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van 50.000 euro subsidiair 285 dagen vervangende hechtenis, een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.

De officier heeft daarbij in aanmerking genomen de doortrapte wijze waarop verdachte als ondernemer de aangiftes heeft gedaan, het nadeel dat daarmee is ontstaan - door hem na middeling becijferd op een bedrag van 200.000 euro - en de geslepenheid waarmee verdachte heeft geopereerd, kennelijk met het oog op het veiligstellen van zijn WW-uitkering. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en dit van meer dan alleen de in de dagvaarding genoemde facturen, hetgeen de strafwaardigheid van de feiten nog verhoogt.

De hoogte van de eis is met name ingegeven vanuit de gedachte van norminscherping en speciale preventie.

De raadsman heeft aangevoerd dat de eis van de officier van justitie voor een groot gedeelte uit de lucht gegrepen is, nu daar geen reële nadeelberekening aan ten grondslag ligt.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een aanzienlijke periode schuldig gemaakt aan belastingfraude en tevens aan valsheid in geschrift.

Verdachte heeft er een soort praktijk van gemaakt om aan hem gerichte facturen, waarvan hij de mening was toegedaan dat deze zakelijk en niet privé waren, aan te passen. Hij heeft zich daarbij bediend van doorhalingen, typ-ex en stickers, teneinde die facturen vervolgens in de administratie van hemzelf of één van zijn rechtspersonen te kunnen boeken als zakelijke kosten. Verdachte wekt de indruk het laakbare van het eigenmachtig "aanpassen" van de verschillende facturen nauwelijks in te zien. Verdachte heeft willens en wetens structureel gewerkt aan het vormen van een administratie naar zijn hand, met als enig doel een zo groot mogelijk fiscaal voordeel voor hemzelf en zijn vennootschappen. Daarbij heeft hij bewust grenzen overschreden door originele facturen van dienstverleners of leveranciers naar eigen inzicht aan te passen en te verwerken in de door hemzelf gevoerde boekhouding.

Voor de rechtbank is duidelijk dat verdachte welbewust zaken heeft gemanipuleerd, ook waar dit ziet op fiscale discussiepunten, terwijl verdachte zich bewust moest zijn van een juiste fiscale verantwoording, ook gezien tegen zijn achtergrond van interim manager/organisatie-adviseur. Nu in bijna elk jaar in de tenlastegelegde periode sprake is van een gemanipuleerde factuur wijst dat op een structureel karakter, waarvan de precieze omvang zich moeilijk laat bepalen.

Feiten als de bewezen geachte belastingfraude en valsheid in geschrift kunnen de samenleving in hoge mate schade toebrengen, niet alleen door het ontstane financiële en fiscale nadeel, maar ook doordat zij de belastingmoraal en het vertrouwen in zakelijke geschriften ondermijnen.

Dat het belastingnadeel in de orde van grootte is zoals door de officier van justitie is becijferd, acht de rechtbank echter niet aannemelijk geworden. Het exacte fiscaal nadeel is niet inzichtelijk geworden en is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet te relateren aan een boete in de orde van grootte als door de officier van justitie gevorderd.

Ten voordele van verdachte weegt dat hij gezien zijn strafblad d.d. 17 november 2010 niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Het gaat om een zogenaamde first offender.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank zal de verdachte, nu zij tot een beduidend mindere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 51, 57, 91 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 t/m 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

feit 1: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

feit 2: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 3: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 4: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 5: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Van der Hooft en Draisma, rechters,

in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 maart 2011.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal dossiernummer 44107van de Belastingdienst/FIOD-ECD, kantoor Almelo, gesloten en ondertekend op 2 okto ber 2009 door de opsporingsambtenaar W.G.T. van Vuuren

2 Stamproces-verbaal, relaas en bevindingen verbalisant(en), doorgenummerde dossierpag. 17, 18, 19, 20, 22

3 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 417

4 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 438

5 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 395/396

6 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 394

7 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 18

8 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 393

9 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 435 en 436

10 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 22

11 Facturen, doorgenummerde dossierpag. 419 en 420

12 Stamproces-verbaal doorgenummerde dossierpag. 20 en 21

13 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 19

14 Bijlage D-075, doorgenummerde dossierpag. 409

15 Verhoor getuige [getuige 1], doorgenummerde dossierpag. 529/530

16 Verhoor getuige [getuige 2] doorgenummerde dossierpag. 608/609

17 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 612/614

18 Verhoor getuige [getuige 3], doorgenummerde dossierpag. 534 en 535

19 Verhoor getuige [getuige 4] doorgenummerde dossierpag.695

20 Proces-verbaal terechtzitting van 15 februari 2011

21 Ambtsedige verklaring [naam] d.d. 26 augustus 2009, doorgenummerde dossierpag. 735 en 736

22 Overzichtsprocesverbaal, pag 3

23 Uittreksels Kamer van Koophandel, dooegenummerde dossierpag. 63 t/m 66